Cover: Syntopie

Syntopie
Hemel en hel verenigd in de praktijk


EUR 23,90

Formaat: 13,5 x 21,5 cm
Pagina aantal: 482
ISBN: 978-3-7116-1456-8
Publicatie datum: 16.06.2026
Syntopie houdt zich bezig met utopieën die ooit zijn bedacht als blauwdruk voor een betere wereld, maar ook met dystopieën die juist een somber beeld van de toekomst schetsen. De laatste jaren is vaak sprake van een mengvorm: de syntopie.
INLEIDING


In het verleden zijn talloze utopieën bedacht die bedoeld zijn als basis voor een betere wereld. Daartegenover staan dystopieën die juist een somber beeld schetsen van de gevolgen van nieuwe ontwikkelingen in de samenleving. Er is nu vaak sprake van een mengvorm van utopie en dystopie, aan te duiden als syntopie. Daarin lopen utopie en dystopie in elkaar over. Daarbij geldt dat wat voor de één de hemel is, voor de ander een hel kan zijn. Ook bevat bijna elke utopie wel dystopische elementen, terwijl een dystopie soms ook een utopische kant of uitkomst kan hebben. Dus welkom in Syntopia.

In 1516 publiceert Thomas More met Utopia de eerste utopie. Hij tracht met een rationele benadering een aantal maatschappelijke problemen van zijn tijd op te lossen. Het boek voldoet aan de karakteristiek van de theoloog en filosoof Paul Tillich die een utopie ziet als een expliciete beschrijving van gebreken in de bestaande samenleving als basis voor een blauwdruk van een ideale maatschappij

Een utopie begint vaak met individueel verzet van een schrijver tegen het bestaande systeem. Dat kan uiteindelijk de weg banen voor een daadwerkelijke collectieve omwenteling. In de meeste utopieën mondt dat uit in een egalitaire maatschappij op basis van communistische of socialistische uitgangspunten. Het is wel wrang dat bij het in praktijk brengen van een dergelijke utopische situatie het individu ondergeschikt gemaakt wordt aan het ideaal. Dan wordt de utopie een dystopie zoals herhaaldelijk is gebleken.

De belangrijkste karakteristieken van de utopie zijn al te vinden in de taoïstische geschriften van Lao Tzu en Chuang Tzu, het werk van Plato, de leefregels voor de eerste christenen, de beschrijving van de Mahdi (islamitische Messias) en de geschriften van de anarchisten. Onder invloed van de Reformatie en de Verlichting breidt het aantal utopieën zich gestaag uit, vooral na de publicatie van het werk van Thomas More.
Hij ontleent de naam aan ou-topos (niet-bestaande plaats) en eu-topos (goede plaats). In latere utopieën gaat het soms om een andere wereld of de toekomst. Belangrijk element in veel utopieën is dat privé-eigendom vervangen wordt door gemeenschappelijk bezit om het streven naar eigenbelang te laten verdwijnen en de rol van geld te minimaliseren. Onderwijs en opvoeding moeten er volgens veel utopisten op gericht zijn om van jongeren betere mensen te maken. Dat heeft vaak als consequentie dat de rol van de ouders beperkt wordt of hun invloed helemaal verdwijnt, waardoor het traditionele gezin wel zijn beste tijd heeft gehad. Soms zijn bedrog, leugens, misdaad en daardoor ook straf dankzij de utopie verdwenen. Vooral voor feministische utopisten is gelijke behandeling van mannen en vrouwen in economisch en sociaal opzicht een belangrijk aandachtspunt.

Als in de loop van de negentiende eeuw de hoop op een utopische toekomst vervlogen lijkt door onder andere de twee Wereldoorlogen breekt het tijdperk van de dystopieën aan. Uiteindelijk verenigen utopie en dystopie zich in de twintigste en eenentwintigste eeuw tot syntopie, waarin veel aandacht wordt besteed aan de manipulatie van kwaliteit en omvang van de bevolking met behulp van eugenetica en soms euthanasie. Recente doorbraken op genetisch gebied moeten de misstanden uit het verleden doen vergeten

De positieve mogelijkheden van een utopie, maar ook de negatieve kanten van de dystopie hebben me altijd al geïnteresseerd, mede op basis van de belangstelling voor sciencefiction. Nog fascinerender blijkt de syntopie te zijn omdat daarin utopie en dystopie samenkomen. Het biedt nieuwe gezichtspunten, waarin ik me verder ben gaan verdiepen. In de hoop dat ook anderen belangstelling hebben voor deze materie is dit boek geschreven.
Om te beginnen wordt de ontwikkeling van utopieën, dystopieën en syntopieën van de oudheid tot nu zo uitgebreid mogelijk behandeld met speciale aandacht voor de onderliggende religieuze, sociale en economische denkbeelden en ontwikkelingen die een rol spelen. Ook komt de toepassing van utopieën in de praktijk en de confrontatie daarvan met de harde werkelijkheid aan de orde. Vervolgens is er aandacht voor de raakvlakken van utopieën en vooral dystopieën met sciencefiction (sf) en occulte geschriften. Daarnaast worden de utopische en soms dystopische of syntopische elementen van de New Age-beweging kritisch bekeken. Als besluit een schets van een aantal moderne ontwikkelingen op digitaal, genetisch, ecologisch en politiek gebied. Aangezien deze veranderingen bepalend zijn voor onze toekomst is wel duidelijk dat utopie, dystopie en vooral syntopie nog steeds zeer actueel zijn.

Ik bedank Peter de Goede en Klaas Wever voor hun soms behoorlijk kritische, maar ook zeer zinvolle opmerkingen over het concept van dit boek en met name Peter Seijbel voor zijn zeer gedetailleerde en grondig onderbouwde deskundige commentaar op inhoudelijk en taalkundig gebied.




1 KLASSIEK UTOPISME


Hoewel de term utopie ontleend is aan het boek Utopia van Thomas More uit 1516 gaan de ideeën over een ideale denkbeeldige wereld, die hij in dat boek beschrijft, duizenden jaren terug. De oorsprong van utopieën ligt in verhalen over imaginaire reizen waarin een aards of hemels paradijs bezocht wordt. Utopia is een andere plaats in de ruimte en of tijd waar mensen wonen die ons kunnen leren hoe we moeten leven. De allereerste utopie in die zin is het Egyptische gedicht ’Het verhaal van de zeeman die schipbreuk lijdt’ dat geschreven is in de periode van het Middenrijk (1940-1640 voor Christus). De hoofdpersoon, die Volgeling genoemd wordt, beschrijft dat hij door een schipbreuk belandt op het paradijselijke eiland Punt waar een reusachtige, goddelijke slang woont die kan spreken. De slang vertelt dat ook hij tegenslagen heeft meegemaakt, maar erover heen is gekomen. In deze utopie zijn rijkdom en de daarbij horende pracht en praal niet belangrijk, maar een stoïcijns leven en zelfbeheersing juist wel.
Zowel in het taoïsme als boeddhisme zijn utopische denkbeelden terug te vinden. Tao Yuanming (365-427) schetst in ’Perzikbloesem lente’ al een Chinees Utopia over een verborgen wereld waar vrede en harmonie heerst. Ook Plato speelt in zijn ’Republiek’ met utopische gedachten. Het Oude Testament en de eerste geschriften van het christendom bevatten duidelijke utopische elementen. Aanhangers van de Vrije Geest en de anabaptisten of wederdopers zorgen dat de oorspronkelijke christelijke idealen weer herleven aan het eind van de Middeleeuwen. Daar bouwt Thomas More met zijn Utopia op voort.


1.1 Oosterse en westerse wijsheid
Tao en Boeddha

In de zesde eeuw voor Christus ontstaat in het feodale China het taoïsme als reactie op een gecentraliseerde en bureaucratische overheid die alles heeft vastgelegd in wetten en regels. De Chinese wijsgeer Confucius (Kong Zi) heeft hier geen moeite mee omdat hij bij de lagere adel hoort. De taoïsten, die uit de middenklasse komen, verzetten zich wel tegen deze vorm van onderdrukking. Ze verwerpen daarom de belangrijkste principes van het confucianisme waarin het feodalisme en de standenmaatschappij verdedigd worden.
De kern van het taoïsme is verwoord in de 81 korte en zeer heldere verhandelingen van de Tao Te Ching. Het werk wordt toegeschreven aan Lao Tzu (Oude Meester), een wijsgeer die in de zesde eeuw voor Christus geleefd zou hebben, maar waarschijnlijk gaat het om de denkbeelden van een aantal Chinese wijsgeren. Het gaat in ieder geval om een verzameling ideeën die eeuwenlang mondeling overgeleverd zijn, tot ze pas tussen 370 en 350 voor Christus worden opgeschreven. Een andere oorspronkelijke grondlegger van het taoïsme is Chuang Tzu (de Volkomene, 360-300 v.C.) die voor het eerst refereert aan Lao Tzu.

Het begrip tao is in principe niet te vertalen omdat het onbegrensd en eeuwig is. Het is het oerprincipe, dus de basis van alles. Je moet niet proberen de tao te begrijpen, maar die gewoon accepteren. Dat past in een eeuwigdurende kringloop van dingen die geschapen worden en verdwijnen. Daarin staan de tegengestelde begrippen yin en yang centraal. Ze zijn aanvankelijk apart aanwezig in de oerchaos die aan de schepping voorafgaat, maar smelten samen in de tao.
Opmerkelijk modern in het taoïsme is het idee van sociale ecologie met als kenmerken eenheid in verscheidenheid, organische groei en een natuurlijke orde. Je moet de natuur accepteren en die vooral niet willen veranderen of uitbuiten, maar ernaar streven om simpel en in harmonie met de natuur te leven. Zoals Lao Tzu zegt:

”Als je probeert vat te krijgen op de wereld door je ermee te gaan bemoeien, dan zul je daar van mijn standpunt uit gezien totaal niet in slagen”

De taoïstische samenleving is matriarchaal en klasseloos. Goederen worden gemeenschappelijk geproduceerd en het bezit ervan gedeeld omdat eigendom roof is. De overheid of Staat is niet autoritair omdat de beste leiders tussen de mensen staan en dus niet erboven. Centraal begrip in de tao is wu-wei, wat niet-handelen betekent. Je moet kunnen relativeren en dingen laten gebeuren zonder in te grijpen. Dat is geen inertie of luiheid, maar het vermijden van tegennatuurlijk gedrag. Leidraad daarin is pacifisme en je buren met rust laten. Overigens mag iemand zichzelf wel verdedigen in situaties die mis dreigen te gaan. Werk is vrijwillig mits het plezier geeft. Het houdt de mens fysiek en geestelijk gezond en zorgt voor een langer leven.
Chuang Tzu en zijn volgelingen zijn radicaler dan Lao Tzu. Ze verwerpen elke vorm van dwang of regering via kunstmatige wetten die alleen maar tot verzet leiden. Vrede en productie gedijen het beste als iedereen in harmonie met elkaar en de natuur kan leven.
Voor taoïsten gaat de utopie niet over een specifieke kijk op de samenleving zoals in latere utopieën, maar om een individuele manier van leven in lijn met de Tao.

Ook het boeddhisme biedt een utopische visie op de wereld, zij het niet zo nadrukkelijk als het taoïsme. De oorspronkelijke grondlegger Siddharta Gautama, Boeddha (de Verlichte) genoemd, leeft in de vijfde eeuw voor Christus in India. Hij verwerpt het streven naar bezit. Rijkdom en macht of status veroorzaken volgens hem lijden en pijn.
De meest utopische vorm van boeddhisme ontstaat in de zesde eeuw als Ch’an in China. Deze stroming ontwikkelt zich in de twaalfde eeuw tot het zenboeddhisme in Japan. De volgelingen maken geen gebruik van de concepten, geschriften en rituelen uit het traditionele theravada boeddhisme. Elk individu is ultiem soeverein, maar heeft ook aandacht en compassie voor anderen. Er is geen sprake van hiërarchie of dominantie. omdat iedereen gelijk is en in gemeenschap leeft en werkt. Het hindoeïstische kastensysteem wordt verworpen net als de gevestigde kerk en de staat. Macht, rijkdom en status zijn vervangen door absolute vrijheid voor iedereen. Privébezit is afgeschaft omdat de hang naar goederen de spirituele ontwikkeling in de weg staat. Daarom is de economie gebaseerd op geven en nemen en niet op ruil.

De boeddhistische opvatting van utopie gaat uit van persoonlijke, innerlijke verandering via mindfulness, compassie en wijsheid om bij te dragen aan een betere samenleving.

Zowel taoïsme als boeddhisme pleiten voor gemeenschappelijk bezit van goederen en het afschaffen van eigendom. De basis voor een vrije samenleving vormen in deze godsdiensten individualisme en geweldloosheid. De macht van de staat, rangen en standen en het zoeken naar status worden verworpen. Dat soort kenmerken is in talloze latere utopieën terug te vinden.

De Grieken
Veel beschavingen kennen het verhaal van een soort proto-Utopia. Dat is nog geen echte utopie waarin maatschappelijke problemen aan de orde worden gesteld, maar een fantasierijke reisbeschrijving. Een voorbeeld is de Odyssee van Homerus uit de achtste eeuw voor Christus. Daarin verhaalt de Griekse dichter over het mythische volk van de Phaiaken die op het eiland Scheria in een paradijs leven.

Vanuit zijn onbehagen met de bestaande politiek van zijn tijd en de sociale desintegratie na het verlies van Athene in de Peloponnesische oorlog, schetst de Griekse filosoof Plato (ca 427 v.C. – 347 v.C.) in Politeia (’De Staat’) rond 380 voor Christus een blauwdruk voor een alternatieve samenleving. Hij beschrijft een maatschappij die gebaseerd is op dwang en autoriteit als alternatief voor de te slappe democratische regering van Athene in zijn tijd. Centraal element is een rechtvaardige verdeling van taken op basis van de geaardheid van mensen. Dat leidt in zijn fictieve gemeenschap tot drie standen, met als laagste de werkenden waaronder handelaren, boeren en ambachtslieden. Daarboven de helpers met onder andere politie, soldaten en ambtenaren. Tot slot de heersers die gerekruteerd zijn uit de beste helpers op grond van hun filosofische kennis en leiderschapskwaliteiten. Heersers en helpers vormen samen de wachters.
De opvoeding van de wachters bestaat vooral uit militaire training en voor een selecte groep komt daar nog filosofie bij. Hun privébezit is beperkt tot het hoogstnoodzakelijke en ze worden door de staat betaald. Een goed opgeleid en toegewijd leger van Wachters kan omringende landen aanvallen als gebiedsuitbreiding noodzakelijk is om verder te kunnen groeien.
...

Misschien vind je dit ook leuk :

Cover: Syntopie

Wim Diemel

DE BIJBEL ALS MYTHE GOD ZIJ DANK!

review:
*verplichte velden