Overig & allerlei

Waarom Geitenkaas

Marije van den Berg

Waarom Geitenkaas

Uittreksel:

Deel 1 De ontmoeting

Milo wordt wakker. Weer verslapen? Mwah, het gaat, zonder douchen redt hij het net om vóór de baas op kantoor te zijn. Pak had hij al klaar gehangen, kam door zijn haar, scheren en klaar. Ontbijten doet hij al niet meer sinds hij begonnen is met zijn baan.
Hij heeft een doel en daar wil hij niet te lang over doen, hooguit 10 jaar. Dan moet hij het hier hebben gemaakt en weg kunnen.

Het begon allemaal in het laatste jaar van het gymnasium, zijn grote plannen. Studiekeuze had hem niet zo geboeid, zijn ouders des te meer. Die hadden zelf wel gestudeerd, maar er nooit het beste uitgehaald, vonden zij zelf. Hij moest dat beter doen, “the sky is the limit” kreeg hij meer dan eens te horen. Wat dat dan ook mocht betekenen…
En toch heeft het hem in beweging gezet, die woorden van zijn ouders en de ambities van zijn vrienden. Blijkbaar wist iedereen al wat ze gingen doen en wisten de ouwelui dat zijn generatie nu écht alle kansen en middelen had om het helemaal te maken, “de volle potentie leven”. Weer zo’n term.
Uiteindelijk begon ook hij zijn toekomst voor zich te zien, dan maar groot dromen, dacht hij. Dus, een nuttige studie, cum laude afstuderen, keuze hebben uit bedrijven die hem wilden hebben en snel naar de top. Van daaruit voor zichzelf beginnen en het beter doen dan het bedrijf, business opzetten, uitbreiden, veel geld maken, om het uiteindelijk te verkopen voor veel geld. En dan klaar. Binnen! En dan… dat was voor later.

Nu dus op naar de top, alles is geoorloofd. Zijn baas gaat het hier niet redden, die wankelt al, dus er komt snel een kans. Zorgen dat ze hem zien en hij zo snel mogelijk vrienden wordt met de top. Misschien kan het wel sneller dan 10 jaar? Als hij binnen een jaar al een managementpositie heeft, lijkt 10 jaar opeens heel lang.

#



Hij had in 6 gymnasium wel een vaag idee wat hij wilde studeren. Hij had de vakken gekozen waar hij goed in was en dat waren er genoeg. Het moest iets met wiskunde worden, daar draaide hij zijn hand niet voor om. En dan toegepast, anders kwam hij straks nog voor de klas te staan als wiskundeleraar! Brr…
Econometrie it is. Beetje nerderig wel, maar met zo’n eenvoudige studie had hij tijd genoeg voor lol daarbuiten. En dat was goed gelukt.

Natuurlijk moest het Amsterdam worden, dat was vanaf zijn 13de al duidelijk. De enige stad waar je het kon maken én lol kon beleven. Econometrie aan de UvA. Klonk goed. En dat was het ook.
Studie bleek inderdaad een eitje, soms nog wat uitgedaagd door een enkele professor die doorhad hoe slim hij was. Verder tijd voor het echte leven in de stad. Om zijn cv op te leuken en voor de contacten leek het Corps Amsterdam hem wel wat. Beetje meebrallen en bij de juiste mensen in het oog springen.
Bleek nog een voordeel aan te zitten; ze konden daar gemakkelijk aan drugs komen. Een handig middel om elk moment weer fris voor de dag te komen, die cocaïne.

Aan vrouwen geen gebrek, nooit gehad trouwens. Nooit langer dan een avond en hooguit een nacht en nooit beloven om ze te bellen. Gewoon eerlijk zijn bleek genoeg. Het lijkt wel of ze eerder met je meegaan als je zegt dat het eenmalig is. Beter nog met hen mee naar huis, dan weten ze niet waar jij woont en je krijgt geen gedoe met haar huisgenootjes. Meer dan één keer is hij met een smoes rechtsomkeert gegaan toen hij het studentenhuis naderde waar zijn meisje voor die avond woonde. Gedoe.
Soms wilden ze pas mee als ze je telefoonnummer kregen. Prima, een extra prepaidkaart en mobiel voor de vrouwen dan maar. Die kon uit.

#

Oké Milo, actie nu. Binnen 5 minuten moet je in de tram zitten. Dan 12 minuten in de tram, precies de tijd om zijn mails te lezen voordat hij uitstapt op Amstel.
Ja, komt later, nee, nee, nee, delete, spam, moet ik meteen naartoe na de lunch. Rond die tijd over de gang lopen, kan hij meteen even buurten bij de secretaresse van het afdelingshoofd. Ik zal haar een keer krijgen, maar niet nu, te vroeg.
Gedoe.
Verder veel onzin waar hij niet om gevraagd heeft. Tijd voor het nieuws, iets spannends? Nee, nee, oh, ah de Russische verkiezingen hebben een verrassende uitslag, NOT.

Amstel, niet zijn eerste keuze. Hij had liever op de Zuid-as gewerkt, maar ja, doel behalen gaat vóór de vrouwen. Ze blijken op de Zuid-as zo eenvoudig te zijn, dat je zelfs in je lunchpauze een wip kunt maken. Zonder gedoe.

En keuze hád hij na zijn studie. Cum laude afgestudeerd, aangepapt met wat hoogleraren die succesvol waren in hun business en de kansen stroomden binnen. Uiteindelijk had hij een lijstje voorwaarden bedacht waar hét bedrijf aan moest voldoen:
- Niet te veel lagen. De top moest binnen bereik zijn.
- Grotendeels mannen, slimme vrouwen keken zo door je heen.
- Traineeship om zelf uit te vinden waar het beste in te stappen.
- Geen goede vrienden om hem heen. Hij moest vrij kunnen doorgroeien zonder vrienden te verliezen.
- Geen gedoe.
Met dit lijstje en zijn contacten was hij na één kort gesprekje binnen bij zijn eerste keuze. En daar werkte hij nu bijna tien maanden.

Zijn manager was een oude knar, die daar ook niet vrijwillig was blijven hangen. Niet heel competent, bevriend met zijn baas en daaraan verleende hij zijn functie. Anders was hij allang pleitte geweest. Het zou niet lang duren voordat hij omvalt. De jonge garde komt eraan en hij weet niet hoe hij ze bij moet benen, laat staan aansturen. Milo en hij waren al eens samen in de kroeg beland, niet toevallig overigens. Daar had Milo na een paar drankjes zijn hele levensverhaal over zich uitgestort gekregen. Ging eenvoudig met een paar goede persoonlijke vragen. Daar besloot hij om op deze afdeling te blijven en zijn volgende positie te pakken.
Nu wist hij dat geld geen issue meer was voor deze man, een paar jaar moest de arme man nog uitzingen tot zijn vervroegd pensioen. Maar hij wist nu ook wat er echt voor zorgde dat zijn baas niet nu al vertrok, zijn vrouw. Beter gezegd, het idee elke dag met haar opgescheept te zitten. Die kon haar klep niet houden, vertelde zijn baas. “Je stopt er een kwartje in en er komt een hoop stront uit”. Hahaha.

Dus moest er een andere reden zijn om die ouwe baas weg te krijgen. En die kwam er, de receptioniste van beneden. Ander bedrijf, zelfde pand.
Liefde op het eerste gezicht noemde zijn baas het. Voor zover je met je l.. kijkt, dacht Milo. Maar het was goed voor hem, alhoewel hij toen nog niet wist hoe hij dat ging klaarspelen, er moest een kans liggen. Stimuleren dus die affaire en ja hoor, dikke mik die twee en niemand die het doorheeft. Hahaha, wel dus.
Hij heeft het al over samen een plekje in de bossen kopen en daar de rest van hun leven… nou ja, je weet wel, bla bla, verliefde ouwemensentaal.
“Waarom niet nu, baas?” vroeg Milo eens hardop. Je had die verliefde pik zijn ogen moeten zien stralen.
En ja hoor, hij is serieus aan het kijken naar een huisje voor hun twee. Zij is al van haar man af dus het kan snel gaan.

#

Zijn ouders zag hij nauwelijks, die kwamen liever niet naar Amsterdam. Geen parkeerplaats en als je die wel had, was je zoveel kwijt dat je voor dat geld net zo goed uit eten had kunnen gaan. En dat deden ze liever. Hun grote hobby, sterrenrestaurants aflopen. Veel geld voor weinig eten, noemt Milo het.
Ze waren trouwens allang blij dat hij een goede baan had, in deze tijd. Dat gedoe van waarschuwingen over de slechte markt voor werknemers heeft hij zo vaak naar zijn kop gekregen. Alleen maar hele positieve verhalen krijgen ze van hem te horen en ze zijn nog waar ook.

Milo was enig kind. Ook daarin hadden zijn ouders niet echt doorgezet, alles voor het gemak zeg maar. Eenvoudige studie, snel aan het werk, beiden werken, zodat er voldoende geld was voor luxe, vakanties, maar vooral vaak eten en drinken met vrienden, vaak, erg vaak. Hij kent uit zijn kindertijd alle slaapkamers van de vrienden van zijn ouders vanbinnen, hij ging namelijk altijd ‘gezellig’ mee. Dat ouders niet snappen dat de volumeknop na een halve fles van het een en ander sterk omhoogging en dat hij vanaf dat moment alles verstond. Bizar, of naïef, of gewoon egoïstisch. Hoe dan ook, hij ontdekte dat zijn ouders het zelf niet zo nauw namen met de normen en waarden die ze hem naar het hoofd slingerden. Gaf hem de ruimte om zijn ouders niet zo serieus meer te nemen. Zij blij, hij blij.

Sommige dingen had hij echter niet willen horen, zoals over de deels onvrijwillige partnerruil van zijn ouders. Zijn vader sprak erover alsof het zijn grootste prestatie ooit was, zijn moeder deed het af als iets waar ze geen nee tegen kon zeggen. Je moet alles een keer meemaken, zei ze. Hij hoort nog de pijn-mix-schaamte in haar stem. Stomme lul, zijn vader.

Vinden ze het gek dat hij helemaal geen zin heeft in huisje-boompje en dan kindje, oeps. En dan iets vinden, poging tot, dat je allebei ‘leuk’ vindt, om de momenten samen uit te kunnen houden.

Het drinken had hij hierdoor wel jong geleerd. Vanaf zijn tiende was hij vaak nog op als de ouwetjes al behoorlijk aangeschoten raakten en dan vonden ze het meestal ‘stoer’ om hem ook kleine bodempjes drank te geven. “De lever trainen” noemden ze het, dussss …
Hij weet zeker dat ze ook niet vies waren van een lijntje op z’n tijd. Dát hielden ze dan wel weer goed verborgen, hooguit één keer had hij gedacht dat zijn vader poedersuiker onder zijn neus had gekregen van een oliebol eten. Niet dat hij oliebollen zag.

Al met al klaagde hij niet hoor, prima jeugd. Heel wat vrienden die er slechter aan toe waren en van alles móesten. Hij had best veel vrijheid gehad, het belang van vrienden leren kennen en zijn ouders waren daarin altijd ruimhartig geweest. Vaak mocht er iemand mee op vakanties en met vrienden op stap en de nacht wegblijven was geen probleem. Even melden waar hij was en klaar.
Ze maken zich gewoon meer zorgen om wat hun vrienden van ze vinden, dan om hun zoon. Dus kregen ze voldoende succesverhalen om hem met rust te laten.

En de was kan hier voor een tientje op de hoek, droog, gevouwen en al mee terug.
Als kind was hij altijd heel relaxed. Vanaf dat hij het zich kan herinneren tenminste. Vaak lachen, veel vriendjes en eigenlijk altijd mensen om zich heen. Zorgeloos was het. Dacht hij tenminste.
Hij was zo ongeveer 12, net 13 jaar misschien toen het zorgeloze wereldje dat hij kende ineens in elkaar leek te storten. Het was meer een implosie dan een explosie. Het sloeg naar binnen en bleef daar in stukken achter.

Het was een dinsdagmiddag, hij weet nog precies waar hij was, aangezien hij die ochtend tijdens gymles zijn tand had afgebroken. Botsing met een jongen tijdens basketbal. Noodbezoekje aan de tandarts dus. Hij was alleen, bij zoiets had hij zijn ouders niet meer nodig, vond hij. Tot zijn moeder opeens naast de tandartsstoel stond. Met zijn mond wijd open keek hij haar stomverbaasd aan. Wat deed zij nou hier?
Had ze nou net gehuild?
Hij had juist zijn mond weer dicht toen ze begon te vertellen, meer stamelen trouwens. Zijn beste vriend…ongeluk…eenzijdig…geen getuigen…dood.

Hij was met zijn fiets gevonden in een greppel op de dijk. Een plek waar ze elke dag fietsten op weg naar school, niets bijzonders. Veel wind op zijn tijd, dat wel, even doorpeddelen en je bent van de dijk af. Ze deden als kind vaak wedstrijdjes wie het snelst tegen de wind in kon fietsen. Milo won slechts één keer, en dat omdat hij om een auto heen kon zonder te remmen. Vanaf hun 4de jaar waren ze beste vrienden. Dat wist hij nog goed omdat de kleuterschool een paar maanden was begonnen toen zijn toen-nog-niet-beste-mattie de klas in kwam. Hij werd voorgesteld, was net verhuisd en de rest boeide Milo niet, deze jongen was top! Net zo relaxed, maar durfde alles. Hij heeft het hem nooit gezegd, dat hoefde ook niet, “best friends for life” zeg je als jongen niet, je weet het gewoon.

Hij gelooft werkelijk dat op dat moment zijn hart meer dan een minuut stil heeft gelegen. Zijn brein ging op hol, dat wel, zijn armen en benen waren met geen mogelijkheid in beweging te brengen en de rest van zijn ingewanden implodeerden dus. Hoe hij thuis is gekomen weet hij niet, zijn fiets stond de volgende ochtend gewoon in de schuur. Hij is een week in bed gebleven. Heeft nog gedacht de dag erna gewoon naar school te gaan, vandaar dat hij zich herinnert dat zijn fiets er stond. Maar in de schuur al ging hij bijna tegen de vlakte, één zwart waas.

Later kreeg hij meer te horen. En o ja, het moet korter dan een week zijn dat hij in bed lag, want hij kan zich de begrafenis nog goed herinneren. Bleh, veel te goed.
Alles is gissen, want ze hebben nooit getuigen gevonden. Ze denken… dat hij in de ochtend op weg naar school zonder licht reed. Ander urenrooster hadden ze die dag. Het was schemering, twijfelachtig of je dan je licht aan moet doen, vonden zij. Er moet iets zijn geweest wat hem van de weg heeft geslagen. Of het een tractor was en hij weggleed, of een auto die hem verraste, of iets anders, misschien viel hij wel in slaap tijdens de saaie rit. In ieder geval, en dat zijn de feiten, is hij in een greppel terechtgekomen met zijn hoofd tegen een lullig paaltje. Onmogelijk om zo’n val niet te overleven, maar hem is het gelukt hoor, nek gebroken.
De grootste parodie ever. Hij, lefgozer nr. 1, breekt zijn nek tegen een fucking klote paaltje.
#

Formaat: 13,5 x 21,5
Pagina aantal: 168
ISBN: 978-3-99064-710-3
Publicatie datum: 30.08.2019
EUR 15,90
EUR 9,99