1115

1115

Wilbur Leighborg


EUR 17,90

Formaat: 13,5 x 21,5
Pagina aantal: 246
ISBN: 978-3-99131-250-5
Publicatie datum: 19.07.2022
Ondanks moorden en bedreigingen bijt topadvocate Angela Winfield zich vast in een spraakmakende rechtszaak. Een spannend spel tussen justitie en een criminele bende met veel macht en invloed, maar Angela is vastbesloten de waarheid boven tafel te krijgen.
Het leek een koude winteravond, er stond een stevige wind en ondanks de verlichting op de gebouwen was het erg donker. Ik wist eigenlijk niet meer hoe het kwam dat ik helemaal alleen op dit tijdstip door de stad liep.

Mijn hoofd bonkte. Het leek of ik was gevallen en weer opstond. Mijn ribbenkast deed ontzettend veel pijn.

Een taxichauffeur stopte en vroeg me of hij kon helpen. Geïrriteerd zei ik uit een stuk zelfbescherming en reflex ‘nee, het gaat lukken.’

Maar eigenlijk ging het helemaal niet lukken. Waar kwam ik vandaan, waar ging ik heen? Een stukje verderop stond een bank. Met veel moeite kwam ik bij de bank en ging zitten. Hier zat ik een beetje uit de wind. Ik probeerde rustig te worden en me te herinneren waar ik was geweest. Kom ik van een feest waar ik te veel heb gedronken?

Maar dat kan helemaal niet, ik drink nooit te veel, ik voel me ook niet dronken, maar mijn hoofd bonkt nog verschrikkelijk. Misschien ben ik overvallen? Waar zijn mijn schoenen en mijn handtas? Ik heb niet eens een jas aan.


In de stad was het stil. Een zwerver lag te slapen op een kartonnen doos, met om zich heen een hele hoop plastic zakken met allerlei bij elkaar geraapte spullen. Ook lagen er een tiental lege halve-liter-bierblikken.

Ik hoorde de kerkklok vier keer slaan, wilde op mijn horloge kijken, maar dat was weg. Om me heen was het heel rustig. De plek waar ik zat, was een soort bouwput. Het leek of de straat gerenoveerd werd. Er zaten grote gaten in het zand op de plek waar de weg had gelegen. Het kwam op een of andere manier erg rustgevend over. Kon ik hier maar even gaan liggen en slapen, dacht ik. Mijn onderbewustzijn vertelde me echter dat ik verder moest, maar waarheen? Vroeg ik me af.

Wie ben ik. Waar ben ik? Ik begon me opnieuw af te vragen hoe ik hier terecht was gekomen. Mijn kleren, een mooi kort rokje en een sjieke bloes, waren vies en kapot. Ik schrok van het aanzicht, overal zaten bloedvlekken. Hoe kwam dit? Wat is er gebeurd? vroeg ik mezelf voor de derde keer. Ik kwam er nog steeds niet uit. Ook de handtas die ik normaal gesproken droeg, was weg en schoenen had ik ook niet aan.

Ik zocht verder in mijn kleren en plotseling voelde ik iets. Een sleutel? Ik haalde hem uit mijn zak. Er zat een oranje label aan met daarop het adres, Old Broadway 1115 en de naam Bertram. Waar is de sleutel van? En wie is Bertram?

Plotseling overviel me het gevoel van intense moeheid en ik besloot toch maar te gaan liggen. Voor ik het wist, was ik weg­-
gezonken.

In de verte hoorde ik geroezemoes en besloot mijn ogen voorzichtig open te doen. Er stonden vier jongemannen om me heen. Ze begonnen meteen vragen op me af te vuren. Wat er was gebeurd en waarom ik hier lag. ‘Kunnen we je helpen?’ Vrijwel direct zei ik: ‘Nee, ik ben even gaan liggen maar ga weer verder, dankjewel.’ Het leek wel of een soort natuurlijk afweermechanisme zich verzette tegen hulp of indringers.

Hernieuwde paniek welde in me op. Waar moet ik naar toe, wat is er gebeurd? Hoe lang heb ik geslapen? Denk! Ik begon kritisch om me heen te kijken.

Aan de overkant van de straat stond een bord met een soort oude stadsplattegrond. Mijn gedachte was: hier blijven is geen optie. Het is te koud en gevaarlijk alleen op straat. Misschien geeft het bord me meer duidelijkheid waar ik ben en waar het adres is wat op het label staat.

Het viel niet mee om aan de overkant te komen. Overal lag zand, stenen en er stonden allerlei bouwhekken. Mijn voeten deden pijn en voelden koud aan zonder schoenen.

Het bord was vies en erg onduidelijk, bijna niet te lezen dus. Op de hoek van de straat stond een paal met daarop een straatnaam, Old Broadway. Gelijk dacht ik aan het sleutellabel in mijn zak en liep de brede straat in. Het was een mooie straat met luxe appartementengebouwen en verderop leek een park te zijn. Ik begon moeizaam de straat in te lopen, op zoek naar huisnummers.

Aan de linkerzijde stond een prachtig gebouw met een statige trap en stalen noodtrappen.

Het gebouw was goed verzorgd en er brandde nog licht. Het nummer was heel duidelijk te zien: 1000 – 1115. Het gebouw kwam me bekend voor. Was ik hier eerder geweest? Boven op de trap bij de voordeur lagen twee mooie zwarte schoenen met naaldhakken. Langzaam kwam de gedachte bij me op: Zouden dit mijn schoenen zijn?

Ik haalde de sleutel uit mijn blouse en stopte deze in het slot van de fraaie deur van het pand. Tot mijn grote verbazing hoorde ik een klik. Hij past! De deur ging soepel open en er kwam een aangename sfeer van een geweldig mooi classicistisch pand op mij af.

Het rook naar lavendel geurkaarsjes. Eenmaal binnen deed ik de deur direct achter mij dicht. Het leek verlaten.

Het was een ontzettend mooi en statig pand en in de hal werd het alleen maar mooier, in het midden was een prachtige, brede trap en rechts zag ik een lift. Het gevoel bij binnenkomst was meteen goed, het leek vertrouwd. Iets in me zei direct: pak de lift en ga op zoek.

Nadat ik op de knop had gedrukt, was de lift er snel. Het pand had tien verdiepingen en het bleek dat het huisnummer 1115 op de tiende etage was. In de lift zat een spiegel, ik schrok, mijn gezicht zat onder het bloed, het leek erop dat ik flink had gevochten. Mijn oog was dik en mijn nek zag helemaal rood alsof iemand me had proberen te wurgen.

Mijn rechterarm zat onder het bloed, het leek of ik uit een film kwam en iets verschrikkelijks had meegemaakt. Mijn lange blonde haren zaten eigenlijk nog best netjes en camoufleerden mijn dikke oog een beetje.

De deur van de lift ging open. Ik kwam in een hal uit met een aangename en rustige sfeer. Er stonden verse bloemen in een enorme vaas. Op deze verdieping bleken twee voordeuren en dus twee appartementen, nummers 1113 en 1115.

De sleutel paste natuurlijk op 1115. Ik opende de deur en deed hem direct weer achter me dicht.

In het appartement brandden overal kaarsjes en er speelde een rustig achtergrondmuziekje. De schoenen met naaldhakken legde ik op de grond. Wederom voelde ik me eigenlijk al meteen een beetje thuis. Op de grond vond ik een handtas. Misschien was deze wel van mij? Ik vond een telefoon en er zat een mapje in met pasjes allemaal met dezelfde naam: Angela Winfield. Verder nog een pas van een advocatenkantoor, sleutels van een Aston Martin.

Angela Winfield, advocaat, stond er op een stapeltje visitekaartjes.

Ik keek om me heen, er was niemand in de hal. De kolossale en prachtige woonkamer was geweldig mooi en rijkelijk versierd. Ik dwong mezelf goed te kijken en te zoeken naar aanwijzingen van wat er gebeurd was. Er stonden twee glazen op tafel waar nog een beetje wijn in zat. In de keuken stonden allerlei hapjes klaar en het leek of alles klaar stond voor een gezellige avond.

Ik vervolgde mijn weg door het appartement en kwam uit in een gastenslaapkamer. Het bed zag er beslapen uit en er lagen nog kleren van een man. Er lag een mooi pak op de grond, schoenen en een blouse. Het leek erop of de man haast had gehad om zijn kleren uit te doen. Aansluitend aan de slaapkamer leek er een badkamer te zitten, de deur stond een klein beetje open en er was nog licht aan.

Ik deed de deur open en viel bijna flauw. Er lag een man met een groot mes in zijn linkerborst. Ik raapte mezelf bij elkaar en keek nog eens. Hij kwam mij bekend voor, maar ik kon me niet herinneren wie hij was. De hele badkamer zat onder het bloed, de spiegel boven de wastafel hing scheef. Overal lagen toiletartikelen. Het leek of er een enorm gevecht had plaatsgevonden. Wat was er gebeurd?

In een soort reflex deed ik de lamp uit en de deur dicht, liep naar de woonkamer en ging met de handtas op de bank zitten, deed met de afstandsbediening de muziek en alle lampen uit. Alleen het leeslampje bij de bank liet ik aan. Plotseling voelde de omgeving opnieuw vertrouwd en was het net of ik hier al vaker was geweest.

Ik opende de handtas en haalde de telefoon eruit, opende het scherm met mijn vingerafdruk en keek naar de belgeschiedenis. De laatste die ik gebeld had was een nummer met daarbij de naam Bertram. Bertram!

In de handtas zat een paspoort, Angela Winfield. Daarop staat ook een adres: Old Broadway 1115. Plotseling wordt alles zwart en ik val om op de bank.

Ik word wakker door een irritant geluid, met een stevige hoofdpijn. De telefoon gaat. Het voelt of er een trein over me heen is gereden. Toch neem ik de telefoon aan, in het menu staat Papa en ik zeg verdwaasd ‘uh…hallo.’

‘Hallo Angela,’ zegt de stem aan de andere kant, ‘wat klink je raar, gaat alles goed?’

Ik kom er met mijn gemompel niet helemaal uit en zeg: ‘Ik weet het niet, ik voel me niet zo lekker.’

‘Maar Angela, we zouden vandaag toch samen naar meubeltjes gaan kijken voor in mijn huis? Of wil je het uitstellen naar volgende week zaterdag?’

‘Ja graag, ik denk dat ik iets verkeerds heb gegeten gisteravond. Ik bel je vanmiddag terug.’

‘Oké Angela dat is goed, ik hoor het nog van je. Tot later.’

Angela, dat ben ik dus. Angela Winfield, Advocaat.

In de keuken pak ik een flink glas vruchtensap, neem een paar paracetamoltabletten en ga in de douche van blijkbaar mijn eigen badkamer. Onder de douche bedenk ik wat er allemaal gebeurd is. Ik voel op mijn hoofd een hele dikke bult. Waarschijnlijk ben ik gevallen en dat verklaart misschien mijn hoofdpijn en vergeetachtigheid. Ik was me uitvoerig, smeer mijn lichaam in met bodylotion en kijk in de spiegel. Mijn oog is nog wat dik, maar het lijkt er niet op dat er verder nog sporen zijn van geweld of een vechtpartij. Mijn ribben zijn pijnlijk maar de pijnstillers beginnen hun werk al goed te doen. Verder maak ik me op, doe makkelijke kleren aan en zet een overheerlijke kop koffie. Ondertussen ruim ik de hapjes die nog in de keuken staan op en was de glazen af, eigenlijk ziet het ernaar uit of er niets is gebeurd. Ik voel me steeds meer thuis en op mijn gemak.

Plots denk ik weer aan de man en misselijkheid welt in me op.

Maar wie is die man in de badkamer van mijn logeerkamer? Heb ik hem binnengelaten? Waarom kan ik mij niets herinneren?

Er ligt een iPad op de keukentafel. Hij ontgrendelt vanzelf wanneer ik ernaar kijk. Ah, gezichtsherkenning, denk ik.

Ik kijk naar de ingekomen mail. Het komt allemaal weer meer en meer bij me terug hoe mijn leven eruit ziet.

Een aantal mails gaan over juridische kwesties, daar zal ik later naar kijken. Een mail van een vriendin Sally, kijk ik ook later naar. Maar belangrijker is mijn agenda.

De hele week staan er afspraken bij de rechtbank en op kantoor van Dudley, Winfield en Brand Advocaten.

Op afgelopen vrijdag avond staan er geen afspraken, alleen om 21.00: B. bij mij.

Nu wordt het weer lastig, wie is B? Moet ik dan toch even naar de badkamer gaan om te kijken wie de man is? Ik besluit om er heen te lopen. Hij ziet er bleek uit maar verder is er niets veranderd. Weer zegt mijn gevoel dat hij me bekend voor komt. Ineens weet ik het en ik sla mijn handen voor mijn mond. Mijn ademhaling is zwaar en stokt af en toe. Mijn hart klopt in mijn keel en ik begin te zweten. Ik weet verdomme wie dit is. Het is Bertram Brand van ons advocatenkantoor. Een van de partners van mijn advocatenkantoor. Langzaam komt de vrijdagavond weer terug.


Vrijdagmorgen 8 november

Na het ontbijt ga ik met de lift naar de parkeergarage in ons gebouw en stap in een van de mooiste auto’s die er staan. Een Aston Martin Vanquish S.5.9 V12. Ik rijd ontspannen naar het advocatenkantoor van mij en mijn partners: Dudley, Winfield en Brand Advocaten. Wij zijn een van de beste advocatenkantoren van New York. Als team zijn we erg succesvol omdat we elk ons eigen vakgebied hebben en elkaar perfect aan vullen.

Vandaag staat er een belangrijke zaak op het programma, we hebben besloten vanwege de omvang van deze case dat ik die samen doe met mijn zakenpartner Bertram Brand.

Aangekomen op het kantoor in het financial district zet mijn chauffeur de auto weg en ga ik naar de 15e verdieping van ons pand op Broadway. Mijn secretaresse brengt me een kop koffie, lekker sterk, met een beetje suiker en melk. Ik neem nog even de zaak door, die om 14.00 uur op de rechtbank dient.

Onze cliënt wordt verdacht van seks met minderjarigen en is een van de meest machtige mensen in New York. Hij is al veroordeeld en zit nog steeds vast. Een borgsom werd niet toegestaan omdat geld voor onze cliënt niets meer voorstelt. We zijn direct in hoger beroep gegaan en dit beroep dient vandaag.

Onze verdediging richt zich erop dat er geen bewijs is en tot dusverre zijn er alleen maar geruchten over zijn drugs-, drank- en seksverleden. Het is een zakenman met een goedlopend bedrijf waarmee hij een groot vermogen heeft opgebouwd en behoort tot de rijkste personen van New York. Onze cliënt houdt vol dat er een complottheorie tegen hem gaande is en dat andere machtige mensen uit de stad hem uit de weg willen ruimen. Onze cliënt gaat vandaag bij de rechtbank verklaringen afleggen tegen een aantal kopstukken uit het bedrijfsleven, vooral over hun seks- en drugsvoorkeuren. Helaas is er wel een jongedame die onze cliënt ervan beschuldigt door hem misbruikt te zijn. Deze jongedame was op dat moment 17 jaar oud, wat het voor onze cliënt niet makkelijker maakt.

Het bewijs tegen deze beschuldiging hebben we verzameld en we kunnen dus zorgen dat onze cliënt wordt vrijgesproken van deze aantijging. Vreemd is wel dat mijn zakenpartner Bertram de laatste tijd steeds meer gaat twijfelen en bang is dat onze client toch de spil in het web is van kindermisbruikers. Waarom deze omslag? Dit is niets voor Bertram.

Onze cliënt zit op dit moment in de cel, maar dat zal hoe dan ook niet lang meer duren.

Ik ga naar het kantoor van Bertram om de laatste puntjes op de i te zetten.

We hebben afgesproken dat hij de verdediging vandaag doet en dat ik hem assisteer als er complexe problemen ontstaan. Dit is zeker mogelijk want we weten nog niet alles over de bewijsstukken van de jongedame en haar advocaten.

Tijdens het overleg worden we gestoord voor een belangrijke mededeling van mijn secretaresse; de officier van justitie is aan de telefoon met het dringende verzoek hem te woord te staan.

De officier van justitie begint zijn verhaal. ‘Mevrouw Winfield, ik heb een zeer trieste mededeling. Het is erg moeilijk om te bevatten maar uw cliënt Bill Iron heeft zojuist zelfmoord gepleegd in zijn cel. Kunt u zo snel mogelijk naar de gevangenis komen om het een en ander te bespreken?’

Verschrikkelijk. Zelfmoord. Mijn hart slaat over. Althans zo lijkt het. Ik kijk Bertram aan en ook hij schrikt als hij mij aan kijkt. Blijkbaar ziet hij aan mijn gezicht dat er iets goed mis is.

Er zijn nog een aantal formaliteiten af te ronden, zegt de officier van justitie. Verder wil hij informatie van ons over de cliëntbesprekingen, met name over de verklaringen van onze cliënt en de complottheorieën die we in het overleg hebben besproken met onze cliënt. Ik zeg tegen hem dat we nog een uurtje nodig hebben en we dan direct naar hem toe komen.

Nadat ik heb opgehangen, licht ik snel Bertram in en overleg ik met hem over de gevolgen van de dood van onze cliënt. Wij hebben namelijk informatie ontvangen over een aantal grote spelers die mogelijk bij het misbruikschandaal betrokken zijn. Hoewel we geheimhoudingsplicht hebben, kunnen we de informatie van onze cliënt, die we toch al in de zaak zouden gebruiken, aan de officier van justitie ter beschikking stellen. Maar we willen dan vooraf een goede deal sluiten voor onze cliënt.

Dit is goed voor diens nabestaanden, tenslotte zijn wij daar als advocatenkantoor alleen maar bij gebaat.

Onze chauffeur haalt ons op en we worden binnen een half uur afgezet bij de gevangenis in Manhattan, waar we met de directeur hebben afgesproken.

Volgens de directeur is het zeker dat hij zelfmoord heeft gepleegd. Met een laken vastgeknoopt aan de deurknop heeft hij zichzelf door verstikking verhangen.

Na het overleg gaan we naar de officier van justitie. Namens de nabestaanden vragen we opheldering hoe het kan gebeuren dat in een zwaarbewaakte gevangenis een gedetineerde zelfmoord kan plegen. Wij hebben namelijk grote twijfels bij dit verhaal. Er waren zeker geen signalen vanuit onze cliënt die wezen op een dergelijk plan of zelfs het vermoeden dat hij dit van plan was.
5 Sterren
Pakkend, intrigerend, spannend - 14.09.2022
Anita

Gistermorgen begonnen met lezen, en kon het niet wegleggen. Ik heb zelfs het avondeten uitgesteld tot ik het boek uit had! Ik kon het gewoon niet wegleggen. Knap hoe de spanning er vanaf het begin in zit. Je wil steeds weten hoe het verder gaat. Geweldig debuutboek!!! Smaakt naar meer!!!

4 Sterren
intrigerend - 09.09.2022
Cees

Je blijft lezen. In het begin moet je even de draad te pakken krijgen. De overgang van actueel naar verleden heb je pas na enkele alinea’s in de gaten. De wijze waarop het verhaal zich ontwikkelt, stimuleert om door te lezen. En er is een echte cliffhanger.

5 Sterren
Aanrader pakkend en spannend  - 12.08.2022
Fred

Een pakkend en spannend verhaal waardoor je zo snel mogelijk de ontknoping wilt weten. Ik ben geen regelmatige lezer , vooral in vakanties, echter “1115” doet voor mij niet onder voor het boek van Nicci French “In Hechtenis” wat Ik net gelezen had. Mooi eerste uitgave Wilbur ?

5 Sterren
Spannend, intrigerend verhaal! - 29.07.2022
Annemie van Kaam

Dit is een aanrader! Mooi boek om op vakantie mee te nemen. Niet om ‘s avonds in bed te lezen want je gaat een nachtrust missen, zo’n spannend verhaal. Ik ben op een vrije dag in de ochtend beginnen lezen en kon het niet meer wegleggen… In één keer uitgelezen! Het zou ook niet misstaan als film. Echt goed.

4 Sterren
Leest vlot weg - 20.07.2022
Guus

Lekker vlot lezend boek. In één ruk uitgelezen.

4 Sterren
Indrukwekkend en verrassend - 20.07.2022
Jean-Leon

Om zo te starten als beginnend schrijver.. i drukwekkend. Ben benieiwd naar het volgende boek.

Misschien vind je dit ook leuk :

1115
review:
*verplichte velden