Sciencefiction & fantasy

Illegaal

Anna van der Veen

Illegaal

Uittreksel:

Proloog


Joshua’s wereld was niet groter dan het kleine dorp hoog in de bomen met de hut waar hij al zijn hele leven woonde, samen met zijn moeder. Buiten het dorp was het gevaarlijk volgens zijn moeder. Dus op de grond liep hij vrijwel nooit. Het bladerdak voorkwam dat mensen vanaf de grond of vanuit de lucht hem konden zien. Het dorp was ook niet groot. In totaal woonden ze er met hooguit twintig mensen en er waren negen hutten in de bomen die verbonden waren door touwbruggen, ladders en normale touwen. Centraal in het dorp was één groot platform waar de dorpelingen samenkwamen.
Soms kwamen er nieuwe mensen in het dorp. Die bleven dan even en reisden daarna weer verder. Sommigen van hen vertelden vreemde verhalen over “stenen huizen” en “eten voor de hele week voor de deur afgeleverd”, maar meestal hadden ze het over het moeilijke woord “verbanning”.
Vandaag kwamen er weer nieuwe mensen.
‘Mama, mag ik naar ze toe?’ vroeg hij aan zijn moeder, terwijl hij uit het raam keek en de nieuwe mannen bestudeerde. Hij hoopte kinderen te zien; die waren er niet in dit dorp.
Zijn moeder streek met haar hand langs zijn wang.
‘Ga maar.’ Haar stem klonk zachter dan normaal en haar hand was klammig van het zweet, maar de jongen scheen het niet te merken. Opgewonden rende hij de hut uit. Zonder problemen haastte hij zich over een aantal touwbruggen en klom behendig via een touw naar beneden. ‘Laat je nooit aan het touw naar beneden glijden.’ Zijn moeder had hem vaak gewaarschuwd. ‘Dat doet pijn.’ En hij deed altijd braaf wat ze zei.
Nu was hij op het grote platform waar uiteindelijk alle touwbruggen op uitkwamen. Het centrum van het dorp, de ontmoetingsplek waar hij ook de nieuwe mensen zou kunnen ontmoeten.
‘Kom alleen op de grond als een groot persoon bij je is, anders grijpen de wilde beesten je.’ Hij wist de regels die zijn moeder hem gegeven had zeer goed en zou ze ook nooit vergeten.
Jakob kwam met een slingertouw op het platform. Jakob was, op hem na, de jongste in dit dorp, maar hij was al groot in Joshua’s ogen. Jakob mocht al zonder volwassene op de grond lopen. Jakob gaf hem een aai over zijn haar.
‘Zo, Joshua, ook hier. Mag dat van je moeder?’ vroeg hij met een plagende grijns. Joshua knikte trots.
‘Mama zei dat ik mocht komen kijken,’ zei Joshua.
‘Tof.’ Jakob glimlachte naar hem.
‘Harry en de nieuwelingen komen eraan,’ meldde Joshua Jakob. Jakob knikte, hij wist dit al.
Harry was de grote baas van het dorp. De verhalen zeiden dat hij iedereen samen had gebracht en het dorp had gesticht. Dan had je nog Simeon, Harry’s broer, die zich net bij Jakob en Joshua voegde. Die wist in dit bos overal aan eten te komen en had daar ook de leiding over. Hij stuurde de fruit- en notenverzamelaars aan en regelde de jachtpartijen voor vlees. Simeon was Jakobs vader en ooit hoopte Joshua met Simeon mee te mogen. Het leek hem geweldig om niet alleen maar in de bomen te hoeven blijven.
Overal vanuit de bomen kwamen nu mensen. Ze verzamelden zich op het grote platform om de bezoekers te verwelkomen. Joshua zag dat Jakob was gaan zitten en besloot naast hem neer te ploffen. De nieuwe mensen klommen achter Harry aan het platform op, terwijl iemand anders de ladder weer optrok het platform op. Simeon liep op een van de vreemde mannen af.
‘Wees welkom,’ begroette hij hem en gaf hem de hand. De man glimlachte dankbaar. Ze waren met zijn drieën en zagen er moe uit. ‘Kom zitten en eet wat.’
Cornelia en Elise, twee vrouwen uit het dorp, brachten wat eten in doeken naar voren en gaven het aan de mannen.
‘Het is niet veel, dat spijt ons. De vangst was slecht,’ zei Cornelia. Meestal werden gasten met een groter maal ontvangen, vooral omdat nieuwe mensen altijd onwijs veel honger leken te hebben. Maar eens in de zoveel tijd werd het kouder en was er bijna geen eten. De nieuwkomers hadden pech juist in die tijd aan te komen. Ze namen dankbaar het eten aan. Terwijl ze aten en dronken vertelde Harry de bijzonderheden over het dorp. Net als alle nieuwe mensen waren deze mannen verbaasd dat mensen in deze bossen konden overleven. Joshua snapte het niet. Het leven was hier heel makkelijk en saai. Hij wilde verhalen horen over het leven buiten dit dorp. Nieuwe dingen waren het leukst. Ongeduldig wachtte hij tot Harry klaar was met vertellen en de rest van de mensen ook waren gaan zitten om te eten. Joshua zag dat er maar een paar mensen ontbraken. Oude oma Caitlin, maar die kwam zelden van haar plek in de hoogste boom: ze hield van de rust daar. Zijn moeder was er ook niet en verder nog wat mannen die op wacht stonden of op jacht waren.
De nieuwkomers hadden zich voorgesteld als Thomas, Peter en Matt. Toen hield Joshua het niet meer uit. Hij stond op en liep op Peter af. Met zijn handen in zijn zij ging hij voor de man staan.
‘Mijn mama zegt dat jullie niet zo slim zijn, omdat jullie niet eens weten hoe je in een boom moet klimmen. Is dat zo?’ vroeg Joshua. De man keek hem verbaasd aan en fronste zijn wenkbrauwen. De andere twee mannen grinnikten, net als wat mensen uit het dorp. Ook op het gezicht van Peter verscheen een glimlach.
‘Het is ook voor het eerst dat ik zoveel bomen zie, knul,’ zei Peter.
‘Dit is Joshua, de jongste van ons gezelschap,’ zei Harry, voor hij zich tot Joshua richtte. ‘Josh, waar is je moeder?’ Waar Harry de leider was van het dorp, was Joshua’s moeder de leidster. Meestal stond ze ook vooraan om nieuwe mensen te begroeten, bedacht Joshua zich.
‘Mama zei dat ik mocht gaan.’ Met grote onschuldige ogen keek hij Harry aan. ‘Echt waar, ik ben al groot.’
‘Voor vijf jaar, ja.’ Jakob greep hem om zijn middel en gooide hem over zijn schouder. ‘Ik breng hem wel even naar huis, Harry.’
‘Jakob! Ik wil nog verhalen horen!’ protesteerde Joshua.
‘Later.’ Jakob liep weg. Peter zwaaide naar Joshua. Hij zwaaide terug. Pas toen ze een verdieping hoger waren zette Jakob hem neer.
‘Nu naar huis, Josh. Je moeder wil vast eten.’
Joshua voelde nu pas dat hij trek had. Hij had ook niets gepakt van wat er voor de gasten klaar was gezet, want dat was voor hen. ‘Kom je mij zo halen?’
Jakob gaf hem een zachte tik tegen zijn neus. ‘Deugniet.’ Joshua grijnsde.
‘Oké, nu naar huis.’ Jakob draaide Joshua om en gaf hem een zacht duwtje naar de touwbrug die naar zijn huis liep. Joshua keek nog een keer naar de mannen beneden en rende toen naar huis. Daar stormde hij naar binnen.
‘Mama, Mama! De nieuwen zijn leuk!’ Joshua keek de kamer rond. ‘Mama?’ hij zag haar niet. Joshua liep naar de kamer ernaast, hun slaapkamer. De bedden waren leeg. ‘Mama!’ riep hij nog eens. Ze was niet in de hut. Hij rende naar buiten en liep om de hut heen naar de plek waar ze altijd buiten zaten. Daar was ze ook niet. Hij kreeg een knoop in zijn maag en rende het huis weer in. Niet in de woonkamer, nog eens naar de slaapkamer. Hij kroop snel over het bed. ‘Mama?’ Ze lag naast het bed op de grond. De eerste keer had hij haar over het hoofd gezien. Haar gezicht bleek en vol zweetdruppels. Haar ogen waren gesloten. Met zijn hand duwde hij tegen haar schouder. ‘Mama, word wakker.’ Hij duwde harder. Ze werd niet wakker. ‘Mama, dit is niet leuk.’ Ze bewoog niet. Was ze… Joshua schoot achteruit en viel van het bed af, stootte zijn hoofd, kroop om het bed heen en ging bij haar hoofd zitten. Wat moest hij doen?

‘Joshua!’ Jakob kwam hem halen.
Joshua sprong op en rende met een betraand gezicht de hut uit. ‘Jakob, mama beweegt niet!’ Hij greep de hand van zijn vriend en sleepte hem mee naar zijn moeder. Jakob kwam meteen in beweging. Hij tilde zijn moeder op en legde haar op het bed.
‘Josh, ga Harry halen!’
‘Maar mama…’
‘Ga, ik let op haar.’
Even keek hij Jakob aan. Toen rende hij weg.
‘Harry! Help!’
De mannen waren niet meer op het platform. Hij liet zich voor één keer naar beneden glijden aan het touw. Hij moest halverwege loslaten omdat zijn handen begonnen te branden. Het laatste stuk viel hij. De pijn in zijn voeten schoot door naar zijn knieën en zorgde ervoor dat hij zich achterover moest laten rollen op zijn rug. Snel krabbelde hij weer overeind.
‘Harry!’ riep hij weer.
‘Wat is er Joshua?’ riep Elise van boven.
‘Waar is Harry?’
‘In zijn hut!’ was het antwoord. Joshua rende door zonder de verdere vragen van Elise te beantwoorden. De hut van Harry was nog een verdieping lager, maar het slingertouw zou sneller zijn dan een touwladder, ook al mocht Joshua die nog niet gebruiken. Na drie bruggen kwam hij aan bij het touw. De paniek werd steeds erger. Wat was er aan de hand met mama? Zenuwachtig greep hij het touw. Hij wist hoe het werkte. Hij had het Jakob zo vaak zien doen. Toch was hij bang. Hij zette af en zwierde over de diepe afgrond. Terwijl hij zwierde klom hij een stukje naar beneden. Hij kwam te hoog uit. Hij liet los boven het landplatform dat grensde aan de hut van Harry. Met een harde klap kwam hij neer op het hout. Hij rolde een stukje verder. Net toen zijn voet een stukje over de rand kwam, lag hij stil.
Harry kwam geschrokken naar buiten. ‘Joshua?’ Joshua stond snel op zijn voeten en rende naar de grote baas.
‘Harry… moet komen… mama…,’ hijgde Joshua.
Harry pakte zijn schouders. ‘Rustig jong, wat is er aan de hand?’ Harry wachtte even tot Joshua op adem was.
‘Mama is ziek, ze wil niet wakker worden. Je moet helpen,’ zei Joshua met een overslaande stem.
‘Ik ben een dokter, misschien kan ik helpen.’ Het was Peter, die blijkbaar in de deuropening stond.
‘Meekomen!’ was het korte bevel van Harry.

Eindelijk was hij thuisgekomen. Joshua was uitgeput. Peter stond over mama gebogen. Cornelia was er ook bij geroepen. Elise ging voor hem staan zodat hij niet kon zien wat ze deden. Ze leidde hem weg van de slaapkamer en zette hem neer op een stoel in de woonkamer. Ze sloot de deur van de slaapkamer achter zich.
‘Ik wil naar mama,’ zei Joshua.
‘Er wordt voor haar gezorgd, Josh,’ zei Elise.
‘Ik wil naar mama!’ gilde Joshua. Hij sprong van de stoel. Elise pakte zijn arm. Hij sloeg haar, steeds maar weer gillend dat hij naar mama wilde. De deur ging open, Jakob kwam naar buiten.
‘Josh, hou op.’ Joshua stopte met slaan en liet zich slap worden. Elise ving hem op. Hij voelde dat hij werd opgetild en overgegeven aan Jakob. Bij zijn vriend begon hij te huilen. Mensen die hier ziek werden, werden niet beter. Hij wist dat, Jakob wist dat, iedereen wist dat. Jakob hield hem stevig tegen zich aan, maar troosten was een onmogelijke opgave.
Zijn moeder werd ook niet meer wakker. Ze stierf twee dagen daarna zonder dat Joshua afscheid van haar had kunnen nemen.

Hoofdstuk 1

‘Joshua, kom terug!’ riep Tristan Joshua na toen hij kwaad de deur achter zich dichttrok.
Hij ging niet luisteren naar die man als Tristan in zo’n bui was. Tristan kon hem niets maken, hij was niet eens zijn vader. De man had hem alleen in huis genomen omdat Harry het hem had bevolen toen Harry vond dat Antarctica niet meer veilig voor hem was. Stomme volwassenen kozen altijd voor hem. Niemand had hem gevraagd of hij hierheen had willen verhuizen en bij Tristan had willen wonen. Matt, Peter en Thomas hadden hem meegenomen omdat Harry dat van hen gevraagd had. Harry was een stomme bemoeial, volgens Joshua. Harry was niet eens hier en Joshua zag niemand anders Antarctica verlaten. Alleen hij moest weg en Matt, Peter en Thomas, maar die hoorden in eerste instantie al niet thuis op Antarctica. Deze haven van Tristan was hun thuis. Thomas was met zijn familie verhuisd naar een andere haven. Maar Matt en Peter woonden hier met hun gezinnen.
Tristan Knight, de leider van de ondergrondse van Europa, had helemaal geen tijd voor een wees als Joshua. Sterker nog, Joshua had het idee dat de man hem haatte. Niets wat Joshua deed leek die man tevreden te stellen, dus dat had Joshua allang opgegeven.
Joshua begon weg te rennen van het kleine stalen huis waar hij in woonde met Tristan, Tristans vrouw, Irma, en Tristans dochter, Ellen. De haven bestond uit een grote grot. In deze grot was een groot stalen bouwwerk op palen gebouwd waarop alle huizen waren gemaakt. Langs de randen van de grot werden op het moment nog huizen gebouwd. Op de begane grond waren voornamelijk gezamenlijke gebouwen zoals de school of de vergaderruimtes voor de teams van soldaten. Centraal op de grond was de kliniek van Peter, waar Joshua nu heen rende omdat hij wist dat zijn beste vriend, Kilian, daar moest zijn. Hij had Kilian nodig voor een probleem dat hij had. In zijn hand hield hij een pop van Ellen vast die hij per ongeluk stuk had gemaakt. Het was niet zijn bedoeling geweest, het was alleen gebeurd. En nu moest hij de pop weer maken. Joshua wilde niet dat Ellen boos op hem was. Ze was zijn zusje, min of meer. Hij wilde ook niet dat zij nu huilde door hem. Dus moest hij het goedmaken met haar en Kilian wist altijd hoe. Hij had tenslotte al zijn hele leven twee zusjes en een broertje. Joshua had pas een zusje sinds hij hier zeven jaar geleden was gekomen en toen was Ellen nog niet eens geboren.
Joshua liep de kliniek binnen. Hij liep meteen door naar de studieruimte van Kilian. Hij vond Kilian zoals hij verwacht had met zijn neus in de medische informatie. Naast school studeerde Kilian ook al om later arts te worden. Sommige mensen in de haven vonden Kilian daar te jong voor, maar Peter had Kilian niet tegen kunnen houden, dus besloot hij zijn zoon maar te leren wat hij wist over het vak. Kilian mocht ook nog lang niet helpen bij grote verwondingen, maar wel assisteren bij botbreuken of andere kleine ongelukken.
Kilian keek op toen Joshua binnenkwam.
‘Josh, wat doe jij hier, wij mogen elkaar helemaal niet meer zien,’ siste Kilian. Hij rende snel naar de deur en deed deze achter Joshua dicht. Het was waar dat Joshua en Kilian een verbod hadden van Peter en Tristan om elkaar te zien. Joshua had ook alweer huisarrest, maar gaf daar totaal niet om. Tristan had hem nog nooit in het huis kunnen houden tijdens een huisarrest.
‘Ik heb een probleem,’ zei Joshua ongelukkig. Hij liet Kilian Ellens pop zien. Kilian wierp Joshua een afkeurende blik toe. ‘Hoe moet ik hem maken?’
‘Hoe moet ik dat nu weten?’ vroeg zijn vriend. ‘Zie ik eruit alsof ik verstand heb van kapotte poppen van zusjes?’
‘Jij hebt twee zusjes, je zou toch iets erover moeten weten,’ zei Joshua hoopvol. ‘Kom op, Kilian, jij helpt mij altijd uit de problemen.’
Kilian keek hem boos aan. ‘En jij mij ín de problemen,’ mopperde Kilian.
‘Dat was niet de bedoeling,’ zei Joshua.
‘Dat is het nooit,’ zei Kilian. Kilian dacht even na. ‘Mijn mama weet wel een oplossing.’
‘Dan weet ze dat jij en ik elkaar weer hebben gezien,’ zei Joshua.
‘Dat weten ze toch wel, moeders weten alles,’ zei Kilian. Joshua zuchtte en besefte dat Kilian gelijk had. Hier in de haven bleef niets lang geheim, vooral niet omtrent hem. Dat krijg je als je de wees bent die onder het toezicht van de leider van de haven staat en standaard voor problemen zorgt.
Ze liepen samen de kliniek uit naar Kilians huis. Ze hoorden dat binnen een felle discussie gehouden werd tussen Peter, Irma en Prisca, Kilians moeder. Kilian en Joshua keken elkaar aan en slopen naar het raam waardoor ze de woonkamer in keken en zicht hadden op de voordeur.
‘Irma, ik kan niets doen,’ zei Peter.
‘Wees nou niet zo koppig, Peter, laat Kilian weer met Joshua spelen,’ zei Prisca.
‘Nu wordt het mooi. Ik zeg nee. Of moeten we Kilian nu belonen voor wat hij eergisteren nog heeft gedaan?’ vroeg Peter aan zijn vrouw. Joshua kromp ineen. Eergisteren had Joshua Kilian weer in een streek van hem gesleurd.
‘Hij is een kind,’ zei Prisca.
‘En Joshua is een slechte invloed. Sorry, Irma, Kilian mag niet meer met Joshua omgaan en daarmee uit.’ Irma keek Peter gekwetst aan. Ze rechtte haar rug en stampte het huis uit. Kilian en Joshua stonden aan de andere kant van het huis en wisten dat ze konden blijven kijken omdat Irma niet langs hen zou lopen. De deur ging dicht met een harde knal. Prisca keek Peter boos aan.
‘Een mooie ben jij,’ zei Prisca kwaad.
‘O, nou ligt het aan mij,’ riep Peter beledigd. ‘Jij was het met mij eens, gister nog.’
‘Nu niet meer, Irma heeft gelijk. De jongens gedragen zich beter als ze samen zijn. Weet je wat Joshua gister heeft gedaan?’
‘Ik wil niet weten wat dat joch doet. Wat er voor mij toe doet is wat Kilian doet. Hij is onze zoon, onze verantwoordelijkheid. Het wordt tijd dat jij ook inziet dat Kilian degene is in wie wij energie moeten steken.
Niet in het verwende jochie van Tristan.’
‘Josh is allesbehalve verwend,’ zei Prisca. ‘Het zijn kinderen, Peter. Jij hebt ook streken uitgehaald toen je klein was.’
‘Nooit dat het zo erg uit de hand liep,’ verdedigde Peter zichzelf. ‘Ik blijf bij mijn standpunt. Joshua is slecht nieuws voor Kilian. En ik wil zo iemand niet bij mijn zoon in de buurt.’
‘Stuk hypocriet, jij hebt Joshua zelf in het leven van je zoon gebracht door hem mee te nemen uit dat vervloekte land,’ spuwde Prisca woest. ‘Toen je ons alleen liet.’
Peter keek Prisca geschokt aan. Joshua zag dat Prisca er meteen spijt van had toen ze het zei, maar het kwaad was al geschied. Peter deed iets met zijn hoofd wat tussen knikken en schudden zat. Hij was even sprakeloos. Prisca kreeg tranen in haar ogen. Een tijd lang was het muisstil in de woonkamer. Joshua keek bezorgd naar Kilian. Kilians gezicht stond grimmig.
‘Ruziën ze vaak hierom?’ vroeg Joshua aan Kilian. Kilian schudde zijn hoofd.
‘Niet waar wij bij zijn,’ zei Kilian. Maar uit Kilians toon hoorde hij dat er vaker om Joshua geruzied werd in het huis van Peter.
Peter keerde om en liep naar de deur. ‘Peter, ik meende het niet!’ riep Prisca hem na. Hij aarzelde een moment bij de deur, maar trok hem toch open en zonder wat tegen haar te zeggen liep hij weg. ‘Het spijt mij!’ riep Prisca nog. Kilian keerde zich om en liet zich zakken met zijn rug tegen de muur. Joshua ging naast zijn vriend zitten.
‘Het spijt mij,’ zei Joshua ongelukkig. ‘Ik zal je niet meer lastigvallen.’
‘Ja,’ zei Kilian. ‘Misschien is het beter dat we elkaar niet meer zien, voorlopig.’ Kilian klonk al net zo ongelukkig als Joshua zich voelde. Joshua stond op. ‘Ellens pop dan?’ vroeg Kilian.
‘Dat los ik zelf wel op,’ zei Joshua terwijl hij tranen van woede achter zijn ogen voelde prikken. Hij had altijd gedacht dat Prisca en Peter anders waren. Hij had het blijkbaar mis. ‘Dag.’ Joshua liep weg van zijn beste vriend met Ellens pop in zijn hand. Hij ging dat stomme ding hoe dan ook maken en daarna ging hij de problemen die hij voor Kilian had gemaakt oplossen. Het was niet Kilians schuld, het was die van hem.

Hij was vandaag vijftien geworden, maar Tycho moest nog even wachten voor ze zijn verjaardag zouden vieren. Het was vandaag maandag en vandaag zouden pas de spullen voor het feest geleverd worden. Tenminste, als de koeriers niet alweer werden overvallen door die brutale illegalen. Vader zei dat hij waarschijnlijk een goede baan zou krijgen, gezien zijn prestaties. Zelf was vader nu het hoofd van de ordehandhaving in dit district. Er was een grote kans dat Tycho ook bij de ordehandhaving terecht zou komen en dat was ook Tycho’s doel, net als dat het zijn vaders doel was.
Maar niets was zeker. Zeker niet in deze tijd. Niet met die oorlog tussen Amerika en Europa. De gevechten en rellen waren eindelijk gestaakt en vredesbesprekingen vonden plaats in Kaap de Goede Hoop op het continent Afrika, dat zich als bemiddelaar tussen beide continenten had aangeboden. Tycho schaamde zich voor de Europese president die niet eens zelf naar die besprekingen ging. Arend Vissher, de adviseur van de zwakke president, ging in plaats van de president. Vissher, dat was tenminste een man die Europa kon leiden. Die man wist wat Europa nodig had. Tycho was ervan overtuigd dat Europa er beter aan toe zou zijn als Vissher president zou zijn.
Het gerucht ging dat de huidige president ziek was. Tycho hoopte dat hij snel zou aftreden vanwege zijn gezondheid, want wat de president ook deed, het leek niet in het belang van het Europese volk te zijn.
De oorlog tussen Amerika en Europa ging over de oceaan en welke stukken oceaan bij welk continent hoorden. Europa was het kleinste continent dat er was en moest hierom al snel zeesteden bouwen om alle burgers een plek te geven om te wonen, maar nu was er onduidelijkheid over de grenzen. Gek genoeg was er zelfs in deze tijd nog een oorlog om zoiets ontstaan.
Tycho had zich aangekleed en liep de keuken in. Zijn moeder was nog niet wakker en zijn vader was deze ochtend al vroeg naar zijn werk vertrokken, maar die zou na schooltijd wel thuis zijn. Snel trok hij een kast open. Hij was wat aan de late kant, maar tot nu toe was hij altijd stipt op tijd geweest, dus vandaag zou hij dat ook zijn. Zijn vader zei altijd: ‘Als je niet op tijd kan zijn, wees er dan te vroeg.’
Buiten klonk een claxon. Snel greep Tycho een boterham en gooide de kast dicht. Hij wierp zijn tas over zijn schouder en rende naar buiten. De deuren van de bepantserde bus stonden al open. De oorlog had ervoor gezorgd dat de bussen voor schoolgaande kinderen een bomaanval konden overleven. Vooral nadat een wijk in de buurt was opgeblazen door een luchtaanval van Noord-Amerika.
‘Zozo, Tycho, dat is ook voor het eerst dat wij eerder zijn dan jij,’ grijnsde Engelbert, de buschauffeur. Tycho zuchtte. Voor het eerst twee minuten te laat. Als zijn vader dit wist zou hij woest worden. Te laat komen was echt een taboe in de wereld van de ordehandhaving. Je kon je dat gewoon niet permitteren.
Tycho plofte twee rijen achter Engelbert neer. Zelf zat hij eigenlijk altijd alleen. Hij had nooit interesse in andere mensen. De kans dat iemand met wie je bevriend was ongeregistreerd werd, was in deze tijd zeer groot. Niemand was te vertrouwen. Dus kon je teleurstellingen het best voorkomen. Voor hem giechelde Michelle met Enola. Die twee leken altijd aan elkaar geplakt te zijn.
De bus stopte voor het schoolgebouw. Rustig en geordend stapte iedereen per rij uit. Bij de deur van het gebouw liet iedereen zijn chip lezen bij een paal. Iedereen wachtte rustig zijn beurt af. Niemand die uit de rij stapte.
Automatisch haalde Tycho zijn rechterpols over de paal. De schuifdeur ging voor hem open. Een groen licht gaf aan dat hij door mocht lopen. Hij stapte de witte gangen van het gebouw in. Achter hem sloot de deur een paar seconden en ging daarna weer open voor een volgende leerling. Hier en daar hing een schilderij aan de muren. De zwart-wit geblokte vloer maakte je duizelig na het een weekend niet gezien te hebben. Niettemin stonden overal leerlingen kriskras door elkaar opgewonden te praten over hun weekend of over de besprekingen in Afrika. Tycho liep naar het lokaal waar hij altijd les had van Ünterhoen. De leraar praatte al met Enola en Michelle toen Tycho naar zijn plek liep. Meerdere mensen slingerden ‘gefeliciteerd’ naar zijn hoofd. Tycho knikte alleen beleefd. Hij bedankte niemand. Ünterhoen gebood iedereen op zijn plek te gaan zitten en hun tafels aan te zetten.
Tycho drukte op de knop op de hoek van zijn tafel. Meteen startte zijn tafel op. Voor Tycho’s neus verscheen een holografisch beeld van zijn rooster voor vandaag. Iedereen had een uniek rooster dat aangepast was op eigen niveau. Zijn rooster klopte niet. Tycho stak meteen zijn hand op.
‘Wat is er, Tycho?’ vroeg meneer Ünterhoen.
‘Mijn rooster klopt niet, meneer,’ zei Tycho. Meteen waren er meerdere studenten in zijn klas die hetzelfde opmerkten.
‘Dat klopt,’ zei meneer Ünterhoen. ‘De laatste van jullie is vandaag vijftien geworden. Dat betekent dat jullie over twee maanden een baan aangewezen zullen krijgen. De komende acht weken zullen in het teken staan van de laatste testen. Vanaf morgen zullen er drie mensen van de examencommissie de testen bijwonen. Vandaag zal ik jullie daar zo goed mogelijk op voorbereiden.’ Ünterhoen keek de klas betekenisvol rond. ‘Mijn tijd met jullie zit er bijna op,’ zei de man. ‘Ik kan jullie niets meer leren.’
Ze hadden meneer Ünterhoen al als docent gehad vanaf dat ze op hun vierde naar school moesten. Dat was twaalf jaar dezelfde docent. Tycho vond het een vreemd idee dat hun laatste acht weken samen ingingen. De laatste acht weken in deze klas, maar hij was er klaar voor. Hij was al heel lang klaar voor de laatste testen. Als het aan hem lag deelden ze hem in bij de ordehandhaving, in dezelfde baan als zijn vader. Hij zou er alles aan doen om de examinatoren te laten zien dat hij daar geschikt voor was. Niemand in deze klas was daar meer geschikt voor dan hij.

Hij wist hoe de wereld in elkaar stak. Er waren drie groepen op deze wereld. De geregistreerden: dit waren de officiële bewoners van deze wereld. De mensen met een chip die netjes werkten voor hun eten en zich aan de regels hielden.
Groep twee bestond uit hackers. De illegale hackers die niet voor de ordehandhaving werkten; deze groep was een groot probleem voor de samenleving. Ze maakten onschuldige mensen ongeregistreerd en legden computersystemen plat waardoor normale burgers werden lastiggevallen. Hackers zorgden ook voor veel angst. Maar ze waren niets meer dan een stelletje pestkoppen.
De gevaarlijkste groep bestond uit ongeregistreerden en illegalen. Ongeregistreerden waren de criminelen van de samenleving die een werkkamp hadden ontlopen. Vroeger zouden criminelen naar Antarctica gezonden worden, maar nu niet meer. Nu kwamen ze in werkkampen. Sommige criminelen waren al aan werkkampen ontkomen, andere waren nooit op Antarctica aangekomen en zij vormden een groter gevaar dan hackers. Ze stalen eten en verleidden geregistreerde burgers hen te helpen omdat veel mensen van mening waren dat ze onterecht ongeregistreerd geworden waren. Tycho wist dat dit onzin was, want als je niets misdeed, zoals hij dat deed, dan kon je ook niet ongeregistreerd worden. Je moest je alleen wel aan de wet houden. Deed je dat niet, dan verdiende je het niet om te mogen genieten van de gemakken die een geregistreerde burger verdiende. Zo simpel was dat.
Bij deze laatste groep hoorde ook de groep illegalen. Meestal werden ongeregistreerden door elkaar gehaald met illegalen, maar illegalen waren een volk op zichzelf. Het waren de kinderen van ongeregistreerden die ze na hun onregistratie hadden gekregen. Deze kinderen hadden nooit een chip gekregen. Het was hierom ook niet mogelijk om na te gaan hoeveel illegalen er waren. Met chips was alles en iedereen bij te houden. Ook was er een database van hoeveel ongeregistreerden er waren, maar van illegalen bestond er geen database. Illegalen bestonden volgens het systeem gewoon niet en dat maakte ze gevaarlijk. Ze waren vogelvrij, zonder rechten en plichten. Zelfs nog vogelvrijer dan ongeregistreerden waarvoor de rechten en plichten ook niet meer golden. Omdat zelfs hun namen onbekend waren bij de regeringen van de wereld.
Mede hierom wilde Tycho bij de ordehandhaving. Hij was ervan overtuigd dat hij net als zijn vader iets aan het probleem van ongeregistreerden kon doen. Hij wilde wat betekenen voor de samenleving en waar beter dan in een positie waarmee je de samenleving en het systeem beschermt? Tycho zou geen genoegen nemen met een andere baan. Elke andere baan zou een teken van falen voor hem zijn. Hij moest en zou bij de ordehandhaving, kostte wat het kost.



Formaat: 13,5 x 21,5
Pagina aantal: 816
ISBN: 978-3-99064-460-7
Publicatie datum: 16.09.2019
Gemiddelde klanten gradering: 5
EUR 29,90
EUR 17,99