Cover: De redding van Poepland

De redding van Poepland


EUR 18,90

Formaat: 18 x 22 cm
Pagina aantal: 38
ISBN: 978-3-99146-473-0
Publicatie datum: 28.05.2024
Poepland is een vredig land waar de inwoners er uitzien als halve drollen. Maar Poepland is in gevaar! De gemene tovenaar Platta Kakka wil het land vernietigen. Zal het Jules en haar papa lukken de bewoners te helpen deze gemene tovenaar te verslaan?
Hi! Ik ben Jules en ik wil jullie graag vertellen wat een ongelofelijk spannend avontuur ik samen met mijn vader David heb beleefd in het magische Poepland.

Het was een warme zomeravond. Een week voor mijn vijfde verjaardag. Ik ben al een tijdje zindelijk, maar ik vind het nog steeds fijn als mijn vader ‘s nachts meegaat als ik een poepje of plasje moet doen. Stiekem was dit ook gewoon heel grappig. Weet je waarom? Op de wasbak in de badkamer lag een knijper en die deed mijn vader altijd op zijn neus. Hij kan namelijk totaal niet tegen vieze geurtjes. Elke keer als ik hem zo met zijn dichtgeknepen ogen en die knijper op zijn neus in de hoek zie staan, moet ik heel hard lachen.

Het was weer zo een nacht. Mijn vader stond slaperig in de hoek met een knijper op zijn neus te wachten tot ik klaar was met poepen. Toen ik wilde doorspoelen, keek ik in de wc. Je raadt nooit wat ik zag! Er kwam een bootje uit het water. Op dat bootje stond de tekst ‘De Power Puffer 5000’. Tot mijn grote verbazing zag ik ook een dikke vette drol bewegen. Aan de bovenkant zag hij er net als een mens uit en aan de onderkant een drol. Hij bewoog als een slang naar voren. Hij leek erg bang en begon ineens hard te praten en zei: “Mijn naam is Noa. Alsjeblieft, alsjeblieft, spoel me niet door. Jullie zijn onze enige redding!”
Mijn vader sprong naar de wc-pot om te kijken wat er allemaal aan de hand was. Geschrokken, met de knijper nog op zijn neus, zei mijn vader tegen de drol: “Nou ja … Het is leuk dat je ineens in mijn wc-pot verschijnt voor hulp. Maar hoe moeten wij jou helpen dan?” Noa de drol antwoordde met grote ogen. “Er is weinig tijd, jullie moeten nú met mij meekomen om ons te helpen. Onze wereld hierbeneden is in groot gevaar. Ik zal jullie naar onze koning Puf Puf brengen, die zal jullie alles uitleggen!

Mijn vaders gezicht werd lijkbleek en hij zei: “Je denkt toch niet dat wij dit vieze riool ingaan, hè.” Maar nog voordat hij zijn zin had afgemaakt, pakte de drol zijn toverstaf en zei: “Fnikketie Fnekketie Fnolletje, ik verander jullie beiden in een levend drolletje.” Een grote flits kwam in de badkamer, de knijper van mijn vader viel op de grond en we veranderden in een halve drol. Noa schreeuwde: “Gaan jullie snel de boot in! Er is geen tijd meer te verliezen, koning Puf Puf wacht op ons. Hou je stevig vast aan de boot. Ik spoel nu gauw door, want er zit geen gas meer in de Power Puffer 5000 om terug te gaan naar Poepland!.” We deden wat Noa zei en hielden ons stevig vast. Toen hij doorspoelde, gingen we megasnel door het riool heen. Net als in een waterglijbaan. Soms met wat bochten. Een achtbaan is er niks bij. Toen we eindelijk aankwamen, vlogen we vanaf een schans de lucht in en belandden veilig in een heel groot meer van alleen maar poep.

Ik keek om me heen en zag een heel groot landschap. Net als bij ons, alleen was hier echt letterlijk alles van poep. Zelfs de bergen en de bomen. Je kon het zo gek niet bedenken of het was er. Toen ik naar papa keek, zag ik dat hij zijn beide handen voor zijn mond en neus hield. Hij durfde nog niet te ademen en zijn knijper had hij natuurlijk niet meer. Ik begon heel hard te lachen en zei: “Papa, je ruikt hier helemaal niks hoor … haha.” Heel voorzichtig haalde David zijn handen weg en hield opgelucht adem. “Je hebt gelijk, Jules, het ruikt hier helemaal niet naar poep.”

Aan de andere kant van het meer stond Marcellus. Een hele grote, gespierde drol met een dikke baard. Marcellus stond ons op te wachten met zijn Puff-mobiel die op scheten reed. Noa zei: “Kom we roeien gauw naar de kant. We hebben nog een wilde rit te gaan en Marcellus is niet iemand die van wachten houdt.” Eenmaal aangekomen aan land, stapten we bij Marcellus in de Puff-mobiel.

We vlogen bij elke puf meters voorruit! “Op deze manier ben ik ook bij jullie wc-pot uitgekomen. Marcellus maakt deze handige vervoersmiddelen met een beetje magie,” vertelde Noa, terwijl we aan het rijden waren. Mijn vader en ik zaten achterin in de Puff-mobiel en keken verbaasd om ons heen, toen we door het poepbos heen scheurden. We konden niet geloven wat er allemaal gebeurde. We waren vooral nieuwsgierig naar het kasteel van koning Puf Puf. Noa zei tijdens het rijden dat we ons geen zorgen hoefden te maken. Dat de koning heel aardig is en dat alles ons uitgelegd zal worden. We waren gerust en keken naar buiten. We zagen in de verte een hele grote vulkaan, waar groene rook uitkwam. Er vlogen twee grote draken omheen. Papa keek met grote ogen en vroeg: “Wat is dat?” “Jaaa,” zei Noa: “Dat is het probleem waar jullie ons hopelijk mee kunnen helpen. Op die vulkaan woont de gemene tovenaar Platta Kakka. Maar daar zal onze koning Puf Puf jullie straks alles over vertellen.”

We reden het poepbos uit en kwamen in een heel mooi dorp terecht. Het dorp had een aantal huisjes, een restaurant en wat winkeltjes. Er speelden wat kinderen langs de weg. Het was mooi om te zien, maar helaas moesten we snel weer door. Er was namelijk geen tijd meer te verliezen. Niet veel later stopte Marcellus zijn Puff-mobiel en kwamen we eindelijk aan bij een gigantisch groot kasteel. Onze mond viel open van verbazing. Het was prachtig om te zien, ook al was het allemaal van poep gemaakt.

Toen we uitstapten en voor een groot hek van het kasteel stonden, zei Noa: “Aan jou de eer, Jules, bel maar aan.” Jules drukte op de bel en uit het niets hoorden we een keiharde scheet die door het kasteel heen galmde. We barstten in lachen uit! “Wha- ha- ha.” Dit hadden we niet verwacht. De kasteelpoort opende en daar stond koning Puf Puf ons buiten bij de deur al op te wachten.

“Welkom, eindelijk zijn jullie hier! Onze dank is groot. Wij zijn blij dat jullie toch naar ons toe zijn gekomen met Noa. Mijn echte naam is Petrus, maar hier noemt iedereen mij koning Puf Puf. Kom maar binnen,” zei de vriendelijke koning. We liepen door de lange gang en kwamen uit in een grote zaal met een enorm grote tafel in het midden. “Nemen jullie plaats,” zei de koning. Hij maakte een beweging met zijn toverstaf en zei: “Hoeliehoep poeperdiepoep.” En in een flits lag er allemaal lekkers op tafel. Je raadt het nooit, ook nu was alles van poep! Mijn vader durfde geen hap te nemen. Toen zei koning Puf Puf: “Wees maar niet bang. Door de magie smaakt het net zo lekker. Net als bij jullie thuis.” Inderdaad, na voorzichtig een hapje te hebben genomen van een stuk kip, patatjes en wat lekkere ijsjes, smaakte het inderdaad echt heerlijk allemaal. De koning zei: “Eten jullie maar lekker door, dan zal ik vertellen hoe Poepland is ontstaan en met wat voor gevaar we nu te maken hebben.”
5 Sterren
Super grappig - 02.07.2024
Marjolijn van der Lubbe

Met heel veel plezier, 'de redding van poepland' aan mijn kleindochter van 2,5. voorgelezen.Ze 'smult' van dit verhaal en moet heel erg lachen als de hoofdpersonen weer een avontuur beleven.Nu moet ik het dagelijks voorlezen.

Misschien vind je dit ook leuk :

Cover: De redding van Poepland

da Conceição Barbosa Maria

Layla’s avontuur

review:
*verplichte velden