Overig & allerlei

Goeiemorgen kaars

Leo van der Weele

Goeiemorgen kaars

Uittreksel:

Voor jou, toegewijde thuiszorger

Hoofdstuk 1


Toen Peter zijn ogen opende, keek hij in een paar blauwe ogen.
"Goeiemorgen, Peter."
"Dag. Dag lieve Hanneke." Hij draaide zich naar haar om. "Wat nu, Hanneke?"
"Nu? Opstaan, het is al licht, al tien uur." Hanneke sloeg het dekbed open en wipte het bed uit. Ze ging naakt voor het raam staan. "Het heeft verschrikkelijk gesneeuwd, een witte wereld. En het is koud. Ze trok snel een warme badjas aan en verliet de slaapkamer.

In de woonkamer stak ze meteen een kaars aan. "Goeiemorgen, kaars. Wat heb jij vannacht niet gezien? En wat nu, kaars? Zeg, Peter, rap onder de douche en de haard aansteken. Dan maak ik een ontbijtje."
Peter nam een warme douche en kleedde zich aan. "Gezellig die ene kaars als verlichting. Mmm, het ruikt lekker, croissants? Ik steek meteen de haard aan, want het is verrekte koud."
"Doe dat, dan ga ik intussen douchen."
Hanneke kwam terug, in een lange zwarte broek en een warme blauwe wollen trui.
"Lekker warm en het staat je goed," merkte Peter op.
"Dank je. Fijn, de haard geeft ook al warmte. En nu ontbijten. Wil je ook een eitje? Gekookt?"
"Graag. We hebben het goed zo. En wat nu?"
"Niet nu. Straks. Gisterenavond hadden we het ook steeds over straks en hebben dat voor ons uit geschoven. Maar straks moeten we het toch over straks hebben. Nu even niet. Eet ze."
Ze aten zwijgend. Peter keek naar Hanneke. Wat een vrouw! Joke flitste heel kort door zijn gedachten.
"Je bent mooi, Hanneke. En lief."
"Feromonen! Weet je nog?"
"Klets. Er is te veel gebeurd om alles toe te schrijven aan onze feromonen."
"Ja, er is veel gebeurd, heel veel. Het is een roes die ik nog moet verwerken, Peter."
"Ja, ik ook. Wanneer? We hebben zo weinig tijd, nu. Ik moet straks weg. Naar Joke. Maar ik wil ook nog van jou genieten, Hanneke. Hoe moet dat? Ik moet terug naar Joke en ik wil ook bij jou blijven. Hoe moet dat, Hanneke?"
"Ik weet het niet, echt niet. Het was fijn met jou, Peter. Maar het was maar een paar uur. Wat kennen we elkaar nou?"
"Nou? Goed. We hebben elkaar ons hele leven verteld. Tot allerlei intimiteiten toe. Ik ken je nu echt. Daarvan ben ik overtuigd. Dit is echte liefde, ik voel het."
"Klets, Peter. Dit heet verliefdheid. Hoogstens verliefdheid. Ja, we hebben ons leven verteld. Maar onze gedachten? Onze gevoelens? Er is meer nodig voor een band dan wat van elkaar weten. Je moet leren samen te leven. Je moet samen tegenslagen hebben overwonnen om elkaar echt te leren kennen. Ik weet het Peter, ik heb het ondervonden."
Hanneke begon te huilen. Peter probeerde haar te troosten door zijn armen om haar heen te slaan.
"Ja, je hebt een akelige tijd gehad. Maar het kan ook anders, heus."
"Wat weet jij daar nou van? Je hebt een rimpelloze relatie met Joke, denk ik. Hebben jullie ooit een echt probleem gehad? En hebben jullie dat opgelost, samen?"
"Nee, ik geef het toe, we hebben nooit een serieus probleem gehad. En dus ook nooit problemen op hoeven lossen."
"Dan hebben jullie geluk gehad. Of misschien hebben jullie niet gezien dat jullie een probleem hadden," verzuchtte Hanneke mistroostig, denkend aan haar relatie met Rutger.
"Heus Peter, ik vind je erg lief. Ik heb het fijn bij je. Maar dat is echt een te smalle basis voor een relatie. Het kan niet, het kan echt niet. Laten we de dag van gisteren koesteren als een mooie herinnering. En er verder niets mee doen.
Ga terug naar Joke. En vergeet mij. Heus dat is het beste, het enige. Doe dat, lieve Peter. En nu wil ik naar buiten, de sneeuw in. Afkoelen. En dan als volwassen mensen bespreken wat we nu moeten doen. Je moet Joke bereiken. Je moet naar haar toe. Je moet die auto van je weg zien te krijgen. Kom op, jassen en laarzen aan en de sneeuw in, even lekker dwaas doen. Dat heb ik nodig.
Maar we moeten eerst proberen Joke te bereiken."
Ook nu bleek er echter geen bereik te zijn.


Hoofdstuk 2


Joke was wanhopig. Ze had de hele nacht geen oog dicht gedaan. Toen Peter om negen uur nog niet thuis was, was ze gaan bellen. Zijn mobiel gaf geen reactie. Na nog een half uur wachten, werd ze echt ongerust. Ze belde haar schoonouders, maar die hadden ook niets van Peter gehoord.
"Er is heus niets gebeurd, misschien gewoon wat vertraging door de sneeuw. Vooral in het noorden schijnt het raak te zijn," probeerde haar schoonvader haar gerust te stellen.
"Zijn mobiel is ook dood. Wat moet ik doen?" jammerde Joke.
"Dan zal de batterij wel leeg zijn. Of misschien heeft hij geen bereik of is er een storing door de sneeuw," stelde haar schoonvader geruststellend vast.
Joke luisterde naar de radio of er een ongeluk was gebeurd. Niets. Gelukkig maar.
Om half elf raakte ze in paniek. Eerst belde ze het congresgebouw. De avondportier meldde dat alle mensen uiterlijk om zeven uur waren vertrokken. Ze belde daarna de ANWB. Geen melding van een ongeluk op de route die Peter moest volgen. De wegenwacht had ook geen melding van een pechgeval van de auto van Peter. De politie had evenmin nieuws. Ze probeerde nog wat ziekenhuizen in het noorden. Geen resultaat.
Het was nu kerstavond elf uur. Joke wist zich geen raad meer.

Eerste kerstdag, zeven uur in de ochtend.
Maarten Dorhout deed thuiszorgster Klaartje open.
"Goedemorgen. Wat geweldig dat je ondanks al die sneeuw komt, en zelfs precies op de afgesproken tijd. Klasse, hoor, Klaartje."
"Het is mijn werk, hoor. De thuiszorg staat voor zijn taak."
Klaartje, 28 jaar, vrij klein en slank, lang blond haar in een knotje, ging meteen aan de slag.
"Het gebruikelijke zeker, meneer Dorhout: wassen, aankleden, steunkous aantrekken. Ik zal het water lekker warm maken."
"Graag. Genoeg kou buiten. Vind je het hier warm genoeg?"
"Prima. Gelukkig niet te warm. U houdt met stoken mooi rekening met het milieu."
"Ik krijg meer en meer de pest aan die steunkous. Het is zwaar werk voor jullie en het maakt me nog afhankelijker. Maar toch, Klaartje, ben ik je dankbaar dat je toen ontdekte dat er vocht in mijn been zat. Wat trombose bleek te zijn. Ik heb groot respect voor jullie oplettendheid. Eigenlijk kunnen jullie beter dan de huisarts gezondheidsproblemen ontdekken, omdat jullie ons dagelijks zien. Jullie vormen zo een belangrijke schakel in de zorg. Ik vind de thuiszorg een prachtige instelling. En daarbij ben jij, en zijn jouw collegae, nog aardig ook."
"Dank u, lief gezegd."

Na Maarten te hebben geholpen, typte Klaartje in de woonkamer haar verrichtingen op de tablet voor overdracht aan de volgende helper.
Op haar vraag, vertelde Maarten dat hij vanwege het slechte weer geen bezoek van zijn kinderen zou krijgen.
"Ik moet dan maar nadenken over de suggestie van jouw collega Hanneke een boek te gaan schrijven. Ik heb alleen maar non-fictie geschreven en dan is fictie een hele uitdaging. Ik ben benieuwd of ik het kan."
"Schrijven is vast nuttig, het helpt om alles van je af te schrijven. Succes ermee, ik ben benieuwd. Als uw boek klaar is, zal ik het lezen, hoor. Maar nu moet ik gaan, de volgende cliënt wacht. Een prettige dag!"
"Dank je. Ook een prettige dag en sterkte met het fietsen door die sneeuwbergen."


Hoofdstuk 3


Peter had moeite de laarzen aan te krijgen. Toen hij uiteindelijk toch nog naar buiten stapte, werd hij getrakteerd op een regen van sneeuwballen. Hij holde op Hanneke af en smeet haar tegen de grond. Terwijl hij haar in de sneeuw drukte, vroeg hij: "Genade?"
"Nooit!"
Hij wreef haar gezicht in met een hoop sneeuw en herhaalde: "Genade?"
Ze worstelde zich los. Ze rolden om en om tot hij haar weer tegen de grond kon drukken. Hij lag op haar. Peter kon zich niet beheersen en zoende Hanneke heftig. Een zoen die zij gretig beantwoordde.
"Sorry,” zei ze. "Dit moeten we niet doen, Peter."
"Nee. Misschien ook wel. Ik weet het niet, Hanneke."
Ze stonden op en schudden de sneeuw van zich af.
"Nu aan de wandel. Zullen we jouw auto zoeken? Welke kant?"
"Ik zag jouw licht rechts. Dus moeten we aan het eind van jouw paadje naar links."
Hand in hand gingen ze op pad. Ze keken elkaar even aan. Verliefd, vertrouwd, maar vooral ook onzeker.
Het baggeren door de soms metershoog opgewaaide sneeuw viel niet mee. Ze struikelden herhaaldelijk. Als ze elkaar dan weer overeind hielpen, drukten ze elkaar even tegen zich aan en zoenden.
"Dit moeten we niet doen, Peter. We worden er alleen maar ongelukkig van."
"Ja, Hanneke, je hebt gelijk, natuurlijk. Maar toch… Ik vind je lief. Ik weet het, er is een straks, maar nu even niet."

Na een dik kwartier vonden ze de auto, althans een witte berg. Peter haalde wat sneeuw weg, maar stopte er al snel mee.
"Dit heeft geen zin want ik krijg hem toch niet aan de gang. Ik vrees dat ik de wegenwacht te hulp moet roepen. Of een garage. Met kerst is dat best een probleem. Hoe kom ik in de bewoonde wereld?"
"Straks. Nu krijg ik het koud. Ik wil naar huis, naar de warmte, naar koffie. Hup, rennen."
Rennen door de sneeuw viel niet mee. Maar uiteindelijk bereikten ze toch het huisje van Hanneke. En warmte. En koffie.

Formaat: 13,5 x 21,5
Pagina aantal: 80
ISBN: 978-3-99064-641-0
Publicatie datum: 04.07.2019
EUR 13,90