Vallen en Opstaan
EUR 21,90
Formaat: 13,5 x 21,5 cm
Pagina aantal: 334
ISBN: 978-3-7116-1502-2
Publicatie datum: 03.03.2026
Een ondernemende vrouw besluit meermaals om het ‘roer van haar leven’ volledig om te gooien. Ze woont in vier landen, heeft verschillende soorten banen en weet tegenslagen steeds opnieuw om te zetten in nieuwe kansen.
Mijn vader was de oudste van zeven kinderen. Mijn moeder de jongste van negen. Toen ze na zes jaar verloving gingen trouwen, waren ze het er roerend over eens dat ze twee kinderen zouden krijgen en niet meer. En ze hadden geluk. Eerst een jongen en daarna een meisje. De bekende rijkeluiswens. En toen hadden ze geen geluk meer. Want drieënhalf jaar later kwam ik.
”Nou ja als het dan maar een jongen wordt,” schijnt mijn vader te hebben gezegd toen mijn moeder vertelde dat ze zwanger was. En opnieuw had mijn vader pech. Een vrouwelijke schreeuwlelijk kreeg hij. Soms denk ik weleens… Als abortus 79 jaar geleden een optie was geweest, zou ik hier dan zitten? Ja, natuurlijk was abortus altijd een optie, maar ik bedoel niet zo’n frommelklus in een achteraf straatje, zoals dat al sinds honderden jaren gebeurt. Nee, een legale. Mijn moeder zou het vanwege haar geloof denk ik niet gedaan hebben.
Sinds het moment dat ik geleerd heb om te luisteren, heb ik moeten horen dat het mijn schuld is dat mijn moeder haar figuur heeft verloren. Het gevoel van gewenst zijn, heb ik als kind nooit gehad. Later wel hoor! Nee, ik ben niet zielig. Echt niet.
Een tijdje geleden ben ik negenzeventig geworden en af en toe krijg je dan de neiging om terug te kijken. Eigenlijk doe ik dat liever niet, maar ik zit hier nu in mijn woonboerderijtje in Duitsland.
Vanmorgen, in de sportschool na de bekkenbodemoefeningen (!) vroeg één van de vrouwen mij hoe ik hier eigenlijk terechtgekomen ben. Tja, en dan moet je wel achterom kijken.
Ik schrok wel een beetje toen ik me realiseerde dat ik me van de eerste twintig levensjaren maar weinig herinner. We waren arm. Na de oorlog waren er maar weinig huizen in onze wijk blijven staan. We sliepen met zijn vijven in één slaapkamer. Mijn zus en ik in een ouderwetse bedstee boven de zak met aardappelen en een Keulse pot met zelf ingelegde augurken. Er was een kleine woonkamer, een piepkleine keuken en het toilet was buiten. Dat was met name in de winter geen pretje. In onze straat woonden twee katholieke gezinnen en wij waren er één van, te midden van een zee van communisten en socialisten. ’s Morgens galmde de internationale door de straat.
Op zondag, als wij naar de kerk gingen, werden we vaak uitgescholden. Ik herinner me één zondag, toen ik een jaar of vijf was, dat er een paar deuren verder een man in de deuropening stond. Hij maakte een ’kruisteken’ maar nét even anders dan ik gewend was. Hij begon óók op zijn voorhoofd, tikte vervolgens zijn schouders aan en greep daarna tussen zijn benen terwijl hij riep: ”Vader neukt moeder daar”. Ik begreep er niets van maar merkte wel dat het mijn moeder erg verdrietig maakte. Wij gingen niet alleen op zondag naar de kerk. Aangezien ik naar een door nonnen geleide school ging, werd er van ons kinderen verwacht dat wij door de week de vroegdienst bezochten. Daar kreeg je van de nonnen extra punten voor op je rapport. Ik ging… Maar ik hield niet van God. Eerlijk gezegd was ik doodsbang voor hem. Het allerergste was eigenlijk dat de hele klas gedwongen werd te gaan biechten. Jaar in jaar uit. En wat voor vreselijke dingen moet je wel niet biechten als je een jaar of acht/negen bent? Ik heb mijn broer geplaagd. Mijn zus aan haar vlechten getrokken. Mijn huiswerk niet afgemaakt. En… verrek wat nog meer? Aangezien je de tijd toch een beetje vol moest maken, verzon ik elke week een afschuwelijke zonde en eindigde steevast met de laatste opmerking: ”En ik heb ook gelogen.” Na een aantal Straf Onze Vaders en Weesgegroetjes voelde ik me weer opgelucht. Tot de volgende vrijdag, want dan moest ik weer iets verzinnen. In een paar klassen wilden de (rijke) kinderen van ouders met diverse bedrijven in de stad niet naast me zitten. Omdat ik, volgens hun ouders natuurlijk, uit een achterbuurt kwam. Het grappige was daardoor, dat ik (en mijn zus ook) als een paar van de weinigen geen last van luizen hadden. Wij werden thuis geschrobd en de afstand tot de anderen hielp enorm.
Toen ik elf was, verhuisden we naar een ruime bovenwoning die boven een café gelegen was. Onze buuf was een callgirl. Ze was hoogblond, heel vriendelijk tegen ons en ze moest wel heel duur zijn want al haar klanten kwamen met de auto. En dat betekende iets in de vijftiger jaren.
In de jaren dat ze naast ons woonde totdat (ja, pretty woman bestaat echt) ze met haar beste, nogal vermogende klant trouwde, hoorde en zag ik een aantal dingen die meneer pastoor mij nooit had kunnen bijbrengen. De school waar ik heenging, had erg goede leraren. Ik ben een aantal heren nog steeds dankbaar dat ze mij liefde voor taal bijbrachten. En niet alleen voor de Nederlandse taal. Met de leerlingen – een aantal kende ik natuurlijk al van de lagere school – kon ik het nog steeds niet goed vinden. Ik bleef altijd het buitenbeentje. Een vriendschap heb ik er nooit gesloten. Ik werkte hard om zo gauw mogelijk met een diploma te kunnen vertrekken.
”Wat wil je nu gaan doen?” vroeg mijn vader. ”Bij jou in de zaak werken,” zei ik. Mijn vader straalde en vond het een geweldig idee, met name omdat mijn broer niet wilde. Mijn oom, die samen met mijn vader het scheepstimmerbedrijf leidde, torpedeerde het idee door zijn veto uit te spreken. ”Wat is je tweede keus?” werd er een aantal weken later gevraagd. ”Naar de kappersvakschool, Pap. Ik wil het vak leren. Een jaar of vijf ervaring opdoen en dan mijn eigen salon beginnen. Misschien zelfs met een schoonheidssalon erbij.” Te zeggen dat hij not amused was, is beslist een understatement. Maar zo razend als hij werd toen mijn zus aankondigde dat ze bij de MARVA wilde solliciteren…? Nee, zo boos was hij niet. De MARVA, vrouwen bij de marine. Héél vooruitstrevend voor begin zestiger jaren. Mijn vader kondigde aan dat hij ’elk bot in het lijf van mijn zus zou breken als zij besloot om een officierenmatras te worden’. Mijn zus koos dus iets anders, maar is daar nooit echt gelukkig mee geworden. Ik heb nooit begrepen waarom ouders de wensen van hun kinderen naast zich neer leggen en zich alleen maar richten op hun eigen wensen en dromen.
Omdat ik heel aardig kon tekenen en vrij creatief was, mocht ik van mijn vader wel naar de kunstacademie. Mijn tekenleraar had hem verzekerd dat het toelatingsexamen voor mij geen probleem zou zijn. Maar daar voelde ik helemaal niets voor. Begin zestiger jaren deden al de studenten die ik vrijwel dagelijks tegenkwam zo overdreven artistiek. De meisjes hadden zonder uitzondering zwart omrande ogen en droegen vrijwel alleen maar zwarte kleding. Bij de jongens zag het er al niet veel anders uit. Ergens trok het me wel maar het gedoe eromheen zag ik helemaal niet zitten.
”Denk er maar eens goed over na als wij op vakantie zijn,” zei mijn vader toen ze voor drie weken hun koffers pakten. En nadenken deed ik. Waarmee zou ik mijn vader het meest kunnen ergeren, vroeg ik me af. Na een paar dagen bedacht ik dat mijn vader een gloeiende hekel had aan… ambtenaren. En bingo er stonden een paar advertenties in de krant.Toen mijn ouders terugkwamen van vakantie was ik aangenomen als beginnend lokettiste bij PTT (voor de jonge lezers: PostNL) Na een opleiding van bijna negen maanden en vier prettige jaren met ontzettend leuke collega’s werd mijn indruk dat wij Nederlanders toch wel een heel apart volk zijn vrijwel dagelijks bevestigd.
In deze jaren bij PTT gebeurden er een aantal hele leuke dingen.
Een fotograaf vroeg me om voor hem te poseren en ik bleek nogal fotogeniek te zijn en dat leverde leuke foto’s op.
Als klap op de vuurpijl kon ik wat bijverdienen door in het weekend mee te werken in een cabaretgezelschap. Daarvoor moest ik wel officieel toestemming vragen aan PTT. Gelukkig kreeg ik die. We speelden in de winter veel op personeelsavonden in allerlei stadjes en dorpen in het noorden van Nederland. Ik verdiende leuk wat bij. Nee, erg goed was ik niet. Daarvoor was ik veel te onzeker. Bovendien was me gezegd dat ik alleen maar invalster was voor een vaste medewerkster die iedereen erg goed vond. Verder was de groep erg aardig voor me en ik leerde er veel. Vooral als er in de pauze een BN’er optrad. Ik stond altijd tussen de coulissen te kijken naar deze beroemdheden. Ik kon dan op maandag ook vol trots aan mijn collega’s vertellen dat ik met Anneke Grönloh, Trea Dobbs, Rita Corita, de Spelbrekers of Ronnie Tober had gesproken.
Meestal speelden we niet zo ver van Groningen vandaan zodat we iedere avond, al was het dan wel laat, in ons eigen bed konden slapen.Dit weekend had het boekingsbureau een uiterst goed betaalde klus voor twee avonden in Zwolle aangenomen. En dat betekende dat we er ook moesten overnachten. Want in de zestiger jaren was er nog geen snelweg naar Zwolle. Van de anderen hoorde ik dat dit twee á drie keer per jaar gebeurde en dat ze er dan een echt uitje van maakten. Ik verheugde me op dit weekend.
Mmm… lekker
”Wie doet vanavond het gastoptreden?” vraagt Frans aan Tom, onze pianist.”De worteltjes,” grijnst Tom. ”Oh nee,” golft het door de bus. ”Die wervelende tornado’s, die schoonmaakfreaks, die zenuwpillen, blijft ons dan niets bespaard?” Verbaasd kijk ik van de één naar de ander ”Over wie hebben jullie het in ’s hemelsnaam?”
”Vera,” zegt Tom met twinkelende ogen: ”Wij hebben het over de zusjes Alma en Ingrid Wortelboer. Je kent ze beslist. Ze treden op onder de naam De Morena Sisters. Wij kennen ze al jaren. Ze zijn Haags maar dat nemen we hen niet kwalijk. Wat wij ze wel kwalijk nemen, is het feit dat ze een schoonmaaktic hebben. Als ze in een pension of hotel aankomen, geloof het of niet, dan trekken ze witte handschoentjes aan en gaan kijken of er nog ergens een stofje te bespeuren valt.”
”Je meent het,” zeg ik verbluft: ”Je maakt een grapje, Tom.”
”Nee hoor,” roept het hele gezelschap in koor: ”Zoiets heb je nog nooit meegemaakt”
We zitten met zijn achten in een kleine bus op weg naar ons optreden. We hebben er allemaal zin in en de stemming is opperbest. Tom die naast de chauffeur zit, draait zich om en zegt met een brede grijns: ”Maar deze keer zullen ze krijsen van ellende.”
”Wat ben je van plan?” wordt er opgewonden geroepen. ”Wraak nemen,” zegt Tom met een twinkeling in zijn ogen. ”Weten jullie nog hoe ze de laatste keer die aardige mevrouw de Vries tot een huilend hoopje mens hebben gereduceerd? Ik heb er de laatste dagen goed over nagedacht en vanavond neem ik ze te pakken.” Tom haalt een bruine papieren zak tevoorschijn en zegt geheimzinnig: ”Alles wat ik nodig heb om ze voorgoed van hun tic te genezen, zit hierin.” Al onze vragen over de inhoud beantwoordt hij met een brede grijns en een ”Wacht maar af!” De rest van de rit blijft hij onvermurwbaar en we worden steeds nieuwsgieriger. Als we bij ons pension in Zwolle aankomen, rent Tom naar binnen om te vragen of de zusters al zijn aangekomen. ”Nog niet,” zegt de eigenares met een lichte huivering in haar stem als wij onze sleutels in ontvangst nemen. ”Ik heb hun kamer van onder tot boven geboend, maar…” vervolgt ze met een hulpeloos schouderophalen ”Ze vinden vast wel weer iets”
”Zou ik de sleutel van hun kamer even mogen hebben? Het is de verjaardag van de jongste,” liegt Tom. ”En wij willen haar verrassen met een aardigheidje, dus niets laten merken, hoor.” zegt Tom samenzweerderig. ”Wat attent van u,” zegt mevrouw de Vries en ze overhandigt Tom de sleutel van kamer zeventien. Als we allemaal onze sleutels in ontvangst hebben genomen, sprinten we naar boven. De tassen worden op de bedden gesmeten en vol verwachting verzamelen we ons op kamer zeventien.
”Nu,” zegt Tom plechtig, ”zullen jullie de ware artiest in mij in actie zien. Frans, hou jij de trap in de gaten? En Vera geef jij me de po uit dat nachtkastje eens aan?”
”Jakkes Tom, daar ga je toch niets mee doen?”
”O jawel, ik ga een kunstwerk maken,” grijnst Tom en haalt uit de bruine papieren zak een doosje en een flesje bier. ”De beste chocoladetaart die mijn vrouw ooit gemaakt heeft,” zegt Tom triomfantelijk als hij het doosje openmaakt. ”Jammer, maar het moet.” Vol afgrijzen en bewondering kijken we toe hoe Tom met behulp van een beetje water een schitterende drol kneedt. Als hij klaar is, likt hij zijn vingers af en zucht voldaan. Vervolgens opent hij het flesje bier, neemt een paar slokken en giet de rest langs de ’drol’.
We zijn eensgezind van mening dat het een meesterwerk is als Tom de po weer in het nachtkastje zet. De sleutel wordt geretourneerd naar de receptie en we trekken ons terug op onze kamers. De deur staat bij iedereen op een kier. We moeten bijna een zenuwslopend half uur wachten tot we beneden in de hal stemmen horen. Even later kraken de traptreden en komen de zussen voorbij. Als hun deur sluit, gaan als op commando al onze deuren open. Staand op de overloop horen we inderdaad grote bedrijvigheid op kamer zeventien. En dan gebeurt het. Hoewel we erop verdacht zijn, snijdt de gil ons door merg en been. Als één man stormen we de kamer binnen. Daar zien we de oudste zus op haar knieën voor het open nachtkastje zitten. Ze krijst nog steeds alsof ze een in stukken gesneden lijk heeft ontdekt. De jongste zit als versteend op één van de bedden en ziet net zo wit als de handschoentjes die ze draagt. ”Wat is er aan de hand?” vraagt Tom bezorgd. ”Dat!” kreunt de oudste nu kokhalzend en wijst naar de po. Tom tilt de po op en bekijkt het kunstwerk van alle kanten. Dan, tot onbeschrijfelijke walging van de zussen, steekt hij zijn vinger in de ’drol’ en likt die met een gelukzalig gezicht af.
”Dat,” verkondigt Tom, ”is de lekkerste stront die ik ooit gegeten heb.”
Na ruim vier afwisselende jaren achter het loket op verschillende postkantoren wordt het tijd voor iets anders. Ik solliciteer op een baan als fotografenbezoeker en tot mijn stomme verbazing nemen ze me aan. Mijn gebied is de provincie Groningen, Drenthe en de kop van Overijssel. Een hele aardige collega, die ik elke dag tref bij het station, bezoekt fotografen in de stad Groningen en de provincie Friesland. Het klikt onmiddellijk tussen ons. Lena is iets ouder, maar beslist niet verstandiger. Een paar jaren hebben wij samen een aantal bars en dancings onveilig gemaakt. Tijdens mijn werk en natuurlijk ook in mijn vrije tijd ontmoette ik heel wat mannen. Alleen de ’ware’ zat er niet bij. De ware, waar, waarheid. Tja, ik was denk ik te goed van vertrouwen want 90 % van de heren nam het niet zo nauw met de waarheid. Volgens mij hadden de meeste ’heren’ nogal lang bij de firma List en Bedrog gewerkt. Mijn leven lang ben ik tegen mannen opgelopen die me uiteindelijk diep gekwetst hebben door te liegen.
Gelukkig wist ik dat in de zestiger jaren nog niet.
Omdat ik aardig wat meer verdien nu ik voor het laboratorium werk, kan ik het me veroorloven om een paar hartenwensen van mijn vader te vervullen. Na een prachtige vistrip naar de Noorse fjorden gaan we dit jaar naar Ierland. De eerste week brengen we door in een Bed and Breakfast bij een boerenfamilie aan het prachtige Lough Sheelin. Vanuit de eetkamer kunnen wij ook een blik werpen in de grote keuken. Op maandagavond duikt daar opeens een groep attractieve jonge mannen op. Daar had ik niet op gerekend hier midden in de rimboe. ”Deze mannen werken voor the Inland Fisheries,” vertelt onze hospita. ”Ze gaan van meer tot meer en controleren de waterkwaliteit en de visstand. Na twee dagen van elkaar vriendelijk groeten en knikken, treffen we twee van hen als we vrijwel tegelijk onze boten willen aanleggen aan de steiger. We wandelen gezamenlijk naar de boerderij en die leuke knul met zijn donkere haren en groene ogen komt naast mij lopen. Hij heet Patrick en we babbelen heel gezellig tot we bij ons pension aankomen. Dat ging me eigenlijk veel te vlug, jammer.
Als we na het eten nog een sigaret roken, zegt Brenda, de dochter van de hospita, als ze de tafel afruimt ”Wij gaan vanavond met een groepje dansen in Longford. Heeft u misschien zin om mee te gaan?”
”Dat lijkt me wel een leuke ervaring. Ik kijk mijn ouders vragend aan. Mijn vader knikt enthousiast, maar mijn moeder kijkt bedenkelijk. ”We brengen haar echt weer veilig terug, hoor,” verzekert Brenda. Dat stelt mijn moeder weliswaar niet gerust, maar ze kan niets anders bedenken om me tegen te houden. Als ik het leukste aantrek dat ik in mijn koffer kan vinden, zie ik dat de vier mannen van de Inland Fisheries, waaronder Patrick, ook hun beste kleren hebben aangetrokken en bij hun auto’s staan te wachten. Dit wordt nog veel leuker dan ik had gedacht. Ik trek het lot uit de loterij en zit samen met Patrick op de achterbank van de eerste auto. Mijn avond kan niet meer stuk. Een hele tijd later vertelt Patrick mij dat, toen hij hoorde dat ik ook meeging, hij zijn collega’s heeft gewaarschuwd om uit mijn buurt te blijven… of anders… Het dansen in Ierland gaat wel héél anders dan ik het in Nederland gewend ben. Ik kijk mijn ogen uit die wel heel erg moeten wennen aan zoveel licht van tl-buizen.
Ik ben verwend met leuke dancings, gedempt licht en bediening aan tafeltjes. Dit is een behoorlijk verschil. Er is een podium waar een goede band speelt. Aan weerszijden staan tegen de muren houten banken. De vrouwen zitten rechts de mannen links. Als de band begint te spelen is er een run op de leukst uitziende meisjes. Zoiets heb ik echt nog nooit gezien. De mannen die geen zin hebben om te dansen of waarvan de favoriet voor hun ogen is weggekaapt, hangen rond bij de bar bij de ingang. Volgens mij heeft Patrick een Iers record sprint gebroken voor de eerste dans. Ik voel me gevleid. We dansen, we drinken wat en zitten een hele tijd buiten op een muurtje over van alles en nog wat te praten. Patrick is serieus. Niet zo oppervlakkig als veel van onze leeftijdsgenoten. Hij vertelt vol vuur over zijn werk en hoe hij zich zorgen maakt over het milieu. Ik ben een onwetend stadskind en denk bij een aantal opmerkingen ach, dat loopt vast zo’n vaart niet.
”Jammer dat je maar een week blijft,” zegt Patrick op de terugreis. ”Waar gaan jullie volgende week heen?”
”We hebben een huisje gehuurd bij Lough Ennell.”
”Dat is niet al te ver hier vandaan,” zegt Patrick stralend. ”Dan komen we je daar opzoeken en nemen je mee uit.” Mijn hart maakt een sprongetje. ”Wij waren een paar weken geleden voor ons werk bij Lough Ennell,” zegt Patrick. ”We kennen de omgeving goed. In welk dorp ligt jullie huisje of bij welk dorp?”
”De naam van het dorp schiet me even niet te binnen, maar het ligt niet al te ver van Belvedere House. Mijn moeder verheugt zich er erg op om dat te kunnen bezichtigen. Ze is erg geïnteresseerd in historische gebouwen.” Ik zie hoe Michael, de collega die rijdt, Patrick via de achteruitkijkspiegel een blik toewerpt. ”Hoe heet de verhuurder?” vraagt Michael en ik merk dat het een beetje stil wordt in de auto.
”Het is ene Mr. O’Donell,” zeg ik wat aarzelend. ”Kennen jullie hem?”
”Misschien,” zegt Patrick met een blik naar Michael. ”Hij was ontzettend behulpzaam,” zeg ik wat ongemakkelijk omdat ik voel dat er iets niet gezegd wordt. ”Hij heeft de visvergunningen voor ons geregeld en een boot die we voor weinig geld konden huren.”
”Wij hebben een vervelende situatie meegemaakt met ene Mr. O’Donell die bij Lough Ennell huisjes verhuurt,” zegt Michael. ”Ik stel voor dat jij ons morgen je reservering even laat zien. Dan gaan Patrick en ik even controleren of het dezelfde Mr. O’Donell is waarmee wij te maken hebben gehad. Het is tenslotte een veel voorkomende naam in deze regio.”
Ik slaap onrustig en vraag me af wat de mannen niet tegen me hebben willen zeggen. Spookt het in de huisjes van O’Donell?, is hij een potloodventer?, lid van IRA? Ik haal me van alles in mijn hoofd. Dus ben ik al vroeg in de keuken waar de vier collega’s van hun Iers ontbijt genieten. ”O sh…” zegt Michael als ik hem en Patrick de reserveringsbevestiging laat zien. ”Zijn voornaam is ook James. En kijk eens naar het adres.”
”Vera, ga rustig ontbijten en laat ons even confereren.
Als ik naar de eetkamer loop, zie ik dat de andere twee collega’s het papier ook bekijken. Tijdens het ontbijt kijk ik telkens nieuwsgierig op als de deur naar de keuken opengaat. Dan zie ik dat onze hospita Mrs. Kelly zich met een bezorgd gezicht bij de mannen heeft gevoegd. Mijn ouders merken natuurlijk direct, dat er iets aan de hand is. Ik leg uit, dat ik gisteravond over onze week aan Lough Ennell verteld heb en dat we bij ene Mr. O’Donell een huisje hebben gehuurd. ”Ze vroegen me of ze onze reservering mochten bekijken en die heb ik ze vanmorgen laten zien en toen schrokken ze erg.”
Mijn ouders vinden het hele verhaal nogal vreemd, totdat Mrs. Kelly binnenkomt en vraagt of ze even aan ons tafeltje mag komen zitten. Ze moet ons iets vertellen. Mrs. Kelly vertelt en ik vertaal. Twee maanden geleden toen de mannen in Lough Ennell aan het werk waren, is er iets vervelends gebeurd. Michael, de collega van Patrick, is voor deze baan in Mulingar gaan wonen. Honderden kilometers van zijn ouderlijk huis vandaan.
...
”Nou ja als het dan maar een jongen wordt,” schijnt mijn vader te hebben gezegd toen mijn moeder vertelde dat ze zwanger was. En opnieuw had mijn vader pech. Een vrouwelijke schreeuwlelijk kreeg hij. Soms denk ik weleens… Als abortus 79 jaar geleden een optie was geweest, zou ik hier dan zitten? Ja, natuurlijk was abortus altijd een optie, maar ik bedoel niet zo’n frommelklus in een achteraf straatje, zoals dat al sinds honderden jaren gebeurt. Nee, een legale. Mijn moeder zou het vanwege haar geloof denk ik niet gedaan hebben.
Sinds het moment dat ik geleerd heb om te luisteren, heb ik moeten horen dat het mijn schuld is dat mijn moeder haar figuur heeft verloren. Het gevoel van gewenst zijn, heb ik als kind nooit gehad. Later wel hoor! Nee, ik ben niet zielig. Echt niet.
Een tijdje geleden ben ik negenzeventig geworden en af en toe krijg je dan de neiging om terug te kijken. Eigenlijk doe ik dat liever niet, maar ik zit hier nu in mijn woonboerderijtje in Duitsland.
Vanmorgen, in de sportschool na de bekkenbodemoefeningen (!) vroeg één van de vrouwen mij hoe ik hier eigenlijk terechtgekomen ben. Tja, en dan moet je wel achterom kijken.
Ik schrok wel een beetje toen ik me realiseerde dat ik me van de eerste twintig levensjaren maar weinig herinner. We waren arm. Na de oorlog waren er maar weinig huizen in onze wijk blijven staan. We sliepen met zijn vijven in één slaapkamer. Mijn zus en ik in een ouderwetse bedstee boven de zak met aardappelen en een Keulse pot met zelf ingelegde augurken. Er was een kleine woonkamer, een piepkleine keuken en het toilet was buiten. Dat was met name in de winter geen pretje. In onze straat woonden twee katholieke gezinnen en wij waren er één van, te midden van een zee van communisten en socialisten. ’s Morgens galmde de internationale door de straat.
Op zondag, als wij naar de kerk gingen, werden we vaak uitgescholden. Ik herinner me één zondag, toen ik een jaar of vijf was, dat er een paar deuren verder een man in de deuropening stond. Hij maakte een ’kruisteken’ maar nét even anders dan ik gewend was. Hij begon óók op zijn voorhoofd, tikte vervolgens zijn schouders aan en greep daarna tussen zijn benen terwijl hij riep: ”Vader neukt moeder daar”. Ik begreep er niets van maar merkte wel dat het mijn moeder erg verdrietig maakte. Wij gingen niet alleen op zondag naar de kerk. Aangezien ik naar een door nonnen geleide school ging, werd er van ons kinderen verwacht dat wij door de week de vroegdienst bezochten. Daar kreeg je van de nonnen extra punten voor op je rapport. Ik ging… Maar ik hield niet van God. Eerlijk gezegd was ik doodsbang voor hem. Het allerergste was eigenlijk dat de hele klas gedwongen werd te gaan biechten. Jaar in jaar uit. En wat voor vreselijke dingen moet je wel niet biechten als je een jaar of acht/negen bent? Ik heb mijn broer geplaagd. Mijn zus aan haar vlechten getrokken. Mijn huiswerk niet afgemaakt. En… verrek wat nog meer? Aangezien je de tijd toch een beetje vol moest maken, verzon ik elke week een afschuwelijke zonde en eindigde steevast met de laatste opmerking: ”En ik heb ook gelogen.” Na een aantal Straf Onze Vaders en Weesgegroetjes voelde ik me weer opgelucht. Tot de volgende vrijdag, want dan moest ik weer iets verzinnen. In een paar klassen wilden de (rijke) kinderen van ouders met diverse bedrijven in de stad niet naast me zitten. Omdat ik, volgens hun ouders natuurlijk, uit een achterbuurt kwam. Het grappige was daardoor, dat ik (en mijn zus ook) als een paar van de weinigen geen last van luizen hadden. Wij werden thuis geschrobd en de afstand tot de anderen hielp enorm.
Toen ik elf was, verhuisden we naar een ruime bovenwoning die boven een café gelegen was. Onze buuf was een callgirl. Ze was hoogblond, heel vriendelijk tegen ons en ze moest wel heel duur zijn want al haar klanten kwamen met de auto. En dat betekende iets in de vijftiger jaren.
In de jaren dat ze naast ons woonde totdat (ja, pretty woman bestaat echt) ze met haar beste, nogal vermogende klant trouwde, hoorde en zag ik een aantal dingen die meneer pastoor mij nooit had kunnen bijbrengen. De school waar ik heenging, had erg goede leraren. Ik ben een aantal heren nog steeds dankbaar dat ze mij liefde voor taal bijbrachten. En niet alleen voor de Nederlandse taal. Met de leerlingen – een aantal kende ik natuurlijk al van de lagere school – kon ik het nog steeds niet goed vinden. Ik bleef altijd het buitenbeentje. Een vriendschap heb ik er nooit gesloten. Ik werkte hard om zo gauw mogelijk met een diploma te kunnen vertrekken.
”Wat wil je nu gaan doen?” vroeg mijn vader. ”Bij jou in de zaak werken,” zei ik. Mijn vader straalde en vond het een geweldig idee, met name omdat mijn broer niet wilde. Mijn oom, die samen met mijn vader het scheepstimmerbedrijf leidde, torpedeerde het idee door zijn veto uit te spreken. ”Wat is je tweede keus?” werd er een aantal weken later gevraagd. ”Naar de kappersvakschool, Pap. Ik wil het vak leren. Een jaar of vijf ervaring opdoen en dan mijn eigen salon beginnen. Misschien zelfs met een schoonheidssalon erbij.” Te zeggen dat hij not amused was, is beslist een understatement. Maar zo razend als hij werd toen mijn zus aankondigde dat ze bij de MARVA wilde solliciteren…? Nee, zo boos was hij niet. De MARVA, vrouwen bij de marine. Héél vooruitstrevend voor begin zestiger jaren. Mijn vader kondigde aan dat hij ’elk bot in het lijf van mijn zus zou breken als zij besloot om een officierenmatras te worden’. Mijn zus koos dus iets anders, maar is daar nooit echt gelukkig mee geworden. Ik heb nooit begrepen waarom ouders de wensen van hun kinderen naast zich neer leggen en zich alleen maar richten op hun eigen wensen en dromen.
Omdat ik heel aardig kon tekenen en vrij creatief was, mocht ik van mijn vader wel naar de kunstacademie. Mijn tekenleraar had hem verzekerd dat het toelatingsexamen voor mij geen probleem zou zijn. Maar daar voelde ik helemaal niets voor. Begin zestiger jaren deden al de studenten die ik vrijwel dagelijks tegenkwam zo overdreven artistiek. De meisjes hadden zonder uitzondering zwart omrande ogen en droegen vrijwel alleen maar zwarte kleding. Bij de jongens zag het er al niet veel anders uit. Ergens trok het me wel maar het gedoe eromheen zag ik helemaal niet zitten.
”Denk er maar eens goed over na als wij op vakantie zijn,” zei mijn vader toen ze voor drie weken hun koffers pakten. En nadenken deed ik. Waarmee zou ik mijn vader het meest kunnen ergeren, vroeg ik me af. Na een paar dagen bedacht ik dat mijn vader een gloeiende hekel had aan… ambtenaren. En bingo er stonden een paar advertenties in de krant.Toen mijn ouders terugkwamen van vakantie was ik aangenomen als beginnend lokettiste bij PTT (voor de jonge lezers: PostNL) Na een opleiding van bijna negen maanden en vier prettige jaren met ontzettend leuke collega’s werd mijn indruk dat wij Nederlanders toch wel een heel apart volk zijn vrijwel dagelijks bevestigd.
In deze jaren bij PTT gebeurden er een aantal hele leuke dingen.
Een fotograaf vroeg me om voor hem te poseren en ik bleek nogal fotogeniek te zijn en dat leverde leuke foto’s op.
Als klap op de vuurpijl kon ik wat bijverdienen door in het weekend mee te werken in een cabaretgezelschap. Daarvoor moest ik wel officieel toestemming vragen aan PTT. Gelukkig kreeg ik die. We speelden in de winter veel op personeelsavonden in allerlei stadjes en dorpen in het noorden van Nederland. Ik verdiende leuk wat bij. Nee, erg goed was ik niet. Daarvoor was ik veel te onzeker. Bovendien was me gezegd dat ik alleen maar invalster was voor een vaste medewerkster die iedereen erg goed vond. Verder was de groep erg aardig voor me en ik leerde er veel. Vooral als er in de pauze een BN’er optrad. Ik stond altijd tussen de coulissen te kijken naar deze beroemdheden. Ik kon dan op maandag ook vol trots aan mijn collega’s vertellen dat ik met Anneke Grönloh, Trea Dobbs, Rita Corita, de Spelbrekers of Ronnie Tober had gesproken.
Meestal speelden we niet zo ver van Groningen vandaan zodat we iedere avond, al was het dan wel laat, in ons eigen bed konden slapen.Dit weekend had het boekingsbureau een uiterst goed betaalde klus voor twee avonden in Zwolle aangenomen. En dat betekende dat we er ook moesten overnachten. Want in de zestiger jaren was er nog geen snelweg naar Zwolle. Van de anderen hoorde ik dat dit twee á drie keer per jaar gebeurde en dat ze er dan een echt uitje van maakten. Ik verheugde me op dit weekend.
Mmm… lekker
”Wie doet vanavond het gastoptreden?” vraagt Frans aan Tom, onze pianist.”De worteltjes,” grijnst Tom. ”Oh nee,” golft het door de bus. ”Die wervelende tornado’s, die schoonmaakfreaks, die zenuwpillen, blijft ons dan niets bespaard?” Verbaasd kijk ik van de één naar de ander ”Over wie hebben jullie het in ’s hemelsnaam?”
”Vera,” zegt Tom met twinkelende ogen: ”Wij hebben het over de zusjes Alma en Ingrid Wortelboer. Je kent ze beslist. Ze treden op onder de naam De Morena Sisters. Wij kennen ze al jaren. Ze zijn Haags maar dat nemen we hen niet kwalijk. Wat wij ze wel kwalijk nemen, is het feit dat ze een schoonmaaktic hebben. Als ze in een pension of hotel aankomen, geloof het of niet, dan trekken ze witte handschoentjes aan en gaan kijken of er nog ergens een stofje te bespeuren valt.”
”Je meent het,” zeg ik verbluft: ”Je maakt een grapje, Tom.”
”Nee hoor,” roept het hele gezelschap in koor: ”Zoiets heb je nog nooit meegemaakt”
We zitten met zijn achten in een kleine bus op weg naar ons optreden. We hebben er allemaal zin in en de stemming is opperbest. Tom die naast de chauffeur zit, draait zich om en zegt met een brede grijns: ”Maar deze keer zullen ze krijsen van ellende.”
”Wat ben je van plan?” wordt er opgewonden geroepen. ”Wraak nemen,” zegt Tom met een twinkeling in zijn ogen. ”Weten jullie nog hoe ze de laatste keer die aardige mevrouw de Vries tot een huilend hoopje mens hebben gereduceerd? Ik heb er de laatste dagen goed over nagedacht en vanavond neem ik ze te pakken.” Tom haalt een bruine papieren zak tevoorschijn en zegt geheimzinnig: ”Alles wat ik nodig heb om ze voorgoed van hun tic te genezen, zit hierin.” Al onze vragen over de inhoud beantwoordt hij met een brede grijns en een ”Wacht maar af!” De rest van de rit blijft hij onvermurwbaar en we worden steeds nieuwsgieriger. Als we bij ons pension in Zwolle aankomen, rent Tom naar binnen om te vragen of de zusters al zijn aangekomen. ”Nog niet,” zegt de eigenares met een lichte huivering in haar stem als wij onze sleutels in ontvangst nemen. ”Ik heb hun kamer van onder tot boven geboend, maar…” vervolgt ze met een hulpeloos schouderophalen ”Ze vinden vast wel weer iets”
”Zou ik de sleutel van hun kamer even mogen hebben? Het is de verjaardag van de jongste,” liegt Tom. ”En wij willen haar verrassen met een aardigheidje, dus niets laten merken, hoor.” zegt Tom samenzweerderig. ”Wat attent van u,” zegt mevrouw de Vries en ze overhandigt Tom de sleutel van kamer zeventien. Als we allemaal onze sleutels in ontvangst hebben genomen, sprinten we naar boven. De tassen worden op de bedden gesmeten en vol verwachting verzamelen we ons op kamer zeventien.
”Nu,” zegt Tom plechtig, ”zullen jullie de ware artiest in mij in actie zien. Frans, hou jij de trap in de gaten? En Vera geef jij me de po uit dat nachtkastje eens aan?”
”Jakkes Tom, daar ga je toch niets mee doen?”
”O jawel, ik ga een kunstwerk maken,” grijnst Tom en haalt uit de bruine papieren zak een doosje en een flesje bier. ”De beste chocoladetaart die mijn vrouw ooit gemaakt heeft,” zegt Tom triomfantelijk als hij het doosje openmaakt. ”Jammer, maar het moet.” Vol afgrijzen en bewondering kijken we toe hoe Tom met behulp van een beetje water een schitterende drol kneedt. Als hij klaar is, likt hij zijn vingers af en zucht voldaan. Vervolgens opent hij het flesje bier, neemt een paar slokken en giet de rest langs de ’drol’.
We zijn eensgezind van mening dat het een meesterwerk is als Tom de po weer in het nachtkastje zet. De sleutel wordt geretourneerd naar de receptie en we trekken ons terug op onze kamers. De deur staat bij iedereen op een kier. We moeten bijna een zenuwslopend half uur wachten tot we beneden in de hal stemmen horen. Even later kraken de traptreden en komen de zussen voorbij. Als hun deur sluit, gaan als op commando al onze deuren open. Staand op de overloop horen we inderdaad grote bedrijvigheid op kamer zeventien. En dan gebeurt het. Hoewel we erop verdacht zijn, snijdt de gil ons door merg en been. Als één man stormen we de kamer binnen. Daar zien we de oudste zus op haar knieën voor het open nachtkastje zitten. Ze krijst nog steeds alsof ze een in stukken gesneden lijk heeft ontdekt. De jongste zit als versteend op één van de bedden en ziet net zo wit als de handschoentjes die ze draagt. ”Wat is er aan de hand?” vraagt Tom bezorgd. ”Dat!” kreunt de oudste nu kokhalzend en wijst naar de po. Tom tilt de po op en bekijkt het kunstwerk van alle kanten. Dan, tot onbeschrijfelijke walging van de zussen, steekt hij zijn vinger in de ’drol’ en likt die met een gelukzalig gezicht af.
”Dat,” verkondigt Tom, ”is de lekkerste stront die ik ooit gegeten heb.”
Na ruim vier afwisselende jaren achter het loket op verschillende postkantoren wordt het tijd voor iets anders. Ik solliciteer op een baan als fotografenbezoeker en tot mijn stomme verbazing nemen ze me aan. Mijn gebied is de provincie Groningen, Drenthe en de kop van Overijssel. Een hele aardige collega, die ik elke dag tref bij het station, bezoekt fotografen in de stad Groningen en de provincie Friesland. Het klikt onmiddellijk tussen ons. Lena is iets ouder, maar beslist niet verstandiger. Een paar jaren hebben wij samen een aantal bars en dancings onveilig gemaakt. Tijdens mijn werk en natuurlijk ook in mijn vrije tijd ontmoette ik heel wat mannen. Alleen de ’ware’ zat er niet bij. De ware, waar, waarheid. Tja, ik was denk ik te goed van vertrouwen want 90 % van de heren nam het niet zo nauw met de waarheid. Volgens mij hadden de meeste ’heren’ nogal lang bij de firma List en Bedrog gewerkt. Mijn leven lang ben ik tegen mannen opgelopen die me uiteindelijk diep gekwetst hebben door te liegen.
Gelukkig wist ik dat in de zestiger jaren nog niet.
Omdat ik aardig wat meer verdien nu ik voor het laboratorium werk, kan ik het me veroorloven om een paar hartenwensen van mijn vader te vervullen. Na een prachtige vistrip naar de Noorse fjorden gaan we dit jaar naar Ierland. De eerste week brengen we door in een Bed and Breakfast bij een boerenfamilie aan het prachtige Lough Sheelin. Vanuit de eetkamer kunnen wij ook een blik werpen in de grote keuken. Op maandagavond duikt daar opeens een groep attractieve jonge mannen op. Daar had ik niet op gerekend hier midden in de rimboe. ”Deze mannen werken voor the Inland Fisheries,” vertelt onze hospita. ”Ze gaan van meer tot meer en controleren de waterkwaliteit en de visstand. Na twee dagen van elkaar vriendelijk groeten en knikken, treffen we twee van hen als we vrijwel tegelijk onze boten willen aanleggen aan de steiger. We wandelen gezamenlijk naar de boerderij en die leuke knul met zijn donkere haren en groene ogen komt naast mij lopen. Hij heet Patrick en we babbelen heel gezellig tot we bij ons pension aankomen. Dat ging me eigenlijk veel te vlug, jammer.
Als we na het eten nog een sigaret roken, zegt Brenda, de dochter van de hospita, als ze de tafel afruimt ”Wij gaan vanavond met een groepje dansen in Longford. Heeft u misschien zin om mee te gaan?”
”Dat lijkt me wel een leuke ervaring. Ik kijk mijn ouders vragend aan. Mijn vader knikt enthousiast, maar mijn moeder kijkt bedenkelijk. ”We brengen haar echt weer veilig terug, hoor,” verzekert Brenda. Dat stelt mijn moeder weliswaar niet gerust, maar ze kan niets anders bedenken om me tegen te houden. Als ik het leukste aantrek dat ik in mijn koffer kan vinden, zie ik dat de vier mannen van de Inland Fisheries, waaronder Patrick, ook hun beste kleren hebben aangetrokken en bij hun auto’s staan te wachten. Dit wordt nog veel leuker dan ik had gedacht. Ik trek het lot uit de loterij en zit samen met Patrick op de achterbank van de eerste auto. Mijn avond kan niet meer stuk. Een hele tijd later vertelt Patrick mij dat, toen hij hoorde dat ik ook meeging, hij zijn collega’s heeft gewaarschuwd om uit mijn buurt te blijven… of anders… Het dansen in Ierland gaat wel héél anders dan ik het in Nederland gewend ben. Ik kijk mijn ogen uit die wel heel erg moeten wennen aan zoveel licht van tl-buizen.
Ik ben verwend met leuke dancings, gedempt licht en bediening aan tafeltjes. Dit is een behoorlijk verschil. Er is een podium waar een goede band speelt. Aan weerszijden staan tegen de muren houten banken. De vrouwen zitten rechts de mannen links. Als de band begint te spelen is er een run op de leukst uitziende meisjes. Zoiets heb ik echt nog nooit gezien. De mannen die geen zin hebben om te dansen of waarvan de favoriet voor hun ogen is weggekaapt, hangen rond bij de bar bij de ingang. Volgens mij heeft Patrick een Iers record sprint gebroken voor de eerste dans. Ik voel me gevleid. We dansen, we drinken wat en zitten een hele tijd buiten op een muurtje over van alles en nog wat te praten. Patrick is serieus. Niet zo oppervlakkig als veel van onze leeftijdsgenoten. Hij vertelt vol vuur over zijn werk en hoe hij zich zorgen maakt over het milieu. Ik ben een onwetend stadskind en denk bij een aantal opmerkingen ach, dat loopt vast zo’n vaart niet.
”Jammer dat je maar een week blijft,” zegt Patrick op de terugreis. ”Waar gaan jullie volgende week heen?”
”We hebben een huisje gehuurd bij Lough Ennell.”
”Dat is niet al te ver hier vandaan,” zegt Patrick stralend. ”Dan komen we je daar opzoeken en nemen je mee uit.” Mijn hart maakt een sprongetje. ”Wij waren een paar weken geleden voor ons werk bij Lough Ennell,” zegt Patrick. ”We kennen de omgeving goed. In welk dorp ligt jullie huisje of bij welk dorp?”
”De naam van het dorp schiet me even niet te binnen, maar het ligt niet al te ver van Belvedere House. Mijn moeder verheugt zich er erg op om dat te kunnen bezichtigen. Ze is erg geïnteresseerd in historische gebouwen.” Ik zie hoe Michael, de collega die rijdt, Patrick via de achteruitkijkspiegel een blik toewerpt. ”Hoe heet de verhuurder?” vraagt Michael en ik merk dat het een beetje stil wordt in de auto.
”Het is ene Mr. O’Donell,” zeg ik wat aarzelend. ”Kennen jullie hem?”
”Misschien,” zegt Patrick met een blik naar Michael. ”Hij was ontzettend behulpzaam,” zeg ik wat ongemakkelijk omdat ik voel dat er iets niet gezegd wordt. ”Hij heeft de visvergunningen voor ons geregeld en een boot die we voor weinig geld konden huren.”
”Wij hebben een vervelende situatie meegemaakt met ene Mr. O’Donell die bij Lough Ennell huisjes verhuurt,” zegt Michael. ”Ik stel voor dat jij ons morgen je reservering even laat zien. Dan gaan Patrick en ik even controleren of het dezelfde Mr. O’Donell is waarmee wij te maken hebben gehad. Het is tenslotte een veel voorkomende naam in deze regio.”
Ik slaap onrustig en vraag me af wat de mannen niet tegen me hebben willen zeggen. Spookt het in de huisjes van O’Donell?, is hij een potloodventer?, lid van IRA? Ik haal me van alles in mijn hoofd. Dus ben ik al vroeg in de keuken waar de vier collega’s van hun Iers ontbijt genieten. ”O sh…” zegt Michael als ik hem en Patrick de reserveringsbevestiging laat zien. ”Zijn voornaam is ook James. En kijk eens naar het adres.”
”Vera, ga rustig ontbijten en laat ons even confereren.
Als ik naar de eetkamer loop, zie ik dat de andere twee collega’s het papier ook bekijken. Tijdens het ontbijt kijk ik telkens nieuwsgierig op als de deur naar de keuken opengaat. Dan zie ik dat onze hospita Mrs. Kelly zich met een bezorgd gezicht bij de mannen heeft gevoegd. Mijn ouders merken natuurlijk direct, dat er iets aan de hand is. Ik leg uit, dat ik gisteravond over onze week aan Lough Ennell verteld heb en dat we bij ene Mr. O’Donell een huisje hebben gehuurd. ”Ze vroegen me of ze onze reservering mochten bekijken en die heb ik ze vanmorgen laten zien en toen schrokken ze erg.”
Mijn ouders vinden het hele verhaal nogal vreemd, totdat Mrs. Kelly binnenkomt en vraagt of ze even aan ons tafeltje mag komen zitten. Ze moet ons iets vertellen. Mrs. Kelly vertelt en ik vertaal. Twee maanden geleden toen de mannen in Lough Ennell aan het werk waren, is er iets vervelends gebeurd. Michael, de collega van Patrick, is voor deze baan in Mulingar gaan wonen. Honderden kilometers van zijn ouderlijk huis vandaan.
...

