Cover: De avonturen van Rudolfje, Pietertje en Hubertusje in het Heuvelland

De avonturen van Rudolfje, Pietertje en Hubertusje in het Heuvelland
Deel 2 - Oorlogstijd 1941-1942


EUR 22,90

Formaat: 13,5 x 21,5 cm
Pagina aantal: 234
ISBN: 978-3-7116-0020-2
Publicatie datum: 27.08.2025
De broertjes Rudolfje, Pietertje en Hubertusje brengen de oorlogsjaren door in een klein dorpje in Limburg. Het is een spannende tijd, waarin hun nieuwsgierigheid hen regelmatig in problemen brengt. Maar gelukkig helpen ze ook het verzet een handje.
Voorwoord


Ik kan mij voorstellen dat je denkt hoe was het ook alweer in deel een, of je begint gewoon met deel twee, omdat je dat toevallig cadeau hebt gekregen of gekocht.
Even in het kort hoe het eerste deel eindigde:

Nadat hun tante, samen met boer Guus. boer Albert en de dorpsfiguren boer Smeets en zelfs vrouw Roddelmuts, in het Heuvelland waren opgepakt door de Duitsers, besloten Rudolfje, Pietertje en Hubertusje – omdat er te weinig bescherming was – terug te keren naar Maastricht richting huis.
Samen met Jacky en haar hondje Miesje, en Hendrik de postbode.
Hendrik had nog een vreselijke daad goed te maken en wilde de kinderen graag begeleiden uit schuldgevoel, en dat was niet gemakkelijk met de vele gevaren onderweg. Daarbij leek hun onderduikadres in de kerk van Mechelen niet veilig na wat er allemaal gebeurd was met de komst van de Duitsers die het dorp en de omgeving van het Heuvelland op zijn kop had gezet.
De hereniging met de ouders van de broers was door de omstandigheden in Maastricht van korte duur, evenals Jacky met haar ouders.
Nadat de moeder van de jongens behoorlijk ziek was geworden en naar een herstelkliniek in België werd gebracht, was de situatie niet veilig meer in Maastricht; vooral voor de ouders van Jacky besloten ze terug te keren naar het Heuvelland.
Helaas werden Jacky’s ouders opgepakt samen met papa Freddy in Gulpen.
De bedoeling was dat ze gezamenlijk zouden verblijven in de vakwerkboerderij van tante zolang ze nog vastzat. De kleine Trixie bleef bij de achterbuurman die al vaak op haar paste: een vertrouwde omgeving was beter voor een klein hondje want dat beestje had genoeg meegemaakt en soms was het maar een bang wezentje had papa Freddy gezegd: “We zien haar wel weer terug als we allemaal weer thuis zijn.”
Hubertusje had nog geprotesteerd om het beestje mee te nemen naar het Heuvelland, maar wist dat het bij vader geen zin had.
Behalve Hendrik: hij woonde nu bij een wijnboerin op wie hij verliefd was geworden. Hij besloot om met haar te trouwen, een nieuw leven te beginnen als wijnboer en voor haar gezin te zorgen.

Daar waren ze dan terug op Bommerig, een buurtschap boven Mechelen, in de zomer van 1941: vier kinderen en een klein grappig wit hondje met paard en wagen, helemaal uit Maastricht.
In dit nieuwe deel kun je lezen hoe het verder gaat met de avonturen van Rudolfje, Pietertje en Hubertusje in het Heuvelland.
Uit vertrouwde bron kan ik jullie alvast verklappen dat Mechelen een veldwachter krijgt, maar wie is deze vreemde snuiter?
Helaas voor de kinderen – oorlog of niet – moeten ze wel terug naar het kleine dorpsschooltje waar ze met verschillende leeftijden gezamenlijk in de klas zitten.
Rudolfje, Pietertje en Hubertusje komen erachter dat de nieuwe schoolmeester een geheim met zich meedraagt, maar is het wel allemaal wat het lijkt of niet?
Lees maar gauw verder in het tweede deel, dan kom je alles te weten!




Hoofdstuk 1


Terug op Bommerig

Klikklak, klikklak klonken de klompjes van Rudolfje, Pietertje en Hubertusje over het oude pad waar de keien schots en scheef lagen richting de grote groene deur.
Daar stond Hubertusje dan, achter Rudolfje met zijn duimpje in zijn mond, hij was moe van de reis en zou het liefst willen slapen. Maar eerst moesten ze naar buurvrouw Jose en Roos om te laten zien dat ze terug waren en om te vertellen wat er was gebeurd. Hij had het nog aan Jacky gevraagd toen het beste paard met wagen de Bommerige weg omhoog reed. ‘Wie moet er nu dan voor ons zorgen?’ Ze had hem bezorgd aangekeken en gezegd ‘Het komt wel goed, ventje’ en Pietertje had gezegd dat ze niemand nodig hadden. Hubertusje had toen zijn duim in zijn mond gestoken en besloot maar af te wachten wat er ging gebeuren. Hij werd dit jaar negen jaar en het maakte hem niets uit dat ze het gek vonden dat hij zijn duim nog in zijn mond stak. Hij besefte opeens dat ze het jaar ervoor niks aan hun verjaardag hadden gedaan. Meestal dachten papa en mama aan hun verjaardag, maar door de oorlog was alles niet meer zoals het daarvoor was.
Rudolfje pakte de zware roestige, ijzeren deurklopper en sloeg er drie keer luid mee tegen de deur. Normaal toen tante er nog was liepen ze achterom, maar nu tante ook was opgepakt was de hele situatie vreemd voor ze geworden.
‘Harder, ik hoor niks aankomen!’ riep Pietertje luid, en Rudolfje sloeg nogmaals op de deur met de ijzeren deurklopper.
‘Verdorie, beetje geduld, jochie!’ schreeuwde hij terug naar zijn broertje, en keek hem geïrriteerd aan.
Plotseling ging er boven een raam piepend open.
‘Als dat de drie schoffies niet zijn uit Maastricht met Jacky!’ riep een vrouwenstem blij, en Miesje begon luid te blaffen en te zwiepen met haar parmantige staart.
Het was buurvrouw Jose van boer Guus. ‘Moment kinderen, ik kom opendoen, alles zit tegenwoordig dicht en dan hoor je niet alles, je kunt in deze tijd niet voorzichtig genoeg zijn. En zeker met twee kleine meisjes in huis als vrouw alleen is het oppassen.’ Buurvrouw Jose en Boer Guus hadden twee meisjes, een tweeling Ivvy en Moni Ze werden geboren vlak voor de jongens voor het eerst op Bommerig arriveerden in de zomer van 1940. ‘Ze zullen wel gegroeid zijn,’ dacht Jacky terwijl ze stonden te wachten.

Rudolfje en Jacky begrepen direct dat de buurmannen Guus en Albert nog niet terug waren.
Piepend ging de grote deur open en Jose en ook buurvrouw Roos stonden lachend voor hen en knuffelde de kinderen. ‘Wat zien jullie eruit! Jullie zijn broodmager geworden! Ach en vreselijk vermoeid, wat zien jullie er vies uit,’ riep Roos bezorgd. ‘Kom binnen, dan maak ik warme chocolademelk voor jullie.’ Hubertusje zijn ogen begonnen te stralen; hij was gek op dat warme spul. Net als frieten; die maakte ze van aardappels in stokjes gesneden en in de hete olie gebakken. Normaal aardappels eten vond hij maar niks. Rudolfje keek lachend naar zijn kleine broertje en zei ‘Nou jochie! Dan hebben we heel veel geluk want volgens papa Freddy is dat spul nu bijna niet meer te krijgen sinds deze oorlog en dat geldt voor meer producten. Daar waar je een jaar geleden nog wel aan kon komen, is nu een probleem geworden en het zal alleen maar erger worden.’
’Buurvrouw Jose?’ vroeg Hubertusje en keek haar verlegen aan. ‘Ja jochie?’ En ze keek hem nog eens beter onderzoekend aan. ‘Nou,’ stotterde hij, ‘ik neem aan dat u of Roos voor ons gaat zorgen nu tante en onze ouders er niet zijn.’ Hij keek daarbij verlegen naar zijn versleten klompen die steeds meer begonnen te knellen.
‘Ja zeker, maak je maar geen zorgen,’ lachte ze hem geruststellend toe.
‘Nou,’ stotterde hij toen opnieuw, ’Ik maak mij alleen zorgen of we dan wel frieten kunnen krijgen?’
Roos schoot hard in de lach, waarbij de tranen over haar bolle wangen liepen. En Jose keek hem verbaasd aan: ’Jongen, jij krijgt vanavond frieten, onze frieten groeien hierachter op het land.’ Hubertusje keek haar niet-begrijpend met open mond aan. Maar eerst gaan jullie in de zinken teil baden, het vuil zit jullie tot in de oren! En we kijken of we ergens andere klompen voor je kunnen krijgen, ventje, je bent gegroeid.’
‘Maar,’ stamelde Pietertje en hij krabde eens achter zijn oren. ‘Hoe komt u dan aan dat chocoladespul als het niet mee te krijgen is? En klompen? Wat moet dat dan wel allemaal kosten?’
En hij keek Jose en Roos argwanend aan. Maar er leek er geen antwoord te komen.
Jose ging verder met haar verhaal, en Pietertje baalde dat hij geen antwoord kreeg.
‘Jacky met Miesje, jij kunt bij Roos logeren, want ik weet niet of het veilig is beneden in het dorp in het café. Er komen te veel mensen waarvan je niet weet of je die kunt vertrouwen. En dan nog de Duitsers die overal rondlopen; lijkt mij niet verstandig, meisje, en als je wilt kun je mij af en toe met de kleintjes helpen.’ Ze negeerde nogmaals Pietertje zijn vraag, al had ze het wel gehoord.
Rudolfje zag de blik van zijn broer, maar hield wijselijk zijn mond, hij kwam er wel achter. Pietertje had gelijk, ze is te geheimzinnig.
Jacky bedankte Roos dat ze bij haar in huis mocht verblijven. ‘Geeft niks, kind, je hoeft mij niet te bedanken. Ik kan wel wat hulp gebruiken van zo’n ijverig meisje en we hebben nog een klein slaapkamertje over.’ Ze keek Jacky vriendelijk aan. ’Ja, en Miesje kan wel een beetje waken rond het terrein en in huis om de kat helpen met muizen vangen,’ zei Jacky, en ze lachte trots naar beestje. Miesje kwispelde blij als of ze het begreep en ging voor Roos haar voeten op haar rug liggen om zich over haar buikje te laten aaien.
‘Waar kunnen wij slapen? Als het nog lang gaat duren voordat tante of onze ouders terugkomen?’ vroeg Pietertje. Hij herinnert zich dat ze eerst in een klein kamertje sliepen met schuinen balken. Dat was voor nood toen tante was verdwenen, maar voor een langer verblijf is dat te klein, dacht hij bij zichzelf. En hij had geen zin om daar steeds zijn hoofd te stoten, zijn broers hadden hem ervoor uitgelachen, maar het gebeurde meestal als hij zijn bril niet op had. Ondertussen besloot hij de wc eens op te zoeken en hij stond op.
De wc was buiten; het houten huisje noemden ze het wel eens. Net nu begon te regenen, nu baalde hij nog meer. Hij hoopte dat het geen natte zomer zou worden want hij had er geen zin in dat er op hen werd gelet als ze meer binnen moesten blijven door het slechte weer.
Hij vond het wel best allemaal, hij wou er niet veel van weten omdat hij van mening was dat ze best voor zichzelf konden zorgen in het oude vakwerkhuis van tante, maar er werd natuurlijk niet naar hem geluisterd. Volwassenen leken wel vaker niet naar kinderen te willen luisteren en daar baalde hij van. En hij piekerde zich suf; hoe kwamen ze aan cacao voor chocolademelk? Hij vond dat ze maar geheimzinnig deden. Hij herinnerde zich de woorden nog van papa Freddy toen ze terug waren in Maastricht en Hubertusje dat spul wilde hebben. ‘Nee jongen,’ had hij gezegd terwijl hij met een ernstig gezicht zijn broertje had aangekeken, ‘dat was iets voor smokkelaars of omkoperij.’ De normale burger komt daar nu niet meer aan. Tenzij je nog ergens een oude blik had staan. Voorlopig geen luxe meer, net als zeep of waspoeder, het was bijna niet te krijgen dus er moest bezuinigd worden met wat ze nog hadden. Hubertusje had een pruillip getrokken, maar was wel blij dat hij geen zeep kreeg bij een wasbeurt in de teil. Het spul prikte meestal in zijn ogen, en daar had hij een hekel aan.
Hij hoorde Jose praten tegen Rudolfje en Hubertusje terwijl hij de woonkeuken uitliep.
Ze konden blijven in de aangebouwde schuur met de rode, geruite gordijnen. ‘Dat is ruim genoeg voor jullie drie, en huiswerk kunnen jullie in de woonkeuken maken,’ hoorde Pietertje haar hardop zeggen. In huis waren geen slaapkamers meer over: er was net genoeg ruimte voor de kleintjes, De tweeling hadden samen een gezamenlijke kamer, maar hielden elkaar wakker de laatste tijd, dus moesten ze een eigen kamertje krijgen. Zonder Guus haar man in huis was de zorg voor de kleine meiden zwaarder geworden. Zeker nu hun tanden doorkwamen, huilden ze veel. Hij hoorde Rudolfje haar bedanken en Hubertusje gaf een gil. ‘Verdorie! Moeten we echt weer naar school!’ En hij hoorde zijn broertje stampen met zijn klompen op de stenen tegels omdat hij het er niet mee eens was, en hij kreeg nog net mee uit het gesprek dat ze straks de bedden zouden plaatsen met matrassen die ze moesten vullen met vers stro uit de stal. ‘Ook dat nog!’ zei hij mopperend hardop en deed toen de deur van het houten huisje achter zich dicht en deed deze op slot met een haak die er maar verroest uitzag.




Hoofdstuk 2


Terug naar school

Kukeleku! Kukeleku! Pietertje zat rechtop in zijn pas zelfgemaakte bed, met flink wat stro en wollen dekens. Het was zijn eerste nacht in de schuur met de geruite rode gordijnen. De zon door de gordijnen gaf de schuur een aangenaam warmrood licht. Zijn broers leken niets te horen en hij keek toe hoe zijn kleine broertje Hubertusje lekker opgekruld lag met zijn duim in zijn mond. ‘Wat kan dat joch slapen,’ dacht hij bij zichzelf.
Hij was even vergeten dat dit beestje in de ochtend heel vroeg zoveel lawaai maakte, maar het was tegelijkertijd ook wel vertrouwd. Ze waren duidelijk terug op Bommerig. Hier hoor je dieren als je wakker wordt: de haan, de specht met zijn getik op de boom, de kippen, het gehinnik van de paarden, de koeien en de schapen en heel laat in de avond vaak de uil met zijn oehoe-geluid. Dat had je niet in de stad. Hij wist nu het verschil en hij hield ervan. Het enige wat hij wel jammer vond, was dat hij bijna geen auto’s zag want dat vond hij mooi. De legerauto’s die hij af en toe zag, vond hij wel indrukwekkend, maar moest hij bij weg blijven, dat snapte hij best wel. En papa Freddy had hem ervoor gewaarschuwd. ‘Blijf weg bij de Duitsers,’ had hij hem streng toegesproken. In het Heuvelland gebruikten ze paarden en wagens als vervoermiddel, auto’s waren voor de meeste mensen nog onbetaalbaar, of je zag iemand met zweetdruppels de steile berg op fietsen. Rudolfje had hem uitgelachen toen hij zei dat ze een fiets moesten uitvinden met een motor erin zoals een auto.
Gisterenavond na hun badbeurt in de teil hadden ze samen met Jose de schuur voor hen ingericht. Jacky was met kleine Miesje meegelopen naar het huis van Albert en Roos , zij woonde er naast.
Dat beestje volgde haar overal zo trouw, en als het diertje naar je keek, dan leek het wel of ze scheel keek.
Een heel grappig gezicht voor andere mensen die haar zagen lopen.
...

Misschien vind je dit ook leuk :

Cover: De avonturen van Rudolfje, Pietertje en Hubertusje in het Heuvelland

Tina Paret

De avonturen van Nicky Noise

Meer boeken van deze auteur

Cover: De avonturen van Rudolfje, Pietertje en Hubertusje in het Heuvelland

Jacqueline Fokken

De avonturen van Rudolfje, Pietertje, Hubertusje in het Heuvelland

review:
*verplichte velden