In de handen van een crimineel

In de handen van een crimineel

Margareth Wolf


EUR 15,90

Formaat: 13,5 x 21,5
Pagina aantal: 162
ISBN: 978-3-99064-546-8
Publicatie datum: 27.11.2019
Een superspannende thriller die je meeneemt in het leven van Tina, een vrouw die door omstandigheden in de handen van criminelen valt.
In de handen van een crimineel.






Inleiding


Het was een prachtige dag. Tina maakt zichzelf klaar om naar haar werk te gaan en ze loopt naar beneden toe en botst dan bijna tegen haar man op die uit de keuken komt. ‘Kom even zitten meiske, ik wil je wat laten,’ zien zegt hij in het voorbij gaan. Ik pak ook een kop koffie en kijk nog even op de klok. Heb nog een uurtje voor ik naar mijn werk moet, een uurtje voor de koffie en het ontbijt. Ik loop met mijn koffie naar de keukentafel en ga zitten, mijn lieve man Tom zit daar al klaar hij heeft een paar gidsen, zie ik. Ik ga aan tafel zitten en geniet van mijn kop koffie. ‘Zo lieverd, ik was gisteren even in de stad voor een zakelijke afspraak. Op de terugweg naar de parkeerplaats liep ik door het winkelcentrum en ben even naar binnen gestapt bij het reis bureau en heb een paar gidsen mee genomen. Heb je zin om er even tussen uit te gaan schatje? zegt Tom dan. Zou jij vakantie op kunnen nemen over een maandje ongeveer? vraagt hij dan. ‘Hm Ja, dat denk ik wel, ik zal er straks even naar gaan kijken want ik heb mijn werk agenda op de zaak liggen dus kan het nu niet bekijken Tom maar ik laat het je wel weten als ik daar ben en gekeken heb. Waar wil je naartoe, lieverd? En hoelang?’

‘Nou, ik heb wel zin om eens een leuke exotische reis te maken. We hebben veel gezien al samen, maar dit lijkt me echt fantastisch lieverd moet je eens kijken!’ En ik kijk in de gids, zie witte palmbomen en een beschrijving over het hotel en de andere mogelijkheden die je kunt pakken daar. Uiteraard wel tegen een behoorlijke prijs maar ja dat kunnen we wel betalen, want we hebben beiden goed betaalde banen. Ik ben manager van een bank en Tom is architect.
‘Mmm, heerlijk een reis naar Mexico lijkt me zalig,’ zeg ik tegen Tom.
‘Ja, mooi hotel ook hé en het is all inclusief lieverd, dus we hoeven ons om het eten niet druk te maken. ‘Ja, dat is fijn zeg ik, mijmerend over wat ik die avond weer eens op tafel moest gaan zetten. Hoe zit jij met je afspraken vandaag Tien?’ ‘O, om tien uur vergadering en vanmiddag heb ik er nog eentje. maar die is om vier uur die zou nog wel eens uit kunnen lopen. Dan ben ik later thuis.’ ‘Oké, dan maak ik wat te eten voor vanavond,’ antwoordt Tom en hij pakt zijn bordje en zet het in de afwasmachine. Daarna pakt hij zijn tas en zijn jas en geeft me een kus. ‘Tot vanavond lieverd en werk ze vandaag hé. ‘Jij ook schat, antwoord ik terwijl ik nog een blik werp op de gids. O, wat heb ik een zin in vakantie, denk ik bij mezelf. Dit leven is eigenlijk geen leven: werken en nog eens werken, eindelijk kunnen we eens lekker gaan genieten met ons tweetjes.

Ik sta op en spoel mijn bordje af en zet het in de vaatwasser en vertrek dan ook naar mijn werk…
Nadat ik in mijn agenda heb gekeken belde ik Tom op zijn werk.
‘Hallo, schat met mij, ik heb net gekeken. Dat gaat denk ik wel lukken, ik zal het nog even met personeelszaken overleggen, maar ik denk dat het geen probleem is. Zie je vanavond lieverd,’ en met over en weer kusjes te hebben gegeven, hangen we op.

Een maand later

Eindelijk vakantie, we zitten in het vliegtuig naar Mexico! Ons hotel ligt in het plaatsje Playa del Carmen en van daaruit gaan we ook wat uitstapjes maken, maar eerst even een paar dagen lekker luieren. We hebben dat dubbel en dwars verdiend met dat harde werken. Sommige mensen vinden ons work-a-holics, nou ja dat vinden we zelf nog net niet maar het beïnvloedt wel enigszins ons sociale leven. In de weekends zijn we vaak moe en hebben dan geen zin in visite of op visite gaan. Vaak krijg ik van mijn zus Elsa te horen: joh gaan we jullie nog zien dit jaar? Ik kijk naast me, Tom is in slaap gevallen. Hij ligt er lief bij met een ontspannen lach op zijn gezicht… na al die jaren ben ik nog steeds verliefd op hem, we hebben het zo goed samen! Ik kijk naar buiten en zie veel water en af en toe wat land… Dan voel ik dat we iets gaan dalen, we horen dan dat we met een minuut of tien zullen gaan landen. ‘Zo we zijn er alweer bijna zeg ik meer tegen mezelf… Tom wordt wakker en kijkt me aan; ‘O, zijn we er al’ ‘Nog tien minuten schat, dan gaan we landen.’ ‘Zo dan kan de vakantie beginnen,’ en hij geeft me een vette knipoog.

Twintig minuten later staan we op het vliegveld te wachten op onze bagage en een halfuur later zitten we in de bus op weg naar onze vakantiebestemming.
We komen daar even later aan en ik zie een prachtig resort. ‘Tjeetje,’ zeg ik tegen Tom, ‘moet je kijken wat een mooi resort!’ ‘Ja, dat is voor ons lieverd, we moeten er hier uit.’ ‘Wat mooi,’ fluister ik. Ik ben echt onder de indruk van wat ik hier zie, en ik ben benieuwd wat we binnen te zien krijgen.

We checken in en worden dan begeleid naar onze kamer ofwel beter gezegd een soort van suite. De man die onze bagage op een kar heeft geladen en voor ons uit loopt zegt dan: U heeft een upgrade gekregen van het reisbureau,’ ‘O, oké dat is leuk,’ zeg ik tegen die man. en even later komen we aan bij huisje en hij doet de deur open. ‘Zo, dit is van u de komende drie weken dat u bij ons logeert,’ en we lopen de man achterna naar binnen toe. We zien een woonkamer met een leuk zitje… een aparte slaapkamer, een kleine kitchenette met een koffie en theeapparaat en er staat een ijsemmer met een fles wijn er in zag ik…
De man doet de deur open en dan zien we een terrasje. Met een zitje voor ons en een privé zwembad. ‘Jeetje, wat een luxe,’ zeg ik tegen Tom. ‘Ja hé schat. daar gaan we eens fijn van genieten saampjes.’
Na het uitpakken trekken we beiden onze zwemkleding aan en nemen een plons in het zwembad, ’Even afkoelen hoor, pff het is behoorlijk warm hier,’ zeg ik en laat me nogmaals onder water zakken. Heerlijk dat water…

Na een half uurtje in het zwembad even onder de douche en dan even opknappen en dan verder het hotel even gaan bekijken en de omgeving ook even bekijken zeg ik. ‘Ja dat is goed’ en even later lopen we het hotel in. Wat een luxe hier zeg.’ We lopen de tuin in van het resort en zien overal tentjes staan waar je wat kunt eten of drinken. Dat gaat gewoon de hele dag door niet normaal meer lijkt me. Maar goed ik ga me niet tegoed doen aan meer dan drie keer per dag eten…. Dat lijkt me meer dan voldoende. We kopen later bij de plaatselijke super markt nog wat biertjes en een paar flessen wijn en water. voor in het huisje als we daar zitten op het eigen terrasje… We komen het hotel in met de boodschappen en dan komt er een man op ons toelopen. Hij zegt jullie kunnen gebruik maken van het all inclusief systeem hier ook als jullie in een huisje zitten hoor… Dan haal je die flessen water bij ons op bij de keuken en ook bier en wijn zit daarbij dat hoeven jullie echt niet te kopen hoor!’ ‘Nou, dat is aardig maar we hebben het nu al gehaald. De volgende keer halen we het wel hier op,’ antwoord ik de man… en we lopen naar het huisje… Tom kijkt op zijn horloge. ‘O, schat over een halfuurtje is het tijd voor het praatje van de hostess. Daar wil ik wel even naartoe want dan weten we wat er zoal te doen is hier…’
‘Jij wilde toch ook nog met dolfijnen zwemmen? Nou als dat kan, zou ik echt te gek vinden,’ antwoord ik… ‘Alleen het idee al, geweldig lijkt me dat schat! Nou kom dan gaan we er nu alvast naartoe nemen we daar een drankje en een hapje en wachten daar op het hostess uurtje.’

Na het hostess uurtje weten we al heel veel meer: we kunnen gaan duiken, snorkelen, met dolfijnen zwemmen dat lijkt me erg leuk!
Verder nog wat info over een auto huren en er zelf op uit trekken. Dat kan wel maar beter om te boeken bij de hostess voor alle veiligheid.
We kunnen ook nog een bootreisje doen maar dat slaan we voor nu even af.
We willen ook nog relaxen en niet alleen maar op pad gaan.
Tom en ik hebben wat lectuur mee om te lezen en puzzelboekjes genoeg.

We hebben het heerlijk in Mexico en genieten ten top. Daar we zijn met dolfijnen wezen zwemmen, nou dat vond Tom dat wat minder leuk dan ik. Tom heeft nog een keer gedoken in een themapark waar het overigens wel heel mooi was.
Wij hebben in elk geval beiden volop genoten! We zijn er nu alweer twee weken en naast af en toe relaxen hebben we kennis gemaakt met de mensen die naast ons zitten in het huisje. Ook Nederlanders, van dezelfde leeftijd als wij zijn en vanavond gaan we met zijn vieren er op uit naar een avondje wat georganiseerd wordt door het hotel, met muziek, dans, eten en drinken… we hebben een geweldige leuke avond gehad en zitten nog even bij ons huisje na op het terrasje. Dan merk ik dat Tom al een tijdje weg is. Ik excuseer me even en loop naar binnen toe… Hij zit in de bad kamer en ik vind hem op het toilet lijkbleek en hij zegt: Tien ik weet niet of dit zo goed is maar ik bloed uit mijn achterste.’
‘Tjeetje, schat je hebt toch geen aambeien? Die kunnen ook gaan bloeden.’
‘Nee, denk het niet lieverd, maar voel me hondsberoerd.’
Ik loop terug naar het terras en ik zeg tegen Eva en Sjoerd: Sorry maar ik moet even naar de hostess bellen, Tom is opeens ziek geworden. ‘O jeetje,’ zegt Eva, ‘toch niets ernstigs?’

‘Ik weet het niet meiske, ik ga even naar het hotel en even bellen. Zouden jullie hier nog even willen blijven tot ik terug ben?’
‘Ja, is goed meid, ga maar snel, wij blijven wel even bij je man hoor, geen probleem.’

Even later kom ik terug met de hostess en een dokter die bij het hotel hoort.
Hij onderzoekt Tom maar kan voor de rest niets vinden. Hij heeft een klein potje en vraagt of Tom daar zijn ontlasting in kan doen als hij weer moet. Ik vraag nog aan de arts of hij iets van inwendige aambeien kan ontdekken maar dat is niet het geval. De arts kijkt ernstig en zegt: Ik weet het niet precies maar over het algemeen is dit niet zo’n goed teken, bloed in de ontlasting maar het kan van alles zijn mevrouw.’

Tom komt nog heel even bij ons zitten maar gaat dan naar zijn bed. Ik zeg: Ik kom er ook zo aan schat,’ en laat de buurtjes uit.
De volgende dag weer het zelfde: weer bloed in zijn ontlasting maar nu lijkt het wel verkleurd. Nou ja, we nemen een beetje met het potje eruit en vegen het schoon met toilet papier en dan doen we er een zakje omheen want om zo met dat potje over straat te lopen is niet zo’n fris gezicht. Ik breng het naar de dokter toe in het hotel en die gaat er direct mee aan de slag. Hij stapt zijn auto in en zegt: ‘Ik ben met een paar uur terug, ik moet dit naar het ziekenhuis brengen voor onderzoek.’
‘Dat is goed, dan ga ik terug naar het huisje daar blijven we ook vandaag gewoon hoor dus als u nieuws heeft kunt u dat aan de hostess doorgeven.’

We hangen wat bij het huisje samen op het terras, ik kan me niet concentreren op het verhaal in het boek dus ik pak dan maar een puzzelboek. Tom die leest de krant die ik voor hem heb gekocht in het hotel. En na een kwartier zeg ik: ‘Tjeetje, ik heb het zo warm ik ga even zwemmen schat… ‘Ja, is goed lieverd. Hier in het privé bad of bij het hotel?’ ‘Nee hoor lieverd gewoon hier bij het huisje.’
Ik zit er net een kwartier in of ik zie de hostess lopen met de dokter achter haar aan, ze kijken ernstig en bezorgd. O jee, ze komen hiernaartoe en ik weet niet hoe snel ik uit het zwembad moet komen. Ik droog me snel af en loop naar het terras waar de hostess en de arts net zijn aangekomen. ‘Zo mevrouw, gaat u ook maar even zitten,’ zegt de hostess, we hebben niet zo mooi nieuws.
De dokter heeft de ontlasting laten onderzoeken en er is uit gekomen dat het hier om een agressieve vorm van darmkanker gaat!’ Mijn mond zakt open van verbazing maar ook van ontzetting. Wat? Mijn Tom? Kanker? Waarom? Er is geen mens die zo gezond leeft als Tom: hij sport hij eet gezond en drinkt nooit een biertje teveel… waarom mijn Tom in hemelsnaam?
Ik vraag als eerste: En nu?’ ‘Tja, u zult als u thuis bent gelijk naar een kliniek moeten gaan waar ze gespecialiseerd zijn in darmkanker.’ ‘Misschien is het beter om eerder terug te gaan,’ zeg ik tegen Tom en niet nog vier dagen af te wachten.
Dan vraagt Tom: In welke fase zit ik, denkt u dokter? ‘O, daar kan ik helaas geen uitspraken over doen meneer maar het lijkt me inderdaad verstandig als u zich zo snel mogelijk onder behandeling stelt. De hostess kan er voor zorgen dat uw vlucht wordt vervroegd. In dit geval zeker geen probleem, lijkt me zo.’ en hij kijkt de hostess aan, ‘Nee hoor,’ zegt ze, ‘ik ga zo meteen bellen en kijken of ik jullie op een vlucht kan zetten morgen.’

‘Bedankt voor uw hulp in deze moeilijke kwestie,’ zei ik tegen de arts, en de hostess zegt: Ik laat u weten vanavond nog of u morgen op een vlucht zit is dat goed?’ ‘Ja, hoor, probeer maar, we horen het wel van je,’ en dan gaan ze weg en wij zitten daar elkaar aan te kijken en dan lopen de tranen over mijn wangen. Ik wil je niet verliezen, Tom!’
‘Kom op meiske, ik ben er nog hoor! Ik ben niet zo snel klein te krijgen let jij maar eens op!’ Maar ik voel toch dat hij er ook mee zit, hij laat het alleen niet zo merken.
Even later komt de hostess ons vertellen dat we op de vlucht van twee uur in de middag zitten, het kon niet eerder. Nou ja dan zijn we in ieder geval eerder thuis. Ik besluit alvast een email te sturen naar de huisarts met het verzoek een verwijs brief te maken voor het Anthony van Leeuwenhoek ziekenhuis. met de mededeling dat hier darmkanker is geconstateerd bij Tom en het zaak is zo snel mogelijk daar te kunnen komen. Een uur later heb ik mail terug en schrijft de huisarts dat we overmorgen direct al kunnen komen in het ziekenhuis bij de oncoloog… Ik zucht diep en denk: daar gaan we dan, eerst ben je heerlijk op vakantie en zo wordt het verstoord door zulk vreselijk nieuws.

De volgende dag zitten we in het vliegtuig naar huis en komen we acht uur later aan op Schiphol. ‘Zal ik de auto halen schat?’ zeg ik,’ dan blijf je hier zitten bij de koffers en dan rij ik wel hierheen.’ Tom kijkt me aan en antwoordt dan: Ik ben wel ziek maar niet invalide schat nee, ik loop met je mee.’ Ik kijk hem aan en ik zie dat hij glimlacht. Altijd de optimist, ik wilde dat ik zo kon zijn, denk ik bij mezelf. Even later zijn we al onderweg naar huis en we komen doodmoe thuis aan. Ik ruim morgen de rest wel op hoor, eerst even een beetje bijkomen.’ Tom staat in de badkamer en neemt een ibuprofen. Heb je pijn schat?’ vraag ik. ‘Ja, buikpijn, maar het ergste straalt het uit naar mijn rug, niet zo fijn,’ zegt hij en kijkt me aan vol liefde. Ik weet wat het met jou doet schat, maar ik wil proberen zo positief mogelijk te blijven oké?’
Is goed lieverd, ik zal echt proberen met jou samen positief te blijven.’ Even later hoor ik hem aan te telefoon naar zijn werk bellen. Hij vraagt: ‘Ja, mag ik Sven even spreken van PZ?’ En dan: Hallo Sven, met Tom spreek je, ik heb niet zulk mooi nieuws… ik moet me ziek melden voor de komende tijd. Ik ben net terug van vakantie, eerder terug ja dat klopt, ik heb morgen een afspraak bij de oncoloog in Amsterdam. Ja ze denken een agressieve vorm van darmkanker, nee, niet zo mooi nee. Ja bedankt Sven, ja je hoort het nog van me.’ Daarna hoor ik een snik en ik kijk even om het hoekje. ‘Gaat het schat?’ vraag ik.
‘Ja hoor lieverd, moest toch even naar mijn werk bellen met het nieuws he?
‘Ja wat zeiden ze?’ Tja, niet zo mooi en heel veel sterkte met alles, wat kunnen ze anders zeggen woorden schieten dan in alles toch tekort?’ Ja, dat is waar,’ beaamde ik,’ maar fijn dat ze mee leven toch!’ Ja, dat is fijn dat ze dat doen lieverd. maar ik wil toch zelf wel zo positief mogelijk blijven in dit verhaal.’

De dag er na gingen we dan naar Amsterdam naar het Antonie van Leeuwenhoek en de oncoloog die we daar kregen was een aardige man. Hij zei: Nee, dat is niet zo mooi maar we gaan een scan van u maken meneer.
Daarna kunnen we de behandeling door gaan nemen met u en uw vrouw.’
De scan kon gelukkig nog dezelfde dag maar de uitslag daar moesten we een paar dagen op wachten. Dat was wel heel jammer. Maar we hadden een week later dus de uitslag: het was uitgezaaid naar de maag, lever en longen. Hij stond er niet goed voor, een operatie was niet mogelijk, het enige was chemo maar ook dat zou niet zo heel veel meer kunnen doen voor Tom. We kregen te horen: hooguit twee weken tot een maand nog. Hij kreeg morfine voorgeschreven voor als hij meer pijn zou krijgen en als het niet meer te houden was kon de huisarts nog morfine pleisters geven….

Na drie maanden heeft Tom de strijd tegen de kanker verloren maar we hebben enorm veel gepraat met elkaar over wat hij precies wilde en ook over mij gehad dat ik na de rouw toch maar door moest gaan met mijn leven ook al zou ik dat moeilijk vinden…. Na de Crematie die overigens drukbezocht werd, zag ik mensen die ik niet eens kende. Ik viel ik in een zwart gat, ik ging op de automatische piloot als het ware. Maar na een paar dagen zat ik alweer op mijn werk. Mijn collega’s keken me aan en zeiden: ‘Is het niet wat te vroeg om al aan het werk te gaan Tina?’ ‘Ik kan beter werken dan thuis zitten en mezelf verdrinken in het verdriet,’ zei ik dan… Dan keken ze me meelevend aan en gingen daarna weer aan het werk… en thuis probeerde ik me staande te houden. Ik had de nasleep nog van de crematie, zijn as moest nog een plek krijgen. Tom wilde uitgestrooid worden op zee net als ik, dus dat hebben we ook gedaan. We zijn met een boot de zee op geweest. Mijn zus met haar man en mijn ouders waren er bij.
Een week later zit ik op kantoor en krijg ik een intern telefoontje van de grote baas: of ik even op kantoor wilde komen. Ik dacht bij mezelf: zou ik mijn werk niet goed doen of zo? Waarom moet ik op komen draven? Dus maar naar het kantoor, ik sta voor zijn deur en klop aan. ‘Ja kom binnen.’ Ik loop naar binnen toe en sluit de deur achter me. Ga even zitten Tina. Ik heb vervelend nieuws voor je en wil daarover met je praten. Hoe gaat het met jou Tina? Ik vind het echt vreselijk van je man maar wat ik je wilde vertellen is dit: je zus belde op dat je vader op straat in elkaar is gezakt en hij kort daarop in de ambulance is overleden.’ Een hersenbloeding, zegt mijn baas. Ik hoor het en ik voel me onwel worden, blijkbaar is dat me aan te zien en ik stamel: ‘O god ook dat nog erbij.’ ‘Ja precies, het lijkt ons beter dat je het even rustig aan gaat doen Tina, neem even pauze dit is te kort op elkaar geen enkel mens kan functioneren met zulk groot verlies, eerst je man en nu je vader nota bene. Nee, Tina ik ga je ziekmelden en jij gaat nu gelijk naar huis toe of naar je moeder en je zus. Zoek steun en troost bij elkaar en als je denkt: ik kan het weer aan dan ga je het eerst voor halve dagen proberen en dan kan je het weer uitbouwen wat ons betreft. Wij allemaal hier op kantoor wensen jou en je familie heel veel sterkte toe met dit verlies en misschien is het wel wijs om te kijken of je misschien professionele hulp gaat zoeken of een praatgroep Tina want je hebt klap op klap gekregen.. Heel veel sterkte de komende tijd.’ ‘Ja dank je wel.’ En ik loop de kamer uit naar mijn eigen werkplek en pak mijn spullen: de foto van Tom die op mijn bureau staat en zeg mijn collega’s gedag. Een paar van hen waren bij de crematie van Tom aanwezig. Ze leven ontzettend met me mee..

Ik verliet het kantoor en liep als een robot naar mijn auto toe, wat een ellende! Er blijft me ook niets bespaard en moet ik ook nog de Ziektewet in verplicht. Wil ik dat wel? Eigenlijk niet, maar ja, werken tot ik er bij neerval is ook geen optie.

Even later kom ik in het ziekenhuis aan waar mijn vader nog is maar zou snel worden over gebracht naar het uitvaart centrum. Mijn moeder wilde hem niet thuis opgebaard hebben… Mijn zus Elsa keek naar me: Gaat het wel zusje? Voor jou helemaal rot.’ ‘Ja ben nog niet klaar met rouwen om Tom,’ zei ik tegen Elsa ‘maar ja, ik moet er toch mee zien te leven straks, net als jullie allemaal.’

Na de crematie van mijn pa stortte ik emotioneel en geestelijk in. Ik deed geen oog meer dicht.
En zo kabbelde ik een jaar lang rond. Af en toe ging ik met mijn zus naar mijn moeder, die begroef zich in haar verdriet om onze vader, haar man en ik kon haar niet steunen tot mijn zus op een idee kwam. ‘Waarom nemen we ma niet mee op vakantie, ma, jij, en ik samen een weekje naar Spanje of ergens anders heen?’ ‘Nou ja in Spanje is het weer nu ook niet echt om over naar huis te schrijven,’ zeg ik tegen mijn zus. ‘Nou Turkije, dan gaan we naar Antalya,’ Een week later hadden we geboekt. En een paar maanden later vertrokken we. Het was weer even lekker maar ik kreeg wel een beetje last van déjá vu: vakantie, ziekte, dood. Als het maar geen herhaling wordt of zo. Maar nee, we hadden het goed naar ons zin en moeders genoot er intens van, dus dat was een goede zet geweest.

Maar nadat we thuiskwamen, verviel onze ma weer in een depressie, ze maakte zich overal zorgen over, over mij, over Elsa en haar gezin.. Ik had net boodschappen gedaan en was bezig om mijn kledingkast te reorganiseren toen de telefoon ging. Ik nam op en hoorde mijn zus Elsa huilen. Ik schrok enorm: ‘Wat is er aan de hand meiske, waarom huil je zo?’ Ik ben bij mama thuis en kon haar nergens vinden dus ben naar boven gelopen en daar heb ik haar gevonden op de grond vlak voor haar bed. Tina, ze is er niet meer! Overleden aan een hartaanval denkt de dokter. Ik zakte ineen en voelde me vreselijk onpasselijk worden. Tja dat kon er ook nog wel bij: eerst Tom, toen mijn pa en nu mijn lieve mams ook weg.. Nu had ik alleen nog maar Elsa mijn zus over met haar gezinnetje.. Ik praatte nog wat met Elsa en zei dat ik er zo aan zou komen maar me eerst even moest herpakken…. Er moest veel geregeld worden: de begrafenis en dan moest ook het huis leeg worden gehaald.. Wat een drama allemaal.

Misschien vind je dit ook leuk :

In de handen van een crimineel

Wim Roos

Bidden we voor een beetje mooi weer

review:
*verplichte velden