Cover: Triade

Triade
Eén adoptie - Drie belevingen


EUR 21,90

Formaat: 13,5 x 21,5 cm
Pagina aantal: 326
ISBN: 978-3-7116-0493-4
Publicatie datum: 20.03.2025
In Triade neemt Margot ten Pas haar lezers mee op het hobbelige pad van adoptie, dat het leven van zowel de biologische moeder, het adoptiekind als de adoptiemoeder op ingrijpende manier bepaalt. Een gewaagde, persoonlijke openbaring die tot nadenken stemt.
Proloog


‘Een paar maanden geleden had nog niemand van haar gehoord. Vandaag ligt haar boek in alle boekhandels. Happinez, LINDA, Libelle, Margriet, JAN… We kunnen geen blad meer openslaan of er is een artikel aan haar boek gewijd. Ik heb het uiteraard over Mijn bloed – Onze tranen. Een aangrijpende roman die het thema adoptie opnieuw onder de aandacht brengt. Dames en heren, vandaag is ze te gast bij ons. Ik vraag u een warm applaus te geven voor Mia Vermehr!’
Terwijl het applaus door de tv-studio van 55 Minuten met Raaf davert, wordt het licht van de felle spot op mijn gezicht gericht. O mijn god, schiet het in paniek door mijn hoofd, mijn snufferd is nu in alle Nederlandse huiskamers te zien. Er zit toch geen sla tussen mijn tanden? Schijnt mijn blouse niet te veel door? En die ene haar op mijn kin, dat kreng dat al jaren dapper zijn eigen leven leidt, zou die in beeld zijn?
‘Mia Vermehr, goedenavond en hartelijk dank voor je komst. Het verheugt me dat je je allereerste tv-interview hier bij ons komt geven.’
De stem van Raphaël de Groot haalt me ruw uit mijn gedachten. Ik hou mijn hoofd stil, en draai mijn ogen zo onopvallend mogelijk naar het publiek.
Mijn hemel, wat een boel mensen.
Zijn uitnodiging had me een paar dagen geleden nog best leuk geleken. Spannend ook. Het was in ieder geval een buitengewoon fantastische erkenning voor het resultaat van mijn maandenlange gezwoeg om mijn woorden op papier te krijgen.
Maar nu ik tegenover Raaf – dé Raaf van 55 Minuten met Raaf – op het fameuze rafelige praatbankje zit en er meerdere camera’s op me gericht zijn, vind ik het helemaal niet meer leuk, of spannend. Ik vind het alleen nog maar eng. Doodeng. Peinzend vraag ik me af wie dit dwaze idee in godesnaam heeft bedacht. En ik kan het me nauwelijks voorstellen dat ik zelf degene geweest ben die hiermee ingestemd heeft. Dat moet in een vlaag van verstandsverbijstering gebeurd zijn. Een andere verklaring kan ik er niet zo snel voor vinden.
‘Goedenavond, Raphaël,’ reageer ik nerveus.
‘Mia,’ begint hij het gesprek. ‘Je bent helemaal geen schrijfster van beroep, en toch heb ik hier een boek voor me liggen met jouw naam erop.’
Ik kijk hem afwachtend aan. Verwacht hij nou dat ik hierop inhaak?
‘Wat een verhaal,’ gaat hij gelukkig zelf verder. ‘Hoe ben je ertoe gekomen om dit te schrijven?’
Uit pure zenuwen trek ik een paar rafeltjes van het gebloemde bankje los. Ik rol ze tussen mijn duim en wijsvinger tot een klein balletje en haal diep adem.
‘Het was eigenlijk mijn man die op een gegeven moment met de opmerking kwam dat ik wel een boek over mijn adoptie zou kunnen schrijven.’
Raphaël zet grote ogen op.
‘Dat zette me aan het denken,’ vertel ik verder. ‘Het zou geheid alle gevoelens, die ik tot dan toe zorgvuldig diep verborgen had gehouden, naar de oppervlakte halen. Maar het zou misschien wel een manier zijn om eindelijk de confrontatie met die gevoelens aan te gaan. Niet langer verdringen, maar verwerken. Hoe is het mogelijk, hè? Dat je de vijftig gepasseerd moet zijn om tot die conclusie te komen.’
Wauw, dat was er zomaar uit.
‘Tsja.’ Raphaël glimlacht begripvol. ‘Sommige dingen hebben nu eenmaal tijd nodig om te rijpen.’
Ik knik instemmend.
Vervolgens kijkt hij me indringend aan. ‘Je bent geadopteerd.’
‘Ja, dat klopt.’
‘Je roman is gebaseerd op ware gebeurtenissen. Ik neem aan dat het jouw persoonlijke gebeurtenissen betreffen en dat het boek autobiografisch is,’ zegt Raphaël terwijl hij zijn hoofd iets schuin houdt en zijn voorhoofd fronst.
Ik voel gewoon dat de camera’s op mij inzoomen. Mijn tranen zoeken een weg naar buiten.
‘Eh… eh, de verhaallijn van het geadopteerde meisje is… eh… inderdaad autobiografisch,’ hakkel ik.
Shit, verdomde klotetranen. Ik wil niet huilen. Ik adem in en uit, en nog eens, in en uit… Een vriendje heeft me ooit gezegd dat hij zich altijd op het woord ‘patat’ concentreert als hij zijn emoties de baas wil blijven. Patat, patat, patat… Patat, patat… Verdomd, het helpt.
‘Het boek beschrijft mijn eigen adoptie,’ hervat ik, op het oog zelfverzekerd. Vanbinnen ben ik inmiddels niet veel meer dan een zielig hoopje mens.
‘Vandaar dat de verhaallijn van het meisje in de eerste persoon is geschreven, en de rest in de derde persoon,’ concludeert Raphaël.
Ik glimlach. ‘Dat zou inderdaad een logische verklaring zijn, maar er zit een meer symbolische gedachte achter het gebruik van de eerste persoon.’
‘Ik ben benieuwd. Vertel.’
‘In tegenstelling tot beide moeders, die wel inspraak in het hele adoptiegebeuren hebben gehad, heeft het kind alles moeten ondergaan, zonder ook maar ergens enige invloed op te hebben gehad. Als revanche is het geadopteerde meisje in mijn boek de eerste persoon. Letterlijk.’
‘Wat een mooie gedachte, Mia.’ Raphaël lijkt even na te denken. ‘Als ik het goed begrijp, beschrijven de andere twee verhaallijnen dus de ervaringen van zowel je biologische moeder als die van je adoptiemoeder?’ vraagt hij ter bevestiging.
‘Ja, inderdaad.’
‘Eén adoptie, beschreven vanuit drie belevingen… Dat is volgens mij vrij uniek.’
‘Vanuit wetenschappelijk oogpunt is er over alle drie de partijen van de adoptietriade al veel geschreven. Maar de adoptieromans – althans de romans die ik tot nu toe tegen ben gekomen – schrijven stuk voor stuk vanuit het perspectief van óf de geadopteerde óf de adoptieouders. En romans die geschreven zijn vanuit het perspectief van de biologische moeder bestaan eigenlijk maar heel weinig.’
Raphaël knikt.
‘Het leek mij interessant om alle drie de perspectieven door elkaar heen te vlechten om een totaalbeeld van een en dezelfde adoptie te creëren,’ vervolg ik. Het komt er vloeiend uit. Al mijn zenuwen zijn inmiddels verdwenen.
Raphaël kijkt nog eens naar het boek in zijn handen. ‘Volgens mij komt dat totaalbeeld nog eens extra tot uiting omdat je verhaal qua tijdspanne veel verder gaat dan de adoptie zelf.’
‘Adoptie is natuurlijk ook geen proces dat pas begint op het moment dat aspirant-adoptieouders hun aanvraag indienen en weer stopt zodra ze met hun kind door de voordeur wandelen,’ licht ik toe. ‘Van zowel het kind als van de biologische moeder, wordt niet voor niets gezegd dat ze “levenslang” krijgen. Bloedbanden blijven uiteraard bestaan. Maar ook emotioneel blíjven ze met elkaar verbonden.’
‘Daar heb ik eigenlijk nooit bij stilgestaan,’ merkt Raphaël op. ‘Voor mijn gevoel verdween de biologische moeder gewoon van… eh… het adoptietoneel, om het zo maar uit te drukken.’
Hij neemt even een grote slok uit het glas dat voor hem op tafel staat. Automatisch boots ik zijn gebaar na en neem ook een slok. Water…
Eigenlijk ben ik wel aan wat sterkers toe.
‘Wat mij in je boek erg getroffen heeft,’ vervolgt Raphaël, ‘zijn de passages waarin je het kind vanaf de geboorte, of eigenlijk al vanaf vóór de geboorte, zijn gevoelens laat verwoorden. Dat vond ik heel bijzonder. Bijzonder heftig ook.’
‘Een kind is bij zijn geboorte geen onbeschreven blad, zoals vaak gedacht wordt. Zowel in de baarmoeder als na de geboorte krijgen baby’s veel van hun omgeving mee, veel meer dan we denken. Alles wordt opgeslagen. Het is dan ook van groot belang te beseffen dat ieder adoptiekind de scheiding van zijn moeder, evenals het feit toevertrouwd te zijn aan vreemden, als traumatische ervaringen in zijn onderbewuste met zich meedraagt.’
‘Hier was ik me helemaal niet van bewust,’ geeft Raphaël toe. ‘Jouw boek heeft mijn denkbeeld over adoptie echt flink omvergeworpen.’
‘Een kindje van een ander ras wordt door een vermogend, blank stel opgehaald, en ze leefden nog lang en gelukkig.’ Ik glimlach om het cliché dat ik hem voorspiegel.
‘Ja,’ beaamt Raphaël. ‘Zoiets dacht ik inderdaad.’
Ik knik. ‘Maar zoals je aan mij kan zien, zijn lang niet alle adopties interraciaal. En “ze leefden nog lang en gelukkig” is over het algemeen een illusie. Achter het rooskleurige plaatje dat binnen onze samenleving van adoptie geschetst wordt, schuilt in werkelijkheid vaak de nodige pijn en verdriet. Maar er heerst een taboe om dat te onderkennen. Het ideaalbeeld moet coûte que coûte in stand gehouden worden, in ieder geval voor de buitenwereld.
‘Voor de buitenwereld?’ echoot Raphaël met een frons.
‘Ja,’ bevestig ik zijn vraag. ‘Immers het kind wordt verondersteld dankbaar te zijn dat het zo goed is terechtgekomen. Adoptieouders horen zich gelukkig te voelen omdat hun langverwachte kinderwens eindelijk in vervulling is gegaan. En van de biologische moeder wordt verwacht dat ze haar leven weer “gewoon” op zal pakken.’
Ik werp een blik op het publiek, waar ik inmiddels gewend aan ben geraakt. Mijn blik vindt enkele paar ogen die me vol interesse aankijken en dat geeft me moed om verder te gaan.
‘Maar de werkelijkheid is beduidend complexer,’ ga ik verder. ‘Mijn eigen ervaring is dat het erkennen dat het allemaal niet zo prachtig is een beetje van de pijn en het verdriet wegneemt. Het bespreekbaar maken van de duistere kanten van adoptie zorgt in ieder geval voor wat emotionele rust. Daarom zou ik ook graag een wat realistischer beeld van adoptie willen schetsen.’
‘Dat lijkt me een mooi streven. En met dit boek ben je al een heel eind op weg.’
‘Dat hoop ik.’
‘De drie belevingen en het onderscheid tussen de eerste en de derde persoon, de tijdspanne, de gevoelens van het hele kleine, en zelfs ongeboren kind… Het klinkt alsof het allemaal weloverwogen keuzes zijn. Wist je voor het schrijven al dat dit precies zo moest worden?’
‘O, nee, helemaal niet!’ Ik schud mijn hoofd. ‘Ik wist totaal niet waar ik aan begon. Maar dan ook totáál niet. En, áls ik het had geweten, dan was ik er waarschijnlijk nooit aan begonnen. Het heeft me heel wat slapeloze nachten gekost. Want de ideeën, die kwamen natuurlijk niet als ik er eens goed voor ging zitten. Die kwamen ’s nachts.’
Raphaël grinnikt. ‘Uiteraard.’
‘Ik werd niet gehinderd door enige kennis van schrijftechniek toen ik begon. Maar heel langzaam kreeg het verhaal steeds meer vorm. En uiteindelijk is het gegroeid tot wat het nu is. Weliswaar geen literair hoogstandje, maar dat was mijn doel ook niet.’
‘Hoogstandje of niet, ik heb het in één adem uitgelezen. En veel belangrijker, het heeft me over adoptie aan het nadenken gezet.’ Raphaël houdt nogmaals het boek in de lucht. ‘Ik kan iedereen alleen maar aanraden Mijn bloed – Onze tranen te lezen.’
Betere publiciteit kan ik me niet wensen.
‘Mia, wil je nog iets toevoegen?’
‘Ik zou alleen nog kwijt willen dat ik hoop dat mijn boek bij mag dragen om het bewustzijn over de realiteit van adoptie te vergroten. Dit is echter het verhaal van mijn eigen adoptie. Elke adoptie is anders en iedere geadopteerde, iedere adoptiemoeder en iedere geboortemoeder heeft uiteraard een eigen verhaal, een eigen realiteit.’
‘Dat lijkt me een mooie afsluiting, Mia. Ik wil je heel hartelijk bedanken voor je komst.’
‘Ik dank jou, Raaf.’
‘Dames en heren, applaus voor Mia Vermehr!’




Hoofdstuk 1


Op zaterdagochtend, 27 februari 1960, werd Joanna van der Laan vroeg wakker en ze voelde zich anders dan anders. Ze liet zich langzaam uit bed glijden en sloop naar de badkamer. Toen ze zichzelf geconcentreerd in de spiegel opnam, zag ze dat haar borsten duidelijk voller dan anders waren. Dat kon maar één ding betekenen.
Opgewonden liep ze terug naar de slaapkamer en ging op haar knieën naast Gerrit op bed zitten. Hij werd brommend wakker. Ze knoopte haar pyjamajasje open en wreef sensueel met haar handen over haar borsten. Gerrits gebrom maakte al snel plaats voor een goedkeurend gehum.
‘Mmm, zo mag je me iedere dag wel wakker maken,’ merkte hij met een ondeugende blik in zijn ogen op.
Joanna pakte zijn handen en leidde ze naar haar borsten. ‘Kijk dan. Voel dan. Zie je niks? Voel je niks?’
Gerrit keek aandachtig naar de borsten van zijn vrouw. Hij kneep er zachtjes in met beide handen en trok haar vervolgens liefdevol tegen zich aan. Maar toen hij merkte dat ze tegenstribbelde, besefte hij dat deze ochtend toch niet de wending zou nemen zoals hij enkele seconden geleden nog had gedacht.
‘Ik merk er niks bijzonders aan,’ zei hij twijfelend.
‘Kijk dan, kíjk dan toch, Gerrit. Ze zijn gróter! Hoe kan je dat nou niet zien? En ze zijn hartstikke gevoelig.’
Hij voelde nog eens terwijl hij haar borsten met fronsende wenkbrauwen bestudeerde.
‘Ik weet het zeker. Ik voel het gewoon. Ik ben zwanger! Eindelijk, Gerrit. Eíndelijk!’
Met een blik vol verbijstering, keek Gerrit zijn vrouw aan.
‘Komen jullie twee nog maar even terug in bed,’ zei hij na een tijdje, waarna hij met een brede glimlach de dekens uitnodigend opensloeg.
‘Ik ga maandag meteen een afspraak maken bij dokter Lobeek,’ zei Joanna terwijl ze weer onder de dekens kroop. ‘Hopelijk heeft hij donderdagochtend nog een plekje vrij.’
Gerrit nam zijn overgelukkige vrouw in zijn armen en tilde de deken een stukje op. ‘Doe jij even je ogen dicht?’ fluisterde hij tegen Joanna’s buik.
‘De beelden die papa en mama nu gaan uitzenden zijn niet geschikt voor jeugdige kijkers.’

Joanna werkte als lerares Duits op een middelbare school in een populaire volkswijk in Almelo. Normaal gesproken begeleidde ze iedere donderdagochtend kinderen die wat extra aandacht nodig hadden, maar deze ochtend had maar één kind haar aandacht nodig. Haar eígen.
Toen de wekker afging, was Joanna meteen klaarwakker. Om kwart over negen werd ze bij dokter Lobeek verwacht. Gerrit opende slaperig een oog en toen hij zich nog een keer om wilde draaien, kreeg hij meteen de wind van voren.
‘Wakker worden! Hoe kan je nou verder willen slapen? Opstaan. Ik moet zo naar Lobeek. Ik ga vast douchen.’
‘Nou, dan kan ik toch nog even blijven liggen totdat jij klaar bent?’
Joanna wist dat hij gelijk had, maar het irriteerde haar dat hij zo rustig was terwijl zijzelf stijf stond van de zenuwen en de opwinding. Na vier keer van kleding gewisseld te hebben, koos ze uiteindelijk een losvallend jurkje. Toen ze aangekleed en opgetut beneden kwam, stond het ontbijt al klaar. Gerrit had thee gezet en twee sneetjes brood voor haar geroosterd, die hij belegd had met kaas en jam.
‘Lief van je.’ Ze keek haar man dankbaar aan.
‘Sorry dat ik zo tegen je uitviel.’
‘Geeft niet, schat.’ Hij schonk haar een geruststellende blik.
Joanna kreeg deze ochtend nauwelijks een hap door haar keel en ineens werd ze bevangen door onzekerheid. ‘Wat als ik het me allemaal gewoon verbeeld heb?’
‘Dan weet je straks in ieder geval of je bloeddruk in orde is,’ merkte Gerrit droog op.
Een klein lachje ontsnapte tegen haar wil. Samen ruimden ze de ontbijtrommel op en Joanna zwaaide Gerrit uit toen hij naar zijn werk vertrok. Hij was bedrijfsleider bij een grondboorbedrijf in Almelo.
‘Ik kom tussen de middag naar huis, oké? Dan kan je me vertellen wat Lobeek heeft gezegd.’
‘Ja, dat is fijn, Gerrit. Tot straks.’

Joanna meldde zich keurig netjes op tijd bij de assistente van dokter Lobeek, die nog enkele ontbrekende gegevens van haar noteerde. Daarna nam ze plaats in de wachtkamer.
‘Ik ga je zo voorstellen aan de dokter,’ fluisterde ze met een glimlach, terwijl ze liefdevol met haar hand over haar buik streek. Ze sloot haar ogen en luisterde naar het getik van de klok die aan de muur boven de deur hing.
Om half tien riep dokter Lobeek haar binnen. De urinetest bevestigde Joanna’s vermoeden en na een paar routineonderzoeken stond ze alweer buiten. Opgelucht fietste ze vrolijk fluitend terug naar huis.
De klok in de woonkamer had nog maar net twaalf uur geslagen toen Joanna een autodeur dicht hoorde slaan. Ze holde naar de voordeur.
‘Joehoe, zwanger!’ riep ze bijna hysterisch vanuit de deuropening terwijl ze stralend op haar man afliep en hem in zijn armen viel.
Gerrit maakte zich los uit haar omhelzing en liep snel terug naar de auto. Joanna snapte er niets van, maar ze kreeg geen tijd om boos te worden, want ze zag dat hij een enorme bos bloemen uit de achterbak haalde en deze triomfantelijk in de lucht hield. Toen ze hem voor de tweede keer in zijn armen viel, stroomden de tranen van geluk over haar wangen.
‘Ik durfde ze niet meteen mee te nemen,’ legde Gerrit tussen haar gesnik door uit.
Ze bleven nog een tijdje in elkaars armen staan. Na negen jaar verkering en drie jaar huwelijk was de bezegeling van hun liefde eindelijk een feit.
...
5 Sterren
Aangrijpende eye-opener. - 23.05.2025
Stefanie K

Wat een prachtig boek, maar ook een uitzonderlijk verhaal. Je voelt als lezer de emotie, ik heb menig traantje moeten wegvegen.

Misschien vind je dit ook leuk :

Cover: Triade

Herman Heremans

Stan in de verkeerde oorlog

review:
*verplichte velden