Onder de hemel

Onder de hemel

Hein de Jong


EUR 19,90

Formaat: 13,5 x 1,5
Pagina aantal: 430
ISBN: 978-3-99064-438-6
Publicatie datum: 02.07.2019
Dictators hebben vaders die onvoldoende waarachtig hun zonen liefhebben. De vader-zoon relatie wordt beschreven in het formaat van landen en twee probleemgezinnen. Fascinerend, beeldend en poëtisch geschreven met interessante inzichten en actuele problematiek.
ONDER DE HEMEL

1.

Ruben kon zich de hectiek voor zijn vertrek naar Cuba zo voor de geest halen. Al die recente indrukken namen vroege herinneringen mee. Zelfs beelden van de geboorte van zijn zoon dringen zich aan hem op.
De vroedvrouw schiep met haar vinger ruimte tussen het gerimpelde hoofdje met over elkaar geschoven schedeldelen en de aangespannen rand van de vagina. Geiske kermde van pijn en leek toch opperst gelukkig, als een hardloopster vlak voor de finish. “Het is maar voor eventjes,” zei de verloskundige, voordat het hoofdje helemaal zou komen. Even doorbijten. Zwart haar glom in wittig smeersel, bleef een tijdje in de diepte liggen en gleed even terug. Hoe was het mogelijk dat het hoofdje zonder beschadiging naar buiten kon draaien. Het had wallen onder de ogen. Nadat de navelstreng afgeknepen en doorgesneden werd kreeg ik tot mijn verrassing mijn zoon prompt in mijn handen gelegd. Onverwacht, ik meende dat de moeder het eerste recht heeft. Ik was beduusd en trots. Een zoon.
Mijn zoon huilde niet, alsof hij de nauwe passage had voorzien en had ingeschat dat het hem zou lukken en hij niet bang hoefde te zijn. Hij werd afgedroogd met een dekentje dat als een koningsmantel om hem heen werd geslagen. Ik hield mijn prinsje op ooghoogte. Zijn ogen drongen diep door in mijn ziel. Hij keek mij meteen aan als een zielsverwant, op wie ik, zonder het te weten, jarenlang had gewacht.
Een beeld van vader en zoon, hoewel ik me ook een moeder voelde. Een ogenblikkelijk gevoel van vrede vulde mij; wij samen hoefden niets te vrezen, we keken onverschrokken de wereld in. Mijn ex werd schoongemaakt alsof zij een plaats van delict was geworden waar de sporen uitgewist moesten worden. Ze had haar werk gedaan, was een omhulsel geweest van mijn zoon “die haar van binnen had opgevreten,” zei ze later, en nu was zij als vanzelfsprekend overbodig geworden. Ze had het er zelf naar gemaakt. Het verbond tussen mijn zoon en mij, daar kon niemand tussen komen. Deze beelden van het begin van onze relatie dringen zich de laatste tijd wel vaker aan mij op.
Mijn enige zoon. Zijn moeder kon hem als peuter al niet aan. Ze moest voor de dagelijkse kost baantjes aannemen waaronder zij ook nog leed, zoals zij vrijwel onder alles leed. Zelf had ik m'n draai ook nog niet gevonden.
Enige jaren later nam ik een sabbatical year, bracht m'n jongen naar school en stond meestal wat achteraf als een oudere vader die niets had te melden aan de moeders van het schoolplein. De een zag er nog vermoeider uit dan de ander. Ook al groetten ze me wel met een knikje, ik maakte door mijn houding duidelijk dat ik alleen kwam voor mijn zoon.

Nadat ik een erfenis van mijn oom kreeg, die mijn vader niet mocht opvolgen, en als makelaar in de zeventiger jaren de financiële wind mee had, overwoog ik mijn contract met BuZa op te zeggen. Ik had al jaren geen geschikte opdracht meer gekregen en wilde niets om handen hebben, vrij zijn. Er waren genoeg ontwrichtingen in de wereld: 9/11, Irak, Afghanistan, Syrië, IS, conflicten in Afrika, situaties waar mijn expertise nodig was en waarover mijn superieuren gerapporteerd wilden worden. Zij wisten dat mijn expertise van groot belang kon zijn. Bij het klimmen der jaren kreeg ik af en toe een probleempje toegeschoven; een integriteitsprobleem in een ambassade oplossen, dat was het wel, meer deed ik niet. Ik voelde mij uitgerangeerd. Gelukkig had ik mijn vaderschap. Het vaderschap vervulde mijn leven, hield ik mij voor.
Jarenlang verzamelde stapels kranten gleden door mijn vingers. Ik verloor mij soms in de wereldgeschiedenis en verzonk tevens in mijn eigen voorbije wereld. Om geld uit te sparen ben ik naar een achterstandswijk verhuisd, Bilgaard om precies te zijn, niet ver van mijn ex, in Leeuwarden. Zodra Hidde zelfstandig naar school kon lopen en ik mijn stapels had doorgewerkt begon het weer te kriebelen. Ik wou vrijwilligerswerk voor vluchtelingen doen. Voor het schrijven van mijn memoires acht ik mij ik te weinig gedisciplineerd, daarvoor is de druk nodig van een horizon van enkele jaren.
Mijn ex woonde ondertussen samen met een alcoholist die haar mishandelde. Ze kwam nog op verjaardagen van Hidde, en gedroeg zich dan als een afstandelijke tante van hem. Ze was niet graag in mijn huis en is hopelijk spontaner wanneer Hidde bij haar thuis is.
“Niet dat ik jou terug wil,” zei ik eens, “maar wat doe je met die lapzwans?”
Ze had haar blauwe oog geraffineerd weggewerkt, waardoor de paarse kleur des te dieper op de gespannen huid naar voren kwam. “Hij is heel kwetsbaar en lief, hij heeft me nodig,” was haar antwoord.
In de brugklas van de middelbare school begon het Hidde te dagen dat zijn thuissituatie verschillend was, anders dan bij zijn vriendjes. Andere vaders werkten. Die lapzwans dronk de hele dag bier en lag op de bank naar films te kijken. Hidde ontweek die man, die steeds meer ruimte innam. Begrijpelijk dat ik belangrijker voor mijn zoon werd. Ik hield zijn ontwikkeling onvoldoende in de gaten.
Op een dag vroeg hij: “Wat voor werk doe je eigenlijk? Waarom woont mijn moeder niet hier?” Hij stelde allemaal vragen die ik probeerde te ontwijken.
Natuurlijk, de ene vader van een vriendje is automatiseerder, de ander systeembeheerder, advocaat of zowat, allemaal echte beroepen, waar je mee voor de dag kon komen.
“Hidde, ik ben een onderzoeker naar sociale veranderingen in conflictgebieden en ik doe het de laatste jaren rustig aan, vraag nou niet meer, ik ben er nu immers voor jou. Misschien ga ik een boek schrijven.”
“Mijn vrienden wonen bij hun moeder. Waarom woont mijn moeder niet hier?”
Ten onrechte, zie ik nu wel in, ben ik toen boos geworden. Hij stelde immers normale vragen en hij had recht op antwoorden. Ik was bang dat hij mijn leventje, net als die van de lapzwans waar zijn moeder mee omging, minachtte. Het zou het stilzwijgend verbond tussen ons tweeën kunnen aantasten, een verbond dat bestond vanaf het moment dat ik zijn hoofd zag verschijnen.
“Ga dan bij je moeder wonen,” zei ik gekrenkt.
Ik had zijn vragen niet uit de weg moeten gaan en begrijp nu dat Hidde mijn houding als een afwijzing heeft beleefd. Niet hij tastte het oer-verbond aan, ik deed het zelf, niet bewust van de noodzaak het verbond te bestendigen door belangstelling voor hem te tonen en hem aandacht te geven. Hij stelde alleen maar een vraag, meer niet, en ik stuurde hem door mijn houding de laatste tijd naar zijn moeder, vond hij.
“Goed dan, dan ga ik,” zei Hidde, alsof het besluit al eerder was genomen. Hij pakte een koffer in, nam zijn leerboeken mee, liet zijn kamer met installatie, boksbal en drumstel achter zich en ging voor me staan. Ineens was zijn boosheid verdwenen en begon hij stotterend te snikken. Ik pakte zijn hoofd tussen mijn beide handen, keek hem aan en probeerde die allereerste blik weer te vinden van het begin van ons verbond, toen ik hem op ooghoogte hield en we één waren.
“Je hebt niet de goede leeftijd, Hidde, om weg te lopen,” probeerde ik nog, terwijl ik bedoelde dat hij nogal jong en ondoordacht kon handelen.

Vanaf die tijd kreeg alles een eigen dynamiek. Mijn ex bloeide op, zij legde mijn zoon in mijn ogen te veel in de watten. Hij kreeg dezelfde spullen die hij bij mij had, zodat hij zich in zijn nieuwe omgeving thuis zou voelen. Ik raakte mijn oriëntatie kwijt, mijn vaderschap was, meer dan ik dacht, mijn anker. Hidde werd een puber met een sterk lijf en kwam af en toe langs om zijn kamer te inspecteren of alles was als eerst en ging weer. Hidde zei nooit veel. Wanneer ik hem wilde knuffelen veranderde hij in een steen waarop ik hem dan weer snel losliet.
“Heb je het bij jouw moeder nu beter?” wilde ik weten. Dat is natuurlijk geen vraag. Hij heeft geen belang bij oud zeer van mij. Het ging mijn zoon om mijn antwoorden, zodat hij zichzelf een plaats kon geven in deze wereld. Hij wilde natuurlijk weten waarom zijn moeder was weggegaan, vragen die ik liever wilde vermijden. Dat hij zonder antwoorden niet goed over zichzelf kon nadenken, had ik moeten begrijpen.
“Heb je wat geld,” vroeg hij laatst uit het niets.
“Ga je uit met je vrienden?”
“Gaat je niets aan,” zei hij en liep weg.
Ik kon geen tekst bedenken waarop hij normaal reageerde. Hij kwam, ging zitten, zweeg, keek mij aan, nam het geld aan en ging weer. Ik had geen regie meer over zijn leven.
Hidde kreeg te veel biertjes van die lapzwans waar zijn moeder slapjes tegen protesteerde; ze had geen invloed op die man. Hidde had gemurmeld dat die man zijn handen thuis moest houden. Ik stelde me voor dat hij ‘s avonds hoorde hoe zij werd toegetakeld en zich voornam de volgende dag er wat van te zeggen maar door zijn moeder werd gesmeekt aardig tegen haar vriend te blijven doen, om erger te voorkomen.
Op een avond liep Hidde wel naar beneden en gaf die man een knock-out tegen zijn kaak. Op de spoedeisende hulp van MCL bleek hij een kaakfractuur en misschien een hersenbeschadiging te hebben. De man werd ter observatie opgenomen. Een maatschappelijk werker stond erop deze daad als zinloos geweld aan te merken en volgens protocol aan te pakken. Het werd een officiële melding. Een dossier over mijn zoon was ineens een feit.
Hidde kwam onder toezicht te staan in een woongemeenschap voor ontspoorde jongeren. Ik besefte dat het niet aan mijn zoon lag, maar aan het spoor dat zijn moeder en ik hem hadden geboden, met te veel wissels en onvoldoende stoplichten. Er kwam een contactverbod met die man, die wilde Hidde niet meer zien. Zijn moeder bleef die man nu en dan opzoeken.
Mijn zoon bleef regelmatig bij mij komen, werd sterker, beukte op de boksbal en vroeg vaker om geld. “Iedereen heeft geld, ik ga er toch niet voor stelen?” Hij keek mij uitdagend aan. Hidde had mij in de tang: gaf ik geld dan verwende ik hem, gaf ik niets dan kon het dunne lijntje dat ik nog met hem had gemakkelijk breken.
“Ga naar de film of koop goeie muziek,” suggereerde ik. Ik voelde dat ik te laat was met mijn goede bedoelingen. Het scheepje had de haven verlaten en had mijn lading niet meegenomen. Toch wist ik dat deze vaart eens zou eindigen en we een nieuwe start zouden maken, dat we eens met een schone lei zouden beginnen. Ons verbond kon niet totaal verdwenen zijn, wij waren toch twee mannen die voor onze zaak stonden? Desondanks bleef ik bang dat zijn minachting voor mij het stilzwijgende verbond tussen ons tweeën zou aantasten en zou vernietigen. Ik vermoedde dat hij met zijn vrienden drugs gebruikte en alleen maar verder kon afglijden. Ik smeekte hem geen harddrugs te gebruiken. “Natuurlijk niet, alleen partydrugs bij feesten,” antwoordde Hidde triomfantelijk. Hij liet me voelen dat ik oud werd, achterliep, de jeugdcultuur niet meer kon volgen en nog erger, dat ik een loser was. Mijn leven werd leeg en mijn scherpte nam af, ik las weinig en stelde het schrijven van mijn memoires steeds weer uit.

Ik had in Libanon interessante dingen gedaan, evenals in de voormalige USSR. De overtuiging dat de wereld op mijn inzichten over de wereldgeschiedenis wachtte begon af te brokkelen. Nu ik geen taak meer had voor mijn vaderland en ik wist dat ik weinig meer bij kon dragen aan het leven van mijn zoon, fantaseerde ik vaker over verhuizen naar het dorp waar ik was geboren en een zonnige jeugd heb gehad.
Ik realiseerde me dat mijn leven heel anders was verlopen dan dat van mijn broer die de familieboerderij heeft overgenomen.
“Jij bent een knappe jongen,” zei mijn vader, “jij kan geld met je hoofd verdienen. Je broer moet de boerderij maar overnemen.” Hoe zou mijn leven verlopen zijn als ik op mijn recht van eerstgeborene had gestaan? Ik gehoorzaamde mijn vader, de goede ziel, de koeienvriend, de aartsvader die mij de woestijn inzond in het volste vertrouwen dat God wel voor me zou zorgen.
Ik wilde terug naar mijn dorp waar mijn broers boerderij zich als een reusachtig dier op een terp uitstrekte en tussen de bomen door over het land loerde. Het zou mij geen moeite kosten hand- en spandiensten aan hem te leveren. Ik wilde aandacht besteden aan de stam waaruit ik ontsproten was en van daaruit mijn memoires schrijven. Je bent te jong om memoires te schrijven, zei een stemmetje in mij. Het grote gebeuren moet nog komen. Of zal ik een vrouw zoeken, weer kinderen krijgen en opnieuw beginnen? Die eeuwige twijfel is wurgend.
Mijn vader is vergeetachtig aan het worden, mijn moeder is dood, mijn ex wordt mishandeld, mijn zoon is voorlopig ontspoord, denk eens na over je toestand. Ik schrik van de stem die tot mij spreekt, het zijn mijn eigen gedachten die ik hoor. Of wil je naïef blijven en ook ten onder gaan? Verwacht je dat alle narigheid uit zichzelf oplost of ga je eindelijk je leven zelf vormgeven? Ik hoor het mezelf zeggen en kies voor het laatste, terug naar de boerderij, naar de geur van de koeienstal en de kieviten die mij te slim af willen zijn door nepnesten te maken door op te stijgen en te buitelen in omringende stukken land om mij te misleiden. Mijn besluit stond vast, ik ga terug, naar het begin, naar mijn eigen nest.

En dan gebeurt het. Een telefoontje. Of ik aan de lijn wil blijven. Ik word doorverbonden. Mijn oude chef aan de lijn. Ik ben compleet verrast.
“Hoe gaat het?” Prima natuurlijk, niets aan de hand natuurlijk. Mijn moeder dood, vader dementerend, mijn zoon aan de drugs, wat een vraag.
“Prima,” zeg ik. “Min of meer normale dingen, niets bijzonders.”
“Dus je bent ongebonden?” Hij was altijd hard als een spijker en vraagt nu of ik ongebonden ben. Alsof hij daar rekening mee zou houden. Ontbonden zal je bedoelen, ik ben in staat van ontbinding, mijn psychische huid is poreus geworden, hoe zeg je dat op een manier die hij zou kunnen begrijpen?
“Vraag je of ik voor vrouw en kinderen thuis moet blijven, dat ik niet weg kan?”
Hij antwoordt met een wegstervend honend gelach dat ik ken van vroeger.
“Luister, ik heb iets voor je. Het is mijn laatste opdracht en ik zou het op prijs stellen als je aan deze opdracht mee wilt doen.”
“Chef, ik ben niet scherp meer en ben van plan om me op het platteland terug te trekken.”
Weer dat gelach.
“Luister, deze missie wordt niet betaald door BuZa maar via een aanstelling bij de universiteit. Je gaat als cultureel antropoloog naar Cuba. Ik kan er open over zijn, je hoeft daar alleen maar rond te reizen en waar te nemen, kijken hoe het leven daar gaat. Wij verwachten een ineenstorting van het regime en willen de voortekenen volgen, en er op tijd bij zijn.”
“Mag ik erover denken?” Weer dat gelach.
De kaarten zijn immers al geschud, ik zou gaan. Mijn chef trapt niet in mijn poging mijn zelfwaardering te verhogen door hem in het onzekere te laten en zo mijn schaamte om mijn nutteloos leven te verbergen.
“Het is mijn laatste opdracht en ik dacht aan jou. We hebben altijd goed samengewerkt, dit wordt onze finale.”
Zijn valse geslijm heeft een perverse uitwerking op mij; iedereen zou om die reden bedanken en ik voel van spanning mijn hart in de keel kloppen. Doe het, zegt mijn hart en rammelt aan de binnenkant van mijn borstkas, doe het. Ik val stil.
Na een paar langgerekte seconden hoor ik: “Maak je klaar, alles is geregeld, je vertrekt morgen.”

Misschien vind je dit ook leuk :

Onder de hemel

Ed Snijders

Verjaardag van God

Meer boeken van deze auteur

Onder de hemel

Hein de Jong

Her en Der

Onder de hemel

Hein de Jong

Overgangen

review:
*verplichte velden