Ik ben toch zeker niet gek!
Blauwe vinkjes, dansende stipjes
EUR 19,90
Formaat: 13,5 x 21,5 cm
Pagina aantal: 74
ISBN: 978-3-7116-1566-4
Publicatie datum: 25.03.2026
Ik ben toch zeker niet gek gaat over de nare ziekte dementie. Vroeg of laat krijgt een ieder daarmee te maken. Het treft vrienden, naaste familie of misschien uzelf wel. Centraal thema is liefde tussen mensen. Wie de liefde niet heeft, die heeft niets.
Verpleeghuis Levende herinnering, Willeke
3 juni 2043
Echt mam, zo gaat het niet langer. Je kunt niet meer voor jezelf zorgen. Ik moet constant bijspringen, en met thuishulp red je het ook niet meer. Toen papa nog leefde, toen ging het nog wel. Maar kijk nou eens naar jezelf. Je ruikt niet meer fris, je huis vervuilt en ga zo maar door. En je gehoor, je zicht gaan er ook niet op vooruit. Je geheugen wordt minder, maar het lopen, he mam, zelfs de traplift wordt een nachtmerrie. Hoe duidelijk kan ik zijn, mam? Het kan echt niet zo langer.
Conny heeft gesproken. Met steun van François waarmee ze het heeft besproken.
François staat gelukkig altijd aan haar zijde.
Roland staat erbij en kijkt ernaar. Met toenemende ongerustheid. Hij gunt zijn moeder het allerbeste, zo niet beter. Willeke heeft zoveel voor Roland betekent. Zij, die het allang wist. Zij, die hem door de donkerste momenten heen sleepte. Willeke was altijd twee handen op één buik met Roland. Een verpleeghuis, zijn moeder, zijn knappe, intelligente moeder. Wat hadden ze graag gewild dat dat moment nooit gekomen was. Maar het is niet anders, ze wordt niet beter. Het wordt gevaarlijk, en wat als zijn moeder, die zo van wandelen houdt, gaat zwerven? Wat kan haar dan niet allemaal overkomen. Brr… nee dat nooit, dat mag nooit gebeuren.
Isaac, Rolands man, heeft te doen met Roland, kust op zijn wang. Het komt wel goed, Roland. Samen met Conny slepen we er ons doorheen. Niettemin, Roland heeft de tranen in zijn ogen en kijkt vol mededogen naar zijn moeder. Die heilig voor hem is.
Je hoort het aan. Maar hoort het ook weer niet. Je wilt dit niet, je hebt het nooit gewild. Je denkt terug aan betere tijden. 2025, pfff, die affaire met Ab, dat was je soulmate. Je hebt hem op moeten geven. Je hebt de affaire opgebiecht aan Wim-Kees. Zonder alle sappige details. Je weet dat je de verkeerde keuze hebt gemaakt. Je had de kans om je leven een andere richting te geven. Uit angst voor Wim-Kees, Conny en Roland, de familie, de buurtjes en de schande is je leven vergleden. Van niks naar nergens. Weg dampende seks waar je je donkerste, maar o zo geile fantasieën kon uitleven. Samen met Ab. Ab, je hebt hem de bons gegeven. De zekerheid, hé. Hem in de steek gelaten. Ab, die het toch al zo moeilijk had. Met zijn vrouw, zijn moeder, zijn beide zonen, en jij hebt het hem ook niet gemakkelijk gemaakt. Ja, je hebt hem seksueel bevrijd, dat is wat. Al kan het je niet veel troost bieden. Hoewel, die seksuele bevrijding heeft hem echt wel geholpen. Opgebloeid, zelfvertrouwen en zo verliefd op jou. Tranen prikken. Mijn God, dat waren nog eens tijden. Dat hadden nog eens tijden kunnen zijn, verbeter je jezelf.
De Specialist Ouderen Geneeskunde (SOG) pakt haar spullen bij elkaar en praat zachtjes met Conny. De tests geven WLZ indicatie 4 aan. Genoeg voor een plaatsje in een particulier huis. Zij wijst Conny vast op Onze herinnering, lekker dichtbij doceert ze. Prima huis. Zal ik eens bellen? François knijpt in haar hand, bemoedigend.
Conny knikt vermoeid. Ze weet niet dat de SOG voor iedere cliënt die zij aanlevert aan een particulier verpleeghuis, een forse bonus krijgt. Er is een huis veel dichterbij, minstens zo geschikt, moderner. De SOG rept er met geen woord over. En Conny heeft geen idee. Ze is dan wel GZ-psychologe, maar heeft ook niet de hele zorgkaart in haar hoofd.
Maria Beukenhout belt. Maria, die inmiddels ook alle rottigheid van de wereld heeft gezien, pffff, het vervroegd pensioen lonkt. Blik op oneindig. Dan hoopvol, er wordt opgenomen. Ja, met Maria Beukenhout, Specialist Ouderen Geneeskunde. Ik ben hier thuis bij Willeke van der Kroft. Een vrouw, 87 jaar jong. (De slijmster, die ziet haar bonus zich vertalen in een mooie vakantie). Het gaat niet meer thuis. Dochter Conny is mantelzorger en kan het niet meer aan. Ze kijkt naar Conny die heftig zit te knikken. Thuiszorg? Ja, de thuiszorg is al maximaal opgeschaald en kan niet méér voor mevrouw betekenen. Jullie hebben plek, zegt ze met gespeelde blijdschap. Over een week? Ze kijkt Conny nog maar eens aan. Momentje. Conny, of jullie over een week kunnen komen kennismaken? Conny kijkt naar Roland die heftig begint te knikken. Zelfs Isaac wil wel mee. Ik kan ook mee als jullie willen. Misschien kan ik niet veel doen, maar ik kan jullie in ieder geval ondersteunen. Conny heeft belangrijke besprekingen op haar werk. Ze wordt er ook niet jonger op. Al haar energie gaat zitten in het opleiden van jongere collega’s.
Ze kijkt eerst Isaac en daarna Roland, dankbaar aan. We redden het wel, samen. Ja is goed, 10 juni, woensdag toch, twee uur. Roland zet het ook direct in zijn agenda. Een onvermijdelijke stap verder. Zucht.
’s Nachts lig je wakker. Denkend aan al die jaren op de Touwslagerslaan 498. Goede tijden, slechte tijden. Toch gaat de voorzienigheid ingrijpen. Die je nooit vertrouwd hebt. Maar het gebeurt dan eindelijk en is, gelukkig, onvermijdelijk.
Woensdag 10 juni 2043
Ab zit aan de lange leestafel met de krant. Door de artritis lukt het haast niet, maar hij zet door. De mobiele telefoon heeft hij jaren geleden al moeten inleveren; hij kon het apparaat niet meer bedienen. Een abonnement op een krant is onbetaalbaar geworden met die geringe oplages van tegenwoordig. Daarom wordt het abonnement gedeeld met zes van zijn medebewoners. Die telefoon die zo belangrijk was in de tijd van Willeke. Goh, Willeke, hoe komt hij nou ineens op Willeke.
Ah, daar is Leontien. Lekker ding hoor, jammer dat zij hem nooit komt douchen. Haar bijnaam is de directrice, tja, dat is ze ook. Streng voorkomen, maar dat vindt Ab lekker. Hij valt op vrouwen. Hij voelt een kriebeltje. Het werkt nog steeds daar beneden.
Leontien hier, dat kan maar één ding betekenen. Een nieuwe bewoner dan wel bewoonster. Een hoogtepunt in het saaie bestaan van hem en zijn medebewoners. Hij gaat er eens goed voor zitten.
De bel gaat. Leontien gaat persoonlijk naar de voordeur. Goh, hij heeft haar voorgangster nog gekend: Lianne. Die lange blondine. Ook al met pensioen. Zoals hij zoveel verzorgenden heeft gekend in de tijd dat zijn moeder hier nog zat. Ze zijn allemaal weg, een enkeling zelf in een verzorgingstehuis. Allemaal nog in leven en niemand dement; dat scheelt.
Levende herinnering was ooit een huis voor uitsluitend demente bejaarden. Sinds er een medicijn is voor Alzheimer, nu zo’n tien jaar terug, is de vraag teruggelopen. Met als resultaat dat er nu ook andere behoeftige cliënten Levende herinnering bewonen. De veel minder voorkomende vormen van dementie voeren nu de boventoon. Al vindt Ab die agressieve types griezelig. Denkt nog maar eens terug aan zijn moeder die hier zelf haar laatste jaren heeft gesleten en geleden heeft onder de bezuinigingen terwijl het maandbedrag maar omhoog ging. Trui, dat was haar kwelgeest. Die ongevraagd bij haar aan tafel kwam zitten en maar niet weg wilde. Die aan haar ging zitten waar ze zo niet van gediend was. Een week later was Trui dood. Haar dood kwam als een vriend, voor mijn moeder. Ab ziet Trui nog lopen, kaarsrecht achter haar rollator, altijd in de achtervolging. Een sterk gehavend gezicht als ze weer eens onderuit was gegaan.
De bel gaat. In stilte, want de cliënten zouden eens een verzetje hebben. Ik weet het want Leontien die er op anticipeerde, veert op. Ja, ik kom open doen, kirt ze. Gepraat bij de voordeur. Kom gauw binnen. Koud he, ja, zelfs voor de tijd van het jaar. Jullie willen vast koffie?
Ja, zegt Conny, gemaakt opgewekt. En jij mam? Je hoort niks of je doet of je niks hoort. Voor mij een kopje thee alsjeblieft, zegt Roland. Isaac, jij ook wat? Isaac slikt, onder de indruk van de omgeving. Glaasje water, weet hij nog net uit te brengen. Isaac zwijgzaam. Niks voor hem, die spraakwaterval, wiens mond nooit stilstaat.
Je schuifelt voorwaarts met je rollator. Volgt gehoorzaam Conny en de directrice. Cappuccino, zeg je afgemeten en je kijkt eens om je heen. Afgeleefde bende. Ze denken toch niet dat ze hierheen gaat. Gekken! Dan, aan de lange tafel, zie je hem. Dezelfde handen, ouder nu. Zijn het die handen die zo graag tussen je benen zaten? Het haar uitgedund nu. De licht gebogen rug, nog steeds het gewicht van de wereld op zijn schouders torsend. Jullie blikken kruisen. Een vage herinnering? Hallo, zegt Ab zachtjes. Dag mijnheer, zeg je; die intonatie. Wat komt ze je bekend voor. Ineens neemt onrust bezit van je, maar je kunt het niet plaatsen.
Nou, en zo gaat dat hier zo’n beetje, zegt de directrice. Hoor je dat, mam, wat ze hier allemaal organiseren, klinkt Conny enthousiast. Ab, denk jij, die naam, die naam hoor je bijna nooit in deze contreien.
Ab, Ab, roept de directrice, deze mensen zouden graag je kamer willen zien. Ik sta moeizaam op. Ik ben de ambassadeur voor Levende herinnering. Ik maak gemakkelijk contact en ben een wandelende reclamezuil voor deze tent. Onbezoldigd, de schande.
In optocht naar mijn kamer.
Als iedereen zit, neemt de directrice het woord. Ab, dit is Willeke van der Kroft, haar dochter Conny en …
Ik hoor allang niks meer. Staar je aan. Willeke, Willeke, Willeke den Oudsten? Uit Breda, geboren in Rotterdam, op 1 augustus 1955? Mijn olympisch kampioene. Mijn allessie????
Ik sta op maar mijn knieën begeven het. Ik zijg neer op de grond vlak voor je. Willeke kan je nu goed zien. O mijn God, Ab! Ab, ben jij het echt. Mijn Ab, van het houtsnipperpaadje, of wat zei je altijd? Het tongzoen_for_secret_lovers_paadje?
Vanaf nu wordt het leven beter. Ab en Willeke. Beter laat dan nooit. Ab en Willeke forever. Vanaf nu!
Conny, Roland en de directrice zwijgen. In verbijstering. Isaac is al in tranen. De directrice is het eerst bij haar positieven. Laten we de papierwinkel maar doornemen, Conny, ik geloof dat we binnenkort een nieuwe bewoonster gaan verwelkomen. Ab en Willeke hebben alleen maar oog voor elkaar. Roland omhelst Isaac, alsof ze elkaar nooit meer los willen laten. Roland legt zijn hand om Willekes schouder. En na een korte aarzeling, een op Abs schouder. Ab kijkt op, in tranen. Roland, wat had ik jou graag eerder ontmoet. Jouw huwelijk, wat had ik daar graag bij geweest. Je moeder was zo apetrots. François staat erbij, super geëmotioneerd. Dit gaat voor Conny zoveel schelen, zijn lieve vrouw ging er bijna aan onderdoor.
Levende herinnering,
ergens in de lente van 2025
Ab, hoe is het toch met Mark? Het is even afwachten, ma mère, zo’n psychose hakt erin. Nou gaat de psychose wel over maar de kans op een depressie daarna is vrij groot.
Ik mis hem wel, probeert mijn moeder nog. Ik weet het, zodra hij weer beter is, komt hij snel, dat weet ik zeker.
Het is altijd zo gezellig als hij komt, hij zit altijd achterin als we een stukje gaan rijden. Wie was dat laatst die met ons meereed? Dat was Willeke, ma mère, Willeke van de wandelclub, weet je nog wel. O ja, Willeke. Heel aardig, om niet te zeggen, heel aardig. Ja, die Willeke zat ook achterin.
Levende herinnering, de thuisversie
Wie is er dood? vraagt Joan niet voor de eerste keer. Cornelis, weet je wel, Cornelis van Cornelis en Elly. Buurman van Joop. Overleden aan kanker. Kanker, wat voor soort kanker? Prostaatkanker. En wanneer is de begrafenis dan? Vrijdag. Deze vrijdag? Ja, deze vrijdag. Hoe laat is dat dan? Half twee, aan de andere kant van de stad. Moet ik mee? Nee, je hoeft niet mee. Ik ga als afgevaardigde van onze familie. Kan jij lekker uitrusten. Of schoonmaken, opruimen, net waar jij zin in hebt.
Je zult al deze vragen morgen nogmaals stellen. Maar jij weet dat niet. Die zekerheid heb ik. Evenals het feit dat schoonmaken en opruimen een utopie is.
Fivoor, Den Dolder, 19 augustus 2025
Evaluatie over de laatste vijf weken. Ik ben te vroeg. Een uur maar liefst. Lekker even naar buiten met mijn jongste zoon. Sigaret roken. Op een bankje. Misschien laten de gekken ons een keer met rust. Maar we hebben niet gebeden.
Allison heet ze. Begin veertig schat ik en absoluut verslaafd aan nicotine. Mag ik een sigaret? Vrijgevige ik had geen andere vraag verwacht. Natuurlijk, ga je gang. Ik heb een huis en een televisie, brengt Allison het goede nieuws. Wat doe je dan hier? Nou ik woon hier toch. Mark weet te vertellen dat praktisch iedereen hier woont. Al zes jaar, vervolgt Allison trots. Fijn meisje. Mark doet er maar het zwijgen toe, gewend als hij is aan bakken vol psychische narigheid.
Allison komt verscheidene keren terug en even zovele keren bedelt ze om rookwaar. Ze stopt de shaggies waarschijnlijk weg. Voor als ze weer van pas komen.
Tegen elven keren we terug naar de unit waar Mark verblijft. Er is louter goed nieuws. Mark krijgt de gelegenheid om zelf zijn kamer weer bewoonbaar te maken. En direct na het weekend keert bjj terug en hopelijk voorgoed. De komende dagen haal ik hem een paar keer op. Maandag is de grote dag. Dan breng ik hem feestelijk weer thuis.
Goedgemutst verlaat ik Fivoor. Praat nog even met Therese-Marie, zijn tweede persoonlijke begeleider of maatje, en neem het overleg nog even door. Dan het terrein af. Ik heb het nu diverse keren gedaan, maar zie toch kans te verdwalen.
Johan en Loes
Levende herinnering
Ze hebben een nieuw communicatiesysteem. En zoals bij zoveel nieuwe systemen: het hapert. Caroline moppert. Het kost ook extra tijd. De bel gaat. De staf moet het gesprek aannemen en de bezoeker binnenlaten. Door middel van een knopje, daarmee wordt de voordeur ontgrendeld. Als het goed is. Het is alleen lang niet altijd goed.
Ab, ben jij het? Ben jij het echt? Ja ma mère, ik ben het echt. Kom, we gaan een lekker kopje thee drinken. Gewoontegetrouw gaat mijn moeder eerst even plassen. En waar ga jij naar toe? vraagt mijn moeder een beetje ongerust. Lieverd, ik ga thee pakken en dan ga ik buiten zitten. Zou dat kunnen, denk je? Een retorische vraag, de mussen vallen immers dood van het dak. Ik weet het niet. Nou ma mère, ga maar gauw plassen dan zie ik je zo buiten. Ik loop de eetzaal binnen. Babbel even met Caroline. Ze zijn nog druk met opruimen en schoonmaken. Het is net na de lunch die buiten op het terras genoten is. Het kost allemaal wat meer inspanning, maar je doet de bewoners er een groot plezier mee. Je kan niet anders dan respect hebben voor de staf. Hard werken, poep opruimen. En geduldig zijn. Altijd maar geduldig zijn. Een wereldsalaris verdienen ze er ook al niet mee.
Buiten is het heerlijk. Lekker in de schaduw in de prachtige tuin van Levende herinnering.
Mijn moeder komt aangeschuifeld. Hoi lieverd, kijk eens, een lekker kopje thee.
Zie je, ma mère, het is prima om uit te houden buiten. Zitten, altijd al een exercitie op zich. Alsjeblieft, kreun je een paar keer.
Zit er wel suiker in? Ik proef helemaal niks, je bent de suiker vergeten.
Ik zeg maar even niks, soms wordt het wat vermoeiend.
Ik ga naar binnen, nog een schepje suiker dan maar.
Eddy is gearriveerd. De kok, ik heb hem nog niet eerder gezien. Hij is heel wat van plan. Een hoop verse groente op een trolley naast hem. Wat schaft de pot? vraag ik belangstellend. Goulash, antwoordt Eddy. Volgende keer blijf ik eten, zeg ik met een glimlach. Verdomd, dit ziet er veelbelovend uit.
Aah, lekker, lekker zoet. We drinken onze thee en praten over niets. Ja, de usual suspects. Hoe is het met je vrouw? Straks een ritje maken. Rustig beneden. Niet per se in deze volgorde en een aantal keren in hetzelfde cirkeltje.
Kom lieverd, we gaan een stukje rijden. Je schuifelt achter me aan.
Ik moet nog wel even plassen.
Oh Ab, komt woonzorgcoordinator Jojanneke tussenbeide. Het toilet is bezet. Ze loopt langs me heen richting wc, opent de deur. Hé Johan, kom er maar uit. NEE! Johan laat zich niet commanderen. Toe maar, Johan, er zijn meer mensen die naar het toilet moeten. NEE, GA WEG! Jojanneke geeft het op, met een kwaaie Johan valt niet te redeneren. Een andere verzorgster oppert een ander toilet, een heel eind verderop. Zucht. Dan opent de deur van de wc zich. Johan. Onder zijn arm een paar luiers, naar ik vrees gebruikte. Ik heb uiteraard het hart niet om daar een opmerking over te maken. Klootzak! krijg ik toegevoegd. Net zomin als jjj een klootzak bent, ben ik een klootzak, antwoord ik Johan zo rustig mogelijk. Ik voel kwaadheid opkomen en eens te meer voel ik respect voor de staf. Mijn moeder hoeft plotseling niet meer. Onrust in haar stem. Jawel ma mère, jij gaat rustig plassen. Gelukkig is mijn moeder heel volgzaam en vertrouwt ze me volkomen. Johan maakt ruimte, de luiers nog steeds stevig onder de arm. Hij loopt verder de gang in, voorovergebogen en helemaal niet richting zijn eigen kamer.
Toe maar, ma mère, toe maar.
Pffffff, weer een bescheiden crisis bezworen.
Ik wacht, maar daar komt ze al. Intussen arriveert Suzanna. Het is tenslotte wisseling van de wacht.
De auto in. Mijn vestje moet maar even uit. Nu even omdraaien, je benen tegen de auto en dan gaan zitten. Alsjeblieft, alsjeblieft, prevelt mijn moeder nog maar eens. Soms zeg ik dan ook alsjeblieft. Slaat nergens op. Ik laat het portier open hoor, anders wordt het veel te warm.
...
3 juni 2043
Echt mam, zo gaat het niet langer. Je kunt niet meer voor jezelf zorgen. Ik moet constant bijspringen, en met thuishulp red je het ook niet meer. Toen papa nog leefde, toen ging het nog wel. Maar kijk nou eens naar jezelf. Je ruikt niet meer fris, je huis vervuilt en ga zo maar door. En je gehoor, je zicht gaan er ook niet op vooruit. Je geheugen wordt minder, maar het lopen, he mam, zelfs de traplift wordt een nachtmerrie. Hoe duidelijk kan ik zijn, mam? Het kan echt niet zo langer.
Conny heeft gesproken. Met steun van François waarmee ze het heeft besproken.
François staat gelukkig altijd aan haar zijde.
Roland staat erbij en kijkt ernaar. Met toenemende ongerustheid. Hij gunt zijn moeder het allerbeste, zo niet beter. Willeke heeft zoveel voor Roland betekent. Zij, die het allang wist. Zij, die hem door de donkerste momenten heen sleepte. Willeke was altijd twee handen op één buik met Roland. Een verpleeghuis, zijn moeder, zijn knappe, intelligente moeder. Wat hadden ze graag gewild dat dat moment nooit gekomen was. Maar het is niet anders, ze wordt niet beter. Het wordt gevaarlijk, en wat als zijn moeder, die zo van wandelen houdt, gaat zwerven? Wat kan haar dan niet allemaal overkomen. Brr… nee dat nooit, dat mag nooit gebeuren.
Isaac, Rolands man, heeft te doen met Roland, kust op zijn wang. Het komt wel goed, Roland. Samen met Conny slepen we er ons doorheen. Niettemin, Roland heeft de tranen in zijn ogen en kijkt vol mededogen naar zijn moeder. Die heilig voor hem is.
Je hoort het aan. Maar hoort het ook weer niet. Je wilt dit niet, je hebt het nooit gewild. Je denkt terug aan betere tijden. 2025, pfff, die affaire met Ab, dat was je soulmate. Je hebt hem op moeten geven. Je hebt de affaire opgebiecht aan Wim-Kees. Zonder alle sappige details. Je weet dat je de verkeerde keuze hebt gemaakt. Je had de kans om je leven een andere richting te geven. Uit angst voor Wim-Kees, Conny en Roland, de familie, de buurtjes en de schande is je leven vergleden. Van niks naar nergens. Weg dampende seks waar je je donkerste, maar o zo geile fantasieën kon uitleven. Samen met Ab. Ab, je hebt hem de bons gegeven. De zekerheid, hé. Hem in de steek gelaten. Ab, die het toch al zo moeilijk had. Met zijn vrouw, zijn moeder, zijn beide zonen, en jij hebt het hem ook niet gemakkelijk gemaakt. Ja, je hebt hem seksueel bevrijd, dat is wat. Al kan het je niet veel troost bieden. Hoewel, die seksuele bevrijding heeft hem echt wel geholpen. Opgebloeid, zelfvertrouwen en zo verliefd op jou. Tranen prikken. Mijn God, dat waren nog eens tijden. Dat hadden nog eens tijden kunnen zijn, verbeter je jezelf.
De Specialist Ouderen Geneeskunde (SOG) pakt haar spullen bij elkaar en praat zachtjes met Conny. De tests geven WLZ indicatie 4 aan. Genoeg voor een plaatsje in een particulier huis. Zij wijst Conny vast op Onze herinnering, lekker dichtbij doceert ze. Prima huis. Zal ik eens bellen? François knijpt in haar hand, bemoedigend.
Conny knikt vermoeid. Ze weet niet dat de SOG voor iedere cliënt die zij aanlevert aan een particulier verpleeghuis, een forse bonus krijgt. Er is een huis veel dichterbij, minstens zo geschikt, moderner. De SOG rept er met geen woord over. En Conny heeft geen idee. Ze is dan wel GZ-psychologe, maar heeft ook niet de hele zorgkaart in haar hoofd.
Maria Beukenhout belt. Maria, die inmiddels ook alle rottigheid van de wereld heeft gezien, pffff, het vervroegd pensioen lonkt. Blik op oneindig. Dan hoopvol, er wordt opgenomen. Ja, met Maria Beukenhout, Specialist Ouderen Geneeskunde. Ik ben hier thuis bij Willeke van der Kroft. Een vrouw, 87 jaar jong. (De slijmster, die ziet haar bonus zich vertalen in een mooie vakantie). Het gaat niet meer thuis. Dochter Conny is mantelzorger en kan het niet meer aan. Ze kijkt naar Conny die heftig zit te knikken. Thuiszorg? Ja, de thuiszorg is al maximaal opgeschaald en kan niet méér voor mevrouw betekenen. Jullie hebben plek, zegt ze met gespeelde blijdschap. Over een week? Ze kijkt Conny nog maar eens aan. Momentje. Conny, of jullie over een week kunnen komen kennismaken? Conny kijkt naar Roland die heftig begint te knikken. Zelfs Isaac wil wel mee. Ik kan ook mee als jullie willen. Misschien kan ik niet veel doen, maar ik kan jullie in ieder geval ondersteunen. Conny heeft belangrijke besprekingen op haar werk. Ze wordt er ook niet jonger op. Al haar energie gaat zitten in het opleiden van jongere collega’s.
Ze kijkt eerst Isaac en daarna Roland, dankbaar aan. We redden het wel, samen. Ja is goed, 10 juni, woensdag toch, twee uur. Roland zet het ook direct in zijn agenda. Een onvermijdelijke stap verder. Zucht.
’s Nachts lig je wakker. Denkend aan al die jaren op de Touwslagerslaan 498. Goede tijden, slechte tijden. Toch gaat de voorzienigheid ingrijpen. Die je nooit vertrouwd hebt. Maar het gebeurt dan eindelijk en is, gelukkig, onvermijdelijk.
Woensdag 10 juni 2043
Ab zit aan de lange leestafel met de krant. Door de artritis lukt het haast niet, maar hij zet door. De mobiele telefoon heeft hij jaren geleden al moeten inleveren; hij kon het apparaat niet meer bedienen. Een abonnement op een krant is onbetaalbaar geworden met die geringe oplages van tegenwoordig. Daarom wordt het abonnement gedeeld met zes van zijn medebewoners. Die telefoon die zo belangrijk was in de tijd van Willeke. Goh, Willeke, hoe komt hij nou ineens op Willeke.
Ah, daar is Leontien. Lekker ding hoor, jammer dat zij hem nooit komt douchen. Haar bijnaam is de directrice, tja, dat is ze ook. Streng voorkomen, maar dat vindt Ab lekker. Hij valt op vrouwen. Hij voelt een kriebeltje. Het werkt nog steeds daar beneden.
Leontien hier, dat kan maar één ding betekenen. Een nieuwe bewoner dan wel bewoonster. Een hoogtepunt in het saaie bestaan van hem en zijn medebewoners. Hij gaat er eens goed voor zitten.
De bel gaat. Leontien gaat persoonlijk naar de voordeur. Goh, hij heeft haar voorgangster nog gekend: Lianne. Die lange blondine. Ook al met pensioen. Zoals hij zoveel verzorgenden heeft gekend in de tijd dat zijn moeder hier nog zat. Ze zijn allemaal weg, een enkeling zelf in een verzorgingstehuis. Allemaal nog in leven en niemand dement; dat scheelt.
Levende herinnering was ooit een huis voor uitsluitend demente bejaarden. Sinds er een medicijn is voor Alzheimer, nu zo’n tien jaar terug, is de vraag teruggelopen. Met als resultaat dat er nu ook andere behoeftige cliënten Levende herinnering bewonen. De veel minder voorkomende vormen van dementie voeren nu de boventoon. Al vindt Ab die agressieve types griezelig. Denkt nog maar eens terug aan zijn moeder die hier zelf haar laatste jaren heeft gesleten en geleden heeft onder de bezuinigingen terwijl het maandbedrag maar omhoog ging. Trui, dat was haar kwelgeest. Die ongevraagd bij haar aan tafel kwam zitten en maar niet weg wilde. Die aan haar ging zitten waar ze zo niet van gediend was. Een week later was Trui dood. Haar dood kwam als een vriend, voor mijn moeder. Ab ziet Trui nog lopen, kaarsrecht achter haar rollator, altijd in de achtervolging. Een sterk gehavend gezicht als ze weer eens onderuit was gegaan.
De bel gaat. In stilte, want de cliënten zouden eens een verzetje hebben. Ik weet het want Leontien die er op anticipeerde, veert op. Ja, ik kom open doen, kirt ze. Gepraat bij de voordeur. Kom gauw binnen. Koud he, ja, zelfs voor de tijd van het jaar. Jullie willen vast koffie?
Ja, zegt Conny, gemaakt opgewekt. En jij mam? Je hoort niks of je doet of je niks hoort. Voor mij een kopje thee alsjeblieft, zegt Roland. Isaac, jij ook wat? Isaac slikt, onder de indruk van de omgeving. Glaasje water, weet hij nog net uit te brengen. Isaac zwijgzaam. Niks voor hem, die spraakwaterval, wiens mond nooit stilstaat.
Je schuifelt voorwaarts met je rollator. Volgt gehoorzaam Conny en de directrice. Cappuccino, zeg je afgemeten en je kijkt eens om je heen. Afgeleefde bende. Ze denken toch niet dat ze hierheen gaat. Gekken! Dan, aan de lange tafel, zie je hem. Dezelfde handen, ouder nu. Zijn het die handen die zo graag tussen je benen zaten? Het haar uitgedund nu. De licht gebogen rug, nog steeds het gewicht van de wereld op zijn schouders torsend. Jullie blikken kruisen. Een vage herinnering? Hallo, zegt Ab zachtjes. Dag mijnheer, zeg je; die intonatie. Wat komt ze je bekend voor. Ineens neemt onrust bezit van je, maar je kunt het niet plaatsen.
Nou, en zo gaat dat hier zo’n beetje, zegt de directrice. Hoor je dat, mam, wat ze hier allemaal organiseren, klinkt Conny enthousiast. Ab, denk jij, die naam, die naam hoor je bijna nooit in deze contreien.
Ab, Ab, roept de directrice, deze mensen zouden graag je kamer willen zien. Ik sta moeizaam op. Ik ben de ambassadeur voor Levende herinnering. Ik maak gemakkelijk contact en ben een wandelende reclamezuil voor deze tent. Onbezoldigd, de schande.
In optocht naar mijn kamer.
Als iedereen zit, neemt de directrice het woord. Ab, dit is Willeke van der Kroft, haar dochter Conny en …
Ik hoor allang niks meer. Staar je aan. Willeke, Willeke, Willeke den Oudsten? Uit Breda, geboren in Rotterdam, op 1 augustus 1955? Mijn olympisch kampioene. Mijn allessie????
Ik sta op maar mijn knieën begeven het. Ik zijg neer op de grond vlak voor je. Willeke kan je nu goed zien. O mijn God, Ab! Ab, ben jij het echt. Mijn Ab, van het houtsnipperpaadje, of wat zei je altijd? Het tongzoen_for_secret_lovers_paadje?
Vanaf nu wordt het leven beter. Ab en Willeke. Beter laat dan nooit. Ab en Willeke forever. Vanaf nu!
Conny, Roland en de directrice zwijgen. In verbijstering. Isaac is al in tranen. De directrice is het eerst bij haar positieven. Laten we de papierwinkel maar doornemen, Conny, ik geloof dat we binnenkort een nieuwe bewoonster gaan verwelkomen. Ab en Willeke hebben alleen maar oog voor elkaar. Roland omhelst Isaac, alsof ze elkaar nooit meer los willen laten. Roland legt zijn hand om Willekes schouder. En na een korte aarzeling, een op Abs schouder. Ab kijkt op, in tranen. Roland, wat had ik jou graag eerder ontmoet. Jouw huwelijk, wat had ik daar graag bij geweest. Je moeder was zo apetrots. François staat erbij, super geëmotioneerd. Dit gaat voor Conny zoveel schelen, zijn lieve vrouw ging er bijna aan onderdoor.
Levende herinnering,
ergens in de lente van 2025
Ab, hoe is het toch met Mark? Het is even afwachten, ma mère, zo’n psychose hakt erin. Nou gaat de psychose wel over maar de kans op een depressie daarna is vrij groot.
Ik mis hem wel, probeert mijn moeder nog. Ik weet het, zodra hij weer beter is, komt hij snel, dat weet ik zeker.
Het is altijd zo gezellig als hij komt, hij zit altijd achterin als we een stukje gaan rijden. Wie was dat laatst die met ons meereed? Dat was Willeke, ma mère, Willeke van de wandelclub, weet je nog wel. O ja, Willeke. Heel aardig, om niet te zeggen, heel aardig. Ja, die Willeke zat ook achterin.
Levende herinnering, de thuisversie
Wie is er dood? vraagt Joan niet voor de eerste keer. Cornelis, weet je wel, Cornelis van Cornelis en Elly. Buurman van Joop. Overleden aan kanker. Kanker, wat voor soort kanker? Prostaatkanker. En wanneer is de begrafenis dan? Vrijdag. Deze vrijdag? Ja, deze vrijdag. Hoe laat is dat dan? Half twee, aan de andere kant van de stad. Moet ik mee? Nee, je hoeft niet mee. Ik ga als afgevaardigde van onze familie. Kan jij lekker uitrusten. Of schoonmaken, opruimen, net waar jij zin in hebt.
Je zult al deze vragen morgen nogmaals stellen. Maar jij weet dat niet. Die zekerheid heb ik. Evenals het feit dat schoonmaken en opruimen een utopie is.
Fivoor, Den Dolder, 19 augustus 2025
Evaluatie over de laatste vijf weken. Ik ben te vroeg. Een uur maar liefst. Lekker even naar buiten met mijn jongste zoon. Sigaret roken. Op een bankje. Misschien laten de gekken ons een keer met rust. Maar we hebben niet gebeden.
Allison heet ze. Begin veertig schat ik en absoluut verslaafd aan nicotine. Mag ik een sigaret? Vrijgevige ik had geen andere vraag verwacht. Natuurlijk, ga je gang. Ik heb een huis en een televisie, brengt Allison het goede nieuws. Wat doe je dan hier? Nou ik woon hier toch. Mark weet te vertellen dat praktisch iedereen hier woont. Al zes jaar, vervolgt Allison trots. Fijn meisje. Mark doet er maar het zwijgen toe, gewend als hij is aan bakken vol psychische narigheid.
Allison komt verscheidene keren terug en even zovele keren bedelt ze om rookwaar. Ze stopt de shaggies waarschijnlijk weg. Voor als ze weer van pas komen.
Tegen elven keren we terug naar de unit waar Mark verblijft. Er is louter goed nieuws. Mark krijgt de gelegenheid om zelf zijn kamer weer bewoonbaar te maken. En direct na het weekend keert bjj terug en hopelijk voorgoed. De komende dagen haal ik hem een paar keer op. Maandag is de grote dag. Dan breng ik hem feestelijk weer thuis.
Goedgemutst verlaat ik Fivoor. Praat nog even met Therese-Marie, zijn tweede persoonlijke begeleider of maatje, en neem het overleg nog even door. Dan het terrein af. Ik heb het nu diverse keren gedaan, maar zie toch kans te verdwalen.
Johan en Loes
Levende herinnering
Ze hebben een nieuw communicatiesysteem. En zoals bij zoveel nieuwe systemen: het hapert. Caroline moppert. Het kost ook extra tijd. De bel gaat. De staf moet het gesprek aannemen en de bezoeker binnenlaten. Door middel van een knopje, daarmee wordt de voordeur ontgrendeld. Als het goed is. Het is alleen lang niet altijd goed.
Ab, ben jij het? Ben jij het echt? Ja ma mère, ik ben het echt. Kom, we gaan een lekker kopje thee drinken. Gewoontegetrouw gaat mijn moeder eerst even plassen. En waar ga jij naar toe? vraagt mijn moeder een beetje ongerust. Lieverd, ik ga thee pakken en dan ga ik buiten zitten. Zou dat kunnen, denk je? Een retorische vraag, de mussen vallen immers dood van het dak. Ik weet het niet. Nou ma mère, ga maar gauw plassen dan zie ik je zo buiten. Ik loop de eetzaal binnen. Babbel even met Caroline. Ze zijn nog druk met opruimen en schoonmaken. Het is net na de lunch die buiten op het terras genoten is. Het kost allemaal wat meer inspanning, maar je doet de bewoners er een groot plezier mee. Je kan niet anders dan respect hebben voor de staf. Hard werken, poep opruimen. En geduldig zijn. Altijd maar geduldig zijn. Een wereldsalaris verdienen ze er ook al niet mee.
Buiten is het heerlijk. Lekker in de schaduw in de prachtige tuin van Levende herinnering.
Mijn moeder komt aangeschuifeld. Hoi lieverd, kijk eens, een lekker kopje thee.
Zie je, ma mère, het is prima om uit te houden buiten. Zitten, altijd al een exercitie op zich. Alsjeblieft, kreun je een paar keer.
Zit er wel suiker in? Ik proef helemaal niks, je bent de suiker vergeten.
Ik zeg maar even niks, soms wordt het wat vermoeiend.
Ik ga naar binnen, nog een schepje suiker dan maar.
Eddy is gearriveerd. De kok, ik heb hem nog niet eerder gezien. Hij is heel wat van plan. Een hoop verse groente op een trolley naast hem. Wat schaft de pot? vraag ik belangstellend. Goulash, antwoordt Eddy. Volgende keer blijf ik eten, zeg ik met een glimlach. Verdomd, dit ziet er veelbelovend uit.
Aah, lekker, lekker zoet. We drinken onze thee en praten over niets. Ja, de usual suspects. Hoe is het met je vrouw? Straks een ritje maken. Rustig beneden. Niet per se in deze volgorde en een aantal keren in hetzelfde cirkeltje.
Kom lieverd, we gaan een stukje rijden. Je schuifelt achter me aan.
Ik moet nog wel even plassen.
Oh Ab, komt woonzorgcoordinator Jojanneke tussenbeide. Het toilet is bezet. Ze loopt langs me heen richting wc, opent de deur. Hé Johan, kom er maar uit. NEE! Johan laat zich niet commanderen. Toe maar, Johan, er zijn meer mensen die naar het toilet moeten. NEE, GA WEG! Jojanneke geeft het op, met een kwaaie Johan valt niet te redeneren. Een andere verzorgster oppert een ander toilet, een heel eind verderop. Zucht. Dan opent de deur van de wc zich. Johan. Onder zijn arm een paar luiers, naar ik vrees gebruikte. Ik heb uiteraard het hart niet om daar een opmerking over te maken. Klootzak! krijg ik toegevoegd. Net zomin als jjj een klootzak bent, ben ik een klootzak, antwoord ik Johan zo rustig mogelijk. Ik voel kwaadheid opkomen en eens te meer voel ik respect voor de staf. Mijn moeder hoeft plotseling niet meer. Onrust in haar stem. Jawel ma mère, jij gaat rustig plassen. Gelukkig is mijn moeder heel volgzaam en vertrouwt ze me volkomen. Johan maakt ruimte, de luiers nog steeds stevig onder de arm. Hij loopt verder de gang in, voorovergebogen en helemaal niet richting zijn eigen kamer.
Toe maar, ma mère, toe maar.
Pffffff, weer een bescheiden crisis bezworen.
Ik wacht, maar daar komt ze al. Intussen arriveert Suzanna. Het is tenslotte wisseling van de wacht.
De auto in. Mijn vestje moet maar even uit. Nu even omdraaien, je benen tegen de auto en dan gaan zitten. Alsjeblieft, alsjeblieft, prevelt mijn moeder nog maar eens. Soms zeg ik dan ook alsjeblieft. Slaat nergens op. Ik laat het portier open hoor, anders wordt het veel te warm.
...

