Een kromme geest
Duitse bezetter dwingt briljante geest tot ontwikkeling van een wonderwapen. Na de oorlog wil hij alles vergeten, totdat...
EUR 20,90
Formaat: 13,5 x 21,5 cm
Pagina aantal: 520
ISBN: 978-3-7116-1813-9
Publicatie datum: 17.07.2026
Wiskundig wonderkind en zakenman Jacob Oostman weet zijn oorlogsverleden levenslang buiten de schijnwerpers te houden. Als journaliste Mila Dumas hem confronteert met een lang verborgen foto besluit de inmiddels 98-jarige wetenschapper open kaart te spelen.
Een kwestie van schaken
‘Een interview geven? Ga jij een interview geven? Hoezo, en aan wie dan?’ zei ik tegen mijn opa. Hij had mij weer eens totaal verrast, zoals hij eigenlijk al mijn hele leven had gedaan. Mijn opa is eigenlijk niet echt mijn opa, maar mijn overgrootvader, maar ik noemde hem voor het gemak toch maar opa of opi, net naar het uitkwam. Ik had hem zo’n negen jaar niet gezien, maar was nu sinds zeer kort terug in het huis waar hij mij destijds, nadat ik min of meer wees was geworden, had opgevoed. Hij was toen al in de zeventig, maar hij was niet bepaald de gemiddelde gepensioneerde. Nee, hij was Jacob Oostman, de grondlegger van het JOB-concern en befaamd architect. Hij had zijn hele leven keihard gewerkt om samen met zijn dochter Hannah, mijn oma dus, een miljardenbedrijf op te bouwen. Maar toen mijn moeder kwam te overlijden – ik was nog maar net zeven maanden oud – heeft hij mijn opvoeding op zich genomen. Mijn oma had het veel te druk met het bedrijf, en Jacob was het op zijn leeftijd wat rustiger aan gaan doen. En denk niet dat het een straf was om met zo’n oude man op te groeien, juist helemaal niet. Jacob was als een vader voor me, die me heel veel heeft geleerd en me altijd overal bij heeft gesteund, vaak zelfs tot ongenoegen van mijn oma Hannah. En geloof me, Jacob was intelligent. En niet zomaar intelligent, maar van de buitencategorie. Hij heeft me bijvoorbeeld als kleine jongen schaken geleerd en, in tegenstelling tot veel anderen, liet hij me nooit winnen. En ik kan heel slecht tegen verliezen. Dat heeft me ertoe aangezet om me echt te verdiepen in schaken, en – al zeg ik het zelf – ik ben er erg goed in geworden. Maar mijn hele leven heb ik nog nooit een potje van hem kunnen winnen. Zelfs nu hij dit jaar 99 wordt kan ik niet van hem winnen. En ik heb het gisteren nog serieus geprobeerd. Nee, geloof me, Jacob is slim. Hij zegt zelf dat inmiddels 50% van zijn hersencellen wel afgestorven moet zijn. Dat kan zo zijn, heb ik gekscherend tegen hem gezegd, maar dan ben je nog altijd twee keer zo slim als een normaal mens.
Maar goed, dat interview was een totale verrassing voor me. Zijn hele leven heeft hij de schijnwerpers altijd ver van zich gehouden. Hij wilde alleen maar op de achtergrond opereren. Ik denk dat hij in zijn hele leven wel duizenden verzoeken heeft gehad voor interviews. Er waren er ook diverse schrijvers die een biografie over hem hadden willen schrijven. Over de joodse man die als jongeling van 23 de oorlog had overleefd en volkomen berooid in Nederland terugkeerde, terwijl zijn ouders en eigenlijk zijn hele familie waren uitgemoord. Over de man die uit het niets een wereldwijd opererend bouwbedrijf had opgebouwd. Over de man die zich – zonder aantoonbare opleiding – had ontwikkeld tot een wereldberoemd architect. Over de vader van Hannah Oostman, één van de meest succesvolle zakenvrouwen ter wereld. Over het tragische verlies van zijn kleindochter Elise en over de opvoeding van zijn achterkleinzoon, dat ben ik dus – John.
Hoe interessant zo’n biografie ook had kunnen zijn, mijn opi wilde daar absoluut niets van weten. ‘Als iemand iets over mij wil schrijven, komen ze uiteindelijk altijd op de oorlog uit. En dat is voor mij gewoon te traumatisch. De oorlog is voor mij verboden gebied,’ had hij altijd gezegd. Voor de pers was Jacob dan ook eigenlijk een soort kluizenaar, iemand die onbereikbaar was. En nu kwam Jacob opeens met de mededeling dat hij een interview ging geven. Nota bene midden in coronatijd. Ik vroeg hem of hij daar wel goed over had nagedacht, en of hij wel wist of ze getest was. Ja, het was blijkbaar een vrouw die langs zou komen. ‘Ja jongen, het is nu tijd om eens met deze vrouw te praten, en ja, ze is getest.’
‘Maar wie is het dan?’ vroeg ik, ‘degene die gelukt is wat nog nooit een ander gelukt is?’
‘Tsja…,’ had opi gezegd, ‘heb je wel eens van Bodine Jensen gehoord?’
‘Bodine Jensen?’ vroeg ik, ‘uh… dat is toch die Amerikaanse schrijfster, die thrillers schrijft? Ja, daar heb ik wel van gehoord. Ik heb toevallig in het ziekenhuis nog haar laatste boek gelezen, Nighthawk. Dat was een verdomd goed verhaal, en ze wist waar ze het over had, dat kan ik je garanderen. Maar wat bedoel je, komt die jou interviewen?’
‘Nee, nee…’ had Jacob geantwoord, ‘het is haar dochter die langskomt, Mila Dumas.’
‘Mila Dumas?,’ vroeg ik, ‘daar heb ik nog nooit van gehoord, en waarom heet ze dan Dumas en niet Jensen?’
‘Ze heeft die achternaam van haar vader. Bodine Jensen is getrouwd, maar heeft haar meisjesnaam aangehouden, omdat ze daaronder al bekend was. Ik moet eigenlijk zeggen dat ze getrouwd wás, want haar man, en dus Mila’s vader, is zes weken geleden overleden.’
‘Maar wat is dan de bedoeling? Wil die Bodine Jensen een boek over jou schrijven en heeft ze haar dochter vooruitgestuurd om materiaal te verzamelen, of zo?’ vroeg ik.
‘Nee, helemaal niet. Die Mila Dumas is een onderzoeksjournalist. En een goede ook. Ze is ongeveer net zo oud als jij, maar ze heeft al heel wat boven water gekregen. Je hebt misschien wel gehoord van dat corruptieschandaal in de farmaciewereld. Dat heeft zij aan het licht gebracht. Ze is nogal bekend geworden met de uitspraak: “Noord-Amerika is het meest corrupte land ter wereld, alleen hebben ze de corruptie gelegaliseerd.” Daar heeft ze geen vrienden mee gemaakt. Maar ze werkt dus echt voor zichzelf, en niet voor haar moeder.’
‘Maar opi, een onderzoeksjournalist, dat zijn de gevaarlijkste die er zijn. Waarom laat je die in godsnaam hier komen?’
‘Nou,’ zei Jacob, ‘ik heb daar hele goede redenen voor, maar die ga ik jou nog niet vertellen.’
Ik was meer dan verbaasd. ‘Dan moet je het zelf weten, maar zeg straks niet dat ik je niet gewaarschuwd heb! Wanneer komt ze eigenlijk?’
‘Nou, vanmiddag al. Ze is gisteren uit Washington gekomen. Ik zou het trouwens fijn vinden als je erbij zou willen zijn. Je weet, ik hoor de laatste tijd wat minder, en Engels is ook niet mijn favoriete taal.’
‘Oké, als jij dat wilt prima, ik loop hier toch maar wat met mijn manke been te strompelen in het huis’.
Om klokslag twee uur werd er die middag aangebeld. Ik ging de deur opendoen, zonder verder veel verwachtingen. Ik had me nooit echt aangetrokken gevoeld tot Amerikaanse vrouwen. Ze waren of te dik of vel over been, meestal met te veel make-up, bijna altijd met weinig diepgang en vaak veel te opdringerig naar mijn zin. Maar toen ik de deur opendeed, moest ik vaststellen dat er toch uitzonderingen waren. Mila Dumas was geen doorsnee Amerikaanse. Ze zag er meer uit als een Française, met een donker pagekapsel, en zeer verfijnd opgemaakt. Ze was niet groot, een kop kleiner dan ik, maar ze had een paar prachtige groenbruine ogen waarmee ze me zeer scherp opnam. Ze was in één woord overweldigend. ‘Hi…’ zei ze, ‘I’m Mila Dumas, I have an appointment with Jacob Oostman.’ Ik was even uit het veld geslagen, ‘Of course, I know, welcome, come in, let me get your coat,’ antwoordde ik een beetje stuntelig, ‘I’m John Oostman, I’m his great-grandson.’ Ik ging haar voor naar de tuinkamer, waar je zo over het water van de Leede kon uitkijken en waar Jacob al op haar zat te wachten. Jacob zat er wat gespannen bij. En zo kende ik hem niet, want normaliter raakte hij nergens van onder de indruk. Ze gaven elkaar een elleboog, zoals tijdens de corona-epidemie de gewoonte was geworden, en Mila bewonderde het fraaie uitzicht. ‘Nice place here, Mr. Oostman,’ zei ze, terwijl Jacob haar scherp opnam. Maar voor ze verder iets kon zeggen, nam Jacob het initiatief. ‘Dear Mila, it is a privilege to have you here, and I promise you; you can ask me any question you want. Whether I will answer them is another question of course,’ zei hij een beetje wrang lachend, ‘but before we start, I first want to get to know you a little bit better. So, I would like to start with some questions for you, if that’s okay with you?’ Mila knikte. Jacob ging verder ‘I know your mother is Bodine Jensen, but your last name is Dumas. Can you tell me something about your father?’ Ze antwoordde: ‘Mr. Oostman, my father is a long story, and I am prepared to tell you all about him, but we must not forget I am here to interview you and not the other way around. My time is somewhat limited, I’m only here for two days.’ Jacob antwoordde meteen, ‘time is irrelevant, if it takes more than two days, then so be it. Don’t worry about your return flight. I will take care of all expenses if you must stay longer, but it is important that we have sufficient time to exchange our stories. I don’t want to rush. You know I’m an old man, and I need to concentrate, so I have to rest now and then. I hope you understand. And please don’t call me Mr. Oostman, just call me Jacob.’ Ik zat erbij en keek ernaar. Ik begreep er niets van. Jacob die nooit iets van interviews wilde weten, ging nu alle tijd voor haar vrijmaken, hoelang het ook ging duren. Wat was hier in godsnaam aan de hand? Mila antwoordde: ‘Okay Jacob, you’re my only project now, so for me it is no problem to stay as long as you want, as long as I get the opportunity to ask you the questions that I have. But to start with my father. His name is, or rather was, Jack, Jack Dumas. Actually, his real name was Jacques, because his father and mother were both French, but nobody could pronounce that in the US, so they called him Jack. His father was André Dumas, as you might well know?’ Ze keek Jacob daarbij indringend aan, en het leek of Jacob een schok kreeg: ‘So, your grandpa is André Dumas. You must tell me more.’
Ze begon aan een lang verhaal. Haar vader was geboren in 1955 en hij was zijn hele leven gek van vliegtuigen geweest. Eerst om er mee te vliegen, en later om ze te helpen ontwerpen en testvliegen. Hij was een Navy-piloot die F-14’s en F-18’s had gevlogen op diverse vliegdekschepen. Hij reisde de hele wereld over, maar had nooit een serieuze relatie gehad totdat hij Bodine Jensen had ontmoet. Jack had een hele bijzondere carrière doorlopen. Hij werd beschouwd als één van de beste, zo niet de allerbeste, gevechtsvlieger van de Navy. Hij had de testvliegeropleiding doorlopen en werd bij de Navy weggekocht door Lockheed Martin, waar hij bij de befaamde Skunk Works ging werken. Hij had onder andere meegewerkt aan de F-117 Nighthawk. De F-117 was een revolutionair gevechtsvliegtuig dat gebruik maakte van zogenaamde stealth-technologie om onzichtbaar te zijn voor radar. In de zeventiger jaren was men er zich steeds meer van bewust geworden dat vliegtuigen in toenemende mate kwetsbaar werden voor de steeds geavanceerdere radars en luchtdoelraketten. De VS dreigden daardoor het luchtoverwicht te verliezen. Er werd dus naarstig gezocht naar een methode om vliegtuigen onzichtbaar te maken voor de radar. Dat was de zogenaamde stealth-technologie. Het gevolg van deze technologie was dat vliegtuigen niet meer ontworpen werden op basis van aerodynamica, maar de vorm werd bepaald door de eisen vanuit de stealth-technologie. Een stealth-vliegtuig zag er daarom bizar uit, met allerlei rechte vlakken die met vreemde hoeken aan elkaar zaten. Vanuit aerodynamisch oogpunt was het een ramp, maar het was de enige manier om de radar te verslaan. Het was een ultra-geheim project, en uitsluitend de allerbeste piloten werden geselecteerd om het vliegtuig uit te testen. En Jack Dumas werd aangesteld als testvlieger van dit bijzondere toestel. Hij was toen nog maar 28. De Skunk Works bevonden zich in Burbank in Californië. Mila vertelde dat haar moeder Jack zo ongeveer gestalkt had, om meer te weten te komen over dit bijzondere vliegtuig. Maar alles was uiteraard streng geheim. Pas in 2008 toen de technologie van de F-117 alweer wat verouderd was en het vliegtuig werd uitgefaseerd, mocht mijn vader er wat over vertellen. En het heeft daarna nog ruim tien jaar geduurd voordat haar moeder er een thriller over heeft durven schrijven, en dat was haar meest recente boek geworden. Intussen was er wel een romance opgebloeid tussen de testvlieger en de thrillerschrijfster. In 1992 waren ze getrouwd. ‘En in 1994 was ik het resultaat. En hier ben ik dan,’ zei Mila, ‘dat is het verhaal van mijn vader.’
Jacob was nu een en al aandacht. ‘Zo, jouw vader was testvlieger van de F-117. Dat is interessant. Ik heb me destijds nogal verdiept in dat bizarre toestel. In de oorlog heb ik het een en ander opgestoken van vliegtuigontwerpen, en die F-117, dat kan eigenlijk niet. Dat toestel heeft een slankheid van maar 2.4, een thrust-to-weight ratio van maar 0.4. Dat is extreem laag en dat betekent dat hij maar weinig vermogen heeft en een heel hoge geïnduceerde weerstand. Aerodynamisch gezien is het een vliegende plank. Het ding heeft een pijlstelling van 70 graden, waardoor zijn lage-snelheidseigenschappen waarschijnlijk ook heel beroerd zijn. Ik heb daar ooit eens wat aan gerekend, en de maximum snelheid en het bereik dat ze claimen voor het toestel zijn aerodynamisch gezien totaal onmogelijk. De enige manier waarop die prestaties te behalen zijn, is als er een bijzondere technologie in dat vliegtuig is ingebouwd.’
Ik keek Jacob verbaasd aan. ‘Heb je nu ook al verstand van vliegtuigprestaties, en hoezo heb je dat in de oorlog geleerd?’ Maar Mila kwam tussenbeide: ‘Wat Jacob zegt, snijdt hout. Mijn moeder was tot dezelfde conclusie gekomen, nadat ze allerlei specialisten had geraadpleegd. En mijn vader heeft inderdaad toegegeven dat er een speciale technologie in het vliegtuig zat, waardoor de prestaties enorm verbeterd werden. Hij heeft later daar nog aan toegevoegd dat het een uitvinding was van zijn vader. Mijn opa werkte bij het Applied Physics Laboratory en hij was daar een hotshot. Volgens mijn vader was zijn bijnaam daar ‘Twostone’. Er was al een Einstein – in het Engels onestone – en het gerucht ging dat mijn opa slimmer was dan Einstein, vandaar zijn bijnaam. Volgens mijn vader vond hij dat maar vervelend. “Ik ben helemaal niet slimmer dan Einstein,” zei hij dan, “en de echte ‘Twostone’: die leeft ergens in Holland beweerde hij dan.”’
Voor Jacob was het een en een is twee. Die verduivelde André had het apparaat operationeel gekregen en kans gezien het in de F-117 te bouwen. Jacob kon niet nalaten aan Mila te vragen of haar vader wel eens had geklaagd over de bestuurbaarheid van het toestel. ‘Nou, dat heeft hij inderdaad. Dat ding was heel moeilijk te besturen. Het was wel een computergestuurd ‘fly-by-wire’-toestel, maar desondanks was het een heel lastig te besturen vliegtuig. Ze noemden het toestel intern de “Woblin Goblin” en volgens mijn vader vloog hij als een frisbee. Veel vliegers konden er gewoon niet tegen en werden ziek als ze er in vlogen.’
‘Nou, dat verbaast me niks,’ zei Jacob, ‘maar vertel nog eens iets meer over je vader, heeft hij nog aan meer projecten gewerkt?’
‘Zeker wel, maar het meeste was ultra-geheim. Maar zijn grote trots was wel de B2 Spirit, een stealth-bommenwerper. Hij zei altijd dat ze met dat toestel de technologie pas goed onder de knie hadden, waardoor het zonder tanken de halve wereld kon overvliegen.’ Jacob vermoedde dat ze de problemen met de inzet van het apparaat en het effect op de besturing toen waarschijnlijk hadden opgelost. ‘Mila,’ vroeg Jacob, ‘wat is er eigenlijk met je vader gebeurd, hij was toch nog niet zo oud toen hij overleed?’
‘Nee, helemaal niet, hij was nog geen 65, en hij zou met pensioen gaan. Hij was nota bene zijn eigen vliegtuig aan het bouwen. Maar toen kreeg hij corona, en daar bovenop een longontsteking. Nooit ziek geweest en nu was hij in drie weken dood. Het was verschrikkelijk.’
‘Sorry Mila, het spijt me om dat te horen,’ zei Jacob en hij liet even een stilte vallen. Je kon zien dat ze er nog steeds moeite mee had. Na een poosje vroeg Jacob: ‘Mila, en je opa, kun je daar iets over vertellen?’
‘Nou, dat kan ik zeker, en dat is eigenlijk ook de voornaamste reden dat ik hier ben. Eerlijk gezegd heb ik mijn opa zelf nauwelijks gekend. Hij werd geboren in 1916 in Frankrijk. Dus hij was al 78 toen ik geboren werd. Hij is overleden toen hij 80 was, dus ik was toen pas twee en ik heb verder helemaal geen actieve herinnering aan hem. Hij heeft trouwens op zijn 75e een hersenbloeding gekregen, en de laatste vijf jaar van zijn leven kon hij nauwelijks spreken. Dus alles wat ik van hem weet, weet ik via mijn vader. Wat ik begrepen heb van mijn vader, was mijn opa in de oorlog een topwetenschapper in Duitsland. Waar hij precies aan werkte was zeer geheim, maar de Amerikanen vonden het zo belangrijk dat ze hem, eigenlijk net als Wernher von Braun, naar de VS hebben gehaald. Waar ze Wernher von Braun voor nodig hadden, weten we allemaal. Maar waar ze mijn opa voor nodig hadden, is altijd geheim gebleven, maar het was blijkbaar wel superbelangrijk. Mijn opa heeft ongeveer tien jaar bij het Applied Physics Lab bij Washington gewerkt. Voor zover ik weet was hij daar de Chief Technical Officer. Maar daarna is hij overgeplaatst naar Area 51. Ik weet niet of jullie daar ooit van gehoord hebben, maar dat is een ultra-geheime testfaciliteit van de United States Air Force. Het ligt bijna tweehonderd kilometer ten noordwesten van Las Vegas, midden in de woestijn van Nevada. Het is een zwaarbeveiligd gebied dat voor gewone stervelingen strikt verboden terrein is. Tot 2013 weigerde de Amerikaanse regering zelfs te bevestigen dat deze militaire basis bestond. Maar het Amerikaanse leger werkte hier al sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw aan de meest geheime projecten. Wat mijn opa daar gedaan heeft, weet ik niet. Mijn vader wist er wel wat meer van, maar heeft daar nooit iets over verteld. Voor zover ik begrepen heb, was mijn opa een heel bijzondere man die dag en nacht aan het werk was, maar vier weken per jaar moest hij er even uit om stoom af te blazen. Hij was nogal een charmeur, en hij was bepaald niet vies van de vrouwen. Maar het leidde nooit tot een serieuze relatie. Maar op één van zijn vakanties in New Orleans is hij een jonge Française tegengekomen, een stagiaire in het hotel waar hij logeerde. Ze heette Antoinette Giscard. Ze was 18 jaar jonger dan hij, maar hij werd hopeloos verliefd op haar. Ze waren onvoorzichtig toen ze de eerste keer met elkaar naar bed gingen, en Antoinette raakte meteen zwanger van mijn vader. Dat was wel een probleem, want opa werd in die tijd net overgeplaatst naar Area 51 en hij kon haar moeilijk daar mee naartoe nemen, zo midden in de woestijn. Volgens mij hielden ze echt van elkaar en er volgde een soort latrelatie. Mijn opa zorgde dat zij en haar zoon niets tekortkwamen en hij kocht een huisje voor hen in New Orleans. Zoveel als hij kon, was hij bij hen. Ze zijn ook officieel met elkaar getrouwd. Maar het noodlot sloeg toe, toen er bij hen ingebroken werd door een of andere junkie. Antoinette is hem te lijf gegaan en hij heeft haar met een mes neergestoken. Ze is ter plekke overleden. En mijn vader bleef als vierjarig kind achter. Ze hebben de dader gepakt, en dat is nog een hele rel geworden. Mijn opa heeft de dader in de rechtszaal aangevallen. Twee agenten hebben geprobeerd hem tegen te houden, maar mijn opa was een beresterke kerel en heeft ze allebei neergeslagen. Eén agent heeft daarbij een gebroken kaak opgelopen. Mijn opa is daarvoor veroordeeld, maar door tussenkomst van de overheid heeft hij geen straf gekregen. Het heeft destijds groots in de krant gestaan. Anyhow, mijn opa heeft zijn zoon toen in Nevada in huis genomen. Daar heeft mijn vader ook zijn fascinatie voor vliegtuigen ontwikkeld. Veel meer valt er niet over te vertellen vrees ik.’
‘Zo…’ zei Jacob, ‘hij is dus getrouwd met een Antoinette, zoals zijn zus heette, da’s ook toevallig.’
‘Huh…’ sprak Mila enigszins verbouwereerd, ‘had mijn opa een zus, dan? Daar heb ik nog nooit iets over gehoord.’
‘Ja, zeker had hij een zus, ze heette ook Antoinette. Ik heb haar in de oorlog nog ontmoet in Parijs, een heel bijzondere vrouw. Maar laten we het daar nu nog even niet over hebben. Nu even iets anders, hoe ben je mij eigenlijk op het spoor gekomen, Mila?’
Intussen keek ik verbouwereerd toe, wat er zich voor mijn ogen ontwikkelde. Mijn opa had het over de oorlog en was toen blijkbaar in Parijs geweest. Het werd alsmaar vreemder. Maar voor ik iets kon zeggen, begon Mila: ‘Ja, daar wil ik zeker wat over zeggen. Het is eigenlijk de reden dat ik hier ben. Toen mijn vader overleed, ben ik zijn spullen gaan opruimen. De hangar, waar hij zijn vliegtuig aan het bouwen was, wilde ik gaan verkopen, met alles wat erin stond. Ik ben toen gaan kijken of er nog privéspullen in stonden en toen ben ik een oud koffertje tegen gekomen. Dat was blijkbaar nog van opa geweest, want in dat koffertje zaten nog allemaal spullen van hem, en daarin vond ik een aantal brieven van ene Jacob Oostman. Ze waren allemaal in het Duits geschreven. Ik heb alleen de brieven die Jacob aan mijn opa schreef, maar niet de brieven die mijn opa aan Jacob schreef. Maar een paar dingen werden wel heel duidelijk. Mijn opa en Jacob hebben elkaar heel goed gekend en hebben in de oorlog samen aan iets heel bijzonders gewerkt in Duitsland. Zoals je weet is mijn opa door de Amerikanen na de oorlog gerekruteerd om voor hen te werken en door te gaan waar hij in Duitsland mee bezig was geweest. Maar uit de brieven begrijp ik dat er bepaalde zaken in het project waren, waar mijn opa niet goed uitkwam en waar hij jou, Jacob, blijkbaar voor nodig had. Ik begrijp dat hij geprobeerd heeft jou naar de VS te halen, om verder te werken aan whatever jullie in Duitsland begonnen waren. Maar Jacob, je hebt in jouw brieven heel duidelijk gemaakt dat je daar absoluut geen zin in had. Je was bezig met je bouwbedrijf en je had net de vrouw van je dromen ontmoet. Het laatste wat je wilde, was om je nog een keer door de oorlogsindustrie te laten misbruiken, zoals je het in je laatste brief letterlijk schreef. Ik ben toen uiteraard enorm nieuwsgierig geworden aan wat voor project jullie toen gewerkt hebben in de oorlog. En ik ben toen eens gaan uitzoeken wie Jacob Oostman eigenlijk was, en of hij misschien nog leefde. Het was zonneklaar dat jullie een enorm goede band hadden. Ik realiseerde me later dat mijn vader waarschijnlijk niet voor niets Jack heette, maar dat hij in feite is genoemd naar zijn goede vriend Jacob. En het was niet moeilijk om je te vinden, Jacob, als oprichter van een miljardenconcern. En hier ben ik dus, en ik zou je graag van alles willen vragen over wat er in de oorlog precies is gebeurd en welke rol mijn grootvader daarin gespeeld heeft.’ Het werd stil in de kamer. Je zag Jacob met zijn gedachten worstelen. Ik dacht zelf dat het onderhoud hier wel zou eindigen, want Jacob had zijn hele leven de oorlog tot verboden terrein verklaard. Eigenlijk had hij vandaag al meer gezegd over de oorlog dan ik ooit van hem gehoord had.
…
‘Een interview geven? Ga jij een interview geven? Hoezo, en aan wie dan?’ zei ik tegen mijn opa. Hij had mij weer eens totaal verrast, zoals hij eigenlijk al mijn hele leven had gedaan. Mijn opa is eigenlijk niet echt mijn opa, maar mijn overgrootvader, maar ik noemde hem voor het gemak toch maar opa of opi, net naar het uitkwam. Ik had hem zo’n negen jaar niet gezien, maar was nu sinds zeer kort terug in het huis waar hij mij destijds, nadat ik min of meer wees was geworden, had opgevoed. Hij was toen al in de zeventig, maar hij was niet bepaald de gemiddelde gepensioneerde. Nee, hij was Jacob Oostman, de grondlegger van het JOB-concern en befaamd architect. Hij had zijn hele leven keihard gewerkt om samen met zijn dochter Hannah, mijn oma dus, een miljardenbedrijf op te bouwen. Maar toen mijn moeder kwam te overlijden – ik was nog maar net zeven maanden oud – heeft hij mijn opvoeding op zich genomen. Mijn oma had het veel te druk met het bedrijf, en Jacob was het op zijn leeftijd wat rustiger aan gaan doen. En denk niet dat het een straf was om met zo’n oude man op te groeien, juist helemaal niet. Jacob was als een vader voor me, die me heel veel heeft geleerd en me altijd overal bij heeft gesteund, vaak zelfs tot ongenoegen van mijn oma Hannah. En geloof me, Jacob was intelligent. En niet zomaar intelligent, maar van de buitencategorie. Hij heeft me bijvoorbeeld als kleine jongen schaken geleerd en, in tegenstelling tot veel anderen, liet hij me nooit winnen. En ik kan heel slecht tegen verliezen. Dat heeft me ertoe aangezet om me echt te verdiepen in schaken, en – al zeg ik het zelf – ik ben er erg goed in geworden. Maar mijn hele leven heb ik nog nooit een potje van hem kunnen winnen. Zelfs nu hij dit jaar 99 wordt kan ik niet van hem winnen. En ik heb het gisteren nog serieus geprobeerd. Nee, geloof me, Jacob is slim. Hij zegt zelf dat inmiddels 50% van zijn hersencellen wel afgestorven moet zijn. Dat kan zo zijn, heb ik gekscherend tegen hem gezegd, maar dan ben je nog altijd twee keer zo slim als een normaal mens.
Maar goed, dat interview was een totale verrassing voor me. Zijn hele leven heeft hij de schijnwerpers altijd ver van zich gehouden. Hij wilde alleen maar op de achtergrond opereren. Ik denk dat hij in zijn hele leven wel duizenden verzoeken heeft gehad voor interviews. Er waren er ook diverse schrijvers die een biografie over hem hadden willen schrijven. Over de joodse man die als jongeling van 23 de oorlog had overleefd en volkomen berooid in Nederland terugkeerde, terwijl zijn ouders en eigenlijk zijn hele familie waren uitgemoord. Over de man die uit het niets een wereldwijd opererend bouwbedrijf had opgebouwd. Over de man die zich – zonder aantoonbare opleiding – had ontwikkeld tot een wereldberoemd architect. Over de vader van Hannah Oostman, één van de meest succesvolle zakenvrouwen ter wereld. Over het tragische verlies van zijn kleindochter Elise en over de opvoeding van zijn achterkleinzoon, dat ben ik dus – John.
Hoe interessant zo’n biografie ook had kunnen zijn, mijn opi wilde daar absoluut niets van weten. ‘Als iemand iets over mij wil schrijven, komen ze uiteindelijk altijd op de oorlog uit. En dat is voor mij gewoon te traumatisch. De oorlog is voor mij verboden gebied,’ had hij altijd gezegd. Voor de pers was Jacob dan ook eigenlijk een soort kluizenaar, iemand die onbereikbaar was. En nu kwam Jacob opeens met de mededeling dat hij een interview ging geven. Nota bene midden in coronatijd. Ik vroeg hem of hij daar wel goed over had nagedacht, en of hij wel wist of ze getest was. Ja, het was blijkbaar een vrouw die langs zou komen. ‘Ja jongen, het is nu tijd om eens met deze vrouw te praten, en ja, ze is getest.’
‘Maar wie is het dan?’ vroeg ik, ‘degene die gelukt is wat nog nooit een ander gelukt is?’
‘Tsja…,’ had opi gezegd, ‘heb je wel eens van Bodine Jensen gehoord?’
‘Bodine Jensen?’ vroeg ik, ‘uh… dat is toch die Amerikaanse schrijfster, die thrillers schrijft? Ja, daar heb ik wel van gehoord. Ik heb toevallig in het ziekenhuis nog haar laatste boek gelezen, Nighthawk. Dat was een verdomd goed verhaal, en ze wist waar ze het over had, dat kan ik je garanderen. Maar wat bedoel je, komt die jou interviewen?’
‘Nee, nee…’ had Jacob geantwoord, ‘het is haar dochter die langskomt, Mila Dumas.’
‘Mila Dumas?,’ vroeg ik, ‘daar heb ik nog nooit van gehoord, en waarom heet ze dan Dumas en niet Jensen?’
‘Ze heeft die achternaam van haar vader. Bodine Jensen is getrouwd, maar heeft haar meisjesnaam aangehouden, omdat ze daaronder al bekend was. Ik moet eigenlijk zeggen dat ze getrouwd wás, want haar man, en dus Mila’s vader, is zes weken geleden overleden.’
‘Maar wat is dan de bedoeling? Wil die Bodine Jensen een boek over jou schrijven en heeft ze haar dochter vooruitgestuurd om materiaal te verzamelen, of zo?’ vroeg ik.
‘Nee, helemaal niet. Die Mila Dumas is een onderzoeksjournalist. En een goede ook. Ze is ongeveer net zo oud als jij, maar ze heeft al heel wat boven water gekregen. Je hebt misschien wel gehoord van dat corruptieschandaal in de farmaciewereld. Dat heeft zij aan het licht gebracht. Ze is nogal bekend geworden met de uitspraak: “Noord-Amerika is het meest corrupte land ter wereld, alleen hebben ze de corruptie gelegaliseerd.” Daar heeft ze geen vrienden mee gemaakt. Maar ze werkt dus echt voor zichzelf, en niet voor haar moeder.’
‘Maar opi, een onderzoeksjournalist, dat zijn de gevaarlijkste die er zijn. Waarom laat je die in godsnaam hier komen?’
‘Nou,’ zei Jacob, ‘ik heb daar hele goede redenen voor, maar die ga ik jou nog niet vertellen.’
Ik was meer dan verbaasd. ‘Dan moet je het zelf weten, maar zeg straks niet dat ik je niet gewaarschuwd heb! Wanneer komt ze eigenlijk?’
‘Nou, vanmiddag al. Ze is gisteren uit Washington gekomen. Ik zou het trouwens fijn vinden als je erbij zou willen zijn. Je weet, ik hoor de laatste tijd wat minder, en Engels is ook niet mijn favoriete taal.’
‘Oké, als jij dat wilt prima, ik loop hier toch maar wat met mijn manke been te strompelen in het huis’.
Om klokslag twee uur werd er die middag aangebeld. Ik ging de deur opendoen, zonder verder veel verwachtingen. Ik had me nooit echt aangetrokken gevoeld tot Amerikaanse vrouwen. Ze waren of te dik of vel over been, meestal met te veel make-up, bijna altijd met weinig diepgang en vaak veel te opdringerig naar mijn zin. Maar toen ik de deur opendeed, moest ik vaststellen dat er toch uitzonderingen waren. Mila Dumas was geen doorsnee Amerikaanse. Ze zag er meer uit als een Française, met een donker pagekapsel, en zeer verfijnd opgemaakt. Ze was niet groot, een kop kleiner dan ik, maar ze had een paar prachtige groenbruine ogen waarmee ze me zeer scherp opnam. Ze was in één woord overweldigend. ‘Hi…’ zei ze, ‘I’m Mila Dumas, I have an appointment with Jacob Oostman.’ Ik was even uit het veld geslagen, ‘Of course, I know, welcome, come in, let me get your coat,’ antwoordde ik een beetje stuntelig, ‘I’m John Oostman, I’m his great-grandson.’ Ik ging haar voor naar de tuinkamer, waar je zo over het water van de Leede kon uitkijken en waar Jacob al op haar zat te wachten. Jacob zat er wat gespannen bij. En zo kende ik hem niet, want normaliter raakte hij nergens van onder de indruk. Ze gaven elkaar een elleboog, zoals tijdens de corona-epidemie de gewoonte was geworden, en Mila bewonderde het fraaie uitzicht. ‘Nice place here, Mr. Oostman,’ zei ze, terwijl Jacob haar scherp opnam. Maar voor ze verder iets kon zeggen, nam Jacob het initiatief. ‘Dear Mila, it is a privilege to have you here, and I promise you; you can ask me any question you want. Whether I will answer them is another question of course,’ zei hij een beetje wrang lachend, ‘but before we start, I first want to get to know you a little bit better. So, I would like to start with some questions for you, if that’s okay with you?’ Mila knikte. Jacob ging verder ‘I know your mother is Bodine Jensen, but your last name is Dumas. Can you tell me something about your father?’ Ze antwoordde: ‘Mr. Oostman, my father is a long story, and I am prepared to tell you all about him, but we must not forget I am here to interview you and not the other way around. My time is somewhat limited, I’m only here for two days.’ Jacob antwoordde meteen, ‘time is irrelevant, if it takes more than two days, then so be it. Don’t worry about your return flight. I will take care of all expenses if you must stay longer, but it is important that we have sufficient time to exchange our stories. I don’t want to rush. You know I’m an old man, and I need to concentrate, so I have to rest now and then. I hope you understand. And please don’t call me Mr. Oostman, just call me Jacob.’ Ik zat erbij en keek ernaar. Ik begreep er niets van. Jacob die nooit iets van interviews wilde weten, ging nu alle tijd voor haar vrijmaken, hoelang het ook ging duren. Wat was hier in godsnaam aan de hand? Mila antwoordde: ‘Okay Jacob, you’re my only project now, so for me it is no problem to stay as long as you want, as long as I get the opportunity to ask you the questions that I have. But to start with my father. His name is, or rather was, Jack, Jack Dumas. Actually, his real name was Jacques, because his father and mother were both French, but nobody could pronounce that in the US, so they called him Jack. His father was André Dumas, as you might well know?’ Ze keek Jacob daarbij indringend aan, en het leek of Jacob een schok kreeg: ‘So, your grandpa is André Dumas. You must tell me more.’
Ze begon aan een lang verhaal. Haar vader was geboren in 1955 en hij was zijn hele leven gek van vliegtuigen geweest. Eerst om er mee te vliegen, en later om ze te helpen ontwerpen en testvliegen. Hij was een Navy-piloot die F-14’s en F-18’s had gevlogen op diverse vliegdekschepen. Hij reisde de hele wereld over, maar had nooit een serieuze relatie gehad totdat hij Bodine Jensen had ontmoet. Jack had een hele bijzondere carrière doorlopen. Hij werd beschouwd als één van de beste, zo niet de allerbeste, gevechtsvlieger van de Navy. Hij had de testvliegeropleiding doorlopen en werd bij de Navy weggekocht door Lockheed Martin, waar hij bij de befaamde Skunk Works ging werken. Hij had onder andere meegewerkt aan de F-117 Nighthawk. De F-117 was een revolutionair gevechtsvliegtuig dat gebruik maakte van zogenaamde stealth-technologie om onzichtbaar te zijn voor radar. In de zeventiger jaren was men er zich steeds meer van bewust geworden dat vliegtuigen in toenemende mate kwetsbaar werden voor de steeds geavanceerdere radars en luchtdoelraketten. De VS dreigden daardoor het luchtoverwicht te verliezen. Er werd dus naarstig gezocht naar een methode om vliegtuigen onzichtbaar te maken voor de radar. Dat was de zogenaamde stealth-technologie. Het gevolg van deze technologie was dat vliegtuigen niet meer ontworpen werden op basis van aerodynamica, maar de vorm werd bepaald door de eisen vanuit de stealth-technologie. Een stealth-vliegtuig zag er daarom bizar uit, met allerlei rechte vlakken die met vreemde hoeken aan elkaar zaten. Vanuit aerodynamisch oogpunt was het een ramp, maar het was de enige manier om de radar te verslaan. Het was een ultra-geheim project, en uitsluitend de allerbeste piloten werden geselecteerd om het vliegtuig uit te testen. En Jack Dumas werd aangesteld als testvlieger van dit bijzondere toestel. Hij was toen nog maar 28. De Skunk Works bevonden zich in Burbank in Californië. Mila vertelde dat haar moeder Jack zo ongeveer gestalkt had, om meer te weten te komen over dit bijzondere vliegtuig. Maar alles was uiteraard streng geheim. Pas in 2008 toen de technologie van de F-117 alweer wat verouderd was en het vliegtuig werd uitgefaseerd, mocht mijn vader er wat over vertellen. En het heeft daarna nog ruim tien jaar geduurd voordat haar moeder er een thriller over heeft durven schrijven, en dat was haar meest recente boek geworden. Intussen was er wel een romance opgebloeid tussen de testvlieger en de thrillerschrijfster. In 1992 waren ze getrouwd. ‘En in 1994 was ik het resultaat. En hier ben ik dan,’ zei Mila, ‘dat is het verhaal van mijn vader.’
Jacob was nu een en al aandacht. ‘Zo, jouw vader was testvlieger van de F-117. Dat is interessant. Ik heb me destijds nogal verdiept in dat bizarre toestel. In de oorlog heb ik het een en ander opgestoken van vliegtuigontwerpen, en die F-117, dat kan eigenlijk niet. Dat toestel heeft een slankheid van maar 2.4, een thrust-to-weight ratio van maar 0.4. Dat is extreem laag en dat betekent dat hij maar weinig vermogen heeft en een heel hoge geïnduceerde weerstand. Aerodynamisch gezien is het een vliegende plank. Het ding heeft een pijlstelling van 70 graden, waardoor zijn lage-snelheidseigenschappen waarschijnlijk ook heel beroerd zijn. Ik heb daar ooit eens wat aan gerekend, en de maximum snelheid en het bereik dat ze claimen voor het toestel zijn aerodynamisch gezien totaal onmogelijk. De enige manier waarop die prestaties te behalen zijn, is als er een bijzondere technologie in dat vliegtuig is ingebouwd.’
Ik keek Jacob verbaasd aan. ‘Heb je nu ook al verstand van vliegtuigprestaties, en hoezo heb je dat in de oorlog geleerd?’ Maar Mila kwam tussenbeide: ‘Wat Jacob zegt, snijdt hout. Mijn moeder was tot dezelfde conclusie gekomen, nadat ze allerlei specialisten had geraadpleegd. En mijn vader heeft inderdaad toegegeven dat er een speciale technologie in het vliegtuig zat, waardoor de prestaties enorm verbeterd werden. Hij heeft later daar nog aan toegevoegd dat het een uitvinding was van zijn vader. Mijn opa werkte bij het Applied Physics Laboratory en hij was daar een hotshot. Volgens mijn vader was zijn bijnaam daar ‘Twostone’. Er was al een Einstein – in het Engels onestone – en het gerucht ging dat mijn opa slimmer was dan Einstein, vandaar zijn bijnaam. Volgens mijn vader vond hij dat maar vervelend. “Ik ben helemaal niet slimmer dan Einstein,” zei hij dan, “en de echte ‘Twostone’: die leeft ergens in Holland beweerde hij dan.”’
Voor Jacob was het een en een is twee. Die verduivelde André had het apparaat operationeel gekregen en kans gezien het in de F-117 te bouwen. Jacob kon niet nalaten aan Mila te vragen of haar vader wel eens had geklaagd over de bestuurbaarheid van het toestel. ‘Nou, dat heeft hij inderdaad. Dat ding was heel moeilijk te besturen. Het was wel een computergestuurd ‘fly-by-wire’-toestel, maar desondanks was het een heel lastig te besturen vliegtuig. Ze noemden het toestel intern de “Woblin Goblin” en volgens mijn vader vloog hij als een frisbee. Veel vliegers konden er gewoon niet tegen en werden ziek als ze er in vlogen.’
‘Nou, dat verbaast me niks,’ zei Jacob, ‘maar vertel nog eens iets meer over je vader, heeft hij nog aan meer projecten gewerkt?’
‘Zeker wel, maar het meeste was ultra-geheim. Maar zijn grote trots was wel de B2 Spirit, een stealth-bommenwerper. Hij zei altijd dat ze met dat toestel de technologie pas goed onder de knie hadden, waardoor het zonder tanken de halve wereld kon overvliegen.’ Jacob vermoedde dat ze de problemen met de inzet van het apparaat en het effect op de besturing toen waarschijnlijk hadden opgelost. ‘Mila,’ vroeg Jacob, ‘wat is er eigenlijk met je vader gebeurd, hij was toch nog niet zo oud toen hij overleed?’
‘Nee, helemaal niet, hij was nog geen 65, en hij zou met pensioen gaan. Hij was nota bene zijn eigen vliegtuig aan het bouwen. Maar toen kreeg hij corona, en daar bovenop een longontsteking. Nooit ziek geweest en nu was hij in drie weken dood. Het was verschrikkelijk.’
‘Sorry Mila, het spijt me om dat te horen,’ zei Jacob en hij liet even een stilte vallen. Je kon zien dat ze er nog steeds moeite mee had. Na een poosje vroeg Jacob: ‘Mila, en je opa, kun je daar iets over vertellen?’
‘Nou, dat kan ik zeker, en dat is eigenlijk ook de voornaamste reden dat ik hier ben. Eerlijk gezegd heb ik mijn opa zelf nauwelijks gekend. Hij werd geboren in 1916 in Frankrijk. Dus hij was al 78 toen ik geboren werd. Hij is overleden toen hij 80 was, dus ik was toen pas twee en ik heb verder helemaal geen actieve herinnering aan hem. Hij heeft trouwens op zijn 75e een hersenbloeding gekregen, en de laatste vijf jaar van zijn leven kon hij nauwelijks spreken. Dus alles wat ik van hem weet, weet ik via mijn vader. Wat ik begrepen heb van mijn vader, was mijn opa in de oorlog een topwetenschapper in Duitsland. Waar hij precies aan werkte was zeer geheim, maar de Amerikanen vonden het zo belangrijk dat ze hem, eigenlijk net als Wernher von Braun, naar de VS hebben gehaald. Waar ze Wernher von Braun voor nodig hadden, weten we allemaal. Maar waar ze mijn opa voor nodig hadden, is altijd geheim gebleven, maar het was blijkbaar wel superbelangrijk. Mijn opa heeft ongeveer tien jaar bij het Applied Physics Lab bij Washington gewerkt. Voor zover ik weet was hij daar de Chief Technical Officer. Maar daarna is hij overgeplaatst naar Area 51. Ik weet niet of jullie daar ooit van gehoord hebben, maar dat is een ultra-geheime testfaciliteit van de United States Air Force. Het ligt bijna tweehonderd kilometer ten noordwesten van Las Vegas, midden in de woestijn van Nevada. Het is een zwaarbeveiligd gebied dat voor gewone stervelingen strikt verboden terrein is. Tot 2013 weigerde de Amerikaanse regering zelfs te bevestigen dat deze militaire basis bestond. Maar het Amerikaanse leger werkte hier al sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw aan de meest geheime projecten. Wat mijn opa daar gedaan heeft, weet ik niet. Mijn vader wist er wel wat meer van, maar heeft daar nooit iets over verteld. Voor zover ik begrepen heb, was mijn opa een heel bijzondere man die dag en nacht aan het werk was, maar vier weken per jaar moest hij er even uit om stoom af te blazen. Hij was nogal een charmeur, en hij was bepaald niet vies van de vrouwen. Maar het leidde nooit tot een serieuze relatie. Maar op één van zijn vakanties in New Orleans is hij een jonge Française tegengekomen, een stagiaire in het hotel waar hij logeerde. Ze heette Antoinette Giscard. Ze was 18 jaar jonger dan hij, maar hij werd hopeloos verliefd op haar. Ze waren onvoorzichtig toen ze de eerste keer met elkaar naar bed gingen, en Antoinette raakte meteen zwanger van mijn vader. Dat was wel een probleem, want opa werd in die tijd net overgeplaatst naar Area 51 en hij kon haar moeilijk daar mee naartoe nemen, zo midden in de woestijn. Volgens mij hielden ze echt van elkaar en er volgde een soort latrelatie. Mijn opa zorgde dat zij en haar zoon niets tekortkwamen en hij kocht een huisje voor hen in New Orleans. Zoveel als hij kon, was hij bij hen. Ze zijn ook officieel met elkaar getrouwd. Maar het noodlot sloeg toe, toen er bij hen ingebroken werd door een of andere junkie. Antoinette is hem te lijf gegaan en hij heeft haar met een mes neergestoken. Ze is ter plekke overleden. En mijn vader bleef als vierjarig kind achter. Ze hebben de dader gepakt, en dat is nog een hele rel geworden. Mijn opa heeft de dader in de rechtszaal aangevallen. Twee agenten hebben geprobeerd hem tegen te houden, maar mijn opa was een beresterke kerel en heeft ze allebei neergeslagen. Eén agent heeft daarbij een gebroken kaak opgelopen. Mijn opa is daarvoor veroordeeld, maar door tussenkomst van de overheid heeft hij geen straf gekregen. Het heeft destijds groots in de krant gestaan. Anyhow, mijn opa heeft zijn zoon toen in Nevada in huis genomen. Daar heeft mijn vader ook zijn fascinatie voor vliegtuigen ontwikkeld. Veel meer valt er niet over te vertellen vrees ik.’
‘Zo…’ zei Jacob, ‘hij is dus getrouwd met een Antoinette, zoals zijn zus heette, da’s ook toevallig.’
‘Huh…’ sprak Mila enigszins verbouwereerd, ‘had mijn opa een zus, dan? Daar heb ik nog nooit iets over gehoord.’
‘Ja, zeker had hij een zus, ze heette ook Antoinette. Ik heb haar in de oorlog nog ontmoet in Parijs, een heel bijzondere vrouw. Maar laten we het daar nu nog even niet over hebben. Nu even iets anders, hoe ben je mij eigenlijk op het spoor gekomen, Mila?’
Intussen keek ik verbouwereerd toe, wat er zich voor mijn ogen ontwikkelde. Mijn opa had het over de oorlog en was toen blijkbaar in Parijs geweest. Het werd alsmaar vreemder. Maar voor ik iets kon zeggen, begon Mila: ‘Ja, daar wil ik zeker wat over zeggen. Het is eigenlijk de reden dat ik hier ben. Toen mijn vader overleed, ben ik zijn spullen gaan opruimen. De hangar, waar hij zijn vliegtuig aan het bouwen was, wilde ik gaan verkopen, met alles wat erin stond. Ik ben toen gaan kijken of er nog privéspullen in stonden en toen ben ik een oud koffertje tegen gekomen. Dat was blijkbaar nog van opa geweest, want in dat koffertje zaten nog allemaal spullen van hem, en daarin vond ik een aantal brieven van ene Jacob Oostman. Ze waren allemaal in het Duits geschreven. Ik heb alleen de brieven die Jacob aan mijn opa schreef, maar niet de brieven die mijn opa aan Jacob schreef. Maar een paar dingen werden wel heel duidelijk. Mijn opa en Jacob hebben elkaar heel goed gekend en hebben in de oorlog samen aan iets heel bijzonders gewerkt in Duitsland. Zoals je weet is mijn opa door de Amerikanen na de oorlog gerekruteerd om voor hen te werken en door te gaan waar hij in Duitsland mee bezig was geweest. Maar uit de brieven begrijp ik dat er bepaalde zaken in het project waren, waar mijn opa niet goed uitkwam en waar hij jou, Jacob, blijkbaar voor nodig had. Ik begrijp dat hij geprobeerd heeft jou naar de VS te halen, om verder te werken aan whatever jullie in Duitsland begonnen waren. Maar Jacob, je hebt in jouw brieven heel duidelijk gemaakt dat je daar absoluut geen zin in had. Je was bezig met je bouwbedrijf en je had net de vrouw van je dromen ontmoet. Het laatste wat je wilde, was om je nog een keer door de oorlogsindustrie te laten misbruiken, zoals je het in je laatste brief letterlijk schreef. Ik ben toen uiteraard enorm nieuwsgierig geworden aan wat voor project jullie toen gewerkt hebben in de oorlog. En ik ben toen eens gaan uitzoeken wie Jacob Oostman eigenlijk was, en of hij misschien nog leefde. Het was zonneklaar dat jullie een enorm goede band hadden. Ik realiseerde me later dat mijn vader waarschijnlijk niet voor niets Jack heette, maar dat hij in feite is genoemd naar zijn goede vriend Jacob. En het was niet moeilijk om je te vinden, Jacob, als oprichter van een miljardenconcern. En hier ben ik dus, en ik zou je graag van alles willen vragen over wat er in de oorlog precies is gebeurd en welke rol mijn grootvader daarin gespeeld heeft.’ Het werd stil in de kamer. Je zag Jacob met zijn gedachten worstelen. Ik dacht zelf dat het onderhoud hier wel zou eindigen, want Jacob had zijn hele leven de oorlog tot verboden terrein verklaard. Eigenlijk had hij vandaag al meer gezegd over de oorlog dan ik ooit van hem gehoord had.
…

