Zeeuwen op drijfzand

Zeeuwen op drijfzand

Merlijn Lücken


EUR 21,90

Formaat: 13,5 x 21,5
Pagina aantal: 194
ISBN: 978-3-99064-714-1
Publicatie datum: 08.01.2020
De ontmoeting die een romance werd, vol drank en drugs. De trip die moest leiden tot pure vrijheid, maar de grens overging.
REGEN


Ik spoelde net met een halve liter bier de vieze smaak weg van twee xtc-pillen toen de bel té hard en té lang ging. Met alle moeite op aarde stond ik op en liep uiteraard lichtelijk paranoïde naar de deur om te kijken wie mij nú durfde te storen: ik had andere dingen aan mijn hoofd.

Ze stond ineens voor de deur: wij gaan ‘Way back’ en zijn al een eeuwigheid onvoorwaardelijke vrienden, junk-technisch gezien. Angy schreeuwde mijn naam en omhelsde mij tegelijk. Na het officiële gedeelte liet ik haar binnen en zei dat ze overal mocht zitten. Natuurlijk bood ik haar ook xtc-pillen aan die niet werden geweigerd.

Angy begon: ‘Gast: wat is dat toch met jou en die fucking “The Smiths”? Draai je dat nu nog steeds? Ja! Deze ken ik nog: “Some girls are bigger thans others” of niet soms?’
‘Ja! Je hebt gelijk, ik draai nog steeds hele dagen “The Smiths”, mijn maten hier in dit gat van een dorp worden er niet goed van, haha!’
‘Maar serieus Merlijn: zeg, als ik dat zootje in jouw huis zo zie is er dus weinig veranderd in je leven? Of wel?’
‘Eigenlijk wel Angy, ik ben om een lang verhaal kort te maken bij een psychiater en een psycholoog geweest, na veel tests en vragen is het nu dus honderd procent zeker dat ik een ernstige geestelijke stoornis heb.’
‘Je meent het, dat weet iedereen toch altijd al Merlijntje? Of eeh?’
‘Angy, ik ben zwaar bipolair type II.’
‘… Say what? Ik weet even niet wat ik hoor, ben jij manisch-depressief? Shit, weet je wel dat het een echte kutziekte is? Ik heb daar laatst een documentaire over gezien, weet je wel dat vijftig van de bipolaire patiënten gewoon zelfmoord pleegt? Shit Merlijn, daar schrik ik wel even van hoor, maar ik ben hier niet voor niks hè?’
‘Angy, vertel me snel waarom jij hier bent gekomen, het moet wel speciaal zijn: we hebben elkaar jaren niet gezien, hoe heb je mij trouwens gevonden?’
‘Je nichtje Kim, maar luister goed: ik heb dus bij een collega van me die huisjesmelker schijnt te zijn een werkelijk enorme bovenverdieping op Walcheren in een dorpje bij Vlissingen op jouw geliefde eiland gevonden, ik moest gelijk aan jou denken. Wil je samenwonen?’
‘Ha! Meisje, ik huur morgen even een busje en breng het hele teringzootje morgenochtend nog naar je toe.’
‘Zet die Smiths eens wat zachter please? Oké! Dat is wel heel snel, maar wow! Dat gaat je echt niet tegenvallen maat, we gaan natuurlijk echt veel feesten hè? Enne, Kim is bezig met het koppelen van jou aan een collega-meisje.’
‘Say what??’

30 december 2001

‘I was looking for a job, and then I found a job, and heaven knows I am miserable now,’ zong ik melancholisch mee. Niemand begreep me, het enige verschil met vroeger is dat mijn buien en streken nu ‘bipolair gedrag’ genoemd werden. Het had al weken geregend met perioden van ijzel. Ik was alleen thuis want Angy was naar haar werk, zij wel: ik was voor de 110e keer ontslagen, niks nieuws onder de horizon want ik had het wederom verkracht. Tijden van veel te veel neerslag en ik stond uiterst depressief naar buiten te staren.
Ik vond het nu duidelijk wel acceptabel om zo snel mogelijk zelfmoord te plegen. Ik had ondertussen al een volle map met afscheidsbrieven voor elke vorm van zelfmoord: ‘Sorry voor de rotzooi’, ‘ik geef het op, vaarwel’, ‘ik kan niet meer, moet weg’, ‘op’, ’geen zin meer’.

‘Ja sodemieter nu helemaal maar op’ dacht ik en schoof het plan om dan toch maar eens te stoppen in de wachtrij: de drugs waren natuurlijk essentieel voor een draagbaar leven, nee daar was zeker geen sprake van.
Uiteraard had ik nog geen stuiver in mijn bezit; iedere cum laude junkie weet: is er geen drank, drugs of bruikbare medicijnen van aidspatiënten, demente bejaarden of broeders, zusters bipolairen dan is het al oude ‘scoren’ de remedie tot lichamelijke en geestelijke vrede. Nu heerste er in mij oorlog en was er verre van een staakt het vuren tussen mijn hersen synapsen. Vol desolate en uiterst kwade vibraties begon ik aan de sowieso heilloze tocht naar lege statiegeldflessen om na geestelijk beraad gelijk en zo snel mogelijk weer aan de drank te gaan. Iedereen in mijn hoofd stond fier achter mijn wijze besluit.

Het was buiten erg koud, net als bij ons binnen, dus voordat ik de werkelijk gruwelijke tocht naar de ‘Attent’ op de hoek kon ondernemen moest ik mij wapenen tegen de elementen der depressieve neerslag. Het liefst had ik mij in een boerka gewatteerd met IJslandse schapenwol gehuld, dan was ik ook gegarandeerd anoniem dat ik de verschrikkingen der herkenning kon vermijden. Maar Angy was geen salafistische moslima, dus er hing geen boerka in haar klerenkast waar ik stiekem in stond te zoeken naar warme shit. Ik koos haar dure en zeer vrouwelijk ogende Alpaca jas en haar bodywarmer van haar werk. Uit wanhoop trok ik nog twee broeken over elkaar heen en was zo ongeveer klaar. Ik vond haar spiegelglazen/skibril en zette die tegen herkenning op.

Compleet voor lul begon ik aan de heilloze weg van wel 113 meter, ik besloot te rennen en na twee minuten arriveerde ik bij de duivelse winkel. Met trillende junkvingers legde ik alle bezoedelde bierflesjes in de statiegeldmachine. De optelsom der lege flessen viel zwaar tegen en vol duistere gevoelens haastte ik mij naar de bierafdeling. Tot mijn existentialistische schrik was het schap waar de alle goedkoopste C-merk bieren hoorden te liggen helemaal leeg. Wederom terug in mijn uitgekristalliseerde suïcidale bui kocht ik dan maar bier van het duurdere segment. Woedend rende ik met mijn rammelende mandje naar de kassa en hield het mandje op zijn kop, zodat kletterend de flesjes die toch echt té duur waren op de lopende band vielen. Een dodelijke blik van de stront chagrijnige caissière; ze keek me ijskoud aan en ijlde dat ik 0,05 cent te kort kwam: ‘DAN MAAR 8 HÈ?’ riep ik wanhopig en maakte dat ik weg kwam voordat ik iemand zou vermoorden, ik had dat wel vaker.

Iedereen wist dat je uit paranoïde technisch opzicht nóóit mocht bellen, tóch ging de telefoon en ik schrok me een beroerte. Ik nam op en neuzelde wat en noemde angstig mijn naam: ‘Eehbhyfmhh cnh Merlijn?’
‘He Merlijn met Kim, zeg ik moet jou echt even spreken want misschien is er “meisjestechnisch” een hoopvolle horizon voor je!’
‘Lieve Kim, het is toch hopeloos met mij nu, “pour your misery down on me”.’
‘Luister theatrale, emotionele gek: ik heb dus op mijn werk een nieuw meisje als vrijwilligster, haar naam is al mooi, ze heet Delfine.’
‘Theatraal?’
‘Ja echt wel, maar ik heb haar dus een week geobserveerd en uiteindelijk raakten we in gesprek, omdat er even niks te doen was hebben we de hele middag leuk gesproken.’

‘Toch niet over…’
‘Ja, natuurlijk ging het op den duur over jongens, nou Merlijn, Delfine heeft het bijna helemaal gehad met jongens, ze heeft nog maar een paar jongens als vriendje gehad maar dat liep steeds heel snel uit op niks en maakte het dan zelf uit, het is nog maar een jong meisje hoor.’
‘O? Zeg Kim, weet je dan ook waarom ze zulke slechte ervaringen met jongens heeft?’
‘Jazeker, maar dat heeft Delfine mij in groot vertrouwen verteld: kijk het is nog een jong meisje en heeft nog niet veel vriendjes gehad en meestal maakte zij het snel uit. Omdat die jongens haar wilden dwingen om haar te veranderen, ze is nu liever een vrijgezel meisje dat haarzelf kan zijn dan een mét vriendje en doodongelukkig.’
‘Maar Kim, wat willen die jongens dan in hemelsnaam aan haar veranderen?’
‘Dit heb je echt niet van mij hè? Delfine is namelijk geen doorsneemeisje, ze is nogal apart en heeft schijt aan de mode en wat jongens aan haar willen veranderen. Ze heeft al jong besloten om zich nooit meer te scheren, begrijp je waar ik heen wil?’
‘Kim, je weet toch wel waar ik helemaal gek van word? Je meent toch niet dat het zo’n meisje is?!’
‘Jazeker, Delfine heeft me verteld dat ze het nut van scheren niet zo inziet, het hoort gewoon bij haar en ze vindt al dat zwarte haar “beneden” ook mooi bij haar staan. Ze vindt dat haar bos schaamhaar d’r poes “af” maakt, en als ik haar mag geloven heeft Delfine een grote bos haar op d’r poes zitten. Terwijl ze lang blond haar heeft, alhoewel ze best dikke, zwarte wenkbrauwen heeft.’
‘Dat meen je niet! Het zou ECHT te gek zijn mochten wij wat krijgen, als ze wil.’
‘Haar droom is dus een jongen te vinden waar ze verliefd op kan worden en eens een keertje niet haar bos haar hoeft af te scheren, een jongen die haar opwindend en vrouwelijk vindt met haar schaamhaar, een jongen die haar neemt zoals ze is en wil zijn.’
‘Ja, maar Kim ik…’
‘Maar ze dacht dat zulke jongens bijna niet bestaan.’
‘Oooh Kim! Dat is mijn droommeisje, technisch gezien dan, als ze ook eens lief en zelfs schattig is zou ik echt een moord plegen mocht dat nodig zijn om haar hart te veroveren.’

‘Niet nodig lieverd, ik heb dus “hogere meiden shit” gebruikt en ben op slinkse wijze over jou begonnen. Na een paar foto’s van jou, en een uitgebreide uitleg over jou zag ik gewoon aan haar ogen dat ze je qua uiterlijk wel ziet zitten. Ze moest heel hard lachen om jouw humor en ze zei dat ze dit soort shit echt hilarisch vindt, ze is nu al zwaar geïnteresseerd in je, hoor!’
‘Meen je dat nou echt allemaal Kim? Vond ze na alles wat je haar over mij hebt verteld en hebt laten zien écht al leuk?’
‘Ja, sorry maar ik verzin dit echt niet hoor! Je maakt godverdomme kans op een vriendin! Doe normaal, gedraag je en wees potjandorie eens wat positiever over jezelf, zo fucked ben je ook niet hoor. Maar ik heb haar dus gewoon de waarheid verteld; ze werd bijna niet goed toen ik vertelde dat jij echt zwaar op meisjes met veel schaamhaar valt, nou toen vroeg ze meteen of we eens langs bij jou konden komen want zo’n jongen moest en zou ze ontmoeten. “Je weet maar nooit” waren haar woorden, natuurlijk heeft Delfine al duizend keer aan me gevraagd of ze wel knap genoeg was voor jou, en of het echt, écht zo was dat jij op behaarde meisjes viel.’

‘Maar natuurlijk mag ze met jou naar mij komen, jullie zijn bij dezen bij het oudejaarsfeest bij ons uitgenodigd.’
‘Wow, dat gaat Delfine dus écht onwijs leuk vinden hè? Ze zeurt al dagen om jou aan haar te koppelen, volgens mij werkt mijn plannetje. Maar oké, tot morgen!’
‘Yes Kim, mazzeltov.’

Het was al donker, telefoneren is dus niet mijn ding en ik voel me al helemaal niet op mijn gemak als het over een meisje gaat dat mij leuk ‘schijnt’ te vinden zonder me ooit ontmoet te hebben. Dubieus. Wat heeft Kim in hemelsnaam verteld over mij? Vond ze de foto’s van mij echt interessant? Ik geloofde er eigenlijk niet in. Welk leuk meisje wil mij? Nou ja, ik zou wel zien en nergens van uitgaan, dan zou de pijn misschien meevallen. Ik was erg goed geworden in afwijzingen aan te kunnen, maar leuk is anders. Toch was ik mijn nichtje Kim nu al dankbaar voor al haar goed bedoelde moeite.

Ik lag vol desolate gedachten gemixt met toch een vorm van hoop op de bank, want wat Kim mij allemaal verteld had bracht toch wel een soort van een goed gevoel. Ach, ik moest toch niet zo slecht over mezelf denken, dat zeiden wel meer mensen.


DE ONTDEKKING VAN HAAR


Het was buiten al donker en de rust viel over het dorp. Angy was erg laat en ik sloot even mijn ogen. Meestal was het een goed teken als ze laat thuiskwam: dat betekende vaak drugs, het scoren neemt altijd meer tijd in dan je wil.
Bam, kledder! ‘Jezus christus!’ riep ik van schrik. ‘What the fuck Angy! Ik schrik me de tyfus meisje, je bent echt laat, alles goed?’
Het was ook een goed teken als er gestampt en met deuren geslagen werd, dat betekende zelfs veel drugs.

‘Zooo Merlijntje, hier is ik en ik ga echt snoei-, snoeihard weet je, super goede speed: van die natte weet je wel? Nou, ik heb ook aan jou gedacht hoor, dat zul je nu gaan zien!’
‘Wat lief dat je…’
‘Oh ja joh maar luister: ik heb ook zes superieure xtc-pillen bij me die ik met je deel natuurlijk, moet je al speed? O nee, het is nog nat, wil je zo lief zijn een spiegel te scoren dan kan ik de pep uitsmeren zodat hij kan drogen. Zal ik een föhn pakken? Of niet, weet ik veel, ga maar wat doen hoor, ik ben helemaal van het padje hi hi!’’

Angy was inderdaad heel ver heen en ijlde dwars door me heen zonder maar naar een woord van mij te horen. Het boeide niet, ik was vaak genoeg ook zo, erger meestal. Ik haalde gewoon de spiegel uit de douche, waar ik natuurlijk zwaar van op mijn kloten zou krijgen als Angy morgenochtend haar make-up wilde opmaken. Maar dat boeide nu even niet, eerst veel drugs. Ik kapte drie enorme lijntjes voor mij om op Andy’s niveau te geraken. Dat lukte.

‘Hij is wel droog nou, Merlijntje, neem een lijntje hi hi!’
‘Angy, heb je nog ge…’
‘Het zal wel, dat moet je met wasverzachter doen lieverd.’
‘Je meent het, maar ik be…’
‘He! Merlijn, GEEN Smiths nu, laat mij maar even en ga godverdomme eens zitten. Ik word zenuwachtig van je gedrentel.’
‘Gedrentel? Maar ik zit braa…’
‘En friemel niet steeds zo met die papiertjes, zeer vervelend.’
‘Papiertjes? Maar Angy: ik ben gewoon een joint aa…’

Op den duur waren we allebei helemaal weg en ijlden dwars door elkaar heen tot we er zelf niks meer van begrepen.
Vrijdag 31 december, oudjaar.

Na maar een paar uur lichte slaap schrok ik wakker. Dat meisje en Kim kwamen vanmiddag, ik keek op de enig werkende klok en zag dat ik nog maar twee uur had om me voor te bereiden. Nou, Angy greep in voordat ik nog maar een blik had geopend: ‘Nee! Nee Merlijn! Jij gaat dus echt niet al drinken voordat die meiden hier zij hè? En ik schop je nu onder de douche waar jij jezelf gaat verzorgen; scheer je gezicht! Hup de douche in, NU!’

David Bowie schalde door de speakers: ‘Heroes’, een heilig lied voor mij, ik wist toen nog niet dat dit nummer de soundtrack van het grootste avontuur van mijn leven zou worden. Oh ja, het gaat trouwens over heroïne, net als ‘Comfortably numb’ van Pink Floyd, ‘November Rain’ van Guns N’ Roses en ‘Golden Brown’ van ‘The Stranglers’ natuurlijk. Men moest eens weten hoeveel nummers eigenlijk wel niet over drugs gaan.

Het begon zwaar te onweren, de bliksemflitsen leken mij te vertellen dat er iets aan zat te komen. Maar wat? Wat was de bedoeling van de mogelijke liefdesrelatie tussen het mysterieuze meisje en ik? Zouden we een zoektocht naar iets ongrijpbaars, maar alleen voelbaar gaan ondernemen? Levende poëzie, gevangen in onze dromen… het ombuigen van een droom naar realiteit waar we dan weer over droomden.

Ineens hoorde ik door het onweer heen twee meisjesstemmen die hard stonden te lachen, beneden bij onze voordeur die naar boven leidde. Ik rende naar de boven deur die er trouwens niet best aan toe was, dat heet: ‘De molm erin’.
Ik stond zwaar paranoïde achter de deur te luisteren. Ongelofelijk gespannen en bang om Delfine voor het eerst in de ogen te staren. Ik weet dat vrouwen meteen zien of een man ze kan behagen, beschermen en laten lachen.

Ineens stonden ze aan de andere kant van de deur en bonkten keihard op de te betreuren deur. Ik schrok en trok de deur hard richting mij, terwijl een van de meisjes de andere kant op trok: in een keer trok ik de gehele deurknop uit de deur; met de stukken hout er nog omheen. Van woede trapte ik de deur aan gort en stond op alsof er niks gebeurd was. Nu hadden we dus een deur van plasticfolie. Hilariteit alom.

Maar daar was ze dus, Delfine: we hadden gelijk intens oogcontact. Het mysterieuze meisje keek mij recht aan en doordrong in mijn gehele ‘zijn’. En wat een onwijs knap meisje stond er recht voor me. Godverdomme wat een mooie meid! Ze had echt een heel meisjes-meisjegezicht, maar haar blik, haar allemachtige blik verraadde dat ze net zo gek als ik was.

Kim ging gelijk naast Angy zitten op de bank, Andy begon honderduit te praten, stiekem wees ze naar Delfine die nog in de woonkamer stond te twijfelen waar ze mocht en/of durfde te gaan zitten. Kim hielp haar een beetje: ‘He Delfientje, ga nou gewoon naast Merlijn zitten! Kom op meisje, je kunt het!’
‘Eeeehm mag dat,eehm Merlijn? Ja sorry maar normaal heb ik altijd een grote bek, maar nu sta ik toch even met mijn mond vol tanden. Maar oké.’

Ik was ook nogal zenuwachtig, want we wisten allebei dat Delfine hier niet alleen voor oud en nieuw kwam. Kim had veel moeite gedaan voor ons allebei, alleen Delfine en ik moesten eerst even tot rust komen: een van ons moest toch echt als eerste een soort van gesprek beginnen. Langzaam druppelde ons bezoek binnen om ’s avonds los te gaan, maar eerlijk gezegd boeide Delfine en mij dat niets. Het ijs was ineens gebroken toen ik iets grappigs tegen haar zei: ze proestte haar slok wijn uit en stikte van het lachen: ‘Jij bent echt grappig weet je dat?’
Ik zei droog dat ik zo mijn momenten had.

Na ongeveer anderhalf uur zat ons huis stampvol met bijna de gehele vriendengroep, bestaande uit: heel veel Skaters, Graffiti artists, Gothics onder wie ik zelf, Losers, echte gekken, een paar punkers, Emo’s, Straight Edgers, Veganisten, Bloeddorstige vleeseters, een rapper, een paar gabbers, Angy en Kim. En iedereen kon het met elkaar vinden, hoe groot de verschillen ook waren.

Delfine en ik waren ineens op een gespreksonderwerp gekomen: ze had even een blik in mijn kleine maar pittige boekenkast geworpen en was blij verrast om de herkenning met haar eigen verzameling van goede literatuur en abominabele lectuur.
‘Merlijn, je hebt echt veel interessante boeken. Ik zag dat je net als ik veel debuutromans hebt, “Irvine Welsh” is echt topliteratuur: het is ook nog maar en paar jaar geleden verfilmd, echt een megasucces.’
‘Trainspotting! Delfine: dat is een boek wat in mijn top 3 staat, wat bijzonder dat jij het kent.’
‘Nee, het is bijzonder dat JIJ “Trainspotting” kent…’
‘???’
‘Geintje.’
‘Maar meisje, ik heb inderdaad best wat debuutromans want ik wil al jaren en boek schrijven, maar ik kom maar niet verder dus lees ik hoe andere schrijvers het gelukt is om door te breken. Soms word ik echt zelfs boos als ik een debuutroman lees die echt bagger is, terwijl er dan op de achterkant zo’n schrijver de hemel in geloodst wordt en meerdere prijzen heeft gekregen door: Dit!?’
‘Nou Merlijn, ik weet precies wat je bedoelt want daar word ik dus ook furieus en tegelijk wanhopig van: het is gewoon echt niet eerlijk! Maar ik ga je uitleggen wat ik vind.’
‘Ach, het is echt een kliek die hele literaire wereld, een klein elitair groepje bepaalt wie er als schrijver doorbreekt; we zijn afhankelijk van onder andere alle ‘Hanneke Groentemannen’, maar ja, wat kan ik anders doen dan mijn manuscript gewoon opsturen als mijn verhaal af is?’
‘Ja, ik vond een tijdje geleden op een rommelmarkt een boek wat mij in de eerste instantie erg aansprak, het was de debuutroman van de geroemde schrijver Ronald Giphart, Ik ook van jou, werkelijk Merlijn: de verfilming schijnt al een enorme flop geweest te zijn maar daar vond ik toch nog wel wat aan. Toen ik dus vol goede moed aan zijn meesterwerk begon, viel mij meteen al op dat de hoofdpersonen die Giphart neer had gezet nou niet echt jongens waren waar ik me als meisje prettig bij zou voelen, en zeker niet zo diep door laten zou beledigen. Sukkeltjes. Echt, zulke studentjes denken werkelijk dat ze de waarheid in pacht hebben, ik zelf zou zo’n mannetje gelijk een enorme klap voor zijn uitgestreken smoel geven, dat terzijde. Hoe verder ik las des te ongemakkelijker en geïrriteerder ik werd: het verdomde verhaal heeft twee rode draadjes naar mijn amateuristische mening. De twee hoofdpersonen gaan op vakantie in Frankrijk op een “seks en literaire queeste”, nou ze ontmoeten twee meisjes en brallen maar wat over de ware literatuur en vrouwen. Ik begon echt te denken: wat ver gezocht, of juist niet: echte diepgang hebben geen een van de karakters totaal niet.’
‘Wijntje?’
‘Dan, ja, dan komt het tweede rode draadje hoor, die bestaat uit de relatie die een van de hoofdkarakters heeft gehad met een meisje dat Reza heet, hij beschrijft die relatie in opeens op poppende flashbacks. Hij heeft het blijkbaar nogal wat moeite mee gehad, ha! Ik ben echt wel wat extreem pittiger dan dat.’
‘Mijn boek zo te horen ook, nou ja dat vinden een paar mensen ook, dat weet ik zeker. Sorry voor mijn egocentrisme.’
‘Merlijntje, nou oké: zo hebben de vakantiegangers een kano-ongeluk, dat is nog wel te doen. Ik ergerde me vooral over hoe de hoofdpersonages over vrouwen praten, het is maar één bodem: seks, veel passages hoe literatuur hóórt te zijn en nog meer hopeloze praat van twee zielige en oversekste studentjes. Triest hoor. Bij mij zouden die twee GEEN KANS, NIKS krijgen! Ha! Jij bent veel leuker, grappiger, je bent gewoon lekker crazy en ik vind je ook echt een knappe jongen. Oeps, maar eehm, is het in het echt niet zo dat literatuur juist niet “hoort” te zijn maar “mag” zijn? “Horen”, daar zit het gevoel van regels, afbakening en iedereen hetzelfde laten schrijven in, toch? Ik vind dus dat literatuur “mag”, dat impliceert vrijheid van literaire schrijfstijlen. En literaire vrijheid zorgt voor een veel groter aanbod van romans, en er is ook veel meer uitdaging want jij zelf bepaalt jouw eigen unieke stijl en bekritiseren kan altijd nog. Een bepaalde hoeveelheid vrijheid in de perceptie ten opzichte van literatuur zorgt ook voor vers bloed, de kliek der Nederlandse schrijvers lijdt aan pure inteelt. Voor zover zijn we het wel eens toch?’
‘Nou Delfine, het is echt zeldzaam, maar ik denk dus precies zo over de Nederlandse literatuur als jij, opmerkelijk, zeg heb jij ook zo’n enorme en gemeende hekel aan Arnon Grunberg?’
‘Ha ha ha, yes! Ik dacht al dat ik de enige was: met zijn boekje Tirza. Het is gewoon nog een maagd, en dat schrijft dan een boek over een meisje. Hé Arnon: als je me kunt horen: heb je misschien “hoe denken meisjes: voor dummies” geleend bij het bibliotheekje? Ha! Wat een loser.’

Delfine en ik hadden de grootste lol, ik had mijn maatje gevonden, ze had alleen borsten, dus ik wilde echt zo graag meer dan een meisje alleen als maatje, ja! Godverdomme meer!
Angy stond met Kim naar Delfine en mij te kijken, ze grijnsden allebei en fluisterden glimlachend dingen in elkaars oren. Mijn huisgenote ging op een van onze grote tafels staan en begon te roepen door het geroezemoes van al die gekken die lichamelijk aanwezig waren.

‘Yooo gasten, luister allemaal even naar mij, ja zelfs als je ligt te o.d’en: we hebben door zwaar en overvloedig zuipen ineens een gebrek aan alcohol, dus wie wil er nu nog even om veel drank? Please het is voor ons allemaal hè?’
‘Ik ga wel even, een frisse neus halen.’
‘Merlijn, mag ik met je mee? Ik wil graag bij je zijn.’
Iedereen riep: ‘Delphine is schaaattiiiiig!!’

We liepen door de regen en ik was nu al smoorverliefd op haar. Ik besloot om De Grote Stap te nemen en Delfine proberen te versieren op mijn hopeloze manier. Dus onder het lopen stootte ik steeds tegen haar schouder, ineens liet ze mij zien wat een meisje doet als ze wil laten merken dat ze een jongen leuk vindt: ze duwde me in de natte, vieze struiken. Ik trok haar ineens mee de bosjes in en we rolden gierend van het lachen om elkaar. Na een tijdje lekker met Delfine gestoeid te hebben, stopte ze ineens met haar gezicht precies boven de mijne. We keken elkaar recht in de ogen en heel langzaam gingen onze lippen naar elkaar toe, ze deed haar ogen dicht en voor het eerst tongzoenden we intens.
Delfine werd ineens wild en ging recht op mij zitten en zei: ‘Als er een bitch nog maar naar je kijkt sla ik er echt wel hard boven op hè?!’ Ik was in de zevende hemel, ik had ineens wat met een heel stoere meid die andere meisjes en zelfs jongens zonder “remorse” in elkaar trapte. Gelijk vroeg ik aan haar of zij ook vond dat we nu al een stelletje waren. Ze keek me spottend aan en riep: ‘Je bent helemaal van mij nu!’
‘Oké Delfine, nu voor het eerst: ik houd van je.’
‘Ik ook van jou!’
‘Godverdomme Merlijn, nou lijk je net die ene slechte schrijver waar we we ons net over opwinden.’
‘Harry Mulisch of zo?’
‘Nee, jawel die is ook intens slecht, “De ontdekking van het open riool”, zoiets ja.’
‘We kraakten toch ook Herman Brusselmans af?’
‘Die? Dat vind ik toch zo’n over het paard getilde klotenklapper, ex-drummer, met zijn zogenaamde humor: seks, vieze seks, hoeren en andere literaire laagstandjes; laat hem alsjeblieft geen prijs meer krijgen, straks gaat hij nog écht denken dat hij wat is…’

We liepen langs groepen jongeren die te vroeg vuurwerk aan het afsteken waren en proosten op de ontdekking van elkaar; ik had potverdorie ineens een vriendinnetje aan mijn hand. Mijn andere was net volledig overstroomd door een klaargekomen blik bier, ik schudde het van mijn hand en deed net alsof er niks gebeurd was. We konden er nu dus natuurlijk niet omheen, iedereen zou het zien als ik de deur naar de woonkamer open zou doen en hand in hand met Delfine binnen zou komen pen, toch deden we het. En na een paar seconden riep er iemand: ‘Alarm! Liefde op de radar: Merlijn heeft een nieuwe vriendin! DELFINE!’

De boel ontplofte om precies twaalf uur. Delfine en ik konden niet van elkaar afblijven en hadden dus ook niks van de festiviteiten in de gaten: ‘Hier zitten ze!’ We werden met de nodige dwang midden in het feestgedruis geworpen, daar stonden we dan: het kersverse stelletje van Delfine en ik. Iedereen was zo vaag als de pest en we stelden voor om het terrorfeest in de stad verder te vieren. Iedereen liep door elkaar heen en ze ijlden dat het een uitstekend plan was. Druppelsgewijs verdween elke gek uit ons huis en bleef Angy alleen nog over. Ineens zag ik Delfine al met haar jas in haar handen terwijl ze me hopeloos aankeek: ‘Merlijn, moet ik eeehm echt ook weg? Maar dat zou mij erg veel pijn doen als je mij nu laat gaan, please!’

Ik keek naar haar en zag dat er een traan over haar wang biggelde, ik greep direct in en liep naar Delfine, pakte haar stevig vast en streelde haar over d’r gezicht zodat de traan verdween. Alleen haar vochtige ogen waren het bewijs dat ze het dus ook meende, ze was ineens verliefd geworden. Ik deed mijn wijsvinger voor mijn lippen en fluisterde lief in haar oor dat ze niet eens weg mocht van mij. Ze keek me hoopvol aan en stotterde of ik het echt meende dat zij dus mocht blijven, als enige…

Daar was Angy: ze was strontlazarus door haar haat-liefdeverhouding met flessen ‘Coubergh’, ze ijlde met driedubbele tong dat haar slaapkamer voor ons was: ze had namelijk een tweepersoonsmatras. Ze keek ons even vreemd aan en viel al kotsend voor onze ogen flauw.

Ik lag naakt op bed en Delfine stond alleen nog maar in haar slipje voor me. Het was duidelijk dat ze graag wat aan me wilde vragen: ‘Zeg, Kim heeft me namelijk veel over je verteld en laten zien op foto’s, zij heeft me dus ook verteld dat jij zacht gezegd er totaal geen moeite mee hebt als een meisje veel schaamhaar heeft, ze zei dat jij een meisje met een volle bush haar zelfs opwindend vindt, is dat echt zo dan?’
Ik dacht: meisje je moet eens weten wat jou te wachten staat als we ‘disclosure’ hebben gehad. Maar ik zei: ‘Nou, Kim heeft me verteld dat jij je nooit scheert, durf ik te vragen of jij ook echt lekker veel haar “down there” hebt?’
‘Eeehm, ik heb best veel schaamhaar, maar daar heb ik totaal geen problemen mee, het blijft dus ook allemaal gewoon zitten hè? Ik ga me dus ook écht niet scheren voor jou hè?!’
Ik greep in, het was nog niet duidelijk voor Delfine: ‘Liefje, doe je slip eens uit?’
Daar stond ze naakt voor me: ik ging letterlijk door mijn knieën en vroeg of ze met mij wilde trouwen, maar dan voor de vollemaan. Dat gingen we plannen, dit paste in onze ‘gektethermostaat’. Ik had nog nooit zo’n stoer meidenlichaam gezien, mede door haar vrouwelijke beharing was ze echt een trots jonge vrouw, een ‘Vampira’, mijn Vampira! Jezus ja!

Delfine heel blij, ik nog blijer: ze had net honderd procent ‘ja’ gezegd tegen mijn bijna smeekbede om haar schaamhaar en haar okselhaar nooit meer zou scheren, natuurlijk voor haar zelf en zeker ook voor mij. En ze was gewoon zwaar opgelucht dat ze eindelijk eens een oudere jongen gevonden had die haar eens WEL nam zoals ze echt is en ook wil zijn. Ze keek me aan en knikte dat het goed zat, heel goed, waarna ze zei dat ze zich niet meer kon inhouden en dook boven op me. We zoenden innig en voelde met mijn vingers in haar harige bos, het voelde heerlijk, ze stonk ook niet want Delfine was een heel schoon meisje, zij stonk nooit. Dus dat gelul dat een behaard meisje vies is en stinkt, is dus slap gelul, Define stonk nooit uit haar vagina en al helemaal niet in haar schaamhaar; haar poes rook zelfs lekker, ik ging dus diep met mijn neus in Delfines grote bos en snoof dan diep: nog nooit zo’n schoon meisje gekend, van haar zelf rook Delfine echt naar een soort van perzik.

Toen deden we iets wat alleen geliefden kunnen doen…

2 januari 2002

Ik keek naast me en zag mijn meisje dat nog in diepe slaap lag, wat zag ze er schattig uit. Ik ging als enige de woonkamer in om er relaxed bij te komen met de restanten drugs en weed van wat onze gasten twee dagen geleden allemaal achter hadden gelaten. Best veel want ik was om 07:33 al volledig bezopen. Ik had echt veel gevonden na een zoektocht langs alle plekken waar gebruikers gezeten hadden. Er lag werkelijk nog van alles in ons huis. Ik kwam natuurlijk als eerste vinder in aanmerking van de ‘tweede wettelijke toekomende van bezit’.
Ik vond: tientallen half leeggedronken flessen wodka, whiskey, rum, drie volle injectienaalden heroïne, veel speed op alles wat een vlak oppervlakte had, xtc-pillen: ‘groene Ferrari’s’, ‘Vliegende duifjes’, ‘Mitsubishi’s’ en nog een breed scala aan andere drugs.
Die ochtend had ik duidelijk voor mezelf. Heerlijk. Ik draaide The Smiths, The Cure, Siouxsie & The Banshees, The Pale Saints, Air en de Smashing Pumkins.

Delfine kwam die ochtend met een alomvattende theorie én een fucking gebruiksaanwijzing: was het geen goed idee om alles in dit huis bij elkaar te schrapen en te verkopen bij de tweedehands zaak? Ze kwam op dat idee omdat Angy en ik verteld hadden dat we een enorme ruzie hadden met de gereformeerde huisbaas. We weigerden nog langer de huur te betalen omdat hij zijn afspraken omtrent een beloofde verbouwing niet nakwam. Het leek ons het beste om met de noorderzon te vertrekken. Delfine bleek goed te kunnen handelen in crisissituaties, dus haar plan gingen we uitvoeren. Haast was het credo. Wegwezen. Snel.

Delfine deed de schuur, ik de woonkamer en mijn eigen kamer, Angy deed de rest. Na een paar uur lag de door Angy geleende auto met karretje helemaal vol, we moesten drie keer heen en weer. Aangekomen maakte de handelaar twee hoen: de shit die hij niet wilde hebben bestond uit een stuk scheef en nog vettig keukenzeil, woest afgescheurd behang ut de jaren zeventig, de tweedehands toiletpot, de wc-rolhouder, de gehele stortbak, het afvoerputje van de bezoedelde douchecel, pleeborstel-gebruikt, de bio bak, stapels ranzig verbruinde ‘toiletlectuur’ en natuurlijk de zwaar misbruikte ‘pleestoel’.

De handelaar wilde wel graag: de banken, de potgrond voor ‘bonsaiboompjes’ en de zeldzame modeltreintjes ín de verpakking. Hij zei: ‘Jullie begrijpen natuurlijk wel dat ik jullie al in de gaten had voordat je hierbinnen stapte: met sujetten als uw soort ga ik natuurlijk niet in zee hè? Maar omdat ik best wel wat nieuwe spullen kan gebruiken, ik heb namelijk bijna alles verkocht. Maar oké stelletje huisbaasdieven, ik geef jullie vijfhonderd euro, en nu opsodemieteren!’

We zaten bij ons thuis en aanschouwden de ashoop die wij aangestoken hadden, maar net als een feniks herrezen wij ter plekke en gingen de ellende, de drugs, de seks, drank, gekte en ziekte tegemoet.
Ik kwam met het idee om de restanten van het huis ook nog eens te slopen, de twee meiden gingen toch tekeer! Het blijft leuk om jonge meiden helemaal door het lint te zien gaan. Ter afsluiting zeek ik de woonkamer onder, Delfine vond dat zo grappig en trok haar slipje naar beneden en zeek de boel ook onder. Dat wij tweeën haar poes konden zien boeide haar niet. Het was toch echt wel een bijzonder meisje hoor.

Mijn enige bezit was mijn heilige rugzak. Angy sprak: ‘Hoe gaat het nu verder met ons?’
‘Nee, wanneer beginnen Merlijn en ik aan onze grote trip naar het gevoel van pure vrijheid, samen met elkaar!’
‘Nou goed, ik kan bij mijn moeder terug op mijn oude kamer gaan wonen, maar hoe gaat het dan met jullie, ik bedoel?’
‘Wij? Zoals Delfine net al zei: wij hebben vannacht besloten een ware trip naar het ultieme vrijheidsgevoel te gaan houden.’
‘Merlijntje komt gewoon bij mij wonen, hè liefje? We blijven gewoon in Middelburg wonen totdat mijn ex ons uit zijn huis schopt, dan zien we wel verder. Maar we gaan zeker heel diep in op het grootste avontuur dat nu bijna is begonnen.’
‘Ja Delfine, ik vind ook dat we bijna zover zijn, volgens mij begint onze levensreis zodra we dit krot verlaten hebben.’

Misschien vind je dit ook leuk :

Zeeuwen op drijfzand

Marnix van der Lahn

De strijd om het touw

review:
*verplichte velden