Oprecht

Oprecht

Jan Michiels


EUR 19,90

Formaat: 13,5 x 21,5 cm
Pagina aantal: 218
ISBN: 978-3-99131-200-0
Publicatie datum: 19.10.2022
Jan Michiels (1957) beschrijft in Oprechte getuigenis de ‘grove fouten en nalatigheden’ waarvan hij getuige was tijdens zijn lange loopbaan bij de Mechelse politie, in de aanloop naar de terroristische aanslagen in Zaventem en Maalbeek in maart 2016.
Verantwoording

Waarom, dit boek?

Daags na de gemeenteraadsverkiezingen van 14 oktober 2018 besloot ik dit boek te schrijven. Ik had het al wel overwogen, maar het schrijven van een boek leek wel een modetrend. Nu, ik voel me zeker geen trendvolger, wel het tegengestelde. Wat trok me dan over de streep? Mijn beslissing om het toch te doen, kan ik bundelen in drie grote redenen, namelijk:

- Welk was de reden waarom nauwkeurige informatie over een mogelijke schuilplaats van de meest gezochte terroristen ter wereld maanden opzettelijk werd achtergehouden vanuit Mechelen?
- Hamid A. was de politieman die de cruciale informatie aanleverde en hij werd niet gewaardeerd. Wel integendeel, hij werd gepest door de mensen die opzettelijk zijn informatie achterhielden. Je kan zijn lotgevallen gerust vergelijken met die van Alfred Dreyfus uit de negentiende eeuw waar ook xenofobie de drijfveer was!

De zaak zal ons voeren tot in de hoogste kringen van dit land vooral op politioneel vlak, maar ook op justitieel en politiek vlak … De feiten zijn grof, goor, een rechtsstaat onwaardig.

- Ten slotte wil ik ook pogen een beeld te geven van hoe de politie omging met migratie, van de jaren zestig van de vorige eeuw tot na de aanslagen in Zaventem en Maalbeek.

Deze terugblik is gebaseerd op onze ervaring als politieofficier in het provinciestadje Mechelen. Er wordt ook een beeld gegeven hoe de moslimmaatschappij in het Mechelse zich ontwikkelde in die periode. Het levert ons een uniek stukje geschiedenis op.
Veel Mechelaars hebben geen flauw benul hoe de moslimmaatschappij zich hier ontwikkelde.

Tot slot voor hen die iets meer willen weten over mezelf.
Ik ben een vierenzestigjarige, geboren en getogen Mechelaar. Vanaf begin 1979 tot en met 2017 ben ik onafgebroken in dienst geweest van de gemeentelijke politie van Mechelen. Ook na de politiehervorming van 1-4-2001 ben ik Mechelen gebleven als lid van de lokale politie. Ik ken het reilen en zeilen in Mechelen, in de algemene zin van het woord.
Ik heb jarenlang gezwegen in de pers uit respect voor het onderzoek. Maar na al die jaren van zwijgen, wordt het tijd de keerzijde van de medaille te tonen. De lezer moet dan zelf maar oordelen. We gaan geen blad voor de mond houden, maar man en paard noemen en in een aantal gevallen ook bewijzen tonen.

De menselijke schade was groot: 32 mensen lieten het leven en we gaan kijken of de aanslagen misschien te voorkomen waren. En heeft de politie lessen getrokken uit de feiten, zodat ze beter zijn voorbereid?

Soms zal de tekst cursief zijn. Dit om reden dat we niet volledig vrijuit kunnen spreken zonder iemands veiligheid in gevaar te brengen of ons beroepsgeheim te schenden.
We rekenen op uw begrip.



I - Vreemdelingenbeleid bij de politiediensten in Mechelen

Het prille begin (1960–1980)

Over dit beleid kunnen we kort zijn. In de jaren zestig en zeventig van vorige eeuw bestond het beleid er enkel in dat de verblijfs- en vestigingsdocumenten van de vreemdelingen in orde waren, meer niet. De werklui werden ”gastarbeiders” genoemd. Ze werden naar onze streken gehaald om hier te werken, ontvingen hun loon en dat was het dan. Men had geen verdere ondersteuning of begeleiding. Deze zou broodnodig zijn geweest, zeker gezien de lage opleidingsgraad van de inwijkelingen en het verschil in cultuur.
De lokale bevolking was niet voorbereid en de ”gastarbeiders” evenmin. Er ontstonden spanningen tussen beide groepen. De inwijkelingen waren enkel mannen, die na de zware labeur ook wel wat ontspanning wilden en zich gingen vermaken in o.a. cafés. Hier ontstonden de eerste wrijvingen met de lokale bevolking en werd een beroep gedaan op de politie. Uit deze periode dateren de ranzige kartonnen bordjes met de tekst: ”Défendu aux Nord Africains”.
De politionele tussenkomsten bestonden toen nog in het beslechten van caféruzies, die meestal werden beëindigd met het overbrengen van de ”gastarbeiders” naar het toenmalige commissariaat in de Lange Schipstraat. Van mijn vader, die toentertijd inspecteur–wachtoverste was, vernam ik later dat deze interventies meestal werden opgelost door de inwijkelingen administratief te weerhouden tot de openbare rust was weergekeerd of tot ze ontnuchterd waren. Hij vertelde me ook dat de sukkelaars steeds in de houding ”geef acht” sprongen. Als ze werden aangesproken, luidde hun antwoord: ’Oui, mon chef’ of ’Non, mon chef’ of ’Pas compris’. Tolken waren praktisch niet beschikbaar en er werd langs beide zijden op los geïmproviseerd.
In de tweede helft van de zeventiger jaren was er welgeteld één beëdigde tolk, de in Mechelen legendarische zuster Andrea.
Deze zuster had zendelingswerk gedaan in Marokko en sprak Berbers, en door haar jarenlange verblijf in Marokko kende de zuster de gebruiken en gewoontes van het thuisland van onze ”gastarbeiders” zeer goed. De kloosterlinge respecteerde en begreep deze mensen op een correcte wijze. De migranten vonden in de zuster een bondgenote die hun problemen trachtte op te lossen. Maar zoals aan elke medaille was er ook een keerzijde. Zuster Andrea was een godsvruchtige vrouw en drinken, vechten, huiselijk geweld of, erger nog, overspel konden volstrekt niet. O wee, de Marokkaanse man die zich schuldig maakte aan één van deze misdrijven. De mannen hadden meer schrik van de zuster dan van de rechter. Toen ik als beginnend wachtofficier begin jaren tachtig van de vorige eeuw een relatief zwaar geval van huiselijk geweld binnen een Marokkaans gezin te behandelen kreeg, smeekte de man me op zijn knieën niet ”de zuster” te vorderen, als tolk. Hij zou royaal een tolk uit Antwerpen betalen … Ik heb de man moeten teleurstellen. Hij heeft de donderpreek van de zuster in het Berbers moeten doorstaan tot het bittere einde toe.
Ik herinner me nog een plezierige anekdote: ik diende een Marokkaanse bestuurder te verhoren die met zijn voertuig achter op een ander voertuig was ingereden in de Rue d’ Aarschot aan het noordstation te Brussel. De man ontkende in alle toonaarden, het was zijn voorganger die achteruitreed. Zuster Andrea vond de uitleg van de man nogal ”raar” en vroeg me wat nadere uitleg. Ik heb de zuster dan uitgelegd, dat de straat zeer gekend was voor raamprostitutie. De man kreeg een heftige uitbrander in het Berbers en verklaarde nederig dat hij ”per ongeluk” in het voertuig van zijn voorganger had gereden.
Zuster Vernaeve is ons spijtig genoeg veel te vroeg ontvallen, dit midden in de jaren tachtig. Zij liet op dat ogenblik een grote leemte achter, zowel voor de toenmalige Maghreb-gemeenschap als voor de politie en justitie. Zuster Vernaeve vroeg voor haar diensten aan Vadertje Staat nooit enige vergoeding, alle kosten vielen ten laste van haar baas (pro Deo). Alle Maghrebijnen uit de eerste generatie en de politiemensen van de gemeentelijke politie Mechelen denken zeker met een warm nostalgisch gevoel terug aan de zuster en haar verdiensten.

Zoals reeds gezegd, beperkte het politioneel vreemdelingenbeleid zich in de eerste jaren enkel tot wettelijk in regel zijn met de verblijfskaarten. Politiemensen in opleiding moesten instuderen hoeveel soorten verblijfskaarten er waren en aan welke voorwaarden men moest voldoen om een kaart te krijgen. Hoe met migranten moest omgegaan worden, was geen politionele prioriteit. Woorden als diversiteit en acculturatie moesten nog uitgevonden worden.

In de jaren 1960-70 waren het vooral mannen alleen die naar hier kwamen om te werken. Het plan was aanvankelijk om slechts tijdelijk te blijven om te werken en nadien terug te gaan naar het thuisland. Ook wanneer er geleidelijk aan gezinnen werden gevormd, werd ook nog gedacht dat het verblijf in België niet permanent zou zijn. De integratie werd hierdoor niet bevorderd.

Door de eerste oliecrisis in 1973, waar de OPEC-landen de oliekraan hadden dichtgedraaid, veranderde het wereldbeeld. In België en in gans West-Europa vond men dat de migratie uit het zuiden moest stoppen, men had het saturatiepunt bereikt, meende een grote groep. Door de crisis was er ook geen werk meer voor de gastarbeiders. In 1974 werd een strenge migratiestop ingevoerd en ontstonden de eerste ideologische migratiedebatten.
In Mechelen was de stedelijke vreemdelingendienst sinds zijn oprichting in de jaren zestig van de vorige eeuw tot 2001 ondergebracht bij de gemeentelijke politie. Dat dit gebeurde voor zo’n lange periode is eerder uitzonderlijk. Het vreemdelingenregister behoort namelijk tot het domein van de bevolkingsdienst.
Voor de politie was de Mechelse opdeling wel handig, zo hadden we als politiedienst de volgende voordelen: alle vreemdelingen waarvan de verblijfskaart verlopen was, moesten langs het commissariaat komen, en hierdoor konden we een quasi perfecte controle op de verblijfs- en arbeidsvergunningen uitvoeren. Wij hadden 24/24 toegang tot het vreemdelingenregister.
Er waren op de vreemdelingendienst steeds twee politieagenten werkzaam, die hierdoor een jarenlang expertise en een vertrouwensrelatie opbouwden.
In die jaren waren er drie politiediensten actief. De rijkswacht, toen nog een onderdeel van het leger met districten en brigades verspreid over het hele grondgebied van het rijk, de gerechtelijke politie met één eenheid in elk gerechtelijk arrondissement, en de gemeentepolitie waar ik deel van uitmaakte.
Sommigen onder u zullen zich afvragen: wat deden de vroegere rijkswacht en gerechtelijke politie in Mechelen op het vlak van politioneel vreemdelingenbeleid? Wel, ik kan hierover kort en bondig zijn door de befaamde quote van de wielrenner Alberto Contador te citeren: ’0,00 00 00 00 00 5’. Verdere commentaar overbodig.
Het ligt hier niet in mijn bedoeling om een polemiek te beginnen met de oud-rijkswachters. Ik moet ruiterlijk toegeven dat de quote van de wielrenner op andere domeinen dan weer kon gelden voor de oud-gemeentepolitie. In Mechelen kwamen op zeer regelmatige basis zowel de rijkswacht als de gerechtelijke politie info inwinnen bij de wijkpolitie en de vreemdelingendienst.
Migratie is en was als het ware een levende materie, migranten zochten steeds een weg om niet in de illegaliteit terecht te komen. Hierdoor doken er steeds nieuwe fenomenen op, waar noch de politie, noch de maatschappij concrete en correcte antwoorden op had (schijnhuwelijken, asiel, artikel 9 van de latere Vreemdelingenwet, enzovoorts).

De vuile of loden jaren
(de tachtiger jaren van de vorige eeuw)

Op politioneel vlak was deze periode toch wel bijzonder. In het begin van de jaren tachtig voelden we nog sterk de gevolgen van het toenmalig politiek extremisme, zeg maar politiek terrorisme uit de jaren zeventig. Je kan gerust de toenmalige angst vergelijken met de angst en onrust die er heerste tijdens de opkomst van het kalifaat. Er was angst voor de aanslagen, politieke moorden en ontvoeringen.
De belangrijkste politieke terroristen waren: de Rote Armee Fraction (West-Duitsland), Action Directe (Frankrijk ), de ETA (Spanje), de Rode Brigades (Italië), de I.R.A. (Verenigd Koninkrijk) en ten slotte de C.C.C. (Cellules Communistes Combattantes) in ons land. De terroristen pleegden in Europa talrijke aanslagen en moorden. Zelfs in het kleine Groothertogdom Luxemburg werden bomaanslagen gepleegd. De zaak is daar gekend als het bommeleeër dossier. Op deze wijze creëerden ze een sfeer van angst en onzekerheid, deze terroristen opereerden in landen van oorsprong. Er waren ook wel bindingen tussen deze groepen onderling, zo was er een link tussen de C.C.C. en het Franse Action Directe. Het bestrijden van dit fenomeen was de absolute politionele topprioriteit.
In die periode stak ook nog een ander monster de kop op, namelijk de terreur van de bende van Nijvel. Uit de loop van hun wapens kwam veel ”lood” en er vielen onschuldige slachtoffers.
Ik herinner me nog levendig deze periode, de bende sloeg meestal in het weekend toe. Als piepjonge wachtofficier deed ik toen regelmatig weekenddiensten en ik diende mijn toenmalige assistent tijdens de weekends af te staan voor acties. Hij was toen een van de beste of misschien wel de beste schutter van ons korps.
Het weekend na de bloedige aanslagen in Aalst waren we beiden van dienst. Hij lag gewapend met het enige scherpsschuttersgeweer dat we hadden op het dak van het Mechelse Delhaize-filiaal en ik deed mijn wachtdienst.

Uiteraard werden de activiteiten van de bende van Nijvel binnen politiemiddens druk besproken. Iedereen binnen de politie was ervan overtuigd dat deze bloeddorstige moordmachines uiterst koelbloedig te werk gingen en supergoed waren in de omgang met wapens. Menig politieman had de innerlijke overtuiging dat de leden van deze zogenaamde bende niet behoorden tot de reguliere misdaadscene maar daarbuiten stonden.
Later ontstonden er geruchten over de betrokkenheid van politiemensen, deze geruchten werden steeds sterker en wezen in de richtingen van de rijkswacht.
Feit is zeker dat deze daden ook wel een extremistische, ja zelfs een terroristisch signatuur droegen.

Periode 1980 tot 2001

Met de korte uiteenzetting over de jaren van lood wilden we een tijdsbeeld geven waarin de politie werkte. Het hoeft geen betoog dat de multi-culturaliteit in dit tijdsbeeld geen gunstige voedingsbodem vond. Algemeen gesproken zag men het meer als een last dan als een meerwaarde. En toch was dit decennium belangrijk, namelijk om twee redenen:

- het invoeren van de vreemdelingenwet op 15 december 1980
en
- de aanstelling van een Koninklijk Commissaris voor het Vreemdelingenbeleid.

Maar laten we beginnen bij het begin.
De vreemdelingenwet van 15 december 1980 was een echte mijlpaal en bood aan de administratie en politiediensten op verblijfsvlak, een antwoord op een deel van de toenmalige problematieken. Wat er leefde binnen de migrantengemeenschap was zeker nog geen issue op politioneel vlak, niet in Mechelen en ik meen te mogen stellen evenmin op federaal vlak. Daar zou pas verandering in komen in 1989, met de aanstelling van een koninklijk commissaris voor migrantenbeleid. Maatschappelijk werd de aanstelling van de koninklijk commissaris niet in brede kringen gedragen, dit geldt zeker ook binnen politionele middens …
Ondervonden wij eerstelijns politiemensen op straat iets van deze aanstelling? Neen, niet echt, ik herinner me nog levendig dat ik en mijn ploeg naar een korte opleiding moesten gaan, uitgaande van de koninklijk commissaris. Mijn (onze) politiemensen vonden het geen leuk vooruitzicht. Ik moest toen enkele malen tussenbeide komen wegens ”ongepaste” opmerkingen van politiemensen. Over de opleiding circuleert een filmpje op Facebook. Het filmpje is zeer leerrijk over hoe de politie dacht en handelde over migranten. Eerlijkheidshalve moet ik wel toegegeven dat de cursus niet echt boeiend was, men kon deze omschrijven als amateuristisch en vol goede bedoelingen, maar dat was het dan ook. Politiemensen kregen geen tools om hun omgang met de Marokkaanse gemeenschap te verbeteren en deze gemeenschap bleef ook in de kou staan. Ook vanuit hun middens kwamen niet echt toenaderingspogingen.
Na de val van de Berlijnse Muur in 1989 kregen we nog een sterke migratie vanuit het voormalige Oostblok. Op het terrein werd het voor de politiediensten nog complexer. Het fenomeen huisjesmelkerij kende een explosieve groei. Ook maatschappelijk groeiden de problemen.
Een tegenreactie was zwarte zondag in 1991. In mijn omgeving kon ik vaststellen dat er een aantal collega’s keken in de richting van het toenmalige Vlaamse Blok. We moeten hier niet flauw over doen, sommigen trachten een uitleg te geven door deze tendens uit te leggen als een frustratiereactie. Maar voor alle duidelijkheid: het 70-punten-programma van deze partij werkt niet oplossend, wel integendeel.
De oprichting van het centrum voor gelijkheid van kansen en racismebestrijding in 1992 zou een dam hebben moeten opwerpen tegen de steeds groeiende maatschappelijke onverdraagzaamheid. Of ze daarin geslaagd zijn, zullen we verder in dit boek bespreken.
5 Sterren
Oprecht  - 27.11.2022
Ronny

Goed boek . Geeft een realistisch beeld over de werking van de cel vreemdelingen en huisjesmelkers bij de Mechelse politie anno 2000. Wat dan volgt ivm. het achterhouden van belangrijke informatie en hoe een politieman daarop behandeld wordt is hallucinant en een rechtsstaat onwaardig.

5 Sterren
Oprecht  - 27.11.2022
Ronny

Goed boek . Geeft een realistisch beeld over de werking van de cel vreemdelingen en huisjesmelkers bij de Mechelse politie anno 2000. Wat dan volgt ivm. het achterhouden van belangrijke informatie en hoe een politieman daarop behandeld wordt is hallucinant en een rechtsstaat onwaardig.

4 Sterren
moedig boek - 15.11.2022

Jan Michiels beschrijft uitvoerig het beleid en de politionele aanpak van de immigratie in het provinciestadje Mechelen. Hijzelf gaf samen met enkele even gemotiveerde collega's gestalte aan dit beleid. Zijn vakkennis, dienstijver en verstandige aanpak werden nationaal erkend. Hijzelf en inspecteur H raakten in onmin met de korpsleiding en vanaf dan liep het grondig mis en dit met zeer grote gevolgen. Cruciale informatie die mogelijk de aanslagen in Zaventem en Maalbeek hadden kunnen voorkomen, werd niet doorgegeven. De carrière van een bijzonder bekwame en gemotiveerde inspecteur van allochtone afkomst werd grondig vernietigd. De inspecteur werd niet alleen op een zijspoor gezet maar zelfs in de gevangenis gestoken. Al wie dit leest, vraagt zich af of we in een rechtstaat leven. Hij moest boeten omdat hij te goed was in zijn werk? Omdat absoluut moest aangetoond worden dat hij onbetrouwbaar was en in de gevangenis gezeten had? Hoe anders had dit kunnen aangepakt worden! Stel je voor: Lokale politie Mechelen geeft de cruciale informatie waardoor de meest gezochte terrorist van Europa kon gevat worden. Hierdoor zou aangetoond worden dat de lokale politie Mechelen een excellente informatiepositie heeft en over uitstekende vakmensen beschikt. Jammer genoeg mocht het zo niet geschieden. Ik hoop echt dat inspecteur H in ere hersteld wordt. De vergelijking met de zaak Dreyfus is goed gevonden en terecht Eén puntje van kritiek: de tijdslijn ven de gebeurtenissen kan beter. Goed boek voor iedereen die zich afvraagt hoe het er echt aan toegaat in een politiecommissariaat.

5 Sterren
Oprecht - 10.11.2022
LK

“Oprecht” een boek waarin door de auteur op zeer duidelijke en gedetailleerde manier de problematiek wordt beschreven vanuit politioneel oogpunt betreffende de migratie van gastarbeiders naar ons land sinds begin jaren 60 tot op vandaag. Als lezer krijg ik een heldere kijk op de moeilijkheden en mogelijkheden die dit had en heeft op onze samenleving. In het 2de deel word ik vervuld met ongeloof en kwaadheid over de manier waarop de hoogste leiding van het politieapparaat in Mechelen omgaat met onderzoekswerk naar activiteiten die later deels zullen leiden naar “22 maart 2016”. Schrijnend om lezen dat prima onderbouwd onderzoekswerk van velen door het hoogste politie echelon teniet wordt gedaan. Ik kan allen maar een welgemeende dank u wel zeggen aan de auteur Jan Michiels om dit allemaal neer te schrijven. Dit werk raad ik iedereen aan om te lezen.

5 Sterren
Goed - 07.11.2022
Liliane L.

Knap werk Jan!

5 Sterren
Goed - 07.11.2022
Liliane L.

Knap werk Jan!

5 Sterren
Oprecht - 04.11.2022
LukHuizen

Heb het boek in één keer uitgelezen daar de titel me echt aansprak en mij zeer herkenbaar overkwam. Allereerst mijn oprechte en diepe respect voor de auteur die het aan durfde om te reageren en dergelijke feiten kenbaar te maken en zoals hij zelf schreef, niet langer te zwijgen. Zoals gezegd de ,in dit boek vermelde zaken kwamen (en komen ) mij zeer bekend over en ook ,voor zover in kan oordelen met kennis van zaken, heel erg geloofwaardig. Ik kan met de beste wil van de wereld de auteur totaal niet betrappen op ook maar één ongeloofwaardig vermelde feit of zaak die hij vermelde. De auteur ,die mij niet onbekend is en duidelijk en overtuigend met kennis van zaken spreekt verdient zoals vermeld echt mijn oprechte respect voor het feit dat hij het aandurfde dergelijke zaken aan de kaak te stellen. Het is inderdaad ongehoord dat dergelijke zaken heden ten dage nog mogelijk waren ( en nog zijn) binnen een overheidskorps. De auteur blijkt duidelijk een man met veel beroepservaring, sprekend met veel kennis van zaken en heel openhartig in zijn spreken. Een welgemeend woord nog aan de inspecteur met initialen H.A. die in het boek wordt vernoemd en ,tot zelfs in zijn privé-leven werd lastig gevallen, ook mijn diepe respect voor jou ,je vrouw en kinderen, dergelijke zaken verdienden jullie niet en het was totaal ongehoord dat men jou en je gezin op dergelijke wijze en ,totaal onverdiend, op een leugenachtige wijze hebt behandeld., enkel omdat je het aandurfde de waarheid naar buiten te brengen. Aan A.H..... ik geloof je man wat jij vetelt en wat de auteur in zijn boek vertelt. A.H. je was (bent) eerlijk en zeer integer en ook jou geloof ik voor 100.00%. Je zult misschien wel soms wat ,te rechtstreeks, geweest zijn als je voor uw overtuiging uitkwam, maar je was eerlijk en nog iets: Je hebt zich op gebied van beroepseer steeds correct gedragen en je werd onrechtvaardig en op verwerpelijke wijze beschuldigd van bepaalde zaken terwijl je enkel je beroepsernst, je opdrachten ,je gegeven door je oversten, naar beste vermogen uitvoerde. Aan A.H. je hebt uw eigen totaal niets te verwijten en met diepe respect ook voor jouw kinderen en echtgenote die ongetwijfeld ook erg hebben afgezien van die duidelijke beschadigingsopdracht die tegen jou werd uitgevoerd. Totaal onrechtvaardig meer kan ik daarover niet zeggen. Men heeft blijkbaar getracht om je beroepsernst, je eer voor rechtvaardigheid en je geloofwaardigheid aan te tasten en daarvoor alle mogelijke laakbare middelen te gebruiken Dit is werkelijk totaal ongehoord in een rechtstaat die zich zichzelf rechtstaat noemt dat men toegelaten heeft om mensen/politiemensen op dergelijke verfoeilijke wijze t behandelen, enkel omdat politiemensen niet langer wilde zwijgen en de waarheid wilden naar buiten brengen. Laat mij nog volgende zeggen (en deze spreuk kent iedereen wel: " Al is de leugen nog zo snel ,de waarheid achterhaald dit wel". Ooit zal de echte waarheid wel zijn ingang vinden bij de gehele maatschappij , en daarvoor is dit boek geschreven door deze (ex) politiecommissaris een eerste stap geweest. A Ik ga verder niet meer uit wijden over hierover maar ken wel volgende zeggen met volle overtuiging: Ik geloof de auteur niet voor 100% maar voor 100.000 % . De inhoud van dit boek kan soms ongeloofwaardig overkomen bij sommigen maar ik kan wel zeggen : na het boek te hebben uitgelezen: Ik kan niet één leugen of onwaarheid vinden in het boek. Het is erg gesteld met onze maatschappij als dergelijke zake n zich hebben kunnen voordoen en waarschijnlijk zich nog steeds voordoen in ons dagelijks leven. Aan A.H. en aan de auteur van het boek en beider families, Mijn oprechte en diepste respect verdienen jullie.

5 Sterren
Oprecht - 03.11.2022
Els S.

Sterke zoektocht naar de waarheid in onwelriekende zaken

Misschien vind je dit ook leuk :

Oprecht

Walter Vandeperre

Brand in Zuiderstad

review:
*verplichte velden