Cover: Derde inwijding in de omgekeerde wereld

Derde inwijding in de omgekeerde wereld


EUR 19,90

Formaat: 13,5 x 21,5 cm
Pagina aantal: 196
ISBN: 978-3-7116-1448-3
Publicatie datum: 09.02.2026
Derde inwijding in de omgekeerde wereld is een spirituele verhandeling waarin de auteur ‘zo eenvoudig mogelijk, maar niet eenvoudiger’ tracht uit te leggen waartoe wij mensen in staat zijn. Hij baseert zich op eeuwenoude, esoterische wijsheden.
DEEL I
De huidige situatie




Toch niet het einde van de wereld


Weten we het nog? Spannende tijden, die laatste weken van 2012. Op 21 december zou de wereld vergaan. De media stortte zich vol overgave op de speculatieve bangmakerij. Veel mensen namen het niet zo serieus, maar het verkocht wel lekker.
Toen werd het 21 december 2012. Een gewone doordeweekse vrijdag. Niets aan de hand, behalve dat het weekend voor de deur stond. Maar geen zondvloed, geen alles verwoestende meteorietenregen, zelfs geen nucleaire oorlog die de beschaving zou uitroeien. Niets van dat alles. Nauwelijks een storm in een glas water.
De Maya’s hadden natuurlijk helemaal niet het einde van de wereld aangekondigd, maar het einde van hun kalender. Een cyclus van 5.125 jaar, die begon op 11 augustus 3114 v Chr. Op 21 december 2012 was het klokje rond. Weliswaar een einde van een lange periode, maar geen Apocalyps.

De Maya’s waren niet de enigen die geloofden dat het einde van een cyclus naderde. Volgens de astrologie bevinden we ons aan het einde van het vissentijdperk. We staan op het punt het Aquarius of watermantijdperk te betreden. Deze nieuwe periode gaat 2.160 jaar duren, net als alle tijdperken van de dierenriem. Een cyclus of platonisch jaar duurt 25.920 zonnejaren. Deel dit door twaalf sterrenbeelden en je komt uit op een periode van 2.160 jaar per periode van een sterrenbeeld.
Over het watermantijdperk wordt gezegd dat het een mooiere tijd zal worden dan het huidige vissentijdperk. Dit moeten we een beetje relativeren. Het komende tijdperk zal veranderingen met zich meebrengen, maar zijn die per definitie beter?
Aan het eind van een periode is meestal het mooiste achter de rug. Aan het einde van een relatie is dat ook zo en aan het einde van een vakantie is dat in de regel niet anders. Ieder tijdperk heeft zijn eigen karakter, maar het ene is kwalitatief niet beter of slechter dan het andere. Het vissentijdperk stond in het teken van de relatie tussen het aardse individualisme en het spirituele geestelijke, ofwel; mijn relatie tot God. Het vissentijdperk startte aan het begin van onze jaartelling. Het kan toeval zijn, maar destijds was er een visser die iets wist te vertellen over de relatie tussen de mens en God. Astrologen associëren Jezus dan ook met het aanbreken van dit tijdperk.
Aan het einde is vooral individualisme en materialisme overgebleven. Zelfs na duizenden jaren religieuze studies en onderzoeken, kunnen de verschillenden religies nog steeds niet tot een consensus komen en zelfs binnen de kaders van een religie heerst veel onenigheid over de relatie tussen God en de mens.
Veel atheïsten geloven dat God uit de lucht is gegrepen om verschillende redenen; om angst te zaaien, goedgelovigen sturing te geven of de religieuze elite macht en rijkdom te verschaffen. Waarvoor God ook dient, het mag duidelijk zijn dat bovenstaande praktijken volledig mensenwerk zijn. Die visser aan het begin van ons tijdperk, heeft heel ander gedrag gepredikt.
Als we uitgevist zijn, komen we in het aquariustijdperk. Deze periode staat eveneens in het teken van individualiteit. Dit hoeft niet negatief te zijn, maar Aquarius wordt ook in verband gebracht met technologie, modernisering en opstanden. Momenteel, aan het einde van ons huidige tijdperk, zien we dat die ontwikkelingen niet veel goeds hebben gebracht. Misschien brengt het watermantijdperk een andere energie met zich mee waardoor het toch gunstig uit kan pakken?
Optimisten in de astrologie verstaan onder veranderingen in het aquariustijdperk; meer verbinding, collectief bewustzijn, duurzame technologie, zuivere wetenschap en dat soort dingen. Klinkt hoopgevend. De laatste decennia heeft technologie in de vorm van A.I. mensen juist uit elkaar gedreven en individualisme gestimuleerd.
Duurzame technologie? Alle technologie die duurzamer zou zijn, blijkt achteraf milieuonvriendelijker dan de conservatieve technologie. Verbondenheid is eveneens gigantisch afgenomen. Voor de bühne in de politiek of het management wordt wel eens iets gebrabbeld over verbinden, synergie en dat soort modieuze kreten, maar kijk om je heen; de enige echte verbondenheid die mensen nog hebben is met hun smartphone.
Vooralsnog zijn astrologen het niet eens over wanneer dat aquariustijdperk in zal gaan. Sommigen zeggen dat Aquarius al in 2020 begonnen is en anderen geloven dat de transitie ergens tussen het jaar 2000 en 2300 zal plaatsvinden. Je zou kunnen denken; astrologie is toch rekenen en meten? Meten is weten. Maar zo eenvoudig is het blijkbaar niet. Waar astrologen het aardig over eens zijn is dat de overgangsperiode van het vissen naar het aquariustijdperk zo’n 85 jaar duurt. Neem dit mee als je hoort of leest: We naderen het aquariustijdperk, dan komt het allemaal goed.

De laatste cyclus die ik wil delen is de duidelijkst gedocumenteerde kalender; de yugacyclus. Volgens de Veda’s uit het Hindoeïsme leven we nu in het Kaliyuga; het ijzeren of duistere tijdperk. Helaas bevinden we ons niet aan het einde hiervan, maar we zitten juist aan het begin. Dit tijdperk spreekt het meest tot de verbeelding (omdat we erin zitten). Maar misschien is een beetje context geen overbodige luxe, want het is slechts één tijdvak in een cyclus van vier perioden.
Zoals het Christendom een drie-eenheid heeft – de Vader, de Zoon en de heilige Geest – zo heeft de hindoefilosofie ook een drie-eenheid. Een goddelijke macht die de boel creëert, Brahma. Eentje die de schepping onderhoudt, Vishnu. En iemand die de boel zo nu en dan aanpast, Shiva. Voor hen die niet bekend zijn met het Hindoeïsme; Brahma is voor Hindoes wat God is voor Joden, Christenen en Moslims. De hoogste, almachtige autoriteit.

De yugacyclus begint bij het Satya (Krita)yuga. Het gouden tijdperk, ook wel het tijdperk van de waarheid genoemd. Deze periode duurt 1.728.000 jaar. Gedurende deze periode leven mensen – laten we ons voor het gemak beperken tot de mensheid – in volledige harmonie met elkaar en met de regerende goden. Idealisten zouden dit een volmaakte periode van synergie kunnen noemen. Het morele besef bij ieder mens is zo groot dat er geen wetten en regels nodig zijn. Naar het schijnt maakt een gemiddeld mens voor 75 tot 100 procent gebruik van het denkvermogen. De voor ons bindende natuurwetten zoals zwaartekracht vormen in het Satyayuga geen beperkingen, omdat die beter begrepen worden dan tegenwoordig. Verbale communicatie is er niet. Dat is ook niet nodig, want mensen communiceren telepathisch. Dit creëert een totaal ander bewustzijn dan het onze. Alles wat wij waarnemen wordt geconverteerd naar concrete, verbale taal. De wereld ziet er heel anders uit als we hetgeen we waarnemen niet vertalen in letters en cijfers. Het elektromagnetisch spectrum – voor ons zeer beperkt waarneembaar – is veel breder waardoor het voor iedereen net zo gewoon is om aura’s te zien, als het voor ons, in Kaliyuga, vanzelfsprekend is om kleuren te zien.
Je kunt je misschien voorstellen dat liegen of kiezen voor eigen belang in het gouden tijdperk niet eens bij iemand opkomt. In een harmonieuze samenleving zorgt iedereen voor elkaar, waarom zou je dan nog streven naar eigen belang? De mensheid houdt zich in deze tijd voornamelijk bezig met het onderhouden van het leven op Aarde. Dit geschiedt zonder rassenhaat, oorlog of corruptie. Mensen leven langer en gezonder, want ziekte is hen vreemd. Dit komt doordat iedereen een geestelijk leven leidt. Aardse, lichamelijke behoeften zijn er niet. Het lichaam wordt uitsluitend gebruikt als voertuig voor de ziel.
In ons huidige tijdperk is daar geen beeld bij te vormen. Dat hoeft ook niet want geen van ons gaat deze Satyayuga ooit meemaken. Na deze utopische periode breekt er een tijd aan die ’schemerperiode’ genoemd wordt.

De volgende fase is het Tretayuga; zilveren tijdperk. Die duurt iets korter: 1.296.000 jaar. Goden worden nog erkend, maar de mensheid heeft de macht overgenomen. De gemiddelde mens kan nog 50 tot 75 procent van haar denkvermogen benutten. Het Goddelijke is via het hart nog wel leidend, maar in mindere mate dan in het gouden tijdperk. De levensduur van het individu is eveneens aanzienlijk korter. Moreel besef is sterk afgenomen. Men communiceert nog steeds telepathisch, evenals in het Satyayuga. Maar in het Tretayuga wordt meer nadruk gelegd op het mentale en minder op het ’hogere’ astrale gebied (gevoel en intuïtie). Goddelijke macht in de mens is weliswaar afgenomen, maar het mentale en cognitieve brein blijkt nog verdomd creatief te zijn. Tijd en ruimte hebben nog steeds nauwelijks betekenis en worden gezien als illusies die makkelijk te omzeilen zijn. Dit tijdperk draait om wetenschap, rituelen en economische welvaart (anders dan ons huidige kapitalisme). Geweld komt in veel mindere mate voor dan wat we nu kennen en ook zintuiglijk genot heeft maar weinig waarde. In deze fase van de cyclus komen voor het eerst verdeeldheid en kleinschalige oorlogen onder de mensen voor. Dit zilveren tijdperk wordt eveneens afgesloten met een schemerperiode.

Dan breekt er een nieuwe periode van de cyclus aan: Dwaparayuga of het koperen tijdperk. Deze periode wordt nagenoeg geheel geregeerd door vrouwen en duurt 864.000 jaar. De mensheid richt zich nu meer op het materiële aspect van het leven. Uiterlijk en vorm worden belangrijker dan de symbolische waarde. Er ontstaat taalvaardigheid, er worden tempels gebouwd en geschriften waarin regels en wetten worden vastgelegd. In het koperen tijdperk worden voor het eerst serieuze oorlogen gevoerd. De wetenschap floreert nog steeds, maar de mensheid heeft slechts de beschikking over 25 tot 50 procent van haar oorspronkelijke denkvermogen. Dit betekent dat wetenschap relatief primitief is in vergelijking met vorige fasen in de cyclus. Wetenschap richt zich vooral op materiële zaken en het overbruggen van tijd en ruimte.
De Veda’s worden weliswaar ijverig bestudeerd, maar morele waarden als gematigdheid, waarheid en liefdadigheid zijn drastisch afgenomen. Daarentegen zijn onvrede, liegen, geweld en agressie omgekeerd evenredig toegenomen. De afstand tot de goden is zo groot dat de mensheid begint af te dalen richting haar aardse natuur. Hierdoor wint het dierlijk mechanisme terrein. Gevolg is dat dit era zich kenmerkt door zelfzucht en zintuiglijk genot. Traditioneel wordt deze koperen periode ook weer afgesloten met een tussenperiode.

De laatste en kwalitatief laagste periode in de yugacyclus is: Kaliyuga, het ijzeren tijdperk. Deze periode hadden ze ook ’dieper kan de mens niet zinken’ kunnen noemen. De mensheid is het verst verwijderd van het Goddelijke. Bij niet-ingewijden is het denkvermogen gezakt naar een discutabel niveau van 0 tot 25 procent. Laten we hopen dat die percentages nattevingerwerk zijn, want deze tijd is onze tijd.
Er wordt wel eens gezegd: ’Vroeger was alles beter.’ Laten we eens kijken hoe we er nu voorstaan, in vergelijking met de vorige Yuga’s.
Omstreeks 3102 v Chr. begon het Kaliyuga. Dit tijdperk duurt gelukkig maar 432.000 jaar. Het is de donkerste tijd in de cyclus, maar ook de kortste, dat is het eerste lichtpuntje. Het einde is pas in het jaar 428.898. Dus, uiteindelijk komt het wel goed, maar dat laat nog even op zich wachten.
De mensheid is het verst verwijderd van het Goddelijke en daarmee ook van haar eigen spirituele aard. Bij de massa regeert het lagere ego. Verschil tussen Ego en ego wordt nog uitgebreid toegelicht.
Er is nauwelijks iets over van de oorspronkelijke ethiek. Morele begrippen als: het ware, het schone en het goede, zijn inhoudsloze kreten geworden. Als zijn het kerstballen: mooi en glimmend aan de buitenkant, leeg vanbinnen. Rijkdom bepaalt de macht en zelfzuchtige elite bepaalt de maat van rechtvaardigheid. Liefdesrelaties zijn oppervlakkig en gebaseerd op gevoelens. Mannelijk- en vrouwelijkheid wordt niet meer genetisch, maar door persoonlijke voorkeur bepaald.
Inkomen geeft de positie op de maatschappelijke ladder aan en woordgoochelaars genieten meer vertrouwen dan mensen met argumenten gebaseerd op feiten en waarheden. De aarde zal overbevolkt worden met verdorvenheid binnen iedere laag van de bevolking. Het slimste jongetje van de klas zal de macht grijpen en later de sterkste. Een overvloed aan bejaarden zal niet meer liefdevol beschermd worden. Belastingen, prijzen en premies rijzen de pan uit waardoor het voor de meerderheid van de samenleving niet mogelijk is om een welvarend leven te leiden.
Het meest merkwaardige is misschien wel de profetie dat aan het einde van het Kaliyuga de mensheid haar spraakvermogen volledig kwijt is. Taal is voor ons zo vanzelfsprekend dat we nauwelijks kunnen voorstellen dat we dat zouden verliezen. Aan de andere kant kunnen we nu al het beginstadium van die ontwikkeling herkennen. Er wordt weliswaar volop gepraat, maar de inhoudelijke waarde is flinterdun. Woorden en zinnen krijgen minder betekenis, of mensen geven er een eigen interpretatie aan. Archaïsche talen als Sanskriet en Oudgrieks laten zich nauwelijks vertalen naar onze moderne taal. Vertalingen van die dode talen zijn vaak niets meer dan een interpretatie die het meest lijkt op het origineel, als dat al begrepen wordt.
Dit waren slechts een paar vooruitzichten die ons era kenmerken. Er wordt verder nog melding gemaakt over klimaatcrisis, oversterfte, uitputting van de planeet en haar voedselbronnen waardoor de resterende mensen zich moeten voeden met insecten, wortels en gewassen. Als klap op de vuurpijl: de kracht van de maan en de energie van de zon zullen afnemen.
De invloed van de yugacyclus wordt voornamelijk geprojecteerd op de mensheid, maar het hele zonnestelsel is eraan onderhevig. Het is niet voor niets een kosmische cyclus, dus alle planeten binnen ons zonnestelsel zijn de sjaak.
Niet iedereen zal direct alle genoemde voorspellingen herkennen. Dit tijdperk is nog maar net begonnen, geef het even de tijd.
Ruim vijfduizend jaar geleden zijn deze profetieën opgetekend in de Bhagavata Purana, dus ze zullen niet op de letter nauwkeurig zijn, maar het is nu al indrukwekkend kloppend. Een gemiddelde weersvoorspeller heeft meer moeite met een week vooruitkijken.

De zojuist omschreven tijdvakken zijn slechts een klein deel van een veel grotere cyclus. Deze vier Yuga’s worden samen een maha (groot) of Divyayuga genoemd en duurt 4.320.000 jaar. Er gaan 71 van die Mahayuga’s in een manvantara, een regeringsperiode van een Manu (oer- of stamvader). Er zijn 14 van die pappa’s, dus reken maar uit (vergeet niet de schemerperiodes mee te rekenen, die duren 1/10 van de betreffende Yuga).
Deze kalender is gedetailleerd – uitgebreider dan bovenstaande uiteenzetting – beschreven in de purana’s. Maar waarom is die informatie zo belangrijk?
Alle bovengenoemde kalenders hebben uitsluitend betrekking op het materiële universum. Het universum is onwaarschijnlijk groot en op wetenschappelijk gebied is er nog relatief weinig bekend. Gedocumenteerde kennis uit archaïsche geschriften heeft de moderne wetenschap al veel diensten bewezen. Een daarvan is het gegeven dat tijd niet lineair loopt, maar cyclisch. Dit is lastig voor te stellen, omdat we tijd wel lineair ervaren. Deze illusie kan heel goed te maken hebben met het gegeven dat we ons in het Kaliyuga bevinden en in het gunstigste geval maar 25 % van ons denkvermogen gebruiken.
Er is weinig duidelijkheid over waarom we in het Satyayuga spiritueel hoogontwikkeld zijn en in het Kaliyuga zo afgedreven van onze Goddelijke aard dat we elkaar de kop nog inslaan als we er beter van worden. Het zal niet voor niets zijn dat onze machten en krachten evenredig met het denkvermogen afnemen. Hoelang zou de mensheid voortbestaan als ze met een primatenbrein over Goddelijke macht zouden beschikken?

Een sluitende verklaring voor de yugaverschuivingen heb ik niet kunnen vinden. Wel een plausibele uitleg: het universum is enorm en alle materie is continu met hoge snelheid in beweging. Ons zonnestelsel raast met een rotgang van 220 km/s door het melkwegstelsel. Dit doet ze in een slordige, cirkelvormige baan die ook nog hier en daar van hoogte en diepte verschilt. Op sommige plekken is nu eenmaal meer kosmische energie dan op andere. Het zou maar zo kunnen dat veel kosmische energie voor een groter spiritueel bewustzijn zorgt en dat minder energie ons bewustzijn beperkt. De positie binnen ons sterrenstelsel is dan medebepalend voor het leven op – in dit geval – onze planeet.
We kunnen ons nuchter afvragen wat sterren en planeten nou voor invloed kunnen hebben? Denk dan aan de invloed die de maan, en in mindere mate de zon, heeft op de zeespiegel. Seizoenen worden veroorzaakt door de positie van de aarde ten opzichte van de zon. Dat brengt nogal wat teweeg: lentekriebels, herfstdepressies, wintertenen, zomervakantie. Alleen maar doordat de aarde 23° graden gekanteld is. Welke kosmische invloeden zouden dan nog meer kunnen inspelen op ons planeetje?
Bovenstaande hypothese is maar een ideetje. Astronomen hebben berekend dat een rondje Melkweg ongeveer 230.000.000 jaar duurt. Dat is niet de yugacyclus van 4.320.000 jaar. Hoe de toenmalige Brahmanen hun cyclus berekenden, heeft de wetenschap niet kunnen ontcijferen. De voorlopige conclusie is dan ook: dikkeduimverhaal van de Brahmanen.
De Hindoes, die hun filosofie nooit letterlijk interpreteren, kijken er iets anders tegenaan. Zij zien de yugacyclus als een symbolische stier; tijdens de Satyayuga staat de stier met alle vier de poten stabiel in de goddelijke klei. Gedurende het tweede tijdperk, Tretayuga, staat het beestje met drie poten in de bovenmenselijke zaligheid. Het derde era, Dwaparayuga, betekent hard werken voor de stier. Op slechts twee poten moet hij zich staande zien te houden zonder fatsoenlijke, goddelijke bijval. In het vierde stadium, Kaliyuga, staat het arme beestje als een circusartiest, balancerend op nog maar één poot, zichzelf staand te houden in een oceaan van goddeloosheid en geestelijke armoede.
De vraag of die yugacyclus echt is of niet, is eigenlijk nog niet te beantwoorden. Stel dat het klopt. Dan zou het een deur openen naar een nieuw onderzoeksgebied. Het zou verklaren waarom tijd niet lineair is, maar cyclisch. Waarom we afwisselend super intelligent of dierlijk primitief zijn. Dat alles wat we meemaken niet de eerste keer en ook niet de laatste keer is. Ervan uitgaande dat deze cyclus al bestond voordat er mensen waren, zou dit een ander licht kunnen werpen op de vele transities die de aarde afgelopen 4,6 miljard jaar heeft ondergaan. De veranderende ecosystemen; massa-extincties, ijstijden, aardplaten die continu in beweging zijn en van tijd tot tijd verschijnen en weer verdwijnen.
...

Misschien vind je dit ook leuk :

Cover: Derde inwijding in de omgekeerde wereld

Thijs Willems

125 jaar bosgroei

review:
*verplichte velden