De verloren Duitse duikboot

De verloren Duitse duikboot

Herman Mertens


EUR 15,90

Formaat: 13.5 x 21.5
Pagina aantal: 100
ISBN: 978-3-99131-103-4
Publicatie datum: 10.05.2022
Dertien jonge, pas afgestudeerde vrienden kopen een boot en trekken de wereld in. Als ze zichzelf na een feestelijk avondje terugvinden op een onbewoond eiland, doen ze een ontdekking die hun reis volledig op zijn kop zet.
Begin april 1943 liggen twee duikboten, U1001 en U1002, in de basis van Brest.
Ze worden beide onderworpen aan een grondige onderhoudsbeurt. Na twee weken worden deze boten vrijgegeven en komen ze terecht in een ander dok waar ze elk hun lading ontvangen.
Er is veel beweging rond deze twee duikboten, met veel toe- zicht van de SS en de Gestapo. Zelfs admiraal Dönitz was present.
De U1001 werd volop geladen door de SS’ers en matrozen; wat die lading was, wist niemand van de bemanning.
De U1002 werd ook geladen, maar met torpedo’s, munitie en proviand terwijl de U1001 geen torpedo’s bijkreeg en het moest doen met zes stuks.
Op dinsdag 20 april kwam het signaal ‘boten geladen en klaar voor vertrek’.
Dönitz ontving beide kapiteins voor een briefing op woensdag 21 april 1943.
Hij deelde hen mee dat ze op 22 april om vier uur in de ochtend moesten vertrekken met een tijdsverschil van 45 minuten tussen beide boten.

De volgende ochtend:
Brest, donderdag 22 april 1943: om vier uur ‘s ochtends vertrekt een U-boot op een geheime missie op direct bevel van Adolf Hitler; 45 minuten later vertrekt een tweede U-boot ter bescherming van de eerste, eveneens op direct bevel van Hitler.
De eerste officier meldt aan de kapitein:
“Boot klaar om te vertrekken kapitein.”
Dan volgt het eerste order: “Motoren starten,” en de diesels komen tot leven met een rookwalm en proesten nog meer rook uit. Dan volgt het tweede order: “Trossen los.”
Langzaam kom de U-boot los van de kade en glijdt zacht door het water richting open zee.
De kapitein staat in de toren, kijkt rond, spreekt zijn eerste stuurman aan en zegt:
“Frits, we zijn vertrokken voor enkele maanden, ben benieuwd wat ons staat te wachten.”
Frits was in gedachten verzonken en hoorde de kapitein niet, hij staarde naar de horizon en zag hoe het ochtendgloren de nacht aan het verdrijven was.
Een zachte zuiderwind blies door hun haren terwijl de zee rustig kabbelde.
Samen staarden ze met hun verrekijkers in alle richtingen op zoek naar de vijand.
Maar alles was rustig en ze genoten van het uitzicht.
De kapitein op de eerste duikboot U1001 is een militair die in de Eerste Wereldoorlog al op een duikboot zat.

Langzaam glijdt de U1001 verder door het water op weg naar een onbekend avontuur.
Eenmaal op volle zee heeft hij bevel om zijn orders te openen. Karl Heinz Jung, de kapitein van U1001, verzamelt zijn officieren in de kombuis. Wanneer ze allen bijeen zijn, opent hij de bevelen van de Führer. En hij begint ze voor te lezen aan zijn officieren:
Kapitein, deze missie is voor het goed van het Duitse volk en moet slagen.
Hier zijn de coördinaten die u moet volgen. Die brengen ons richting Brazilië.
De U1001 is geladen met zeer belangrijke items die niet in handen van de vijand mogen vallen.
Ik verwacht dat u deze opdracht volledig zal uitvoeren volgens mijn wensen.
Ik wens u veel succes voor deze opdracht.
SiegHeil.
Adolf Hitler

Na de eerste dag besluit de kapitein de bemanning te laten oefenen op een snelle duik. Hij laat het alarm klinken en geeft via de boordradio het bevel om te duiken.
Gelijktijdig neemt hij de tijd op. Na een tumultueuze 1 minuut 26 seconden is de duikboot onder water. De kapitein roept zijn eerste officier bij zich en vertelt dat het duiken veel sneller moet gaan, dit moet gebeuren binnen 35 seconden, dat is de richtlijn. Hij licht de manschappen in en vertelt hen dat het een kwestie is van leven of dood.
De volgende dagen blijven ze diezelfde oefening herhalen en telkens zakt de tijd en kunnen ze sneller duiken. Tot op de dag dat ze duiken onder de 35 seconden.
“Kapitein, bij de duikoefening van vandaag hebben we een tijd neergezet van 33 seconden.”
“Dank u, eerste officier.”
Enkele uren later doet de kapitein een mededeling via de intercom van het schip:
“Dit is een bericht voor de ganse bemanning. Heren, aangezien wij de oefeningen om sneller en sneller te duiken steeds beter en beter doen en we bij een tijd van 33 seconden zijn gekomen, wens ik mijn dankbaarheid te tonen voor de inzet van jullie allen. En daarom, heren, gaan wij een onbewoond eiland uitzoeken waar we aan wal gaan. Er blijft een wacht van vier man aan boord om de boot te bewaken. Onze koks zullen mee aan land gaan en samen met enkele matrozen zullen zij op jacht gaan naar vers vlees, dat zij dan zullen bereiden aan het spit.”
De kapitein begaf zich daarna naar de officier die instaat voor de navigatie.
“Luitenant Wemmels.” “Jawohl, kapitein.”
“Toon mij op de kaart waar we zijn zodat we een eiland kunnen gaan zoeken.”
“Tot uw orders kapitein.”
De luitenant toonde de kapitein op kaart waar ze zaten: “Kapitein, tussen Funchal en Santa Cruz ligt een nog onbekend eiland, daar kunnen we naartoe.”
“In orde, we gaan daarnaartoe. Welke koers moeten we varen en hoelang duurt het voordat we er zijn?”
“Ik zal alles in orde brengen, kapitein, maar na acht dagen zullen we ter plaatse zijn.”
“In orde, laat dit ook aan de bemanning weten.”
Na een rustige vaart van zeven dagen kwam de boodschap: “Land in zicht. Kapitein aan dek gevraagd.”
De kapitein begaf zich naar de toren en ging aan dek. “Kapitein, kijk, daar is het eiland.”
Samen namen ze hun verrekijkers en aanschouwden het eiland.
“Zoek een plaats waar we de U-boot kunnen aanleggen zonder dat hij goed zichtbaar is vanop volle zee.”
“In orde kapitein.”
Na enkele uren hadden ze de geschikte plaats gevonden aan een grote inham en de U-boot werd daar gelegd. Een landingseenheid ging aan wal met de opdracht om takken en struiken mee terug te brengen zodat ze de duikboot konden camoufleren, en deze niet ontdekt kon worden.
Na enkele uren kwamen de Duitsers terug met het nodige materiaal om de boot te camoufleren.
“Kapitein voor marconist.”
“Marconist luistert, kapitein.”
“Zend bericht aan U1002 met onze locatie en dat ze langszij komen.”
“In orde, kapitein.”
Toen klonk via het intercomsysteem van de duikboot: “Dit is de kapitein die spreekt. Mannen, we liggen aan een onbewoond eiland om enkele dagen te recupereren. We gaan van boord en er blijft één wacht van vier man aan boord, deze vier worden morgen afgelost. Iedereen moet zijn wapen dragen, en voor de kok: jij gaat mee met twee matrozen om voor vers vlees te zorgen.” Zodoende vertrok de bemanning in rubberen boten naar het eiland.
Het eiland had afwisselend zand- en rotsstranden met een dichte begroeiing van planten.
Iedereen begon aan de hem opgedragen taak. De kok ging met twee matrozen op jacht naar vers vlees. Zij begonnen hun zoektocht langs het strand. Na een uur wandelen zei een matroos:
“Kijk hier: sporen in het zand en ze gaan in de richting van het midden van het eiland. Oké, we volgen die sporen.”
Op hun weg passeerden ze allerlei soorten planten, waarop de kok zei:
“Mannen, wacht even, dit zijn wilde kruiden en die kan ik goed gebruiken bij het klaarmaken van het vlees.”
Samen begonnen ze de kruiden te plukken en stopten ze in een grote zak.
Al vlug kwamen ze in het struikgewas en moesten ze met machetes hun weg vrijmaken. Het oerwoud werd dichter en dichter tot ze plots op een vlakte uitkwamen. Snel gingen ze liggen en keken rond met hun verrekijkers. Tot de kok zei:
“Mannen, kijk daar, op 13.00 uur, daar beweegt wat.” De matrozen keken en zagen de bewegingen.
“Kom, we gaan tegen de wind in, dan kunnen de dieren ons niet ruiken en kunnen we dicht genoeg bijkomen om te kijken wat voor beesten het zijn.”
Zo gezegd, zo gedaan. Ze gingen rond en tegen de wind in naar de plaats. Op een goede dertig meter afstand konden ze de dieren horen. Die maakten een knorrend geluid. Tot de kok zei: “Mannen, ik denk dat het wilde varkens zijn die daar zitten.” Ze slopen dichterbij en inderdaad; het waren varkens, maar geen wilde, wel verwilderde varkens die daar zaten.
Een matroos nam zijn wapen, een mauser, en vroeg aan de kok: “Welke moet ik afschieten?”
Die zei: “Ik zie daar enkele zeugen. Schiet één van die varkens af en laat die zeugen leven.”
De matroos legde aan en wat later klonk er een schot. Het varken zakte door zijn poten en bleef voor dood liggen. Door het lawaai waren de andere varkens allemaal gaan lopen. De matrozen hakten stevige takken af en maakte een gestel om het varken aan te hangen zodat ze terug konden gaan naar het strand.
Ondertussen waren de manschappen een vuur aan het voorbereiden achter een kleine heuvelrug zodat de vlammen niet zichtbaar waren vanop zee.
Andere matrozen waren ook op verkenning gegaan, op zoek naar fruit en eetbare planten.
Zij hadden gevonden wat ze zochten en brachten bananen, ananas, kokosnoten en nog andere vruchten mee. Ook hadden ze een halfvergane hut gevonden waarlangs een verwilderde groentetuin lag, daar vonden ze van allerlei groenten zoals kolen, tomaten, aardappelen en nog veel meer, die in een verwilderde tuin groeiden.
Maar toen ze in de restanten van de hut gingen kijken, zagen ze een skelet liggen.
Zij besloten de onmiddellijke omgeving van de hut uit te kammen om te kijken of ze nog iets vonden. En ja hoor, een goede vijftig meter achter de hut was een kleine berg volledig ingesloten door struikgewas. Nadat ze een deel daarvan hadden weggekapt, kwam er een ingang van een grot tevoorschijn.
De mannen keken elkaar aan en gingen binnen nadat ze fakkels hadden gemaakt.
Eenmaal binnen, stonden ze versteld van wat ze zagen. Het was de voorraadkamer geweest van de piraat. Er stonden kisten in met allerlei spullen, kleding, tinnen bekers, pistolen, enkele vaatjes met buskruit en twee vaten rum.
Toen zei de onderofficier:
“We gaan dit eerst melden aan de kapitein en die zal dan zeggen wat we ermee moeten doen. Maar we nemen wel een vat rum mee.”
De mannen vertrokken terug richting strand en eenmaal daar aangekomen, werd de kapitein ingelicht. Deze zei: “We laten dit nu voor wat het is, maar ik zal in mijn dagboek alles noteren aangaande dit eiland zodat we later kunnen terugkomen om het allemaal uit te zoeken. Maar eerst wil ik mijn orders verder uitvoeren.”
Daarna ging de kok naar de kapitein en vroeg: “Hoe wil je dat ik het varken bereid?”
De kapitein zei: “Kan dat aan het spit?” Waarop de kok zei:
“Jazeker, maar dan duurt het wel nog even voor we kunnen gaan eten.”
“Geen probleem,” zei de kapitein, “we hebben tijd en rum genoeg, begin er maar aan.”
Het varken werd geslacht en de ingewanden werden verwijderd. De kok nam de darmen van het varken en bereidde ze voor om worsten mee te maken.
Daarna werd het varken aan het spit geregen en gekruid, gelijktijdig werd het vuur aangestookt. Toen dat eenmaal in orde was, begon men het varken te grillen. De kok maakte ook van alle groenten en fruit die ze hadden meegebracht schotels klaar.
Gelijktijdig begon hij met het maken van worsten die hij later rookte, zodat ze lang bewaard kunnen worden.
Ondertussen was ook de U1002 langszij gekomen en zij hadden eveneens hun boot gecamoufleerd. De kapitein van de U1002 kwam aan land en werd getrakteerd op een beker rum. De beide kapiteins klonken en genoten van hun drank.
Na enkele uren was het maal klaar en iedereen kreeg zijn deel van het voedsel.
De mannen genoten van hun maaltijd en na het eten gingen zij kriskras door elkaar ergens een plaats zoeken om van de zon en het zicht te genieten.
De volgende dag werd de bemanning afgelost en ook deze kregen hetzelfde maal voorgeschoteld.
En ook zij genoten met volle teugen van hun drank en eten. Na vier dagen besloten beide kapiteins om verder te varen en hun orders uit te voeren. De bemanning was uitgerust en vol energie om hun opdracht uit te voeren.
De U1001 vertrok richting Little San Salvador en 45 minuten later vertrok ook de U1002 in dezelfde richting.
Opnieuw werd er geoefend op snel duiken en ze haalden telkens de vooropgezette tijd.
Daarna werd de tocht verdergezet boven water. De kapitein en enkele officieren hielden de uitkijk en speurden de horizon af naar vijandige schepen.
En alles was rustig tot …
Na een reis van 28 dagen klinkt plots het alarm. “SONAR AAN KAPITEIN!!”
“Kapitein luistert.”
“Ik hoor schroeven van een schip.” “Hoever verwijderd van ons?”
“Kapitein, ongeveer duizend meter.”
“Duiken, duiken, duiken.”
Nu begrijpt de bemanning des te beter de vele oefeningen van de voorbije dagen en na 35 seconden zijn ze onder water verdwenen.
Aan boord heerst volledige stilte en de bemanning gaat in gevechtsmodus.
“Sonar, waar zit de vijand?”
“Kapitein, hij is gekeerd en heeft de achtervolging ingezet.”
“Duik naar 100 meter en zoek een koude waterlaag op, daaronder kan hun sonar ons niet waarnemen.”
Een totale stilte.
“Kapitein, we zitten onder een koude laag, maar deze ver- plaatst zich snel.”
“Probeer deze te volgen zodat we uit beeld blijven.” “Kapitein, we verliezen de laag!”
Totale stilte nu!
“Kapitein, hij is naar ons aan het peilen.” (ping, ping, ping, ping, pong)
“Kapitein, hij heeft ons gevonden. En heeft dieptebommen gelanceerd. HOU U VAST, ze gaan ontploffen.”
En op enkele meters afstand van de U1001 ontploffen de dieptebommen, zonder ernstige schade aan te richten aan de U1001.
“Sonar, waar is de vijand?”
“Kapitein, hij komt terug en gooit dieptebommen.”
En weer kan de kapitein ontkomen aan de dieptebommen.
“Dan varen we verder,” was het bevel van de kapitein. En wederom werd er gepeild door de destroyer naar de duikboot. Maar dan maakt de kapitein een fout en laat de U-boot in de verkeerde richting draaien.
De destroyer van de geallieerden draait op dezelfde wijze en komt zo in een ideale positie om de U1001 uit het water te blazen.
Hij begint met een regen van dieptebommen naar de U1001 te sturen. En deze wordt stevig door elkaar geschud.
Dan plots roept sonar:
“Kapitein, ik hoor torpedo’s richting vijand.”
“Hou me op de hoogte en vaar verder richting zuidzuidwest.” Sonar aan kapitein:
“De torpedo’s gaan inslaan.” Sonar aan kapitein:
“De torpedo’s hebben het doel getroffen. Ik hoor explosies en brokstukken in het water vallen.”
Kapitein voor sonar:
“Heeft de vijand nog vaart?” Sonar aan kapitein:
“Nee, ze liggen zo goed als stil.”
“Eerste stuurman naar periscoopdiepte.” “Hai, hai kapitein.”
Even later:
“Kapitein, we zijn op diepte. Periscoop omhoog.”
De kapitein kijkt door de periscoop en ziet hoe de vijand verslagen is en hun schip onder de golven verdwijnt. De bemanningsleden hebben zich in veiligheid kunnen brengen in de reddingsboten en helpen de anderen ook in hun boten.
“Periscoop omlaag, we varen verder.” Marconist neem contact op met de U1002. “Machinekamer, hebben wij schade?” Machinekamer aan kapitein:
“De elektromotoren zijn in orde, maar de diesels zijn beschadigd door de ontploffing van de dieptebommen.”
“Zijn er slachtoffers onder de bemanning?”
“Kapitein, meer dan de helft is gesneuveld door de diepte- bommen.”
“Kunnen wij nog varen op deze diesels?”
“Ja, op een vierde van de kracht. Eén motor is helemaal stuk en de andere heeft weinig of geen kracht meer, enkel voldoende vermogen om de batterijen op te laden. Dus kunnen we alleen verder op de elektromotoren. “
Kapitein aan marconist:
“Heb je al contact met U1002?” Marconist aan kapitein:
“Ja, we hebben contact, ze vragen of we schade hebben. Wat zal ik zeggen kapitein?”
“ Vertel; motoren stuk, kunnen enkel nog op één vierde kracht varen en vraag assistentie aan U1002. Marconist, vertel me wanneer U1002 een antwoord heeft gegeven.”
“Oké kapitein.”
Enkele ogenblikken later:
“Kapitein, U1002 heeft geantwoord. Ze komen langszij om te helpen.”
Na meer dan een uur wachten komt plots de U1002 boven water langs de beschadigde duikboot.
U1002 gaat langs U1001 liggen en de kapitein komt aan boord van de U1001.
Kapitein: “Mag ik aan boord komen?” “Toegestaan, kapitein Karl.”
Karl: “Nu man, ben ik blij dat jullie in de buurt waren, anders waren we gezonken, Hans.”
Hans: “Karl, welke schade heb jij opgelopen? En zijn er slachtoffers onder de bemanning?”
Karl: “Hier is het schaderapport. Kijk zelf maar, de diesels zijn zwaar beschadigd, eentje draait niet meer en de ander op een vierde van zijn vermogen, nog net genoeg om de batterijen te kunnen opladen. Wij kunnen zo niet verder varen; als we een vijand tegenkomen, zijn we verloren.”
“Karl, wat is het noodscenario in ons geval?”
“De voorschriften zijn nu gewijzigd gezien het belang van deze missie. Hitler heeft bevel gegeven dat wanneer dit gebeurt, we de boot en de lading in veiligheid moeten brengen.”
“En hoe gaan we dat doen?”
Karl: “We zijn in de Pacific en hier zijn nog veel onbewoonde eilanden. Wij hebben orders een eiland te zoeken waar we de duikboot kunnen verbergen.”
Samen bekijken ze de zeekaarten en zien een groep eilanden liggen aan de Braziliaanse kust.
“We zullen daar naartoe varen, ik neem jullie op sleep.”
Ze spreken af om zoveel mogelijk ‘s nachts te varen onder bescherming van de duisternis.
“En overdag zullen we duiken en stil blijven liggen, dan kan de vijand ons niet lokaliseren en kunnen we uitrusten.”
“Laten we eerst de gesneuvelde bemanning een zeemansgraf geven, daarna is het tijd om te vertrekken.”
Zo vertrekken ze op hun gevaarlijke tocht naar één van de eilanden. Na 33 dagen komen de eilanden in zicht.
“Marconist, sein aan U1002 dat hij langszij komt.” “Ay ay kapitein.”
Een half uur later:
“Kapitein, kapitein, Hans vraagt toestemming om aan boord te komen.”
De kapitein: “Toegestaan.”
“Karl, wat stel jij voor? Hans, jij gaat een eiland zoeken dat geschikt is om de U1001 te verbergen en daarna vertrekken we allen met de U1002 naar Duitsland terug.”
De volgende dagen gaat de zoektocht verder naar een geschikte plaats om de boot te verbergen. Na een zoektocht van vier dagen:
“Kapitein, bericht van de U1002, ze hebben een geschikt eiland gevonden met een grote lagune waar de boot in past, en ze zijn terug op weg naar hier.”
Enkele dagen later ligt de U1002 naast de U1001 en samen bespreken ze wat ze gaan doen. Ze slepen de boot naar het eiland om hem te kunnen verbergen. Tijdens het slepen, vergaderen de beide kapiteins met de officieren en bespreken wat er moet gebeuren op het eiland.
“We slepen de U1001 in de lagune en verbergen hem onder de struiken en bomen van het eiland. Let wel op dat die planten moeten blijven groeien om de boot niet te verraden. Dan noteren we de exacte locatie van het eiland en varen we terug naar Duitsland.”
Na een nacht en een dag zwaar werk ligt de U1001 op zijn plaats, helemaal gecamoufleerd en niet meer zichtbaar voor vliegtuigen of boten. Ze sluiten de U1001 af en vertrekken met de U1002 naar Duitsland als de nacht gevallen is.
Diezelfde dag wordt alles overgeladen op de U1002 en tegen het duister vertrekken de mannen richting Duitsland.
Maar met alles wat er is gebeurd de laatste dagen, vergeet de kapitein zijn aktentas met daarin alle documenten op de U1001.
Na drie weken van een onbezorgde vaart roept de uitkijk in de toren:
“Kapitein, vliegtuig in zicht.”
Onmiddellijk wordt er alarm gegeven en duikt de U-boot.

Misschien vind je dit ook leuk :

De verloren Duitse duikboot

Rishaf Kasim

Does the Dutch Stock Market Overreact?

review:
*verplichte velden