Een Nieuwe Morgen
Te Midden van de Storm
EUR 21,90
Formaat: 13,5 x 21,5 cm
Pagina aantal: 160
ISBN: 978-3-7116-1626-5
Publicatie datum: 08.04.2026
In Een Nieuwe Morgen neemt Carlien van Dijk-Hanenkamp haar lezers mee op een emotionele reis van strijd, hoop en geloof. Zij laat zien hoe veerkracht en vertrouwen in God zelfs de donkerste tijden kunnen overwinnen.
1 Mijn eerste therapiesessie, 2021
”Mevrouw Van Dijk-Hanekamp?”
Starend naar buiten, kijkend naar de regen, hoor ik mijn naam roepen. Dit is zo niet wat ik wil. Geen zin in, wéér mijn hele verhaal vertellen! LEES MIJN DOSSIER! zou ik willen schreeuwen. Lijkt me zalig om dit hardop te zeggen; maar ja, dat kan niet.
”Mevrouw Van Dijk?” roept de psychologe nogmaals.
”Ja, ja, ik kom al,” fluister ik zacht, ik draai me om (met een diepe zucht), glimlach en loop naar haar toe. Ze heeft een wijdvallende broek aan, zo’n flared broek; leuk, valt me alweer mee. Ze is even klein als ik. Stop met denken Carlien, even focussen!
”Deze kant op,” zegt ze. ”Makkelijk kunnen vinden?” Nu beleefd antwoorden…
”Ja hoor, ik woon hier vlak in de buurt.” Toch zenuwachtig loop ik met haar mee. Of ik thee wil. Nee, een vol glas wijn, verdoven die handel, maar nee, ik zeg: ”Ja graag.”
Ze doet de deur voor mij open en ik loop naar binnen. De kamer is leeg, een kaal hok met witte muren en een tl-buis aan het plafond. Gezelliger wordt het niet. En met die vreselijke lamellen voor het raam. Witte lamellen natuurlijk.
Ik zie dat het nog steeds regent. De regen vormt druppels op het raam die loodrecht naar beneden vallen. Net als tranen. Op de vensterbank buiten vormen de druppels een grote plas. Deze maand was er al zoveel regen en ik verlang naar de zon! Ondertussen ga ik zitten op een stoel die klaar staat voor mij. Ik zak er diep in weg, maar zit niet echt comfortabel. Oké, daar gaan we beginnen…
”Vertel eens waarom je hier bent?”
Slik… waar moet ik beginnen?
”Het begon allemaal op 23 oktober 2019. In het magazijn was een medewerker van het bedrijf samen met mij de tafel aan het klaar zetten voor de kerstspullen, om die uit te zoeken en te prijzen. Hij duwde in een keer, vanuit het niets, de tafel keihard tegen de muur terwijl mijn vinger ertussen zat.”
Diep ademhalen! Er niet over nadenken nu! Alleen vertellen, geen gevoel erbij, anders verdrink ik erin. Verdraaid-nog-aan-toe! Het lukt me niet, het zweet breekt me uit, de tranen vallen, DIT WIL IK NIET! Ik ben weer terug met mijn gedachten in dat magazijn.
”Ik schreeuwde het uit van de pijn en hij liep kwaad weg. Boos schreeuwde hij naar mij: ’Ik zei toch sorry?!’ Snel liep ik toen naar de keuken om te koelen, maar er was geen koud koelelement; dus onder de kraan en het lauwe koelelement meegenomen naar het kantoor. Ik wilde niemand zien… Maar hij liep achter me aan en kwam het kantoor binnen.”
”Carlien?” vraagt de psychologe, ”waar ben je nu?”
O ja, ik was aan het vertellen; ik kom bijna niet uit mijn woorden en ik wil niet blijven huilen. Slikken en nog een keer slikken en doorgaan.
”Ik vind het lastig om dit te vertellen; het maakt zoveel emoties los die ik niet wil.”
”Welke?”
”Boos, bang, verdriet, zo intens verdrietig. En dat wil ik niet, anders kan ik niet functioneren.”
”Waar ben je bang voor?”
”Voor dit allemaal, voor de achtbaan aan emoties die er dan uit komen, dan verdrink ik.”
Ik ben bij je, hoor ik Hem zachtjes fluisteren. U bent er, zoals altijd, maar het maakt dit niet minder makkelijk.
”En bang voor de uitzichtloze tijd die voor me ligt; menselijkerwijs gezien wordt dit niet meer beter en wat moet ik dan? Al achter de geraniums gaan zitten? Bezigheidstherapie gaan doen?”
Als ze nu niet stopt met vragen, ga ik echt huilen.
”Oké,” zegt ze, ”we nemen even afstand, even een minder moeilijke vraag voor je. Vertel eens wat je deed, voordat je aan het werk ging bij dat bedrijf?”
Dit is een ’veilige’ vraag. Deze kan ik gemakkelijk beantwoorden, geen emoties erbij.
”Ik was thuis bij de kinderen; huisvrouw, zoals ze dat noemen. Maar ik wilde weer gaan werken om iets voor mezelf te doen. Ik wilde ook geld in het laatje brengen met iets wat ik ontzettend leuk vind om te doen; de styling van een winkel bijvoorbeeld. Daar was ik thuis ook al heel veel mee bezig, het inrichten van ons eigen huis. En omdat het een goedlopende kringloopwinkel was, was het er heel erg druk: heel veel klanten om te helpen en heel veel spullen om goed te etaleren. Ik voelde me daar echt als een vis in het water. En ik kan je niet vertellen, hoe erg ik dát nu mis.” De waterlanders zitten vandaag wel heel erg hoog. Ik kan het bijna niet stoppen.
”Dat geeft niet, Carlien, laat ze maar komen! Dat hoort bij het rouwproces. Wat doe je thuis om afleiding te zoeken van het verdriet en de pijn?”
”Ik probeer zoveel mogelijk bezig te zijn gedurende de dag. Schilderen, puzzelen, met de honden wandelen en spelen.”
”Hoeveel honden hebben jullie?”
”We hebben er drie, veel werk, maar het geeft zo ontzettend veel voldoening! Het zijn namelijk rescue-dogs uit het buitenland. En ze doen het hartstikke goed nu. De oudste twee komen uit Spanje en de jongste uit Portugal.”
”Wat voor hobby’s heb je nog meer?”
”Vroeger haakte en breide ik van alles en mijn grote passie was pianospelen, maar dat zit er niet meer in.”
Terwijl ik dit zeg, kijk ik naar buiten. Het regent nog steeds en zo voel ik me ook. Als ik het over pianospelen heb, dan word ik zo intens verdrietig. Ik slik het weg en kijk haar schuin aan. Dan zegt ze:
”In deze eerste sessie, Carlien, wil ik gewoon in kaart brengen wie je bent, wat jou jou maakt. Wat heb je allemaal meegemaakt van jongs af aan, uit welk gezin kom je. Meer niet, ik moet jou eerst leren kennen, voordat ik kan gaan bekijken welke behandeling het beste bij jou past.”
Ik vertel haar, uit wat voor een gezin ik kom: vader, moeder, een oudste zus, een oudere broer en een tweelingzus. Liefdevol opgevoed, een warm en veilig nest. Ik ben de jongste van het gezin, de benjamin, vrolijk, actief, creatief en sportief. Mijn fantasie liet ik, als kind al, de vrije loop. Ik verveelde me nooit en vond altijd wel iets om te doen. Maar ik ben ook veel ziek geweest; ook heb ik veel allergieën ontwikkeld, nadat ik de mazelen en waterpokken achter elkaar had gekregen. Dat was niet altijd even makkelijk. Want ook al was ik ziek, ik bleef actief, tot wanhoop van mijn moeder. Mijn tweelingzus bleef altijd rustig liggen als ze ziek was. Ik wilde altijd van alles doen, zoals knutselen, puzzelen, schilderen. En als dat dan niet lukte, omdat ik me niet lekker voelde, was ik heel verdrietig. Ik vertel haar verder over mijn jeugd, over mijn moeder, die twee jaar geleden is overleden. Over mijn vader die moedig voortgaat ondanks zijn verdriet over het verlies van mijn moeder; een echte doorzetter is hij.
”Volgens mij,” zegt ze, ”zie ik wel overeenkomsten met je vader, zijn passie voor schilderen is ook die van jou, zijn doorzettingsvermogen, zijn sterke wil; dat zijn allemaal dingen die jou heel ver hebben gebracht. Anders had je het nu allang opgegeven; maar nee, je blijft doorgaan, ondanks alle verdriet en pijn.”
”Dat klopt inderdaad wel, ik ga altijd door, ik weet niet anders. En ik wil ook niet opgeven, want als ik dat doe dan blijft er niets over.”
”Hoe bedoel je dat?”
”Als ik opgeef, dan blijf ik stil staan, dan verandert er niks. Dat wil niet zeggen dat ik altijd optimistisch ben. Af en toe zie ik het ook echt niet meer zitten, en bid ik ook: Heer, wat nu? Hoe nu verder?”
”Volgens mij, Carlien, is dat ook je overlevingsstrategie. Doorgaan ondanks de pijn en dan kom je er wel uit; dan kun je door naar het volgende en is het voorbij. Maar deze keer werkt die overlevingsstrategie niet, omdat de pijn niet overgaat, ook al ga je door. En dan krijg je dus een probleem, als je strategie niet meer werkt die in het verleden altijd wel werkte. Snap je wat ik bedoel?”
”Ja, ik begrijp het wel, maar ik wil dat dat niet zo is.”
”Deze sessie zit er bijna op, maar ik wil toch nog wel weten van je: Carlien, hoe stap je dit proces in met mij?” Oeps, dat is een hele moeilijke vraag.
”Tja, wat moet ik daarop antwoorden; dit hele proces is nodig om me verder te helpen, daar ben ik me heel erg van bewust. Maar ik ben ook opstandig, omdat ik verder wil en niet wil blijven hangen in mijn eigen verdriet.”
”Dat begrijp ik,” zegt ze, ”maar om verder te kunnen, moet je hier eerst doorheen, of je nou wil of niet.”
”Dat weet ik en ik ga dat ook doen, voor de volle honderd procent. Maar leuk is anders.”
”Dat is begrijpelijk. Hoe ga je nu naar huis, met wat voor gevoel?”
”Eerlijk gezegd ben ik doodmoe van alle emoties, een mengeling van allerlei gevoelens, maar ook leuk om te praten over mijn jeugd, over mijn ouders.”
”Heb je nog veel op het programma staan als je thuiskomt?”
”Nee, ik heb niet veel te doen vandaag.”
”Dat is goed,” zegt ze, ”probeer echt je rust te pakken, want na zo’n sessie heb je dat echt nodig. Je zult dat ook de komende sessies gaan meemaken, dat je heel erg moe bent van alle emoties.” Ik knik, maar eigenlijk weet ik al dat ik me te onrustig voel om te gaan zitten of liggen. En er moet ook gekookt worden.
”Ik zie dat je ja knikt, maar eh… volgens mij ga je dat niet doen?”
Ik kijk haar verbaasd aan: hoe kan ze dat nou weten dat ik dat denk! Ik word er bijna rood van. Ze lacht en zegt verder niks, maar kijkt me heel lang aan. Ik sta op, trek mijn jas aan.
”Tot de volgende keer.”
Nu de lange gang door naar de lift. De muren zijn wit, af en toe onderbroken door de meest eigenaardige kunstwerken. Ik voel me uitgewrongen, moe en rusteloos. Maar ik weet dat Johan buiten op me wacht in de auto. Dus hoef ik niet te fietsen, dat scheelt.
En dan sta ik buiten. Ik hoor getoeter van links komen… Ah, daar staat hij! Rennen naar de auto, zo gauw mogelijk weg van hier, het regent nog steeds.
Thuisgekomen, loop ik de trap op naar boven; de was in de wasmachine moet nog in de droger gedaan worden. En er staat ook nog een enorm volle wasmand klaar om opgevouwen en gestreken te worden, maar dat doe ik morgen wel. Daar ben ik nu te moe voor. Johan loopt achter me aan naar boven, ik hoor zijn voetstappen.
”Hoe was de therapie?” vraagt hij.
”Pfff, moeilijk, zoveel emoties.”
En dan huil ik alweer. Hij neemt me in zijn armen en houdt me stevig vast. Even in zijn veilige armen, ik voel ook zijn machteloosheid. Even stil staan in zijn armen, even niks, alleen maar samen.
”MAAAAM, waar ben je?”
”Ik ben hier, boven op zolder, de was aan het ophangen. Hoe was het op school?” Ik droog gauw mijn tranen en maak me los van Johan. Nu eerst focussen op de kinderen, die willen ook hun verhaal kwijt.
”Ga maar naar beneden,” zegt Johan, ”dan hang ik de was op en doe de handdoeken in de droger; ik zie je zo beneden.”
”Is goed, lieverd, dan zet ik een kopje thee voor ons.”
”MAM!!!”
”Jááháá, ik kom eraan!”
Zo, de verhalen van de kinderen aangehoord en ondertussen thee gezet. Johan is naar boven met zijn thee; hij moet nog wat werken en ik ga op de bank liggen. Ik ben zo moe na die eerste therapiesessie, niet normaal. Ik voel me helemaal uitgeblust. Ik sluit mijn ogen en probeer wat te slapen, maar dat lukt niet… te veel pijn en te veel piekeren over wat er allemaal is gezegd. Ik voel zachtjes kriebelen aan mijn arm. Lilly, onze Spaanse waterhond, staat me aan te staren.
”Ach liefje, wat is er, wil je ook even aandacht?” Olly en Abby, onze andere twee honden, blijven liggen, ze slapen nog diep. Lilly is onrustig en blijft bij me zitten. Ze voelt mijn onrust. Ik blijf haar aaien, en geef een klopje op de bank, ze springt erop en nestelt zich naast me. Buiten regent het nog steeds. De bloemen van de kamperfoelie hangen er zielig bij en de bladeren van de salvia die op de grond liggen, worden modderig. Een grauwe en natte dag vandaag.
Olly wordt langzaam wakker en begint te piepen, die moet ook zo worden uitgelaten. Abby, onze lieve mastin espagnol met drie poten, wordt ook wakker en laat zich langzaam uit de bench glijden. Ze hinkt naar me toe en begint op haar manier tegen me te praten. Steeds luider. Ik moet Johan gaan roepen voor de honden. Dat vind ik ook elke keer zo moeilijk, dat ik de honden niet meer kan uitlaten: ik ben altijd afhankelijk van anderen om dit te kunnen doen.
”Johan,” roep ik onder aan de trap, ”de honden moeten eruit, ze moeten naar de kooi toe. Het is inmiddels al bijna half 5!”
”Ja, ik kom zo.”
”Ja, maar ze moeten er NU uit!” Kon ik het maar zelf doen. De tranen branden, veel te veel tranen vandaag, niet weer huilen.
”Ik kom er zo aan,” roept Johan.
”Oké, is goed, dan doe ik alvast hun riemen om,” krijg ik er nog uit; als ik nu nog wat zeg, ga ik huilen. Ik laat ze ook liever zelf uit, zonder anderen te belasten. Abby begint steeds harder te ’praten’ en blaft nu ook. Ze moet heel nodig plassen. Ik laat ze in de gang staan voor Johan en loop terug naar de bank. Ik sluit mijn ogen, Abby blaft nog steeds, ik kan dit niet… ben zo slecht in wachten.
’Heer, help,’ fluister ik zachtjes. ’Ik kan dit niet, Heer. Iedereen gaat door met zijn leven. En ik dan? Ik wil zo graag onafhankelijk zijn en dat lukt niet. Wat wilt U, Heer? Ik weet dat U voor me zorgt, maar loslaten vind ik zo moeilijk. Hoe doe ik dat?’
Tranen rollen nu naar beneden. Op de bank liggend voel ik me zo alleen. De pijn blijft maar doorzeuren. Ik wacht op een wonder. Heer, hoe lang nog?
Mijn arm staat in brand en mijn hoofd zit vol watten, een dichte mist. Zoveel chirurgen en artsen gezien, maar niemand heeft de oplossing.
Het lijkt wel alsof mijn leven weer is stilgezet, maar nu zonder uitweg. Geen escaperoute.
De eerste keer dat ik zo werd stilgezet, was in februari 1999…
2 Borstkanker
Amersfoort, februari 1999.
De arts komt binnen, zijn gezicht staat somber.
”Ik heb helaas geen goed nieuws, het is kanker in een hele agressieve vorm, hormonaal. Ik moet u zo snel mogelijk opereren. Vandaag is het woensdag, vrijdag heb ik nog een gaatje in mijn schema, want daarna ben ik op vakantie.”
Hè?? Hoe dan? Vorige week zei hij, dat ik te jong was voor kanker en dat ik me geen zorgen hoefde te maken! De grond voel ik onder me wegzakken. Johan en ik huilen samen.
En eerst wilde hij het knobbeltje zelfs niet weghalen! Ik voel me zo boos worden! Vrijdag al mijn borst eraf?! We zijn nog niet eens getrouwd en kennen elkaar net vier maanden!!
Mijn gedachten gaan alle kanten op. Met onze handen houden we elkaar stevig vast.
”U moet wel snel beslissen, ik zet u alvast op de operatielijst. Als u mij morgen dan maar opbelt, om te vertellen wat u gaat doen.”
En dan staan we buiten, totaal verbijsterd. ”Wat moeten we doen?” vraag ik Johan. ”Gelijk onze families en vrienden bellen en natuurlijk mijn werk!”
Nee Heer, dit kan niet waar zijn! Ik ken Johan net. Ik wil nog niet dood. Ik stik van al het verdriet. Het slokt me op. Help Heer, help ons!
Johan laat ook zijn tranen lopen. En zo houden we elkaar een poos vast, al zittend in de auto.
”We gaan hiervoor vechten,” zegt Johan, ”vechten voor ons leven, dus we gaan bellen en kijken waar we een second opinion kunnen krijgen. Laten we je broer bellen, kijken wat hij zegt.” Hij heeft gelijk, nu vechten en niet opgeven.
Ik bel mijn broer direct:
”Hoi lieverd, met mij, wij hebben net de uitslag gekregen,” vertel ik mijn broer verdrietig.
Ik krijg het bijna niet over mijn lippen. Ik kan niet stoppen met huilen. Hij zegt:
”Ik ga pas huilen, Carlien, als ik bij je graf sta! Ik ga dus direct mensen bellen, kijken welke arts hier in Nederland de beste is op het gebied van borstkanker en dan kijken we hoe gauw je daar terecht kunt. Ik bel je zo snel mogelijk terug!” En hij hangt op.
En zo op het parkeerterrein, bellen we iedereen op om dit vreselijke nieuws te vertellen.
Dan rijden we terug naar Johans appartement. Onze wereld is 180 graden gedraaid. Van de intense vreugde van het elkaar gevonden hebben naar een enorm diep dal. Onze wereld staat in brand. Hoe ben ik hierin beland? In deze nachtmerrie? Een maand geleden waren we nog zo gelukkig:
Ik lag bij Johan op de bank, was Oprah aan het kijken. Het programma ging over zelfonderzoek bij vrouwen van hun borsten. Dat had ik nog nooit gedaan. Ik voelde meteen in mijn linkerborst een heel klein knobbeltje. Oprah zei, dat je dan de dokter moest bellen. Dat doe ik meteen. En ik wil het ook gelijk laten verwijderen, maar deze uitkomst had ik nooit verwacht. Had ik het al moeten weten? Dat het kanker was? Ik was wel heel veel afgevallen, maatje 34 gekregen. Maar ik dacht dat dat kwam, omdat ik zo gelukkig was dat ik Johan net had leren kennen.
Laat dit niet echt zijn. Laat dit een enorme vergissing zijn. Ik ben nu bijna 30, eindelijk mijn man ontmoet, we zijn zo gelukkig samen. En nu dit? We waren al bezig onze bruiloft te plannen.
De storm waait van binnen, iedereen om ons heen huilt, en wij? Wij moeten hier dwars doorheen, maar hoe?
De volgende dag belt mijn broer.
…
”Mevrouw Van Dijk-Hanekamp?”
Starend naar buiten, kijkend naar de regen, hoor ik mijn naam roepen. Dit is zo niet wat ik wil. Geen zin in, wéér mijn hele verhaal vertellen! LEES MIJN DOSSIER! zou ik willen schreeuwen. Lijkt me zalig om dit hardop te zeggen; maar ja, dat kan niet.
”Mevrouw Van Dijk?” roept de psychologe nogmaals.
”Ja, ja, ik kom al,” fluister ik zacht, ik draai me om (met een diepe zucht), glimlach en loop naar haar toe. Ze heeft een wijdvallende broek aan, zo’n flared broek; leuk, valt me alweer mee. Ze is even klein als ik. Stop met denken Carlien, even focussen!
”Deze kant op,” zegt ze. ”Makkelijk kunnen vinden?” Nu beleefd antwoorden…
”Ja hoor, ik woon hier vlak in de buurt.” Toch zenuwachtig loop ik met haar mee. Of ik thee wil. Nee, een vol glas wijn, verdoven die handel, maar nee, ik zeg: ”Ja graag.”
Ze doet de deur voor mij open en ik loop naar binnen. De kamer is leeg, een kaal hok met witte muren en een tl-buis aan het plafond. Gezelliger wordt het niet. En met die vreselijke lamellen voor het raam. Witte lamellen natuurlijk.
Ik zie dat het nog steeds regent. De regen vormt druppels op het raam die loodrecht naar beneden vallen. Net als tranen. Op de vensterbank buiten vormen de druppels een grote plas. Deze maand was er al zoveel regen en ik verlang naar de zon! Ondertussen ga ik zitten op een stoel die klaar staat voor mij. Ik zak er diep in weg, maar zit niet echt comfortabel. Oké, daar gaan we beginnen…
”Vertel eens waarom je hier bent?”
Slik… waar moet ik beginnen?
”Het begon allemaal op 23 oktober 2019. In het magazijn was een medewerker van het bedrijf samen met mij de tafel aan het klaar zetten voor de kerstspullen, om die uit te zoeken en te prijzen. Hij duwde in een keer, vanuit het niets, de tafel keihard tegen de muur terwijl mijn vinger ertussen zat.”
Diep ademhalen! Er niet over nadenken nu! Alleen vertellen, geen gevoel erbij, anders verdrink ik erin. Verdraaid-nog-aan-toe! Het lukt me niet, het zweet breekt me uit, de tranen vallen, DIT WIL IK NIET! Ik ben weer terug met mijn gedachten in dat magazijn.
”Ik schreeuwde het uit van de pijn en hij liep kwaad weg. Boos schreeuwde hij naar mij: ’Ik zei toch sorry?!’ Snel liep ik toen naar de keuken om te koelen, maar er was geen koud koelelement; dus onder de kraan en het lauwe koelelement meegenomen naar het kantoor. Ik wilde niemand zien… Maar hij liep achter me aan en kwam het kantoor binnen.”
”Carlien?” vraagt de psychologe, ”waar ben je nu?”
O ja, ik was aan het vertellen; ik kom bijna niet uit mijn woorden en ik wil niet blijven huilen. Slikken en nog een keer slikken en doorgaan.
”Ik vind het lastig om dit te vertellen; het maakt zoveel emoties los die ik niet wil.”
”Welke?”
”Boos, bang, verdriet, zo intens verdrietig. En dat wil ik niet, anders kan ik niet functioneren.”
”Waar ben je bang voor?”
”Voor dit allemaal, voor de achtbaan aan emoties die er dan uit komen, dan verdrink ik.”
Ik ben bij je, hoor ik Hem zachtjes fluisteren. U bent er, zoals altijd, maar het maakt dit niet minder makkelijk.
”En bang voor de uitzichtloze tijd die voor me ligt; menselijkerwijs gezien wordt dit niet meer beter en wat moet ik dan? Al achter de geraniums gaan zitten? Bezigheidstherapie gaan doen?”
Als ze nu niet stopt met vragen, ga ik echt huilen.
”Oké,” zegt ze, ”we nemen even afstand, even een minder moeilijke vraag voor je. Vertel eens wat je deed, voordat je aan het werk ging bij dat bedrijf?”
Dit is een ’veilige’ vraag. Deze kan ik gemakkelijk beantwoorden, geen emoties erbij.
”Ik was thuis bij de kinderen; huisvrouw, zoals ze dat noemen. Maar ik wilde weer gaan werken om iets voor mezelf te doen. Ik wilde ook geld in het laatje brengen met iets wat ik ontzettend leuk vind om te doen; de styling van een winkel bijvoorbeeld. Daar was ik thuis ook al heel veel mee bezig, het inrichten van ons eigen huis. En omdat het een goedlopende kringloopwinkel was, was het er heel erg druk: heel veel klanten om te helpen en heel veel spullen om goed te etaleren. Ik voelde me daar echt als een vis in het water. En ik kan je niet vertellen, hoe erg ik dát nu mis.” De waterlanders zitten vandaag wel heel erg hoog. Ik kan het bijna niet stoppen.
”Dat geeft niet, Carlien, laat ze maar komen! Dat hoort bij het rouwproces. Wat doe je thuis om afleiding te zoeken van het verdriet en de pijn?”
”Ik probeer zoveel mogelijk bezig te zijn gedurende de dag. Schilderen, puzzelen, met de honden wandelen en spelen.”
”Hoeveel honden hebben jullie?”
”We hebben er drie, veel werk, maar het geeft zo ontzettend veel voldoening! Het zijn namelijk rescue-dogs uit het buitenland. En ze doen het hartstikke goed nu. De oudste twee komen uit Spanje en de jongste uit Portugal.”
”Wat voor hobby’s heb je nog meer?”
”Vroeger haakte en breide ik van alles en mijn grote passie was pianospelen, maar dat zit er niet meer in.”
Terwijl ik dit zeg, kijk ik naar buiten. Het regent nog steeds en zo voel ik me ook. Als ik het over pianospelen heb, dan word ik zo intens verdrietig. Ik slik het weg en kijk haar schuin aan. Dan zegt ze:
”In deze eerste sessie, Carlien, wil ik gewoon in kaart brengen wie je bent, wat jou jou maakt. Wat heb je allemaal meegemaakt van jongs af aan, uit welk gezin kom je. Meer niet, ik moet jou eerst leren kennen, voordat ik kan gaan bekijken welke behandeling het beste bij jou past.”
Ik vertel haar, uit wat voor een gezin ik kom: vader, moeder, een oudste zus, een oudere broer en een tweelingzus. Liefdevol opgevoed, een warm en veilig nest. Ik ben de jongste van het gezin, de benjamin, vrolijk, actief, creatief en sportief. Mijn fantasie liet ik, als kind al, de vrije loop. Ik verveelde me nooit en vond altijd wel iets om te doen. Maar ik ben ook veel ziek geweest; ook heb ik veel allergieën ontwikkeld, nadat ik de mazelen en waterpokken achter elkaar had gekregen. Dat was niet altijd even makkelijk. Want ook al was ik ziek, ik bleef actief, tot wanhoop van mijn moeder. Mijn tweelingzus bleef altijd rustig liggen als ze ziek was. Ik wilde altijd van alles doen, zoals knutselen, puzzelen, schilderen. En als dat dan niet lukte, omdat ik me niet lekker voelde, was ik heel verdrietig. Ik vertel haar verder over mijn jeugd, over mijn moeder, die twee jaar geleden is overleden. Over mijn vader die moedig voortgaat ondanks zijn verdriet over het verlies van mijn moeder; een echte doorzetter is hij.
”Volgens mij,” zegt ze, ”zie ik wel overeenkomsten met je vader, zijn passie voor schilderen is ook die van jou, zijn doorzettingsvermogen, zijn sterke wil; dat zijn allemaal dingen die jou heel ver hebben gebracht. Anders had je het nu allang opgegeven; maar nee, je blijft doorgaan, ondanks alle verdriet en pijn.”
”Dat klopt inderdaad wel, ik ga altijd door, ik weet niet anders. En ik wil ook niet opgeven, want als ik dat doe dan blijft er niets over.”
”Hoe bedoel je dat?”
”Als ik opgeef, dan blijf ik stil staan, dan verandert er niks. Dat wil niet zeggen dat ik altijd optimistisch ben. Af en toe zie ik het ook echt niet meer zitten, en bid ik ook: Heer, wat nu? Hoe nu verder?”
”Volgens mij, Carlien, is dat ook je overlevingsstrategie. Doorgaan ondanks de pijn en dan kom je er wel uit; dan kun je door naar het volgende en is het voorbij. Maar deze keer werkt die overlevingsstrategie niet, omdat de pijn niet overgaat, ook al ga je door. En dan krijg je dus een probleem, als je strategie niet meer werkt die in het verleden altijd wel werkte. Snap je wat ik bedoel?”
”Ja, ik begrijp het wel, maar ik wil dat dat niet zo is.”
”Deze sessie zit er bijna op, maar ik wil toch nog wel weten van je: Carlien, hoe stap je dit proces in met mij?” Oeps, dat is een hele moeilijke vraag.
”Tja, wat moet ik daarop antwoorden; dit hele proces is nodig om me verder te helpen, daar ben ik me heel erg van bewust. Maar ik ben ook opstandig, omdat ik verder wil en niet wil blijven hangen in mijn eigen verdriet.”
”Dat begrijp ik,” zegt ze, ”maar om verder te kunnen, moet je hier eerst doorheen, of je nou wil of niet.”
”Dat weet ik en ik ga dat ook doen, voor de volle honderd procent. Maar leuk is anders.”
”Dat is begrijpelijk. Hoe ga je nu naar huis, met wat voor gevoel?”
”Eerlijk gezegd ben ik doodmoe van alle emoties, een mengeling van allerlei gevoelens, maar ook leuk om te praten over mijn jeugd, over mijn ouders.”
”Heb je nog veel op het programma staan als je thuiskomt?”
”Nee, ik heb niet veel te doen vandaag.”
”Dat is goed,” zegt ze, ”probeer echt je rust te pakken, want na zo’n sessie heb je dat echt nodig. Je zult dat ook de komende sessies gaan meemaken, dat je heel erg moe bent van alle emoties.” Ik knik, maar eigenlijk weet ik al dat ik me te onrustig voel om te gaan zitten of liggen. En er moet ook gekookt worden.
”Ik zie dat je ja knikt, maar eh… volgens mij ga je dat niet doen?”
Ik kijk haar verbaasd aan: hoe kan ze dat nou weten dat ik dat denk! Ik word er bijna rood van. Ze lacht en zegt verder niks, maar kijkt me heel lang aan. Ik sta op, trek mijn jas aan.
”Tot de volgende keer.”
Nu de lange gang door naar de lift. De muren zijn wit, af en toe onderbroken door de meest eigenaardige kunstwerken. Ik voel me uitgewrongen, moe en rusteloos. Maar ik weet dat Johan buiten op me wacht in de auto. Dus hoef ik niet te fietsen, dat scheelt.
En dan sta ik buiten. Ik hoor getoeter van links komen… Ah, daar staat hij! Rennen naar de auto, zo gauw mogelijk weg van hier, het regent nog steeds.
Thuisgekomen, loop ik de trap op naar boven; de was in de wasmachine moet nog in de droger gedaan worden. En er staat ook nog een enorm volle wasmand klaar om opgevouwen en gestreken te worden, maar dat doe ik morgen wel. Daar ben ik nu te moe voor. Johan loopt achter me aan naar boven, ik hoor zijn voetstappen.
”Hoe was de therapie?” vraagt hij.
”Pfff, moeilijk, zoveel emoties.”
En dan huil ik alweer. Hij neemt me in zijn armen en houdt me stevig vast. Even in zijn veilige armen, ik voel ook zijn machteloosheid. Even stil staan in zijn armen, even niks, alleen maar samen.
”MAAAAM, waar ben je?”
”Ik ben hier, boven op zolder, de was aan het ophangen. Hoe was het op school?” Ik droog gauw mijn tranen en maak me los van Johan. Nu eerst focussen op de kinderen, die willen ook hun verhaal kwijt.
”Ga maar naar beneden,” zegt Johan, ”dan hang ik de was op en doe de handdoeken in de droger; ik zie je zo beneden.”
”Is goed, lieverd, dan zet ik een kopje thee voor ons.”
”MAM!!!”
”Jááháá, ik kom eraan!”
Zo, de verhalen van de kinderen aangehoord en ondertussen thee gezet. Johan is naar boven met zijn thee; hij moet nog wat werken en ik ga op de bank liggen. Ik ben zo moe na die eerste therapiesessie, niet normaal. Ik voel me helemaal uitgeblust. Ik sluit mijn ogen en probeer wat te slapen, maar dat lukt niet… te veel pijn en te veel piekeren over wat er allemaal is gezegd. Ik voel zachtjes kriebelen aan mijn arm. Lilly, onze Spaanse waterhond, staat me aan te staren.
”Ach liefje, wat is er, wil je ook even aandacht?” Olly en Abby, onze andere twee honden, blijven liggen, ze slapen nog diep. Lilly is onrustig en blijft bij me zitten. Ze voelt mijn onrust. Ik blijf haar aaien, en geef een klopje op de bank, ze springt erop en nestelt zich naast me. Buiten regent het nog steeds. De bloemen van de kamperfoelie hangen er zielig bij en de bladeren van de salvia die op de grond liggen, worden modderig. Een grauwe en natte dag vandaag.
Olly wordt langzaam wakker en begint te piepen, die moet ook zo worden uitgelaten. Abby, onze lieve mastin espagnol met drie poten, wordt ook wakker en laat zich langzaam uit de bench glijden. Ze hinkt naar me toe en begint op haar manier tegen me te praten. Steeds luider. Ik moet Johan gaan roepen voor de honden. Dat vind ik ook elke keer zo moeilijk, dat ik de honden niet meer kan uitlaten: ik ben altijd afhankelijk van anderen om dit te kunnen doen.
”Johan,” roep ik onder aan de trap, ”de honden moeten eruit, ze moeten naar de kooi toe. Het is inmiddels al bijna half 5!”
”Ja, ik kom zo.”
”Ja, maar ze moeten er NU uit!” Kon ik het maar zelf doen. De tranen branden, veel te veel tranen vandaag, niet weer huilen.
”Ik kom er zo aan,” roept Johan.
”Oké, is goed, dan doe ik alvast hun riemen om,” krijg ik er nog uit; als ik nu nog wat zeg, ga ik huilen. Ik laat ze ook liever zelf uit, zonder anderen te belasten. Abby begint steeds harder te ’praten’ en blaft nu ook. Ze moet heel nodig plassen. Ik laat ze in de gang staan voor Johan en loop terug naar de bank. Ik sluit mijn ogen, Abby blaft nog steeds, ik kan dit niet… ben zo slecht in wachten.
’Heer, help,’ fluister ik zachtjes. ’Ik kan dit niet, Heer. Iedereen gaat door met zijn leven. En ik dan? Ik wil zo graag onafhankelijk zijn en dat lukt niet. Wat wilt U, Heer? Ik weet dat U voor me zorgt, maar loslaten vind ik zo moeilijk. Hoe doe ik dat?’
Tranen rollen nu naar beneden. Op de bank liggend voel ik me zo alleen. De pijn blijft maar doorzeuren. Ik wacht op een wonder. Heer, hoe lang nog?
Mijn arm staat in brand en mijn hoofd zit vol watten, een dichte mist. Zoveel chirurgen en artsen gezien, maar niemand heeft de oplossing.
Het lijkt wel alsof mijn leven weer is stilgezet, maar nu zonder uitweg. Geen escaperoute.
De eerste keer dat ik zo werd stilgezet, was in februari 1999…
2 Borstkanker
Amersfoort, februari 1999.
De arts komt binnen, zijn gezicht staat somber.
”Ik heb helaas geen goed nieuws, het is kanker in een hele agressieve vorm, hormonaal. Ik moet u zo snel mogelijk opereren. Vandaag is het woensdag, vrijdag heb ik nog een gaatje in mijn schema, want daarna ben ik op vakantie.”
Hè?? Hoe dan? Vorige week zei hij, dat ik te jong was voor kanker en dat ik me geen zorgen hoefde te maken! De grond voel ik onder me wegzakken. Johan en ik huilen samen.
En eerst wilde hij het knobbeltje zelfs niet weghalen! Ik voel me zo boos worden! Vrijdag al mijn borst eraf?! We zijn nog niet eens getrouwd en kennen elkaar net vier maanden!!
Mijn gedachten gaan alle kanten op. Met onze handen houden we elkaar stevig vast.
”U moet wel snel beslissen, ik zet u alvast op de operatielijst. Als u mij morgen dan maar opbelt, om te vertellen wat u gaat doen.”
En dan staan we buiten, totaal verbijsterd. ”Wat moeten we doen?” vraag ik Johan. ”Gelijk onze families en vrienden bellen en natuurlijk mijn werk!”
Nee Heer, dit kan niet waar zijn! Ik ken Johan net. Ik wil nog niet dood. Ik stik van al het verdriet. Het slokt me op. Help Heer, help ons!
Johan laat ook zijn tranen lopen. En zo houden we elkaar een poos vast, al zittend in de auto.
”We gaan hiervoor vechten,” zegt Johan, ”vechten voor ons leven, dus we gaan bellen en kijken waar we een second opinion kunnen krijgen. Laten we je broer bellen, kijken wat hij zegt.” Hij heeft gelijk, nu vechten en niet opgeven.
Ik bel mijn broer direct:
”Hoi lieverd, met mij, wij hebben net de uitslag gekregen,” vertel ik mijn broer verdrietig.
Ik krijg het bijna niet over mijn lippen. Ik kan niet stoppen met huilen. Hij zegt:
”Ik ga pas huilen, Carlien, als ik bij je graf sta! Ik ga dus direct mensen bellen, kijken welke arts hier in Nederland de beste is op het gebied van borstkanker en dan kijken we hoe gauw je daar terecht kunt. Ik bel je zo snel mogelijk terug!” En hij hangt op.
En zo op het parkeerterrein, bellen we iedereen op om dit vreselijke nieuws te vertellen.
Dan rijden we terug naar Johans appartement. Onze wereld is 180 graden gedraaid. Van de intense vreugde van het elkaar gevonden hebben naar een enorm diep dal. Onze wereld staat in brand. Hoe ben ik hierin beland? In deze nachtmerrie? Een maand geleden waren we nog zo gelukkig:
Ik lag bij Johan op de bank, was Oprah aan het kijken. Het programma ging over zelfonderzoek bij vrouwen van hun borsten. Dat had ik nog nooit gedaan. Ik voelde meteen in mijn linkerborst een heel klein knobbeltje. Oprah zei, dat je dan de dokter moest bellen. Dat doe ik meteen. En ik wil het ook gelijk laten verwijderen, maar deze uitkomst had ik nooit verwacht. Had ik het al moeten weten? Dat het kanker was? Ik was wel heel veel afgevallen, maatje 34 gekregen. Maar ik dacht dat dat kwam, omdat ik zo gelukkig was dat ik Johan net had leren kennen.
Laat dit niet echt zijn. Laat dit een enorme vergissing zijn. Ik ben nu bijna 30, eindelijk mijn man ontmoet, we zijn zo gelukkig samen. En nu dit? We waren al bezig onze bruiloft te plannen.
De storm waait van binnen, iedereen om ons heen huilt, en wij? Wij moeten hier dwars doorheen, maar hoe?
De volgende dag belt mijn broer.
…

